Sessie 8: Zorg voor innoveren met e-health!
De toepassing van e-health heeft veel potentie om de zorg toegankelijker of efficiënter te maken. Het implementeren ervan in de praktijk blijkt echter niet altijd eenvoudig.
Sessievoorzitter:
Dr. Jan Gerard Maring, Isala
In gesprek:
- Dr. Job Eijsink, CWZ
- Leo Jetten MD, Life Science & Health-ZonMw
- Dr. Karen Moor, Erasmus MC
- Maaike Star, Service Apotheek Beheer BV | SchildklierNL
- Dr. Rimke Vos, LUMC
- Pieter van der Wal, patiënt
E-coach
Job Eijsink (CWZ) start met een uiteenzetting over de groei van e-health. Hij bespreekt de inzet van e-health vanuit het perspectief van patiënten, zorgverleners en de bekostiging. Bijvoorbeeld, vanuit het perspectief van de samenleving is er een risico dat e-health diverse verschillen in de bevolking groter maakt. Eijsink laat de verschillende stappen zien die nodig zijn om een e-health product op de markt te brengen. De belemmeringen zitten vooral bij de vierde stap: opschalen en structurele bekostiging.
In zijn onderzoek is een e-coach toegepast bij patiënten met de ziekte van Kahler. Zij gebruiken veel medicatie waarmee regelmatig fouten worden gemaakt. Het inzetten van de e-coach helpt patiënten hun medicatie juist in te nemen. Het onderzoek haalt dilemma’s boven, bijvoorbeeld over bekostiging van dit soort toepassingen. Daarnaast ook over welke apps worden aangeboden, bijvoorbeeld als een patiënt meerdere ziektes heeft. Krijgt deze patiënt dan ook meerdere apps aangeboden?
Risicoprofiel
Rimke Vos (LUMC) werkt met het onderzoek Prospera aan het efficiënter inrichten van de zorg met dezelfde arbeidskrachten bij toenemende zorgvraag. Door het indelen van patiënten op risico met betrekking tot cardiovasculaire aandoening wordt het aantal zorgcontacten voorspeld.
Met het risicoprofiel dat voortkomt uit de tool U-prevent kan een zorgverlener komen tot prioritering. Om dit te kunnen doen met de data van patiënten, is in verband met privacygevoelige informatie een Trusted Third Party gebruikt tijdens het onderzoek. Tijdens het patiëntbezoek kan dan tussen zorgverlener en patiënt besproken worden wat het risico is op complicaties.
Door het indelen van patiënten op risico met betrekking tot cardiovasculaire aandoening wordt het aantal zorgcontacten voorspeld.
Hybride zorg
Karen Moor (Erasmus MC) is betrokken bij onderzoek naar de implementatie van hybride zorg voor patiënten met longfibrose. Een deel van de contacten vindt plaats zoals gebruikelijk in het ziekenhuis en een deel van de ziektemonitoring doet de patiënt zelf thuis. Via de digitale weg kijkt de behandelend arts mee. Pieter van der Wal is één van de patiënten die heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van deze thuismonitoring. Hij vertelt dat de patiënt aan wie thuismonitoring wordt voorgesteld, tijd nodig heeft om daar aan te wennen. Er is eerst vertrouwen nodig dat de thuisapparatuur even goede metingen verzorgt als de apparatuur die eerder door de professional in het zorgcentrum werd gebruikt.
Panelgesprek over de diverse kanten van e-health, apps en digitale zorg
Er worden verschillende factoren genoemd die een belemmerende factor zijn voor implementatie van nieuwe zorg, waaronder ook e-health:
- Voldoende medewerkers, voor zorg maar ook voor logistiek of administratie. Zo is er in de studies vaak een trial assistent beschikbaar die er in de reguliere zorg niet is. Of er is apart geld beschikbaar om iets te laten regelen.
- Aanwennen van een nieuwe routine, door zowel zorgverlener, praktijkvoering als patiënt.
- Bekostiging (Noot: recent is een handleiding gepubliceerd door Zorginstituut Nederland in verband hiermee: Handleiding - Beoordeling digitale en hybride zorg).
- Verschillende fabrikanten van apps (waardoor het er voor de patiënt weer anders uitziet), opschalingsproblemen
- Fabrikanten zijn te weinig flexibel in aanpassingen
- Gebrek aan digitale vaardigheden
De vraag is waar de winst zit van nieuwe toepassingen. Is dat bijvoorbeeld in het minder reizen naar het ziekenhuis, in de duur van een bezoek in de kamer van de specialist? Is er vrijgespeelde tijd of is er juist tijd om bepaalde problemen eerder op te merken? En voorkomt dit andere contacten of opnames? Dit is nog in onderzoek. De door e-consulten vrijgekomen tijd kan ook gebruikt worden voor de patiënten die niet zo digitaal vaardig zijn en traditioneel worden behandeld.
Maaike Star (Service Apotheek Beheer) vertelt over persoonlijke digitale adviesprogramma’s vanuit de apotheek. In het programma zit onder andere een vragenlijst over hoe de patiënt de medicatie ervaart. De apotheek krijgt een seintje als de patiënt de medicatie niet lijkt te gebruiken op voorgeschreven wijze. In dit soort apps vernemen patiënten graag wat ze wél moeten doen bij hun ziekte (dus niet alleen wat ze niet moeten doen). Belangrijke boodschap vanuit het panel: leg de app persoonlijk uit (de zorgverlener moet deze zelf ook begrijpen).
Een ervaren voordeel voor de patiënt is dat de zelfmonitoring en het contact op afstand problemen kan voorkomen als de patiënt op vakantie is. Zo kan er wereldwijd toch contact zijn met de eigen zorgverlener.
Zonder tot een kant-en-klaar antwoord te komen wordt gesproken of je mensen kunt dwingen handelingen op afstand te doen, in plaats van naar het ziekenhuis te komen. Maar sommige testen kunnen echt niet thuis. Ook zijn sommige dingen toch fijner om persoonlijk te bespreken en samen te beslissen. Dit hangt misschien ook af van de ziekte.
Op de vraag welk knelpunt wil je oplossen, laat het panel weten dat we de bestaande paden moeten doorbreken. Er komt een grote zorgvraag aan. We kunnen straks niet zonder e-health: er moet een basisinfrastructuur zijn om dat mogelijk te maken. En de patiënt zou zelf moeten kunnen kiezen welke software of app te gebruiken.