Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Organisaties helpen jongeren in azc's met sporten bij reguliere sportclubs

Laatst aangepast:

Hoe kunnen jongeren die in een asielzoekerscentrum verblijven toch sporten bij een reguliere sportvereniging of club? Die vraag stond centraal tijdens het onderzoek door een team van jongeren en wetenschappers. Ze waren blij verrast te ontdekken dat er enorme bereidheid is om deze sportactiviteiten te faciliteren.

Hoe een sportwens uitgroeide tot een onderzoek

‘Ik had een taalmaatje. Een jongen uit Syrië die in het asielzoekerscentrum (azc) verbleef. Samen oefenden we de Nederlandse taal, waarbij we over allerlei dingen spraken. Hij vertelde dat hij graag naar een lokale sportvereniging wilde, maar dat het moeilijk voor hem was om dit te organiseren’, vertelt de 19-jarige David Both. Toen Both met zijn klasgenoot Florian de Vries een profielwerkstuk voor school moest maken, dacht hij aan de wens van zijn taalmaatje. Hun biologiedocent had de subsidieoproep van ZonMw gezien voor projecten waarbij jongeren en ervaren wetenschappers samen onderzoek doen op het gebied van mentale gezondheid. De 2 klasgenoten meldden zich voor de ZonMw-matchmakingsdag, waar ze in contact kwamen met Leonie Klaufus. Zij werkt als senior onderzoeker bij Public and Occupational Health, Amsterdam UMC en is gepromoveerd op de signalering van angst en depressie bij kinderen op school. ‘Het was meteen gezellig. We besloten te gaan samenwerken’, zegt Both. 

De situatie van jongeren in azc’s

Het plan was om te onderzoeken hoe de mentale gezondheid van jongeren in azc’s door sport kan worden verbeterd. ‘We wilden dat er iets in hun situatie zou veranderen. Het is moeilijk om in een asielzoekerscentrum te wonen. Mensen leven dicht op elkaar. Jongeren zijn vaak gespannen, want ze worden telkens overgeplaatst naar een ander azc. Ze weten niet wanneer dat gebeurt. Ook weten ze niet of ze in Nederland mogen blijven, of dat ze het land uit moeten,’ vertelt Both. 

Van idee naar uitwerking

Klaufus: ‘Ik vond het prachtig dat David en Florian met dit idee kwamen.’ Het team werkte het plan verder uit en koos voor een aanpak met participatief actieonderzoek. Dat heeft als kenmerk dat het wordt uitgevoerd samen met de mensen die het direct betreft waarbij er ook een concrete interventie wordt ontwikkeld. ‘Ik luisterde naar de wens van David en Florian en heb deze vertaald naar een subsidievoorstel’, zegt Klaufus.

Afbeelding
Portret David Both
Jongeren willen graag buiten het asielzoekerscentrum sporten om te integreren in de samenleving.
David Both
Onderzoeker

Bij de start van het onderzoek ontdekte het team dat hulporganisatie Save the Children zich al over dit vraagstuk had gebogen. ‘Uit dat onderzoek bleek dat jongeren, in vergelijking met kinderen, weinig deelnemen aan de sport- en spelactiviteiten ín het azc. Ze willen graag buiten het asielzoekerscentrum sporten om te integreren in de samenleving’, vertelt Both. Precies wat zijn taalmaatje had gezegd. ‘Ons onderzoek richtte zich daarom op de vraag: hoe kun je dat bevorderen’, zegt hij.

Wat doe je als iemand iets heftigs vertelt

Klaufus gaf Both, De Vries en enkele wetenschappelijke stagiaires een workshop over interviewen en hoe je toestemming aan mensen vraagt om aan onderzoek deel te nemen. ‘Ook om hen voor te bereiden op de mogelijkheid dat de respondenten iets vertellen wat heftig is. Hoe ga je daarmee om? Naar wie verwijs je door als dat gebeurt?’, legt Klaufus uit. 

Uitkomsten onderzoek

Uit de interviews blijkt dat miscommunicatie en verkeerde verwachtingen de belangrijkste belemmerende factoren zijn, waardoor het vaak niet lukt om azc-jongeren te laten sporten bij verenigingen. ‘Jongeren vragen zich soms af hoeveel zin het heeft om nieuwe mensen te leren kennen, want ze moeten toch weer verhuizen naar een ander asielzoekerscentrum’, zegt Both. Maar sportclubs willen zich juist graag inzetten voor deze groep jongeren. Sommige respondenten wezen wel op het belang van een goede begeleiding zodat het voor iedereen een positieve ervaring wordt. ‘Een goede eerste indruk, wat betekent dat iemand op tijd op de training is en zijn of haar best doet, speelt een grote rol’, zegt Both. Een bestuurslid van een sportvereniging vertelde dat een azc-bewoner niet was komen opdagen, terwijl een vrijwilliger op deze persoon wachtte. ‘Dat werkt ontmoedigend’, aldus Both. 

Klaufus werkt veel samen in internationale projecten. ‘Nederlanders zijn erg gesteld op punctualiteit en tijdig afmelden. Jongeren moeten weten dat Nederlanders dit belangrijk vinden. Soms hebben ze er hulp bij nodig van het COA of de buurtsportcoach die dit uitlegt. Daar moet dus tijd voor vrijgemaakt worden’, zegt ze.

Afbeelding
basketbal jongeren

Grote welwillendheid

Het team deed zo’n 24 interviews met betrokkenen, zoals jongeren en ouders in het asielzoekerscentrum, voorzitters van sportverenigingen, buurtsportcoaches, professionals van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en gemeenten. De hoofdvragen spitsten zich toe op wat de belemmeringen zijn voor jongeren om lid te worden van een sportvereniging en wat bevorderend werkt. Klaufus was verbaasd over de respons. ‘Ik heb nooit eerder meegemaakt dat mensen een onderzoek zo belangrijk vinden. Bijna iedereen wilde meedoen aan het interview. Ook was ik positief verrast dat zoveel mensen gemotiveerd waren om sportactiviteiten voor deze jongeren mogelijk te maken. In de media wordt vaak het negatieve benadrukt. Maar dat komt niet altijd overeen met wat mensen denken. Ik zag zoveel welwillendheid.’

Samen met de jongerenstuurgroep actie ontwikkelen

Voor het ‘actie’-deel van het onderzoek heeft Klaufus een stuurgroep opgezet met 2 azc-jongeren en 4 Nederlandse jongeren. Samen hebben ze het probleem verder in kaart gebracht en onderzocht waar de kansen liggen. Het COA bedacht in samenwerking met sportclubs, buurtsportcoaches en de gemeente de optie van flexibele lidmaatschappen die overgaan van de ene azc-jongere naar de andere als een jongere plotseling moet verhuizen. 

De jongerenstuurgroep vond het belangrijk dat azc-jongeren goede informatie krijgen, op zulke lidmaatschappen worden voorbereid, weten dat ze een proeftraining kunnen volgen, maar ook dat punctualiteit en tijdig afmelden op prijs worden gesteld. Om voor iedereen positieve ervaringen te creëren. 

Afbeelding
Portret Leonie Klaufus
De jongeren vonden het belangrijk dat de poster een teamgevoel zou uitstralen, dat je erbij hoort, dat je één grote familie bent op de sportclub.
Leonie Klaufus

De jongerenstuurgroep kwam met het idee voor een poster die kan worden opgevouwen tot een folder. Deze kan in een asielzoekerscentrum worden opgehangen en verspreid om jongeren erop te attenderen dat het mogelijk is om mee te sporten bij een club en hoe ze dat kunnen regelen. De folder bevat informatie over sportclublidmaatschappen en het advies om een proeftraining te volgen, waardoor jongeren beter weten of ze de sport en de club leuk vinden.

Een azc-jongere bedacht de slogan: Your dreams, our priority. ‘De jongeren vonden het belangrijk dat de poster een teamgevoel zou uitstralen, dat je erbij hoort, dat je één grote familie bent op de sportclub’, aldus Klaufus. 

Verdere aanpassingen aan de poster

Tijdens een afsluitende sessie op het asielzoekerscentrum heeft het team het onderzoek en de folder gepresenteerd. De jongerenstuurgroep, het COA, voorzitters van sportclubs, buurtsportcoaches, en gemeentemedewerkers hebben hun feedback gegeven. ‘Op basis van de feedback hebben we de folder verbeterd en 500 stuks laten drukken’, zegt Klaufus. De folder ligt nu bij de informatiebalie van 1 asielzoekerscentrum en de poster hangt er op verschillende plekken. Het team is bezig de folder aan te passen zodat deze beter bruikbaar wordt voor andere azc’s. Buurtsportcoaches krijgen de mogelijkheid om de folder aan te passen en uit te printen voor hun azc’s. Het team ontwikkelt ook een website met de resultaten van het onderzoek. ‘We leggen deze uit in toegankelijke taal, waardoor de resultaten voor iedereen te begrijpen zijn’, aldus Klaufus.

Hopelijk vinden meer jongeren hun weg naar sportclub

Binnenkort publiceert het team een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift. Klaufus heeft het project gepresenteerd op een congres. Een volgende keer zou ze wel vanaf het begin de azc-jongeren betrekken bij het onderzoek en niet pas halverwege als lid van de stuurgroep. De inbreng van jongeren is cruciaal, zegt ze. ‘Jongeren hebben goede ideeën waar volwassenen niet altijd opkomen zonder nauw met hen samen te werken. Zo kun je een product ontwikkelen dat aansluit bij hun behoefte.’

‘Het was een mooie ervaring om te zien hoe zo’n onderzoek werkt en vaardigheden op te doen. Ook was het super gaaf om met zoveel mensen in aanraking te komen. Ik hoop dat het project verder wordt ontwikkeld en meer jongeren hun weg naar de sportclubs vinden’, zegt Both.

Onderzoek voor en door jongeren

Dit interview is onderdeel van een reeks artikelen naar aanleiding van de innovatieve ZonMw-subsidieronde Onderzoek voor en door jongeren. Uniek hierbij was dat jongeren als ervaringsdeskundigen zelf een onderzoeksvoorstel over mentale gezondheid indienden. ZonMw hielp met de match met wetenschappers. Als team werken jongeren en wetenschappers gelijkwaardig samen. 

In 2023 zijn 13 onderzoeksprojecten gestart. Het doel is om meer kennis over de mentale gezondheid van jongeren op te doen, en om direct bij te dragen aan verbetering. De teams dragen ook bij aan een overkoepelend onderzoek om te bepalen wat succesfactoren en belemmerende factoren zijn in participatief onderzoek.

> Lees meer over Onderzoek voor en door jongeren

Colofon
Auteur:
Tjitske Lingsma
Fotografie:
IStock