Intimiteit en seksualiteit, bespreek jij dit?
Veel mensen met ernstig hart- of longfalen krijgen te maken met veranderingen in hun intieme relatie en seksualiteit. Dit verdient meer aandacht binnen de zorg. Wij onderzoeken hoe verpleegkundigen dit onderwerp laagdrempelig kunnen bespreken, zodat ook in de laatste levensfase patiënten een zo goed mogelijke kwaliteit van leven behouden.
Ziekte leidt tot veel veranderingen
Mensen met gevorderde hart- of longziekten ervaren vaak veranderingen door hun ziekte, de behandeling, en daarmee samenhangende klachten als pijn, vermoeidheid of angst. Ook intieme relaties en het liefdesleven veranderen. Mensen kunnen soms niet meer op de zelfde manier als voorheen intiem zijn, ervaren veranderingen in hun zelfbeeld of in wat ze prettig vinden, en kunnen vragen hebben over welke inspanning veilig is. Ook verandert er veel in de relatie wanneer partners ‘patiënt en mantelzorger’ worden. Toch blijft intimiteit en seksualiteit in het ziekenhuis meestal onbesproken. Veel zorgverleners voelen zich ongemakkelijk om het onderwerp ter sprake te brengen, of ervaren geen tijd om gesprekken aan te gaan. Je kunt je voorstellen dat dit net zo geldt voor patiënten, ook zij zijn vaak niet geneigd om dit onderwerp aan te snijden uit ongemak. Daardoor blijven velen met vragen en problemen zitten.
Is intimiteit nog wel belangrijk?
Je vraagt je misschien af of intimiteit en seks nog wel belangrijk zijn als iemand ernstig ziek is. Uit onderzoek blijkt dat juist in deze levensfase intimiteit en seksualiteit veel kunnen betekenen voor het welzijn van patiënten. Wanneer verpleegkundigen kunnen benoemen dat veranderingen voorkomen en dat mensen hier ook vragen over kunnen stellen, kan dit leiden tot minder stress en een prettigere relatie. Gelukkig is er in de zorg van vandaag steeds meer aandacht voor de kwaliteit van leven van patiënten in de laatste levensfase, en komt er steeds meer erkenning voor de rol van intimiteit en seksualiteit hierin.
Vaardigheid van verpleegkundigen
Verpleegkundigen zijn door hun nauwe contact met patiënten heel geschikt om het onderwerp intimiteit en seksualiteit te bespreken. In april 2025 zijn we gestart met een project om gesprekken over veranderingen in intimiteit en seksualiteit te bevorderen. We onderzoeken wat verpleegkundigen nodig hebben om deze gesprekken te kunnen voeren, en ontwikkelen materialen en strategieën die verpleegkundigen ondersteunen en begeleiden om deze gesprekken aan te gaan bij patiënten met ernstig hart- of longfalen. Zo hopen we de kwaliteit van leven van patiënten te verbeteren én verpleegkundigen vaardiger te maken in het voeren van deze belangrijke gesprekken.
Kennis uitbreiden
Het project ‘Gesprekken over intimiteit en seksualiteit met patiënten met hartfalen of COPD’ is een vervolg op een eerder onderzoek dat naar gesprekken over veranderingen met patiënten met ongeneeslijke kanker. Tijdens dat project ontstond de vraag om ook de patiëntgroepen met hart- en longfalen te betrekken. Zij ervaren net zo goed veranderingen in intimiteit en seksualiteit, maar het ziektebeloop is erg verschillend. Vaak ervaren patiënten met hart- of longfalen een minder snelle achteruitgang, en ze zijn zich er niet altijd bewust van dat ze in de palliatieve fase zijn beland. Ook wordt er andere medicatie gebruikt die invloed kan hebben, en heeft deze patiëntgroep andere symptomen die als belemmerend kunnen worden ervaren in intimiteit of seksualiteit, zoals benauwdheid. De opgedane kennis uit het vorige project nemen we uiteraard mee, en passen we aan op deze nieuwe doelgroep.
Het co-creëren van een oplossing
We doen dit niet alleen: in dit project maken we gebruik van participatief actieonderzoek. Dit betekent dat we de strategieën voor verpleegkundigen ontwikkelen samen met zorgverleners, patiëntvertegenwoordigers en andere experts. Co-creatie, zoals dat zo mooi heet. Op deze manier zorgen we ervoor dat het programma goed aansluit bij de dagelijkse praktijk en inspeelt op de behoeftes die leven bij zorgverleners én patiënten.
Het onderzoek
In opeenvolgende fases van het onderzoek brengen we in kaart welke knelpunten worden ervaren in het voeren van gesprekken. Vervolgens ontwikkelen we passende oplossingen, samen met de co-creatiegroep. Hierbij kan gedacht worden aan infographics, gesprekskaarten, trainingsmaterialen of andere materialen en strategieën die verpleegkundigen kunnen helpen om gesprekken over intimiteit en seksualiteit aan te gaan. Deze materialen en strategieën testen we in 4 ziekenhuizen: Amsterdam UMC, Dijklander Ziekenhuis, LUMC, en Erasmus MC. We evalueren of de strategieën leiden tot betere competenties van verpleegkundigen in het bespreken van veranderingen, en tot beter ervaren kwaliteit van leven en seksueel welzijn van patiënten. Hiervoor nemen we op 3 momenten vragenlijsten af bij verpleegkundigen en patiënten. Ook interviewen we verpleegkundigen over hun ervaringen.
Kennis delen
Nieuwe inzichten uit ons onderzoek koppelen we terug aan alle ziekenhuizen die hebben deelgenomen en verspreiden we breed via nieuwsberichten, presentaties, en wetenschappelijke publicaties. We maken gebruik van verschillende kanalen zoals traditionele- en sociale media, conferenties en websites. Dankzij het uitgebreide netwerk van onze co-creatiegroep, met connecties in ziekenhuizen, patiëntverenigingen en andere zorgorganisaties, zorgen we ervoor dat nieuwe kennis een breed publiek bereikt, waaronder patiënten met gevorderd hart- en longfalen en zorgprofessionals. Daarnaast stellen we de ontwikkelde materialen en strategieën beschikbaar voor iedereen.
Met deze aanpak willen we realiseren dat gesprekken over veranderingen in intimiteit en seksualiteit vanzelfsprekender worden in de zorg voor mensen met gevorderd hart- en longfalen, zodat ook in de laatste levensfase de kwaliteit van leven zo goed mogelijk blijft.
ZonMw en proactieve zorgplanning
Dit project financieren we vanuit ons programma Palliantie. Het tijdig herkennen en bespreekbaar maken van het levenseinde helpt patiënten en naasten om over hun doelen, wensen en behoeften rondom de palliatieve fase na te denken. Het is belangrijk dat zorgverleners tijdig en regelmatig hierover in gesprek gaan en dit inventariseren en vastleggen. Vanuit ons programma financieren we onderzoek naar handvatten voor proactieve zorgplanning en de toepassing daarvan in de zorgpraktijk.