Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Sessie 7: Antibiotica: van Nationaal Actieplan tot actie in de praktijk

Congres Goed Gebruik Geneesmiddelen 2025 'Kennis geeft kracht'
Laatst aangepast:

Tijdens deze interactieve sessie over antimicrobiële resistentie (AMR) neemt sessievoorzitter Sjaak de Gouw de aanwezigen mee van beleid naar de (onderzoeks-)praktijk.

Sessievoorzitter:
Dr. Sjaak de Gouw, voorzitter commissie ZonMw

Sprekers:

Te beginnen met het Nationaal Actieplan AMR, geïntroduceerd door VWS; wat doet Nederland om het ontstaan, de verspreiding en de gevolgen van antimicrobiële resistentie te beperken? Hierna wordt de rol van de regionale AMR zorgnetwerken kort toegelicht. De sessie eindigt met twee inhoudelijke presentaties over 'MRSA uit de praktijk' en 'antibiotica-allergie', waarbij ook diverse experts uit het publiek aan de hand van  verschillende stellingen aan het woord komen. 

Afbeelding
Sessie 7 GGG-congres 2025
Sjaak de Gouw leidt de sessie in de zaal Galloway

If you want to go fast’, go alone. If you want to go far, go together
Hanneke Heeres trapt af met het infectieziekten- en AMR-beleid van het ministerie van VWS. Het AMR-beleid in Nederland begon meer dan tien jaar geleden, na het overmatig gebruik van antibiotica in de veehouderij. In samenwerking met het ministerie van Landbouw is dit beleid verbeterd. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ontwikkelde een wereldwijd actieplan, en in 2016 zet minister Schippers het onderwerp stevig op de politieke agenda. Nederland staat nu op nummer 1 in Europa op het gebied van verantwoord gebruik van antibiotica.

Afbeelding
Hanneke Heeres GGG-congres 2025
Het actieplan heeft veel ambities en samenwerking is hierbij van essentieel belang.
Hanneke Heeres
ministerie van VWS

Het actieplan, dat is opgesteld door drie ministeries (VWS, LVVN en I&W), heeft als doel de verspreiding en de gevolgen van AMR tegen te gaan. In 2027 zal een evaluatie van dit plan volgen. Het actieplan heeft veel ambities en samenwerking is hierbij van essentieel belang. VWS coördineert, stimuleert en faciliteert, maar voert zelf niet uit. Het concept van ‘One Health’ is hierbij een belangrijke bouwsteen: de gezondheid van mensen, dieren en het milieu moet in samenhang worden bekeken. Ook resistente schimmels krijgen steeds meer aandacht.

Internationale samenwerking speelt een grote rol in het beleid. Nederland deelt kennis met andere landen en heeft een prominente rol in Europese samenwerkingsverbanden. Antimicrobiële resistentie houdt zich immers niet aan landsgrenzen. De uitdaging ligt in het behouden en versterken van de pijlers van het AMR-beleid, ondanks bezuinigingen.

De spin in het web 

Op regionaal niveau zijn er 9 zorgnetwerken AMR met een organisatiestructuur. De overkoepelende taken binnen deze regio's zijn in lijn met het bredere actieplan voor AMR en infectieziektenbeleid. Elke regio heeft een eigen stuurgroep. De inhoud is georganiseerd in een regionaal coördinatieteam gevuld met verschillende experts. De landelijke netwerk coördinator, Coriën Vugts, ondersteunt de regionale netwerken procesmatig. Ook zorgt zij voor verbinding tussen de verschillende netwerkcoördinatoren. Zo kunnen kennis en ideeën snel tussen regio’s worden uitgewisseld.

Er worden regelmatig bijeenkomsten georganiseerd om kennis te delen, bijvoorbeeld over antibioticagebruik in verpleeghuizen. Vaak is een inhoudsdeskundige aanwezig om dieper in te gaan op specifieke onderwerpen. Daarbij is een grote behoefte aan bewustwording, aangezien veel zorgprofessionals niet volledig op de hoogte zijn van het belang van verantwoord antibioticagebruik. Er zijn digitale hulpmiddelen, zoals een app, om zorgprofessionals te ondersteunen in het bevorderen van verantwoord antibioticagebruik.
Er zijn veel van dit soort initiatieven die gericht zijn op het verbeteren van kennis en het bevorderen van goede praktijken in de zorg. Meer weten? Kijk dan vooral even op Regionale Zorgnetwerken Antimicrobiële Resistentie.

Search and destroy

Ellen Mascini is expert op het gebied van MRSA. MRSA is de methicilline-resistente versie van de Staphylococcus aureus. Dit is een huidbacterie die veel voorkomt bij mensen, vaak zonder dat zij daar last van hebben. Naast de huid komt deze bacterie ook in de neus, keel, darmen en urine voor. 

Patiënten besmet met MRSA zijn minder goed te behandelen, de behandeling duurt langer en de zorgkosten nemen toe. Het search and destroy beleid bestaat uit de volgende stappen:

  • Screenen van MRSA-verdachte patiënten
  • Strikte isolatie, die niet altijd even patiëntvriendelijk is
  • Contactonderzoek
  • Behandeling

De hele zorgketen is betrokken bij het Samenwerkingsverband Richtlijnen en Infectiebestrijding (SRI), behalve de huisartsen. Jarenlang is de prevalentie van MRSA in Nederland onder de 1% geweest, maar sinds kort is deze gestegen naar circa 3%. 

Een van de stellingen gaat over de nodige behandeling van MRSA-dragers. Een van de deelnemers stelt: ‘MRSA-dragers hoeven niet altijd behandeld te worden, namelijk wanneer er weinig risico is op verdere verspreiding, aangezien het dragerschap na een bepaalde periode kan verdwijnen. Ook terminale patiënten hoeven niet behandeld te worden.’
’De behandeling is geen fluitje van een cent’, vervolgt Ellen Mascini haar presentatie. Er is verschil tussen de behandeling van patiënten met ongecompliceerd en gecompliceerd dragerschap. Behandeling heeft nadelen en moet zorgvuldig worden afgewogen volgens de richtlijn. 

Afbeelding
De behandeling van MRSA is geen fluitje van een cent. Er is verschil tussen de behandeling van patiënten met ongecompliceerd en gecompliceerd dragerschap.
Ellen Mascini
Rijnstate

Er zijn ook andere infecties waarvoor geen ‘search and destroy’-richtlijnen bestaan. De ervaringen met MRSA kunnen ook gebruikt worden voor andere infecties, zoals schimmels. Langere termijn overwegingen zijn hierbij belangrijk. Een opmerking vanuit het publiek volgt: ‘Meer testen leidt mogelijk tot meer behandelingen, wat kan bijdragen aan meer resistentie.’ Er is geen goed bewezen therapie voor het dekoloniseren van bijvoorbeeld VRE, ESBL of MRAB, wat de vraag oproept waarom we zouden zoeken naar een oplossing voor iets wat (in veel gevallen) geen problemen veroorzaakt. 

Het publiek vraagt of er al iets met fagen op dit vlak kan worden betekend. Fagen kunnen een alternatieve behandelingsoptie bieden, maar zijn nog niet ver genoeg ontwikkeld. Fagentherapie is zeer specifiek en niet zoals antibiotica, maar er is nog weinig vooruitgang geboekt.

De patiënt betaalt zelf de kosten voor de behandeling van MRSA-dragerschap, tenzij de patiënt onder de 18 is. Er is echter ook een bredere economische implicatie, aangezien zorgverzekeraars een rol kunnen spelen in het financieel ondersteunen van behandeling, vooral wanneer mensen niet meer kunnen werken. De zorgverzekeraar heeft dus ook een belang bij het voorkomen van langdurige ziektekosten en de gevolgen voor de economie.

Allergieregistraties, 9 van de 10 zijn onterecht

Merel Lambregts stelt dat veel antibiotica allergieregistraties onterecht zijn (9 van de 10 gevallen). Daarnaast is niet elke geregistreerde allergie daadwerkelijk een allergie; sommige reacties worden onterecht als zodanig geregistreerd. Onjuiste registratie heeft nadelige effecten voor zowel de patiënt als voor de maatschappij. Een allergie is bovendien niet altijd permanent en kan dus voorbijgaan. Er wordt benadrukt dat er maar drie belangrijke aspecten zijn om te toetsen of iemand een bepaald antibioticum mag krijgen. De huidige allergieregistraties kunnen dus niet altijd als betrouwbare basis dienen, vaak kan een antibioticum gewoon gegeven worden.

Er wordt opgemerkt dat het makkelijker is om een antibiotica-allergie te registreren dan om ze weer uit het systeem te halen. Alleen degene die de registratie heeft aangemaakt kan deze weer uit het systeem halen. Een multidisciplinaire samenwerking is essentieel om dit probleem effectief aan te pakken. Communicatie over antibiotica-allergieën moet duidelijker zijn dan alleen het benoemen van ‘penicillineallergie’.

Afbeelding
Merel Lambregts GGG-congres 2025
Onjuiste registratie heeft nadelige effecten voor zowel de patiënt als voor de maatschappij.
Merel Lambregts
LUMC

Er is in samenwerking met het zorgnetwerk een toolkit gemaakt, met 4 versies voor verschillende eindgebruikers. Elke versie is ontwikkeld in overleg met de eindgebruikers. De grootste uitdaging is echter de ICT-infrastructuur waarbij in het Landelijk Schakelpunt (LSP) alleen de apotheker die de allergie heeft geregistreerd deze kan verwijderen. Ook ondersteunen de EPD's (Elektronisch Patiënten Dossier) geen goede allergieregistraties, waardoor soms te grote groepen antibiotica onterecht worden uitgesloten. Het LSP speelt een sleutelrol om alle informatie te koppelen en traceerbaar te maken, zodat het makkelijk toegankelijk is voor de juiste zorgverlener. Er wordt benadrukt dat het belangrijk is dat alle zorgverleners verantwoordelijk zijn voor het up-to-date houden van patiëntendossiers. 

Er wordt opgemerkt dat, hoewel er veel positieve reacties zijn, er nog steeds te weinig wordt gedaan om allergieregistraties aan te passen, bijvoorbeeld bij ontslag van een patiënt. De toolkit moet niet alleen de zorgverleners ondersteunen, maar ook de patiënt betrekken bij het proces.

Colofon
Auteur:
Team Geneesmiddelen ZonMw
Fotografie:
Robert Tjalondo, Rockin' Pictures
Redacteur:
ZonMw