Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Technologie is niet altijd zomaar te ‘plakken’ op de zorgpraktijk

Interview
Laatst aangepast:

Tijdens de coronapandemie ontstond bij klinisch viroloog dr. Janke Schinkel (Amsterdam UMC) het idee om sensoren in te zetten voor signalering en monitoring van luchtweginfecties bij bewoners van verpleeghuizen.

Ze onderzocht of een sensor in de vorm van een pleister zinvolle data kon opleveren, en hoe het zorgpersoneel daar tegenaan kijkt. Het leverde geen harde resultaten op, maar wél leerzame inzichten.

Wat was de aanleiding voor jullie onderzoek?

Tijdens de COVID-19-pandemie viel op hoe weinig aandacht er was voor verpleeghuizen. Ja, er was wel aandacht voor isolatie en het ontbreken van bezoek, maar minder voor de zorg die werd gegeven. Als viroloog vroeg ik me af: kunnen we subtielere signalen opvangen van beginnende luchtweginfecties? En nog belangrijker: is het mogelijk om achteruitgang bij bewoners automatisch te detecteren, bijvoorbeeld door ademfrequentie of hartslag te monitoren? Zulke parameters zeggen veel over ziektelast, of iemand koorts heeft, of misschien richting een longontsteking gaat.

Hoe kwamen jullie uit bij de sensor die jullie gebruikt hebben?

Met een collega had ik het erover dat je zulke data eigenlijk automatisch zou willen verzamelen. Toen heb ik even op mijn telefoon gezocht of er iets bestond dat zoiets al kon. Zo kwamen we uit bij de Healthdot van Philips, een pleister die ademhaling en hartslag meet. Toen we hoorden van de subsidieoproep van ZonMw, hebben we op basis daarvan een aanvraag gedaan en gehonoreerd gekregen.

Hoe zag het onderzoek er in de praktijk uit?

We konden meeliften op het Revision-project, dat net voor de COVID-19-pandemie was opgezet om het vóórkomen van respiratoire virussen in verpleeghuizen te onderzoeken. Daaraan deden al veel verpleeghuizen mee via het Universitair Netwerk Ouderenzorg. Voor onze studie konden we gebruikmaken van dat bestaande netwerk. In een subgroep van die verpleeghuizen gingen we de pleister testen. Daarnaast wilden we weten hoe medewerkers zo’n sensor ervaren. Die kwalitatieve component was de tweede onderzoeksvraag van ons onderzoek.

Dat klinkt ambitieus. Lukte het om dat allemaal binnen een jaar te doen?

We konden op zich snel aan de slag dankzij de infrastructuur van Revision, maar het bleek heel lastig om bewoners individueel te includeren. Omdat het niet om reguliere zorg ging maar om wetenschappelijk onderzoek, moesten we per persoon toestemming vragen. En als iemand wilsonbekwaam is, moet dat via familie. Dat bleek het grootste knelpunt. Uiteindelijk hebben we maar 23 bewoners kunnen includeren, terwijl we er 69 nodig hadden volgens onze berekening.

Waarom was dat zo moeilijk?

Het personeel moest het gesprek voeren en uitleg geven. Dat kost veel tijd, terwijl mensen het al ontzettend druk hadden. Verder zijn er in de verpleeghuiszorg ontzettend veel wisselingen in het personeel. Soms had je net iedereen meegenomen in het proces en dan vielen mensen langdurig uit door ziekte of gingen ergens anders werken. Er was absoluut geen gebrek aan goede wil, maar ons onderzoek had gewoon geen prioriteit in die hectische wereld.

Wat leverde het dan op, met die kleine groep?

De ademfrequentie bleek een bruikbare marker voor achteruitgang – dat zagen we ook met deze kleine aantallen. Er leek ook verschil te zijn tussen virussen, bijvoorbeeld tussen het rhinovirus en het coronavirus. Maar de pleister presteerde technisch minder goed voor het monitoren van de hartslag. Waarom precies weten we niet, maar mogelijk komt het doordat deze populatie lastiger te monitoren is. In het ziekenhuis werkt die pleister goed, bij patiënten na een operatie met veel verpleegkundige zorg eromheen. Maar hier miste hij te vaak data.

Afbeelding
Het begint niet met technologie. Het begint met het gesprek met het personeel.
dr. Janke Schinkel
klinisch viroloog, Amsterdam UMC

Is die feedback nog teruggekoppeld naar Philips?

Philips heeft deze productlijn halverwege ons project overgedragen aan een kleiner bedrijf. Dat bedrijf had zelf al een nieuwe sensor ontwikkeld: een armband met oplaadbare batterij die duurzamer en robuuster is. En daarnaast is er nu een nieuwe versie van de Healthdot, die mogelijk beter geschikt is voor de populatie waar wij ons onderzoek in deden. 

Wat leverde het kwalitatieve deel van het onderzoek op?

Dat bleek uiteindelijk het meest interessante deel. We zagen een duidelijk verschil tussen beroepsgroepen. Artsen met wie we in gesprek gingen stelden kritische vragen: is het nodig om mensen in hun laatste levensfase nog met nieuwe technologie te monitoren? Gaat het niet vooral om comfort? Verpleegkundigen daarentegen zagen juist vooral voordelen. Het zou hen tijd schelen als zulke gegevens, die ze nu vaak handmatig moeten verzamelen, automatisch binnenkomen. Dat verschil in perspectief is belangrijk. Ik denk dat het goed is als hierover binnen de verpleeghuissector nog een gesprek volgt.

Wat is volgens jou de belangrijkste les uit het project?

Dat je niet moet beginnen bij de technologie, maar bij de vraag: wat is er nodig in de praktijk? Het idee dat alles met technologie opgelost kan worden is aantrekkelijk, maar de werkelijkheid is complexer. In de zorg is veel verloop, veel drukte, er zijn allerlei praktische hobbels. Dan moet je echt weten: wie heeft behoefte aan wat? En wie ziet het nut van zo’n innovatie?

Kijk je ondanks alles positief terug op het project?

Ja. We hebben veel medewerking gehad, en dat is echt bijzonder gezien de omstandigheden. Mensen hebben er tijd in gestoken, ook al was het ingewikkeld. Dat zegt veel over de betrokkenheid en de ambitie in de zorg.

Colofon
Auteur:
Diana de Veld
Fotografie:
Eigen beeld Amsterdam UMC
Redacteur:
ZonMw