Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Dementie voorkomen: hoe pak je dat aan? BIRD-NL werkt aan belangrijke inzichten

Projectleider Frank Wolters vertelt over de ontwikkeling van risicoreductiemodellen
Laatst aangepast:

Dementie ontstaat vaak door een combinatie van factoren. Dementie voorkómen vraagt dan logischerwijs ook om een combinatie van factoren. Op welke factoren kunnen we ons het best richten en op welke manier? Het consortium BIRD-NL ontwikkelt geavanceerde modellen om te bepalen hoe we dementie effectief te lijf kunnen gaan, bij wie en op welke manier.

Gezond oud worden

‘Dementiepreventie staat zelden helemaal op zichzelf’, begint Frank Wolters, arts-epidemioloog bij het Erasmus MC en projectleider van het consortium. ‘Veel risicofactoren voor dementie zijn ook risicofactoren voor bijvoorbeeld hart- en vaatziekten en beroerten. Het is belangrijk dat mensen zich dat beter realiseren, en dat we dementiepreventie een stevige plek geven in de bredere context van gezond ouder worden. Dat is het uitgangspunt voor ons werk binnen BIRD-NL.’ 

Alle ingrediënten bij elkaar

Met het oog op die bredere context, wil het consortium scenario’s ontwikkelen voor de best mogelijke aanpak. Wolters legt uit hoe. ‘We kijken enerzijds hoe vaak risicofactoren voorkomen, wat voor effect die hebben op dementie en wie het hoogste risico loopt. Anderzijds plaatsen we al die factoren in de context van andere gezondheidsaspecten. We weten bijvoorbeeld dat de kans op dementie toeneemt op hogere leeftijd. Dus in het scenario waarin mensen ouder worden doordat ze gezonder leven, groeit daarmee mogelijk ook weer de kans op dementie’, legt hij uit. ‘Wij doen alle ingrediënten bij elkaar, dus de risicofactoren, de verwachte risicoreductie, de bevolkingsopbouw en levensverwachting. Zo kom je tot een voorspelling: wat mag je verwachten van bepaalde interventies in Nederland de komende 30 jaar?’

Belangrijke risicofactoren voor dementie

We kunnen inmiddels een heel aantal risicofactoren voor dementie aanwijzen, die zo’n 40 tot 45% van alle voorkomende dementie kunnen verklaren. Dit zijn de bekendste 10:

  1. Hoge bloeddruk
  2. Overgewicht
  3. Overmatig alcoholgebruik
  4. Suikerziekte
  5. Roken
  6. Verhoogd cholesterol
  7. Ongezonde voeding
  8. Weinig lichaamsbeweging
  9. Weinig nieuwe dingen leren
  10. Weinig sociale contacten

Bron: Alzheimer Nederland

Prioriteiten zichtbaar maken

Het onderzoek binnen BIRD-NL gaat instanties en overheden helpen om beleidskeuzes te maken. Het helpt vooral bepalen waar we als samenleving onze energie in moeten steken, legt Wolters uit: ‘We weten bijvoorbeeld dat hoge bloeddruk een risicofactor is voor dementie. Dan kun je verschillende paden bewandelen. Je kunt iedereen in Nederland met een hoge bloeddruk opsporen en interventies doen om hun bloeddruk te doen dalen. Maar je kunt ook zorgen dat de bloeddruk van de hele bevolking iets omlaag gaat, bijvoorbeeld door de hoeveelheid zout in voedingsmiddelen te reguleren. Wat onze modellen kunnen doen – en daar zijn we nu ook mee bezig – is het verwachte effect van de verschillende strategieën in beeld brengen. Op die manier kunnen we met elkaar zo goed mogelijk prioriteiten stellen.’

Data van ‘populatiecohorten’ als basis

Het succes of falen van de modellen, hangt natuurlijk af van de volledigheid en kwaliteit van de gebruikte data. ‘De gegevens die we binnen BIRD-NL inzetten, zijn het resultaat van onderzoek van de afgelopen decennia’, vertelt Wolters. ‘Zo gebruiken we data van verschillende ‘populatiecohorten’: grote groepen onderzoeksdeelnemers die een afspiegeling zijn van de gemiddelde burger in Nederland. Doordat die mensen tot wel 35 jaar lang meedoen aan hetzelfde onderzoek, zijn er veel data verzameld over hun gezondheid. Een van de uitdagingen waar we binnen BIRD-NL voor stonden, was het gelijktrekken van alle verschillende onderzoeksgegevens, uit verschillende delen van Nederland. Niet alles was immers op dezelfde manier geregistreerd. We moesten we op zoek naar manieren om bepaalde kennislacunes te dichten.’

Gezondheidsdata van een kwart miljoen mensen

Binnen het consortium BIRD-NL komen de data én expertise van 11 partijen samen, waaronder UMCs, universiteiten, expertisecentra en het RIVM. Gezamenlijk zijn de partners betrokken bij langlopende cohortstudies waarin leefstijl-, klinische, biologische en omgevingsdata van 250.000 Nederlanders beschikbaar zijn. Wolters: ‘We wisten in die langlopende onderzoeken nog relatief weinig over dementierisico onder burgers met een migratieachtergrond. Daarom meten BIRD-onderzoekers dat nu bij mensen van verschillende afkomst in het HELIUS-onderzoek in Amsterdam.’ 

CBS en Vektis als belangrijke partners

Het CBS en Vektis lijken gedroomde bondgenoten om ontbrekende data te helpen aanvullen. Wolters vertelt: ‘Het CBS houdt veel gezondheidsgegevens bij voor publieke doeleinden en Vektis heeft alle ‘bonnetjes’ van het zorggebruik in Nederland. Dat is potentieel erg behulpzaam om een nog beter beeld te krijgen. Door cohortgegevens te koppelen aan die van het CBS en Vektis, kunnen we bijvoorbeeld verbanden leggen met zaken als leefomgeving, werk- en inkomen en zorgvraag. Daar hebben we vanuit het medisch onderzoek namelijk niet altijd gedetailleerde gegevens over. Anderzijds kunnen we dankzij deze aanvullende gegevens de data van de cohorten beter op elkaar laten aansluiten, en de verschillen in hoe de gegevens zijn verzameld beter overbruggen. Dat helpt ons de handen beter ineen te slaan tussen de verschillende cohorten, binnen en buiten BIRD-NL.’ 

Investering voor de toekomst

De afgelopen 2 jaar is een start gemaakt met het koppelen van al die verschillende data, vertelt Wolters. ‘Dit is het eerste moment in de geschiedenis waarop dat technisch mogelijk is. Natuurlijk stelt dat ons voor veel uitdagingen. Als het gaat om de techniek, de privacy, de financiering en niet in de laatste plaats om de inhoud. We weten bijvoorbeeld niet altijd in welke scenario’s die gecombineerde data goed bruikbaar zijn en wanneer je daar toch voorzichtig mee moeten zijn. Dus er gaat heel veel denkwerk en overleg in zitten in deze fase. We zien het als een grote investering voor de toekomst. Voor ons eigen onderzoek binnen BIRD-NL, maar ook daarbuiten.’ Hij verduidelijkt: ‘Andere onderzoekers willen ook gegevens van het CBS en Vektis benutten voor onderzoek. Hopelijk hebben zij profijt van het verkenningswerk dat wij nu doen.’

Verassend verschil

Met behulp van CBS en Vektis gegevens hebben de onderzoekers bijvoorbeeld gekeken naar de dementiediagnoses onder verschillende bevolkingsgroepen. Tot hun verrassing vonden ze een wat lager risico onder mensen met een migratieachtergrond. Verrassend, omdat uit eerder onderzoek bleek dat zij vaak een ongunstiger risicoprofiel hebben. Frank: ‘Mogelijk hangt dit samen met culturele verschillen in de omgang met cognitieve klachten en dementie, bijvoorbeeld minder vaak formele hulp inschakelen. Maar we moeten ook goed kijken in hoeverre de manier van dataverzameling hier een rol in kan spelen.’ Nu de koppeling geslaagd is kunnen de onderzoekers dit, met behulp van de cohortgegevens, verder uitpluizen. 

Bewustwording bij burgers

Naast de ‘harde feiten’ over risicofactoren en -preventie, verzamelt het consortium ook data over de perceptie ervan. Met andere woorden: hoe kijkt de Nederlandse bevolking ertegenaan? ‘Dat doen we om te zien welk type voorlichting een verschil kan maken in de mix van risicoreductie’, vertelt Wolters. ‘Veel mensen denken dat dementie vooral een erfelijke ziekte is, en slechts een minderheid kan een aanzienlijk deel van de risicofactoren goed benoemen of herkennen. Op het gebied van bewustwording is dus nog veel te winnen, want je kunt zelf echt veel doen voor je hersengezondheid. Maar dan zijn we er nog niet. We weten inmiddels ook dat kennis van de risicofactoren niet altijd leidt tot gezondere leefstijl. Dus er ligt ook een taak voor beleidsmakers om gezond leven zo gemakkelijk mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door voldoende winkels met gezonde voeding in iedere woonwijk.’    

Welke risicofactoren zijn er nog meer?

Een ander onderdeel van het onderzoek binnen BIRD-NL, is het opsporen van andere (nieuwe) risicofactoren. Wolters: ‘Als we kijken naar hart- en vaatziekten, kunnen we zo’n 90% van alle ziekte verklaren door bekende risicofactoren. Voor dementie is dat percentage nu 45%. Twintig jaar geleden was dat nog geen 20%, dus we hebben al ongelooflijk veel bijgeleerd uit wetenschappelijk onderzoek. Maar het percentage moet natuurlijk nog verder omhoog. Om dat te bewerkstelligen speuren we verder naar mogelijke oorzaken, zoals slaapproblemen of blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. We weten uit eerder onderzoek dat bestrijdingsmiddelen het risico op de ziekte van Parkinson verhogen. Mocht ons onderzoek dat ook laten zien voor dementie, zou dat een belangrijk aanknopingspunt zijn voor risicoreductie. En zo verzamelen we langzaam steeds meer stukken gereedschap in onze kist om het dementierisico in Nederland – en wereldwijd – te verminderen.’ 

Inzet ZonMw tegen dementie

ZonMw stimuleert onderzoek en innovatie om antwoorden te vinden op complexe vraagstukken over dementie. We zetten ons breed in, in de strijd tegen dementie. We financieren wetenschappelijk onderzoek tot projecten die direct impact hebben op het dagelijks leven van mensen met dementie. Daarbij staan samenwerking en verbinding centraal. Dementie is namelijk een complexe aandoening, en onze overtuiging is dat we alleen gezamenlijk kunnen werken aan oplossingen voor dementie. 

Colofon
Auteur:
Martine de Wit
Fotografie:
N.v.t.
Redacteur:
ZonMw