Speekseltest gaf zicht op verspreiding van COVID-19 binnen gezinnen
Hoe snel verspreidt COVID-19 zich binnen een huishouden? Internist-infectioloog dr. Steven van Lelyveld (Spaarne Gasthuis) onderzocht met collega’s of speekseltests konden helpen om besmettingen binnen gezinnen beter te volgen.
Hoe begon dit onderzoek?
Het onderzoek ontstond vroeg in de pandemie, toen er nog veel onzeker was over de verspreiding van SARS-CoV-2. We wilden beter begrijpen hoe het virus zich binnen huishoudens verspreidde, want besmettingen thuis speelden waarschijnlijk een grote rol in de pandemie. Het project werd uitgevoerd door het Spaarne Gasthuis in nauwe samenwerking met het Streeklab Haarlem, RIVM en UMC Utrecht. Kinderarts dr. Marlies van Houten was de hoofdaanvrager en projectcoördinator. Zij had veel ervaring met onderzoek naar infectieziekten en speekselonderzoek bij kinderen. Het onderzoek en de analyse van de resultaten werden uitgevoerd door arts-onderzoekers Jeffrey Koole en Lisa Kolodziej.
Waarom kozen jullie voor speeksel?
De standaardtest was toen een neus- of keeluitstrijk. Die werkt goed, maar is voor veel mensen onprettig en bij kinderen soms lastig af te nemen. Speeksel is veel eenvoudiger: mensen kunnen het zelf verzamelen, en bij kinderen kun je bijvoorbeeld met een sponsje speeksel afnemen. Er was al bekend dat speeksel geschikt kon zijn om virussen aan te tonen. Wij wilden vooral onderzoeken hoe bruikbaar speeksel was om binnen huishoudens te volgen wie besmet raakte en wanneer.
Hoe zag de studie eruit?
We includeerden huishoudens waarin één persoon positief was getest op COVID-19. Vanaf dat moment vroegen we alle huisgenoten om op verschillende momenten speeksel af te nemen. Dat deden we gedurende zes weken. Aan het eind namen we ook bloed af. Het bijzondere was dat we iedereen volgden, dus niet alleen mensen met klachten. Daardoor konden we ook besmettingen opsporen bij huisgenoten die zelf weinig of geen symptomen hadden.
Doordat we iedereen volgden, konden we ook besmettingen opsporen bij huisgenoten met weinig of geen symptomen.
Waarom was dat belangrijk?
In eerdere studies werd vaak vooral getest bij mensen met klachten. Maar bij COVID-19 wisten we al snel dat mensen ook zonder klachten besmet konden zijn. Als je alleen symptomatische mensen meetelt, onderschat je waarschijnlijk hoeveel verspreiding er binnen huishoudens plaatsvindt. Met deze aanpak konden we een completer beeld krijgen. Ook kinderen deden mee, en juist daar was in het begin van de pandemie veel discussie over. Aanvankelijk werd gedacht dat jonge kinderen het virus minder vaak zouden verspreiden, maar daar waren nog weinig gegevens over.
Wat kwam er uit het onderzoek?
We zagen dat verspreiding binnen huishoudens heel vaak voorkwam. In 88 procent van de huishoudens raakte minstens 1 andere huisgenoot besmet. Als je naar alle individuele huisgenoten keek, werd 64 procent besmet. Dat was hoger dan in veel eerdere studies. Waarschijnlijk komt dat doordat wij met speeksel herhaald testten en ook mensen zonder klachten meenamen. Dan pik je meer besmettingen op. Daarnaast zagen we dat kinderen wel degelijk een rol speelden in de verspreiding binnen gezinnen. We zagen wat dat betreft geen duidelijke verschillen met volwassenen.
Waren jullie verrast door de hoge aantallen besmettingen binnen een huishouden?
Aan de ene kant wel. Het was indrukwekkend om te zien hoe makkelijk het virus zich verspreidde ondanks de maatregelen die toen golden. Aan de andere kant was het coronavirus nieuw; mensen hadden nog geen opgebouwde afweer.
Heeft het onderzoek direct invloed gehad op beleid?
De directe opbrengst zat vooral in de kennis over verspreiding binnen huishoudens en in de methode: laten zien dat speeksel bruikbaar is om virusverspreiding in gezinnen te volgen.
Kan die methode ook bij een volgende pandemie relevant zijn?
Bij een nieuwe uitbraak van een luchtwegvirus wil je snel weten hoe het zich verspreidt. Gebeurt dat vooral via mensen met klachten, of ook via mensen zonder klachten? Welke rol spelen kinderen? Hoe snel raakt de rest van een huishouden besmet? Onderzoek binnen huishoudens met behulp van speeksel kan dan heel nuttig zijn, omdat je mensen herhaald en relatief makkelijk kunt testen. Zeker bij kinderen is dat een groot voordeel.
Zijn jullie daar nog mee verdergegaan?
Ja. We hebben later een vergelijkbare studie gedaan tijdens de periode van de omikronvariant. Die situatie was anders: veel mensen waren inmiddels gevaccineerd of hadden al eens COVID gehad. Daardoor konden we vergelijken hoe verspreiding verloopt in een bevolking die al afweer heeft opgebouwd. Daarnaast doen we nu in het ziekenhuis onderzoek naar speeksel bij andere luchtwegvirussen. We vergelijken dan speeksel onder meer met de gebruikelijke keel- of neusuitstrijk, om te zien wanneer speeksel een goed alternatief kan zijn.
Wat zou jouw advies zijn voor onderzoek tijdens een volgende pandemie?
Ik denk dat bij een grote uitbraak van een nieuw luchtwegvirus het van belang is om huishoudens te gaan onderzoeken. Zorg dat alle leeftijdsgroepen meedoen, ook kinderen. Dan kun je veel eerder begrijpen hoe het virus zich verspreidt en welke groepen daarin belangrijk zijn. Daarbij moet je wel steeds goed kijken welk type test het meest geschikt is. Speeksel kan heel bruikbaar zijn, zoals wij hebben aangetoond, maar dat hangt natuurlijk af van het specifieke virus en van waar in de luchtwegen zich dat vooral bevindt.