Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Welke maatregelen voor infectiepreventie bij COVID-19 zijn echt nodig, en welke kunnen we achterwege laten?

Interview

Moeten medewerkers een isolatieschort over hun witte kleding dragen? Moet je een kamer die gebruikt is door een patiënt met een luchtwegvirus desinfecteren, of is alleen schoonmaken al voldoende? Het grote consortium ENVI-GO-PAN probeert deze vragen te beantwoorden.

Een gesprek met hoofdonderzoeker arts-microbioloog dr. Juliëtte Severin en projectleider klinisch epidemioloog dr. Anne Voor in ’t holt (beiden Erasmus MC).

Waar kwam jullie onderzoeksvraag vandaan?

Severin: De behoefte aan dit onderzoek ontstond al in juli 2020. We vonden dat er te weinig bekend was over welke infectiepreventiemaatregelen nu écht effectief en noodzakelijk zijn bij luchtwegvirussen zoals het coronavirus (SARS-CoV-2). Pas bij de derde kennisagenda kregen we de kans om het onderzoek uit te voeren. Toen zijn we ook direct gestart.

Voor in ’t holt: In de eerste fase van een pandemie wil je alles doen voor de veiligheid: schorten aan, desinfecteren, noem maar op. Maar daarna komt al snel de vraag: wat is echt nodig? Wat kan eraf zonder risico’s te nemen? Ook met het oog op duurzaamheid is dat belangrijk.

Afbeelding
De in dit project opgezette labinfrastructuur voor dit soort virussen is een belangrijk onderdeel van pandemische paraatheid.
dr. Juliëtte Severin
arts-microbioloog , Erasmus MC

Waar richtte het onderzoek zich concreet op?

Voor in ’t holt: We hadden 2 hoofdvragen: moet je kamers na gebruik door patiënten met COVID-19 desinfecteren of is alleen schoonmaken voldoende? En zijn isolatieschorten voor zorgmedewerkers echt nodig bij COVID-19?

Hoe hebben jullie dat onderzocht?

Voor in ’t holt: We zijn gestart met 2 systematische literatuurstudies. Eén over desinfectie, specifiek voor SARS-CoV-2. De ander ging over isolatieschorten bij niet alleen SARS-CoV-2 maar ook influenza en het RS-virus. Daarnaast hebben we een landelijke enquête uitgezet om te achterhalen hoe ziekenhuizen en instellingen in de langdurige zorg aan infectiepreventie deden in de eerste golf én ten tijde van ons onderzoek, zomer 2023 tot begin 2024.

Severin: In het laboratorium wilden we vervolgens zelf testen of schoonmaken genoeg is. Dat klinkt simpel, maar is ontzettend complex. In het laboratorium mag je alleen onder strenge veiligheidsregels met dit virus werken. Dat vraagt veel van je infrastructuur en voorbereiding, en kon alleen in het laboratorium van Viroscience uitgevoerd worden - een afdeling binnen het Erasmus MC. In een tweede laboratoriumstudie wilden we onderzoeken in hoeverre virusmateriaal op kleding infectieus blijft in de loop van de tijd.

Wat hebben jullie tot nu toe gevonden?

Voor in ’t holt: Uit de systematische review over schorten bleek vooral hoe weinig goed bewijs er is voor de noodzaak om een isolatieschort over de witte kleding te dragen. Er was veel variatie in onderzoeksmethoden: soms werd er getest na patiëntcontact, soms in een laboratoriumsetting, dan weer met echt virus en dan met een surrogaat. Onze conclusie was dat er meer onderzoek nodig is, precies zoals wij van plan waren te doen in onze eigen laboratoriumstudie.

Severin: Wat wél bleek uit de literatuur is dat als je geen schort draagt bij COVID-zorg, je kleding besmet kán raken met op te kweken en dus besmettelijk virus. Je kunt dus niet zomaar zeggen dat een schort niet nodig is.

Voor in ’t holt: Toch zegt de landelijke richtlijn nu dat er géén schort nodig is. Je ziet in de praktijk dat ziekenhuizen hier verschillend mee omgaan, juist omdat er nog twijfel bestaat.

En de literatuurstudie over desinfectie en schoonmaak specifiek bij SARS-CoV-2?

Voor in ’t holt: Die zijn we nog aan het afronden. Het was een enorme klus: bijna 80 studies, veel complexe experimenten in het laboratorium, verschillende methoden - van UV tot chloor - en telkens weer andere virusvarianten. Het wordt wel een heel waardevol overzicht voor de infectiepreventie-gemeenschap.

Afbeelding
Het consortium was ontzettend waardevol. We hebben echt iets opgebouwd en blijven samenwerken.
dr. Anne Voor in ’t holt
klinisch epidemioloog, Erasmus MC

Heeft jullie laboratoriumstudie hierover al resultaten opgeleverd?

Severin: In het laboratorium zagen we in de eerste testen dat alleen schoonmaken voldoende is om het virus effectief te verwijderen van oppervlakken. Desinfectie bleek niet absoluut noodzakelijk. En dat is goed nieuws, want desinfecteren kost veel tijd, is belastend voor medewerkers én minder duurzaam.

Voor in ’t holt: Die conclusie kunnen we nu onderbouwen dankzij een solide testmethode. We gebruikten de zogeheten ‘four-field test’* met verschillende materialen gebruikt in patiëntenkamers, en verschillende schoonmaak- en desinfectiemethoden. Dat is technisch gezien een hele operatie in een laboratorium met strenge veiligheidsregels, maar we hebben nu de infrastructuur om dit soort vragen snel te kunnen beantwoorden. Dat zal van veel waarde zijn voor onderzoek naar desinfectiemethoden voor andere virussen.

* Dit is een kwantitatieve gestandaardiseerde testmethode die gebruikt wordt om de effectiviteit van desinfecterende doekjes te testen op een manier dat het meest lijkt op hoe mensen deze doekjes in het ‘echte’ dagelijkse leven gebruiken.

Hoe gaat het nu verder?

Severin: Ondanks dat we maar een jaar subsidie hadden, zijn we doorgegaan. Het laboratoriumonderzoek naar de besmettingskans via kleding loopt nu nog. Dit soort vragen moeten echt beantwoord worden, we zijn daarom erg gemotiveerd.

Voor in ’t holt: Daarnaast doen we nu implementatieonderzoek met een vervolgsubsidie van ZonMw. Want uit onze survey bleek dat nog steeds de helft van de verpleeghuizen desinfecteert, ook al zegt de richtlijn dat alleen schoonmaken voldoende is. We willen weten hoe dat komt en hoe we die implementatie kunnen verbeteren.

Wat maakt dit project voor jullie bijzonder?

Voor in ’t holt: Het consortium was ontzettend waardevol. 5 academische centra, het RIVM, virologen, artsen-microbioloog, epidemioloog, deskundigen infectiepreventie, bedrijfsartsen... We hebben echt iets opgebouwd. En we blijven samenwerken.

Severin: Ik ben er trots op dat we in zo’n korte tijd zoveel hebben bereikt. Internationaal is er ook veel interesse in onze aanpak. Dat laat zien hoe relevant het onderwerp nog steeds is, ook buiten een pandemie om.

Colofon
Auteur:
Diana de Veld
Fotografie:
Eigen beeld Erasmus MC
Redacteur:
ZonMw