Soms is een praatje even belangrijk als een prik
Weten wat iemand bezighoudt kan de kwaliteit van zorg enorm verbeteren. Dat is bij palliatieve teams in ziekenhuizen inmiddels bekend. Maar hoe zit het met de andere artsen en verpleegkundigen? Het project SVP-II bracht bewustwording bij verschillende ziekenhuisteams, met verrassende resultaten.
Aandacht voor persoonlijke context
Hoe helpt het om te weten wat voor auto een patiënt heeft? Hoe de band met zijn kinderen is? Of wat haar dromen zijn? Het ligt niet altijd voor de hand, maar zorgverleners kunnen met dit soort kennis veel waarde toevoegen aan de zorg. Om iemands tijd in het ziekenhuis beter te laten verlopen of de terugkeer naar huis te vergemakkelijken, maar ook om de medische behandeling te verbeteren. Zaak dus om meer aandacht te hebben voor de persoonlijke, zorgrelevante context van de patiënt. Universitair docent Anne Wichmann en haar collega’s van het Radboudumc helpen ziekenhuizen hier alert op te zijn met de SVP-II training. Zij legt uit: ‘SVP staat voor signaleren, verkennen en het proactief in behandelplannen integreren van relevante patiëntencontext.’
Belangrijk voor alle ziekenhuisafdelingen
In de eerste variant van SVP trainden Anne en haar collega’s 3 palliatieve teams in ziekenhuizen met goed gevolg. Het belang van alle 4 de dimensies van goede palliatieve zorg (fysiek, sociaal, psychologisch en zingeving) staan beter op het netvlies van de deelnemers. Maar dat was slechts de eerste stap. Veel mensen die ernstig ziek zijn, komen immers voornamelijk op allerlei andere afdelingen. Bijvoorbeeld ‘gewoon’ op de longafdeling of de cardiologieafdeling. SVP-II richt zich daarom op andere ziekenhuisprofessionals die deze kennis óók nodig hebben.
Snel leren wat mensen bezighoudt
Nicole Deetman was 1 van de professionals die de SVP-II training deed. Zij is intensivist in het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht en volgde de training samen met haar collega’s van de Intensive Care (IC). ‘Voor ons was dit echt nieuw’, vertelt zij. ‘Ook al is er in de opleidingen tegenwoordig veel aandacht voor communicatie met patiënten, het accent ligt daarbij heel anders. Dan gaat het meer over hoe je een boodschap brengt, of hoe je behandelbeperkingen bespreekt. Je leert niet met mensen praten over hoe hun leven eruitziet, wat ze bezighoudt en wat ze belangrijk vinden. Ik dacht eerst: daar is toch geen tijd voor? Maar gaandeweg de training merkte ik dat je dat soort kennis juist snel kunt verzamelen. En dat die heel relevant kan zijn, óók voor de medische behandeling.’
Kennis over wat mensen bezighoudt, kun je verrassend snel ophalen. En die kan heel relevant zijn.
Oefenen met acteurs
De SVP-II training werd tussen november 2024 en februari 2025 gegeven bij 8 teams in ziekenhuizen door het hele land. Het ging om allerlei specialismen zoals cardiologie, gynaecologie en oncologie. Er was ook een IC-team, meerdere longteams en een team geriatrie. Gedurende 2 dagdelen oefenden artsen en verpleegkundigen met trainingsacteurs van De Blij Trainen en Acteren (DBTA) hoe je relevante patientcontext kunt herkennen, verkennen en integreren. Zo werd bijvoorbeeld duidelijk: open observeren en doorvragen werkt om goed in gesprek te komen, invullen juist niet. Een belangrijke kracht van de training was dat teams deze samen volgden. Zo konden collega’s tijdens de training met elkaar meedenken en ervaringen delen, maar nog belangrijker: ze kregen een gedeeld besef van hoe relevant de persoonlijke context kan zijn voor behandelplannen.
Bewustwording: hier speelt iets belangrijks
Hoe de leefwereld van een patiënt medisch gezien relevant kan zijn, legt Nicole uit met een praktisch voorbeeld. ‘We hebben regelmatig te maken met een echtpaar waarvan de vrouw ernstig ziek is. Eigenlijk is zij in behandeling bij een academisch ziekenhuis, maar bij ieder spoedgeval komt ze bij ons op de IC. Dat vonden wij best lastig, want wij kunnen haar veel minder goed helpen. De training maakte ons ervan bewust: hier zit waarschijnlijk een belangrijke reden achter. En inderdaad, toen we ernaar vroegen bleek dat de batterij van meneers elektrische auto het niet redt tot het academische ziekenhuis. Kijk, dan kun je gaan anticiperen en actie ondernemen. Dus ik heb gebeld met de collega’s in het andere ziekenhuis: hoe gaan we deze mensen goed helpen?’
Onverwachte situaties als signaal
En dat is meteen het belangrijkste signaal in een notendop, gaat Nicole verder. ‘Als patiënten onverwacht gedrag vertonen of als je merkt dat er wrijving is, loont het om extra moeite te doen voor een gesprek.’ Anne vult aan: ‘Of als de effecten van de behandeling onverwacht zijn. In een ander team merkten artsen bijvoorbeeld dat iemands pijnmedicatie niet aansloeg zoals verwacht, wat vreemd was. De patiënt reageerde daar heel boos op en er was echt een nare situatie ontstaan. Maar toen er op een gegeven moment toch een gesprek ontstond, bleek dat de patiënt cannabisdruppels gebruikte. Dat had deze persoon uit schaamte niet verteld, maar die druppels gingen het effect van de medicatie tegen. Toen was de oplossing voor de pijn duidelijk.’
Psychisch, sociaal, zingeving en fysiek
Natuurlijk ligt verbetering van de zorg niet alleen in het fysieke, al is dat voor medisch specialisten vaak een makkelijke ingang. Ook de andere dimensies van goede palliatieve zorg verbeteren door de gesprekken met patiënten. Juist ook als deze soms in conflict zijn. Anne: ‘Denk aan iemand die bij de artsen aangaf álles te willen doen om zo lang mogelijk in leven te blijven, terwijl hij in zijn gedrag duidelijk liet merken dat hij aan rust toe was. In het gesprek bleek dat deze man zelf vrede had met zijn ziekte en de naderende dood, maar thuis had moeten beloven tot het einde te vechten. Voor hem was het zó fijn dat hij dit eindelijk met iemand kon bespreken en daarin begrepen werd.’
Als er meer oog is voor hun persoonlijke situatie, hebben patiënten het gevoel dat hun zorg beter georganiseerd kan worden.
Meer oog voor patiënten, geen extra kosten
Dat het persoonlijke, contextgerichte gesprek loont, blijkt ook uit de cijfers. Het effect van de training is op verschillende manieren gemeten. In de eerste plaats schatten de deelnemers zichzelf na de training beter in als het gaat om rekening houden met de context van de patiënt. Dat bleek ook uit opdrachten die zij voor en na de training deden: in hun antwoorden hielden ze meer rekening met de sociale, psychische en zingevingsdimensie. De proef op de som was een uitgebreid dossieronderzoek. Bij patiënten die na de training overleden, kwam de persoonlijke context inderdaad vaker terug in de behandelplannen dan voorheen. Ook belangrijk om te noemen: de training verdiende zichzelf terug. De kosten van de afdelingen - inclusief de trainingskosten - veranderden niet significant.
Iemand écht blij maken
De belangrijkste persoonlijke opbrengst van de training voor Nicole, is een wezenlijke. ‘Ik vind mijn werk echt leuker sinds de training’, vertelt ze. ‘Ik maak weer babbeltjes met de mensen en dat geeft zo veel werkplezier! Op de IC hebben we een grote focus op het medische, en dan kan het best een beetje treurig zijn. Veel mensen overlijden nou eenmaal en omdat veel ziektes chronisch zijn, kun je het vaak niet helemaal oplossen. Dan is het waardevol om op een andere manier wél betekenis te geven. Of dat nou is door iemand simpelweg blij te maken met een bitterbal, of door de behandeling passender te maken. We hadden laatst iemand die graag zijn kleinkind nog een flesje wilde geven. Toen is ervoor gezorgd dat van alle fysiotherapie die nodig was, de focus kwam op zijn armen en hand. Dat sleepte die man er echt doorheen! Prachtig vind ik dat, hier word je dokter voor.’
Extra belangrijk om scherp te zijn
Wat merken patiënten van de extra aandacht voor hun persoonlijke leven? Anne en haar team interviewden hen tijdens de studie meerdere malen om dat te vragen. ‘Wat daarbij opviel, is dat patiënten vaak het gevoel hebben dat hun leefwereld er helemaal niet zo toe doet voor de zorg. Ze twijfelen vaak over hoe gepast het is om zaken over hun persoonlijke context te benoemen. Daarom is het extra belangrijk dat zorgverleners zelf scherp zijn op signalen die kunnen duiden op relevante context. En als dat dan gebeurt, vinden mensen dat meestal ongelofelijk fijn. Als er meer oog is voor hun persoonlijke situatie hebben ze het gevoel dat de band beter wordt, maar ook dat hun zorg beter georganiseerd kan worden’, vertelt Anne. ‘We zouden de effecten op patiënten in de toekomst graag nog beter in kaart brengen, net als de effecten op het werkplezier van professionals trouwens.’
Structurele stappen voor een blijvend gesprek
Nu de bewustwording er is, is een belangrijke uitdaging voor zorgverleners om alert te blijven op de signalen. Anne: ‘Soms is het gewoon erg druk, of heb je er even geen ruimte voor in je hoofd. En dat is helemaal geen schande: je bent een mens, geen robot. Maar het is wel goed om daarop te sturen. Wat doe je als het even niet lukt? Kun je dan een collega naar voren schuiven? Of zet je een herinnering in je agenda? Voor ons is dat nog wel relevant om te onderzoeken: hoe kunnen teams hier goede structurele stappen in maken? Teams die de training hebben gevolgd, nemen in elk geval al veel vaker informatie over persoonlijke context op in hun dossiers. En andere afdelingen krijgen die dossiers natuurlijk ook vaak te zien, dus ik hoop dat dat inspirerend werkt!’
SVP-training volgen?
Teams in ziekenhuizen kunnen de SVP-II training op aanvraag volgen. Geïnteresseerden kunnen hiervoor contact opnemen met Anne Wichmann.
ZonMw en proactieve zorgplanning
Dit project financieren we vanuit ons programma Palliantie. Het tijdig herkennen en bespreekbaar maken van het levenseinde helpt patiënten en naasten om over hun doelen, wensen en behoeften rondom de palliatieve fase na te denken. Het is belangrijk dat zorgverleners tijdig en regelmatig hierover in gesprek gaan en dit inventariseren en vastleggen. Vanuit ons programma Palliantie financieren we onderzoek naar handvatten voor proactieve zorgplanning en de toepassing daarvan in de zorgpraktijk.