Therapietrouw is de mate waarin de patiënt zijn behandeling uitvoert zoals afgesproken met zijn behandelaar. Therapietrouw verbetert de gezondheid van de patiënt en drukt de zorgkosten.

Veel patiënten wijken bewust of onbewust af van de met de zorgverlener afgesproken behandeling. Daar zijn verschillende oorzaken voor. Mensen vergeten het, willen liever geen geneesmiddelen gebruiken, of stoppen vanwege bijwerkingen. Bevordering van therapietrouw vraagt derhalve om maatwerk. 

Een belangrijke belemmerende factor voor succesvolle farmacotherapie is het gegeven dat een aanzienlijk deel van de patiënten de medicatie niet (altijd) in de voorgeschreven dosering en gedurende de afgesproken periode inneemt. Volgens de WHO is er wereldwijd meer winst te behalen op het gebied van de volksgezondheid door de therapietrouw te verbeteren dan door de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen (WHO 2003).

Factoren van invloed op therapietrouw

Uit wetenschappelijk onderzoek zijn factoren bekend die van invloed zijn op de therapietrouw.

De relatie tussen patiënt en arts (of andere zorgverlener) is bijvoorbeeld van doorslaggevend belang. Ook is van belang dat de zorgverlener en de patiënt (de zorgvrager) gezamenlijk een afspraak maken over de keuze van de behandeling en/of daaraan verbonden leefstijl, en over of en hoe het geneesmiddel gebruikt gaat worden. Dit zijn factoren die van invloed zijn op de motivatie van de patiënt om therapietrouw te zijn. Wanneer de keuze voor een behandeling geen gezamenlijk gedragen beslissing is, kan men van de patiënt niet verwachten dat deze ‘trouw’ doet wat de arts voorschrijft.

Overigens lijkt therapietrouw zowel afhankelijk van non-intentionele als van intentionele factoren:

  • Non-intentionele factoren kunnen vaak met behulp van hulpmiddelen als pillenwekkers worden beïnvloed.
  • Intentionele factoren lijken afkomstig te zijn van een wegingsproces van de patiënt.

Bereidheid tot therapietrouw

Bij de keuze voor een bepaalde behandeling is het belangrijk om de (on)mogelijkheden van de patiënt (zoals beperkingen, dagindeling, omgevingsfactoren, motivatie) in het overleg te betrekken. De bereidheid van de patiënt om geneesmiddelen volgens afspraak in te nemen varieert afhankelijk van de aandoening en (de bijwerkingen van) het geneesmiddel, de categorie patiënten en kenmerken van de patiënt, zoals diens houding ten opzichte van geneesmiddelen in het algemeen. Met name bij chronische aandoeningen, waarbij de medicatie vaak levenslang ingenomen moet worden, is de therapietrouw vaak veel lager dan de voorschrijvende arts denkt.

Doelgroepen voor onderzoek

Op basis van geneesmiddelengebruik en potentieel risico van verminderde therapietrouw zouden de volgende deelgebieden prioriteit moeten krijgen:

  1. Ouderen: zij lopen door polyfarmacie en verminderde cognitie een verhoogd risico op therapieontrouw. Daarbij zijn de gevolgen van therapieontrouw voor hen relatief ernstig.
  2. Mensen die langdurig preventieve medicatie gebruiken als cholesterolverlagers, bloeddrukverlagers of osteoporosemiddelen. Voor hen is het vaak moeilijk het medicijngebruik vol te houden.
  3. Mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen worden vaak klinisch of poliklinisch behandeld, waarbij het streven is om ze waar mogelijk ambulant te behandelen. Therapieontrouw met psychofarmaca is een van de belangrijkste redenen voor vervroegde heropname bij deze groep.

Cijfers

  • 22% van alle potentieel vermijdbare geneesmiddel-gerelateerde ziekenhuisopnamen houdt verband met therapie-ontrouw (15%) of incorrect gebruik van geneesmiddelen (7%).
  • De ineffectiviteit van geneesmiddelen in de eerste lijn kan voor 45% worden toegeschreven aan medicatiefouten in de gebruiksfase. Dit is 3 keer zo hoog als de bijdrage van medicatiefouten in de voorschrijf- en afleverfase.
  • Volgens een recente meta-analyse kan 1 op de 11 cardiovasculaire events (fatale of niet-fatale coronaire hartziekte, beroerte of plotselinge hartdood) worden toegeschreven aan therapie-ontrouw. Als alleen wordt gekeken naar de gevallen met fatale afloop, komt dit neer op 1660 van de 18.244 mensen die jaarlijks overlijden aan een coronaire hartziekte of beroerte. Dit is 3 keer zo veel als het aantal jaarlijks dodelijke verkeersongevallen in Nederland.

Zie voor meer informatie: Harm studie.

Verdieping Goed Gebruik Geneesmiddelen

Meer informatie over therapietrouw staat in de Verdieping Goed Gebruik Geneesmiddelen, hoofdstuk 4.D.1.

Verdieping Goed Gebruik Geneesmiddelen

Gerelateerde pagina's

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website