Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Je moet niet alleen aan de oplossing werken, maar ook de vraag zelf durven te bevragen

Interview

Hoe kunnen overheden tijdens een pandemie beter anticiperen op toekomstige ontwikkelingen, in plaats van slechts te reageren?

Dat was de centrale vraag van het project Model Predictive Pandemic Control. Associate professor dr. Mauro Salazar (TU Eindhoven) stelt dat het modelleren van een sociaal-technisch probleem fundamenteel verschilt van het modelleren van een puur mechanisch systeem, en dat transdisciplinaire samenwerking daarbij essentieel is. ‘Als ingenieur is het cruciaal om te erkennen dat jouw expertise slechts één stukje van de puzzel is.’

Wat was de aanleiding voor dit onderzoek?

In 2020, tijdens de COVID-19-pandemie, vroeg het Máxima Medisch Centrum ons: hoe moeten we de vaccins verdelen? Geef je iedereen eerst 1 dosis, of begin je meteen met het volledig vaccineren van kwetsbare groepen? Als regeltechnisch ingenieur zag ik een kans om te helpen met voorspellende modellen. Die eerste samenwerking leverde meteen veel op, waaronder een wetenschappelijke publicatie. Daarna ben ik samen met collega’s en met steun van het RIVM een voorstel gaan schrijven voor ZonMw. Dat had een bredere focus: hoe kun je optimalisatie inzetten om overheidsmaatregelen tijdens een pandemie te ondersteunen?

Wat was het idee daarachter?

Het project heette Model Predictive Pandemic Control. We wilden wiskundige modellen gebruiken om te voorspellen hoe het virus zich zou verspreiden, afhankelijk van maatregelen zoals lockdowns. Die voorspellingen zullen in de praktijk nooit perfect zijn, dus moet je ze wekelijks bijstellen op basis van de nieuwste data. We hebben geprobeerd de modellen zo op te bouwen dat alle takken van mogelijke scenario’s al in de voorspelling waren opgenomen. Beleidsmaatregelen alleen baseren op het meest waarschijnlijke scenario is gevaarlijk. Als het virus plots agressiever wordt, kan dat bijvoorbeeld leiden tot overvolle ziekenhuizen. Daarom heb je altijd een recourse strategy nodig—een plan B waarmee je kunt ingrijpen, zelfs in het slechtste scenario.

Was er contact met beleidsmakers tijdens het project?

Ja, en dat was erg waardevol. We werkten samen met het RIVM en het Máxima Medisch Centrum, en bezochten het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). We organiseerden een workshop met internationale experts en hadden tweemaandelijkse uitwisselingen met epidemioloog prof. dr. Federica Giardina en haar promovendus van het Radboud UMC, die aan een gerelateerd project binnen dezelfde financieringsoproep werkten. Zulke samenwerkingen helpen ons als ingenieurs scherp te blijven. Wat is nu écht de vraag? Wat is de maatschappelijke behoefte?

Wat heb je in de praktijk geleerd?

De modellen die simpel genoeg zijn om mee te rekenen—en die wij ingenieurs graag gebruiken—zijn vaak niet realistisch. En realistischere modellen zijn vaak zo complex dat je er geen goede parameters voor kunt vinden, omdat data ontbreken. Je weet niet precies wie besmet is, of hoe effectief een maatregel daadwerkelijk is. Daarom hebben we veel meer tijd dan verwacht gestoken in het ontwikkelen van een model dat een goed evenwicht kon vinden tussen deze 2 aspecten. Daardoor zijn er uiteindelijk minder doelen bereikt dan oorspronkelijk gepland, maar zo werkt onderzoek nu eenmaal. Fouten maken is essentieel om vooruitgang te boeken. In die zin heeft het project veel opgeleverd.

Afbeelding
De vraag die je stelt, bepaalt alles. Die moet je dus samen formuleren met collega’s uit andere vakgebieden.
dr. ir. Mauro Salazar
associate professor, Technische Universiteit Eindhoven

Heb je advies voor collega’s?

We lopen het risico in de ingenieursval te stappen. In de techniek zijn we vaak erg oplossingsgericht. We maken een model, draaien de berekeningen en denken: dat is het antwoord. Maar in sociale systemen werkt het zo niet. Neem een pandemie. Dat is geen puur technisch probleem, zoals het optimaliseren van een machine voor precisieproductie, maar een sociaal-technisch probleem. De vraag die je stelt, bepaalt alles. Die moet je dus samen formuleren met collega’s uit andere vakgebieden, want ik heb bijvoorbeeld geen expertise in ethiek of sociale rechtvaardigheid. Met ons onderzoek hebben we het belang van transdisciplinaire samenwerking benadrukt. In de toekomst is nog bredere samenwerking nodig, met ook beleidsmakers en experts in ethiek, gedrag en data. Het is belangrijk om een gemeenschappelijke taal te vinden - een lingua franca. Alle partijen moeten duidelijk uitleggen wat ze bedoelen, en niet aannemen dat de ander hetzelfde wereldbeeld heeft. Dat vraagt om openheid, en ook een zekere bescheidenheid.

Wat is de volgende stap voor het project?

Het ZonMw-project is formeel afgerond, maar eigenlijk staan we pas aan het begin. We zijn momenteel bezig met het opzetten van een Europees consortium om dit onderzoek voort te zetten. Zowel het RIVM als het ministerie van VWS zijn enthousiast. Maar ja, Nederland bezuinigt op onderzoek. Dat is jammer, want goede voorbereiding kost tijd. Als we wachten tot de volgende pandemie uitbreekt, zijn we te laat. Gelukkig zijn er Europese subsidiemogelijkheden beschikbaar op het gebied van pandemievoorbereiding.

Heb je nog advies voor andere technische onderzoekers?

Begin bij de vraag - bij de eindgebruikers. Vraag wat ze nodig hebben. We moeten niet alleen leren hoe we een probleem kunnen oplossen, maar ook beter begrijpen wat eigenlijk de juiste vraag is.

Colofon
Auteur:
Diana de Veld
Fotografie:
Picture by A. Swinkels
Redacteur:
ZonMw