Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Wat COVID-19 ons leerde over obesitas en ernstige infecties

Interview
Laatst aangepast:

Tijdens de eerste coronagolven viel op dat veel IC-patiënten overgewicht of obesitas hadden. Dr. Jill Moser (UMCG) onderzocht waarom deze groep vaker ernstig ziek werd. Het onderzoek leverde nieuwe inzichten op over de rol van vetweefsel bij ernstige infecties en bracht nieuwe onderzoeksvragen aan het licht, die ook buiten COVID-19 relevant zijn.

Hoe ontstond dit onderzoek?

In het begin van de pandemie zagen we opvallend veel mensen met overgewicht of obesitas op de IC, veelal mannen. We weten al langer dat vetweefsel niet alleen een opslagplaats voor energie is, maar ook allerlei stoffen uitscheidt die een rol spelen bij ontstekingen. Daarom wilden we onderzoeken of dat kon bijdragen aan de ernst van COVID-19. Daarnaast waren we benieuwd of er verschillen waren tussen mannen en vrouwen.

Hoe hebben jullie dat onderzocht?

Het project bestond uit 2 onderdelen. Het eerste was klinisch onderzoek bij patiënten. Samen met het Amphia Ziekenhuis verzamelden we bloedmonsters van mensen met matige en ernstige COVID-19. Ook namen we een controlegroep mee van ernstig zieke IC-patiënten zonder COVID-19. In die bloedmonsters hebben we verschillende markers voor orgaanschade en ontstekingsstoffen gemeten, waaronder stoffen die door vetweefsel worden geproduceerd en uitgescheiden. Vervolgens keken we of die samenhingen met de ernst van de ziekte, de behoefte aan beademing of andere orgaanondersteuning, en met sterfte.

Wat kwam daaruit?

We zagen dat bepaalde ontstekingsstoffen geassocieerd waren met ernstigere ziekte. Mensen met hogere waarden lagen vaker in het ziekenhuis, hadden vaker beademing nodig en waren ernstiger ziek. Wat we níet zagen, was een duidelijke relatie met sterfte. Dat verraste ons. Het laat zien dat de relatie tussen overgewicht en ernstige ziekte complexer is dan kan worden verklaard door een beperkt aantal gemeten ontstekingsstoffen.

Afbeelding
Tot onze verrassing zagen we bij patiënten die om andere redenen op de IC lagen, grotendeels hetzelfde profiel van ontstekingsstoffen.
Dr. Jill Moser
Assistant Professor, UMCG

Jullie vergeleken COVID-patiënten ook met andere IC-patiënten. Waarom?

We wilden weten of de patronen die we zagen specifiek waren voor COVID-19. Tot onze verrassing zagen we bij patiënten die om andere redenen op de IC lagen, grotendeels hetzelfde profiel van ontstekingsstoffen. Dat suggereert dat deze veranderingen niet specifiek zijn voor COVID-19, maar mogelijk horen bij ernstige ziekte in het algemeen. 

Hebben jullie ook weefselonderzoek gedaan? 

Ja,  we keken ook naar long- en nierweefsel van overleden patiënten. Om moleculaire analyses te kunnen uitvoeren, moet je dat weefsel binnen een half uur na overlijden verkrijgen. Voor de pandemie waren er maar drie ziekenhuizen ter wereld die dat deden, dus dit was best bijzonder. 
Het bleek dat de orgaanschade bij COVID-patiënten vaak ernstiger was dan bij patiënten met bacteriële sepsis. Die bevinding moet echter voorzichtig worden geïnterpreteerd, omdat COVID-patiënten vaak langer op de IC verbleven. Die ligduur kan ook van invloed zijn geweest op de mate van orgaanschade.

Hoe zat het met de verschillen tussen mannen en vrouwen?

We zagen dat sommige markers voor orgaanschade en ontstekingseiwitten samenhingen met ernstige ziekte en sterfte bij mannen, maar niet bij vrouwen. Er was overlap, maar dus ook een aantal duidelijke verschillen. Dat vind ik een belangrijk inzicht, omdat mannen en vrouwen op de intensive care momenteel grotendeels hetzelfde behandeld worden. Meer kennis over deze verschillen kan mogelijk bijdragen aan verdere personalisatie van behandelingen in de toekomst.

Wat betekenen deze resultaten voor de praktijk?

Tijdens de pandemie hebben onze resultaten niet direct geleid tot een verandering van de behandeling. Veel kennis kwam pas beschikbaar toen vaccinaties al breed werden ingezet en behandelprotocollen al sterk waren verbeterd. Maar het onderzoek heeft wel geholpen om beter te begrijpen waarom sommige groepen meer risico lopen op ernstige ziekte. Die kennis is belangrijk voor toekomstige infectieziekten en pandemieën.

Jullie deden ook laboratoriumonderzoek. Waar richtte dat zich op?

We keken onder andere naar resveratrol, een stof die mogelijk antiviraal werkt tegen SARS-CoV-2. In het laboratorium remde resveratrol de vermenigvuldiging van het virus in humane longcellen. Dat betekent echter niet automatisch dat het ook een bruikbaar geneesmiddel is. Hoewel resveratrol in het laboratorium antivirale effecten liet zien, is het onzeker of in mensen voldoende hoge concentraties kunnen worden bereikt om hetzelfde effect te verkrijgen. Bovendien vertalen resultaten uit celkweek zich niet altijd naar een effectieve behandeling bij patiënten.

Waar werken jullie nu verder aan?

We willen de IC-behandeling verder personaliseren. Daarvoor willen we niet alleen naar BMI kijken, want dat zegt op zich weinig. De aandoeningen die er vaak mee samengaan, zoals cardiometabole ziekten en ontregelde bloedsuikers, zijn relevanter – en die kunnen ook bij een normaal gewicht voorkomen. Daarom kijken we nu samen met het Frisius MC in een grote IC-studie niet alleen naar BMI maar ook naar deze aandoeningen, leeftijd, geslacht en medicatiegebruik om te begrijpen wie er werkelijk risico loopt op slechte uitkomsten. 
Verder bleken tijdens de pandemie opvallend veel patiënten ná een ernstige COVID-19-infectie diabetes te ontwikkelen. We gaan onderzoeken of dat COVID-specifiek is, of dat het bij iedereen speelt die ernstig ziek op de IC belandt. Tot slot onderzoeken we mechanistisch hoe gezond en ongezond vetweefsel de longfunctie beïnvloedt, vóór en na infectie, en of die verbanden ook gelden bij andere luchtweginfecties zoals influenza.

Colofon
Auteur:
Diana de Veld
Fotografie:
Jill Moser
Redacteur:
ZonMw