Kwetsbare groepen beschermen, ook na de COVID-19-pandemie
Ook na de COVID-19-pandemie kunnen kwetsbare groepen nog ernstig ziek worden van het virus. Wat is de optimale vaccinatiestrategie om te voorkomen dat ziekenhuisopnames tijdens seizoenspieken uit de hand lopen?
Een gesprek met dr. Ganna Rozhnova (UMC Utrecht), die samen met dr. Otilia Boldea (Tilburg University) een wiskundig model maakte om die vraag te beantwoorden.
Waarom zijn jullie dit onderzoek gestart?
Tijdens de pandemie werkten we al intensief aan wiskundige modellen om de verspreiding van het virus te voorspellen. Nadat het grootschalig testen op coronavirus in maart 2022 werd beëindigd, beschouwden veel mensen de pandemie als voorbij. Maar voor mensen met chronische aandoeningen bleef COVID-19 een serieuze bedreiging. We wilden begrijpen hoe we deze groep het beste konden beschermen, specifiek via vaccinatiestrategieën in de periode na de pandemie.
Om welke chronische aandoeningen gaat het?
We gebruikten het Nederlandse classificatiesysteem dat bepaalt wie een hoog, matig of laag risico loopt op ernstige COVID-19. Het gaat onder andere om aandoeningen zoals diabetes, kanker, hart- en vaatziekten, obesitas, afweerstoornissen en longaandoeningen.
Wat was het doel van jullie onderzoek?
Ons doel was om te onderzoeken hoe vaccinatiestrategieën kunnen helpen om ziekenhuisopnames te verminderen tijdens toekomstige seizoenspieken van COVID-19 in Nederland. Moeten we alle ouderen vaccineren, en/of vooral mensen met een hoog of matig risico vanwege chronische aandoeningen? Welke vaccinatiegraad is nodig? We wilden ook kosten en haalbaarheid meenemen.
Hoe zijn jullie te werk gegaan?
We hebben verschillende databronnen van het CBS per individu gekoppeld. Zo konden we leeftijd, ziekenhuisopnames door COVID-19 en de aanwezigheid van een chronische aandoening die genoemd staat in de risicoclassificatie combineren. Deze gegevens zijn verwerkt in een wiskundig model, ontwikkeld door Otilia Boldea. We voegden ook gegevens toe van het RIVM, zoals hoe vaak en met wie mensen contact hebben en het percentage mensen met COVID-19-antistoffen. Ons model werd gevoed met data uit de 2 jaar van de pandemie en later gevalideerd met data uit 2023 en 2024.
Alleen mensen met een hoog of matig risico vaccineren is niet voldoende om ziekenhuisopnames laag te houden.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen?
Alleen mensen met een hoog of matig risico, of alleen ouderen van 60 jaar en ouder vaccineren, is niet genoeg om ziekenhuisopnames laag te houden – tenzij je een zeer hoge vaccinatiegraad van boven de 75% haalt. Maar dat is praktisch niet haalbaar. Een betere aanpak is het vaccineren van een mix van doelgroepen. Als je 50% van de 60-plussers vaccineert en 25% van de jongere mensen met hoog of matig risico, blijven ziekenhuisopnames beheersbaar, zelfs tijdens seizoenspieken. Deze strategie is het meest kosteneffectief qua aantal vaccins dat nodig is om één ziekenhuisopname te voorkomen.
Hoe verhouden deze resultaten zich tot de huidige vaccinatiestrategie?
Op dit moment krijgen mensen van 60 jaar en ouder en mensen met specifieke aandoeningen het advies om zich te laten vaccineren. Dat komt overeen met onze conclusies. Wat we nog missen is duidelijkheid over hoeveel mensen zich daadwerkelijk laten vaccineren.
Wat viel je op tijdens het onderzoek?
Een verrassende bevinding was het grote verschil tussen de Nederlandse en Europese richtlijnen voor wie als risicogroep wordt beschouwd voor ernstige COVID-19. De Europese lijst van chronische ziekten is veel breder. Zo staat hoge bloeddruk daar op de lijst, maar niet op de Nederlandse lijst. Dat heeft praktische gevolgen: wie nodig je uit voor vaccinatie? In samenwerking met Noorse onderzoekers hebben we gepleit voor meer op elkaar afgestemde Europese richtlijnen, gebaseerd op epidemiologische data van na de pandemie in plaats van op verouderde aannames uit de pandemie.
Hoe ontstaan zulke verschillen?
Dat is lastig te zeggen. De Nederlandse lijst is deels gebaseerd op grieprichtlijnen, terwijl andere landen andere databronnen gebruiken of andere prioriteiten hebben. Volgens ons zou je moeten evalueren op basis van werkelijke ziekenhuisopnames per aandoening. Daarvoor heb je goed gekoppelde en actuele data nodig.
Zijn die gegevens makkelijk beschikbaar?
Helaas niet. Er is altijd een vertraging in de beschikbaarheid van data. In Nederland begon de toegang tot goed gekoppelde, landelijke gezondheidsdata rond COVID-19 sowieso laat. In landen als Denemarken en Noorwegen konden onderzoekers al vroeg in de pandemie analyses uitvoeren. Zij publiceerden veel sneller en konden het beleid tijdig beïnvloeden. In Nederland kregen we pas toegang tot zulke data toen de pandemie al op z’n retour was. Ik vind dat we nu, in deze rustige periode, moeten investeren in het opbouwen van een robuuste data-infrastructuur. Zo kunnen we sneller reageren bij een volgende gezondheidscrisis. Natuurlijk zijn er privacyzorgen, maar die moeten we nú oplossen – niet pas bij de volgende noodsituatie.
Zijn er bredere lessen uit jullie onderzoek?
Veel infectieziektemodellen kijken alleen naar leeftijd en niet naar chronische aandoeningen. Maar juist de combinatie bepaalt kwetsbaarheid. In de toekomst moeten we ook deze kwetsbaarheid meenemen. Sommige ouderen zijn nog heel gezond, terwijl sommige jongeren al ernstig ziek zijn. Door beter te bepalen wie écht risico loopt, kunnen we gerichter vaccineren.