Vooraf nadenken helpt zorgmedewerkers bij lastige keuzes tijdens een virale luchtweginfectie uitbraak
Welke maatregelen zijn passend bij een uitbraak van bijvoorbeeld COVID-19 of influenza in een verpleeghuis?
Die vraag is niet eenduidig te beantwoorden, ontdekte onderzoeker dr. Laura van Buul tijdens het ZonMw-project COVID-19 en Influenza: passende maatregelen om uitbraken in verpleeghuizen te voorkomen en bestrijden. De praktijk is complex. Toch kun je je er als organisatie goed op voorbereiden.
Wat was de aanleiding voor dit project?
Het initiatief kwam van VWS, dat via ZonMw een vraag stelde aan de Academische Werkplaatsen Ouderenzorg in Nederland. De COVID-19-pandemie had laten zien hoe kwetsbaar bewoners van verpleeghuizen zijn voor infectieziekten. Tegelijkertijd bleek hoe lastig het is om een balans te vinden tussen infectiepreventie en kwaliteit van leven en werken. Anders dan in een ziekenhuis, wónen mensen in een verpleeghuis – het is hun thuis. De centrale vraag was dan ook: wat zijn passende maatregelen in de verpleeghuiszorg?
Hoe hebben jullie dat onderzocht?
Het project bestond uit 3 onderdelen.
- Eerst hebben we onderzocht hoe goed verpleeghuisorganisaties voorbereid zijn op uitbraken van luchtweginfecties. We analyseerden beleidsdocumenten van 32 organisaties en spraken sleutelpersonen binnen die instellingen. Zo brachten we in kaart welk beleid op papier stond, bijvoorbeeld over isolatie, inzet van een crisisteam of communicatie.
- Daarna volgden we gedurende 2 maanden daadwerkelijke uitbraken. We keken of het beleid in de praktijk ook echt werd uitgevoerd. En zo niet, waarom dan niet? In de praktijk bleek dat zorgteams regelmatig afweken van protocollen. Soms vanwege ethische dilemma’s, soms omdat de situatie dat niet toeliet; bijvoorbeeld als er geen eenpersoonskamers beschikbaar waren voor isolatie van bewoners.
- Tot slot onderzochten we het draagvlak voor maatregelen onder bewoners, naasten en zorgprofessionals. We legden hen verschillende scenario’s voor en bespraken welke maatregelen acceptabel werden gevonden en waarom.
Wat viel daarin op?
Wat mij verraste, was dat bewoners milder dachten over maatregelen dan hun naasten of zorgverleners. Die laatste groepen waren sneller geneigd om te zeggen: “Dat moet je niet willen, dat is niet goed voor de kwaliteit van leven.” Terwijl bewoners zelf vaak zeiden: Het is niet leuk, maar ik wil ook niet ziek worden of anderen besmetten. Daaruit blijkt hoe belangrijk het is om bewoners waar mogelijk zélf te betrekken bij dit soort afwegingen.
Wat mij verraste, was dat bewoners milder dachten over maatregelen dan hun naasten of zorgverleners.
Jullie ontwikkelden ook kennisproducten. Wat houden die in?
In een vervolgsubsidie van ZonMw hebben we de opgedane inzichten vertaald naar praktische hulpmiddelen. Een daarvan is een concept crisisdraaiboek. Dat biedt organisaties handvatten om zich voor te bereiden op toekomstige uitbraken.
Het draaiboek bestaat uit 3 delen.
- Het eerste deel gaat over de visie van een organisatie op infectiepreventie en de balans met kwaliteit van leven.
- Het tweede deel bevat ziekte specifieke maatregelen, zoals uitbraakprotocollen voor influenza of COVID-19.
- Het derde deel gaat over algemeen uitbraakmanagement. Bijvoorbeeld: wanneer stel je een crisisteam in, hoe communiceer je met familie? Voor organisaties die zelf al het nodige op papier hebben staan, maakten we een checklistvariant om het huidige beleid aan te toetsen.
Wat maakt dat draaiboek waardevol?
Veel organisaties hebben wel beleid, maar dat is vaak niet compleet of erg algemeen. In de praktijk sta je als zorgmedewerker soms voor lastige keuzes. Het protocol zegt ‘isoleer’, maar een familielid zegt: ‘Mijn moeder gaat niet in isolatie.’ Dan helpt het als daar al vooraf over is nagedacht en als de organisatie een duidelijke visie heeft geformuleerd waar de medewerker zich op kan beroepen. Ook mogelijke alternatieven voor bepaalde maatregelen – zoals cohortzorg op afdelingen waar isolatie lastig is – kun je vooraf bespreken.
Zijn er eigenlijk landelijke richtlijnen waar verpleeghuizen zich aan moeten houden?
Tijdens de pandemie golden landelijke maatregelen, en beroepsvereniging Verenso heeft ook richtlijnen ontwikkeld. Maar in de praktijk zagen we dat organisaties daar verschillend mee omgaan. Zelfs wanneer je iets een uitbraak noemt, verschilt soms per verpleeghuis. Dat leidt tot variatie in beleid en dat is niet altijd wenselijk. Tegelijkertijd heeft elke organisatie een eigen karakter en bewonerspopulatie. De ene organisatie kiest sneller voor strikte maatregelen, de ander stelt kwaliteit van leven nadrukkelijk centraal. Die diversiteit is begrijpelijk, maar vraagt wel om bewuste keuzes, afgestemd op de specifieke context.
Wat is er nodig om het draaiboek echt in te zetten?
Daar richten we ons nu op. We organiseren workshops voor zorgorganisaties waarin we bespreken hoe je het draaiboek introduceert en toepast. Niet met de inhoud als uitgangspunt, maar met de vraag: hoe werk je hiermee in jouw organisatie? Verder delen we de kennis via vakbladen, onze website en netwerken van de Academische Werkplaatsen Ouderenzorg, waar veel verpleeghuizen bij zijn aangesloten.
Is het draaiboek voor iedereen beschikbaar?
Ja, het crisisdraaiboek uitbraken virale luchtweginfecties staat op de website van UNO Amsterdam, samen met andere kennisproducten over voorbereiden op uitbraken van virale luchtweginfecties. We hopen dat het helpt om beter voorbereid te zijn en bij een volgende uitbraak niet alles opnieuw te hoeven uitvinden. Er is veel personeelsverloop in de zorg. Dat maakt het extra belangrijk om eerder opgedane ervaring met behulp van een crisisdraaiboek te behouden voor de toekomst.