Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Dit leerde Zaanstad van een project dat vele uitdagingen kende

Artikel

Het begon met Covid. De kennismaking tussen de partijen van de Kansrijke Start coalitie liep steeds spaak. Ook door een personeelstekort bij de gemeente kon niemand meer vrijgemaakt worden voor het project. Maar toen de mondkapjes werden opgeborgen en de vacatures langzaam weer opgevuld, bleek de urgentie en motivatie voor het project verdwenen.

Projectleider Maarten Pekelharing blikt terug op wat wel en niet is gelukt bij het door ZonMw gefinancierde project 'Voor een kansrijke start in Zaanstad'.

Geen kansrijke start

Het was allesbehalve een kansrijke start voor Maarten Pekelharing toen hij als vijfde projectleider het stokje overnam om het project 'Voor een kansrijke start in Zaanstad' tot een goed einde te brengen. ‘Dat was me wel een klus waar ik aan begon,’ begint Maarten. ‘De doelstellingen bleken grotendeels niet meer haalbaar, wat te wijten was aan een combinatie van factoren, die ik dadelijk toelicht. Dus toen werd het een kwestie van kijken wat er wél kon en waar mogelijk nog succes te behalen viel.’ 

Vadergroepen

Dat succes bleek het opzetten van de vadergroepen te zijn. ‘Zaandam-Oost is een “NPLV-gebied”, een gebied in Nederland waar de leefbaarheid en veiligheid enorm onder druk staat. Daarom was één van de doelstellingen het beter bereiken van inwoners in kwetsbare omstandigheden. Zodat zij wel die aansluiting bij de geboortezorg en hulpverlening vinden die nodig is. Voor de (aanstaande) vaders bestonden er nog geen initiatieven op dit vlak. Dat wilde ik aanpakken, omdat ik merkte dat er bij het Pact kennis en energie zat om dit op te zetten. (Het Pact Zaandam-Oost is een alliantie van bijna 50 partners die zich inzet voor gelijke kansen en leefbaarheid in Zaandam-Oost en hiervoor ook rijksmiddelen krijgt.) We vonden in 4 vaders en de organisatie Trias Pedagogica het betrokken team dat ons daarmee heeft geholpen. Zo bestaan er inmiddels 4 vadergroepen. Eén variant is op basis van vrije inloop, waarbij (aanstaande) vaders onder begeleiding van 2 mannen in gesprek gaan over dingen waar je tegenaan loopt in het vaderschap. De andere vadergroep is een commitment om deel te nemen aan 20 sessies waarbij elke keer een expert over een bepaald thema z’n kennis en ervaring deelt. Uit de vadergroepen zijn vriendengroepen ontstaan en daaruit weer netwerken waardoor vaders worden versterkt in hun vaderschap. Dus over deze opbrengst van het project ben ik tevreden.’

Afbeelding
Als beleidsadviseur Preventieve Jeugdhulp weet ik hoe belangrijk het is dat de verbinding tussen alle partijen goed is.
Maarten Pekelharing
Projectleider

De samenwerking kwam laat op gang

Maarten: ‘Toen ik in het laatste jaar van het project instapte, merkte ik dat de samenwerkende organisaties geen noodzaak meer zagen in een samenwerking. Door corona had het te lang stilgelegen; het momentum was verloren en de urgentie kwijt. Gelukkig ontdekte ik dat Rutgers en Pharos goed onderzoek hadden gedaan. Dat was dan misschien te weinig om het project succesvol mee af te sluiten, het was in elk geval iets waar we als gemeente Zaanstad op konden voortborduren. Ook de inzet van de gemeentemedewerkers voor de Kansrijke Start coalitie leek met de nieuwe aanwas en daarmee verlichting van de werkdruk weer met nieuwe energie op stoom te komen. De gezamenlijke commitment om het leven van die kinderen in kwetsbare gezinnen te verbeteren was herontdekt. Dus op dit moment, nu het project is afgerond, is de verbinding er wél. Dat schetst in elk geval een hoopvol beeld voor de toekomst.’ 

Vergeet de sleutelfiguren niet

‘Als beleidsadviseur Preventieve Jeugdhulp weet ik hoe belangrijk het is dat de verbinding tussen alle partijen goed is, vervolgt Maarten. ‘Dat mensen zich inzetten voor een gezamenlijk doel, dezelfde taal spreken, begrijpen waar de beperkingen zitten en snappen hoe ze ieders expertise kunnen benutten. Maar wat ook belangrijk is, is dat men zich realiseert dat het niet om een samenwerking tussen alleen organisaties gaat. Je hebt ook buurtsleutelfiguren nodig om écht verandering teweeg te brengen. Mensen zoals een brugfunctionaris, die een brug slaat tussen school, ouders en jeugdhulp. Of een imam, die ons hielp bij de opzet van één van de vadergroepen. Naar hem luisteren ze, hij heeft een enorme invloed op een deel van de doelgroep. De belangrijke les die je hieruit kan trekken, is dat we ons bij dit project te veel hebben gericht op de klassieke partners zoals het Ouder-Kindteam en te weinig op dit soort sleutelfiguren. Terwijl je ze net zo hard nodig hebt.’

Erken het wantrouwen

‘Wat ook niet lekker liep, was de benadering van de Bulgaarse mensen in onze gemeente,’ licht Maarten de doelstelling toe om de Bulgaarse gemeenschap beter te bereiken. Kijk, de taalbarrière, daar kun je nog wel omheen werken. Maar als je als zorg- of hulpverlener of medewerker van de gemeente onbewust laat merken bepaalde vooroordelen te hebben, dan voelen mensen zich niet serieus genomen. Waardoor het wantrouwen richting de zorg en hulpverlening, wat bij deze groep al behoorlijk groot was, alleen maar toenam. Dat behoeft nu extra aandacht en zorg. De bejegening moet beter. Professionals moeten zich bewust worden van hun (onbewuste) vooroordelen en moeten getraind worden in een juiste manier van communiceren. Dat vergt tijd, erkenning van het probleem en inzet. Het is anders gezegd nog een flinke uitdaging hoe je dat wantrouwen van de Bulgaarse gemeenschap ombuigt naar vertrouwen. Daar zijn we als gemeente nog niet. Een eerste stap is overigens wel gezet. We hebben gesprekskaarten vertaald en naar de Bulgaarse cultuur aangepast zodat ze nu worden toegepast bij de Ouder- en kindclubs.’ 

Handelingsverlegenheid van professionals

Maarten: ‘Wat ook een interessante lering is gebleken, is dat ondanks de aangeboden trainingen, professionals zich nog steeds handelingsverlegen voelen om bepaalde onderwerpen ter sprake te brengen. Zo kregen we van ROC-docenten terug dat ze lessen over seksualiteit liever niet geven. Dus werd dat door iemand van Rutgers opgepakt. Terwijl het óók bij het vak van docent hoort. Het zegt mij iets over het ongemakkelijk gevoel rond bepaalde taboe-onderwerpen dat nu in de maatschappij leeft. Maar als je puur naar dit project kijkt, zijn we er dus kennelijk niet in geslaagd om professionals met de doelgroep in gesprek te laten gaan over het bewust wel of niet kiezen voor een kind. Terwijl de onwetendheid van de jongeren op dit vlak groot is. Alleen al over de conceptie ontbreekt zoveel basiskennis. Daarom geven op dit moment alleen gespecialiseerde experts de lessen. Maar voor ons is dus misschien de geleerde les dat je moet beginnen met het zoeken naar een professional die zelf het belang van de training inziet en dat belang onder collega’s verder wil uitdragen. Dat je een groep van aandachtsfunctionarissen samenstelt en daarna pas de rest traint. Wellicht had dat tot betere resultaten geleid.’ 

Blik vooruit!

Nu het project deels teleurstellend is afgerond, vind ik wel dat we de blik vooruit moeten hebben. De doelstellingen zijn niet van tafel. Sterker nog, de Kansrijke Start Coalitie is actiever dan ooit in Zaanstad en werkt inmiddels nauw samen om de doelstellingen alsnog te realiseren. We focussen ons op andere manieren om de doelstellingen te halen. Dat is waarom ik ook verder ga. Want uiteindelijk geloof ik dat we het samen wel kunnen. Zeker nu we zo goed hebben kunnen inzien hoe het niet werkt. Voorwaarts dus, op weg naar een kansrijke start voor ieder kind in de gemeente Zaanstad! 

Over het project

Om ertoe bij te dragen dat inwoners van Zaanstad een bewustere keuze maken bij het krijgen van een kind, is het project Voor een kansrijke start in Zaanstad opgezet. De Zaanse coalitie Kansrijke Start werkte in dit project aan een veilige, gezonde en kansrijke start voor ieder Zaans kind. De focus lag op Zaanse inwoners van Bulgaarse afkomst, die relatief weinig gebruik maken van de Nederlandse (geboorte)zorg. Doelstellingen van het project waren: 

  1. Inwoners in kwetsbare omstandigheden beter bereiken; 
  2. Integrale samenwerking geboortezorg en sociaal domein verbeteren; 
  3. Deskundigheid van professionals bevorderen; 
  4. Preventie; passend aanbod voor jongeren, jongens, mannen, vrouwen t.b.v. zelfbeschikking. 

Over het programma

Dit project is gefinancierd vanuit het programma Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap. Dit programma stimuleert de (door)ontwikkeling, implementatie en borging van kennis om de preventie van en ondersteuning en zorg bij onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap te verbeteren. 

Colofon
Auteur:
Marieke Stegenga Tegengascommunicatie
Fotografie:
Maarten Pekelharing
Redacteur:
ZonMw