Om de behandeling van patiënten te verbeteren, financieren we 7 nieuwe onderzoeksprojecten die vragen beantwoorden waar huisartsen, artsen voor Verstandelijk Gehandicapten en artsen Maatschappij en Gezondheid in de dagelijkse praktijk mee te maken hebben. Doordat de onderzoeken worden uitgevoerd door artsen in opleiding tot onderzoeker dragen ze ook bij aan de academisering van de opleidingen. De projecten starten uiterlijk in maart 2022.

Acute lage luchtweginfecties: is er meer tussen long en hart? (08391052110003)

dr. T.N. Platteel (Universitair Medisch Centrum Utrecht)

Lage luchtweginfecties (LLWI), zoals een longontsteking, komen veel voor bij volwassenen. Bij een deel van de patiënten met LLWI is ziekenhuisopname nodig. Observaties uit de praktijk leren dat dit vooral optreedt bij patiënten met onderliggende hart- en vaatziekten (HVZ). De huisarts houdt hier nog weinig rekening mee, omdat het samenspel tussen hart en long nog onvoldoende duidelijk is. We willen de kennis over dit samenspel vergroten door bij patiënten die zich bij de huisarts melden met een LLWI te onderzoeken:

  • wat voorspellers zijn voor het ontstaan van bijkomende HVZ of verslechtering van bekende HVZ
  • hoe bijkomende HVZ het beloop van een LLWI ongunstig beïnvloeden
  • of bloedtesten van immuunreactie iets zeggen over hoe een LLWI verloopt bij COVID-19 en zonder COVID-19, zowel op de korte als de lange termijn

Met dit onderzoek kan de behandeling van LLWI sterk worden verbeterd en vroegtijdig nog onbekende hartziekte worden opgespoord.

De looptijd van dit project is 48 maanden.

BLOC-II –Breast cancer Long-term Outcomes on Cardiac functioning: a longitudinal study (08391052110002)

dr. D. Brandenbarg (Universitair Medisch Centrum Groningen)

Leidt de behandeling voor borstkanker op de lange termijn tot hartproblemen? En als dat zo is, in welke mate? Is dan extra zorg nodig? Moet de huisarts deze vrouwen, omdat ze niet meer voor nacontroles in het ziekenhuis komen, naar de cardioloog verwijzen? Over deze belangrijke vragen met grote
gevolgen voor de zorg na kanker ontbreekt wetenschappelijke onderbouwing.

Daarom hebben we 6-9 jaar geleden de BLOC-I studie uitgevoerd in de eerste lijn. We vergeleken de hartfunctie van 350 vrouwen die meer dan 5 jaar geleden behandeld zijn voor borstkanker met chemo- en/of radiotherapie met die van 350 vrouwen zonder kanker. Daaruit bleek dat voor borstkanker
behandelde vrouwen een licht verhoogd risico hadden op milde verminderde hartfunctie. Volgens huidige richtlijnen is behandeling hiervoor niet nodig. Omdat de BLOC I-studie een eenmalige meting was, kon eventuele achteruitgang van de hartfunctie niet worden geanalyseerd. Daarom willen we een
2e hartfunctiemeting uitvoeren bij dezelfde vrouwen.

De looptijd van dit project is 72 maanden.

Verbeteren zorg chronische duizeligheid: stop de pillen, start met bewegen (08391052110005)

dr. V.A. van Vugt (Amsterdam Universitair Medisch Centrum)

In Nederland hebben meer dan 300.000 patiënten last van chronische duizeligheid. Bij de behandeling bestaat momenteel een groot verschil tussen wetenschappelijke kennis en dagelijkse praktijk. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de oefentherapie ‘vestibulaire revalidatie’ behandeling van 1e keus is. Richtlijnen raden medicijnen af omdat deze middelen bij chronische duizeligheid niet bewezen effectief zijn. Desondanks worden medicijnen nog steeds vaak voorgeschreven en wordt vestibulaire revalidatie zelden ingezet. Wij willen huisartsen helpen om met hun patiënten de beste behandeling te kiezen. Om vestibulaire revalidatie toegankelijker te maken, hebben we de online behandeling Vertigo Training ontwikkeld die veilig en effectief blijkt te zijn. Dit project heeft een trapsgewijze aanpak, we:

  • onderzoeken waarom medicijnen nog worden voorgeschreven
  • implementeren Vertigo Training
  • meten tenslotte of dit leidt tot betere zorg bij chronische duizeligheid

De looptijd van dit project is 72 maanden.

Het optimaliseren van de behandeling voor handartrose in de eerste lijn (08391052110004)

dr. D. Schiphof (Erasmus Medisch Centrum)

Handartrose komt vaker voor dan heupartrose en bijna net zo vaak als knieartrose. Mensen met handartrose hebben pijn en krachts- en functieverlies bij dagelijkse activiteiten en werk. Kennis over de effectiviteit van de eerstelijnsbehandeling van handartrose is schaars. Klinisch onderzoek laat teleurstellende effecten zien. Het doel van dit project is het in kaart brengen van de effectiviteit, de ervaringen en de voorkeuren voor de eerstelijnsbehandeling voor handartrose. Dit doen we door het vaststellen van:

  1. de huidige behandeling van de huisarts op basis van elektronische patiëntendossiers
  2. de ervaringen en ideeën van eerstelijnszorgverleners en patiënten
  3. de meest effectieve behandeling voor handartrose, op basis van individuele patiëntendata vanuit beschikbare RCT
  4. de (verschillen in) afwegingen voor de keuze van behandeling

Tenslotte zullen we de resultaten combineren en informatieve materialen ontwikkelen voor mensen met handartrose.

De looptijd van dit project is 72 maanden.

Langdurige stress en haarcortisol bij volwassenen met een verstandelijke beperking (08391082110002)

dr. D.A.M. Maes-Festen (Erasmus Medisch Centrum)

Het is erg belangrijk dat we chronische stress goed kunnen meten omdat chronische stress samenhangt met een slechte gezondheid. Gewoonlijk wordt chronische stress gemeten met zelfrapportagevragenlijsten. Bij mensen met een verstandelijke beperking (VB) kunnen deze vragenlijsten meestal niet gebruikt worden, vanwege cognitieve en/of verbale beperkingen. Daarom wordt er gebruik gemaakt van vragenlijsten die anderen (bijvoorbeeld een ouder of begeleider) invullen over de persoon met een VB.

Het inschatten van chronische stress bij iemand anders is moeilijk en minder betrouwbaar. Daarom gaan wij bij dit onderzoek op zoek naar een andere valide manier om chronische stress in kaart te brengen. We gaan kijken of het meten van cortisol in hoofdhaar een geschikte manier is om chronische stress in kaart te brengen bij mensen met een VB. Deze studie zal artsen, psychiaters en psychologen
helpen om chronische stress bij mensen met een VB adequaat op te sporen en de juiste behandeling in te zetten.

De looptijd van dit project is 72 maanden.

Strategieën in de jeugdgezondheidszorg om sociaaleconomische gezondheidsverschillen te verkleinen en de invloed van armoede op de gezondheid van kinderen te verminderen; van analyse naar interventies (083910042110002)

MD PhD H. Raat (Erasmus MC)

Het aantal perioden in armoede tijdens de zwangerschap en jeugd hangt samen met slechtere uitkomsten op het vlak van chronische aandoeningen (astma), leefstijl gebonden aandoeningen zoals obesitas en ervaren gezondheid van kinderen. Het doel van public health en het preventiebeleid is niet alleen het bevorderen van optimale groei, ontwikkeling en gezondheid van kinderen/jeugd, maar ook het verminderen van gezondheidsverschillen.

In dit project maken we een analyse van de veranderbare paden (‘verbeterpaden’) op het niveau van het individu en de sociale omgeving (familie, wijk) tussen armoede en sociaaleconomische factoren en gunstige/ongunstige opvoedomstandigheden, en de groei, ontwikkeling en gezondheid van kinderen. Een geprioriteerd ‘verbeter-pad’ wordt via een proefimplementatie geëvalueerd. Het project sluit aan op de ‘Rotterdamse wijkprogrammering’ die is gebaseerd op het Rotterdamse ‘factorenmodel’, op basis van de veranderbare determinanten.

De looptijd van dit project is 84 maanden.

YHC4vmbo: een inclusieve Jeugdgezondheidszorg op het vmbo (083910042110003)

Dr. M.H.H. Hoogsteder (Amsterdam UMC)

De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) bereikt jongeren die opgroeien in achterstandsituaties onvoldoende. Hierdoor wordt preventie niet of onvoldoende benut met als gevolg een ongezondere leefstijl, en meer overgewicht, mentale problemen en onveiligheid. Dit leidt tot gezondheidsverschillen nu, in de toekomst en zelfs van volgende generaties. Daarom co-creëren we in dit project samen met vmbo-leerlingen een passender JGZ aanbod, gericht op gezond en veilig opgroeien. Ook bieden we JGZ- professionals de ruimte om behoeften en wensen van jongeren beter te integreren in hun werkzaamheden. Dit project :

  1. onderzoekt het bereik van vmbo-studenten en hun perceptie op de huidige JGZ
  2. vmbo-studenten en professionals co-creëren samen een inclusieve JGZ door samen te beslissen over onderzoeksmethoden en werkvormen.
  3. evalueert de nieuwe werkwijze. Met 4 JGZ organisaties in 25 gemeenten gaan we aan de slag en op 4 vmbo-scholen co-creëren we een passender en inclusiever JGZ op maat, om daarmee gezondheidsverschillen te verkleinen.

De looptijd van dit project is 70 maanden.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website