Pyschosociale gezondheid

Psychosociale gezondheid is een belangrijke voorwaarde om goed te kunnen functioneren. Gelukkig gaat het met een groot deel van de jeugd goed. Maar soms zijn er psychosociale problemen. Dat kunnen emotionele problemen zijn, maar ook gedragsproblemen of sociale problemen. Vaak nemen deze problemen toe in de adolescentie. Die toename is sterker in bepaalde groepen, zoals jongeren met laag opgeleide ouders en in lagere schoolniveaus. De verschillen tussen groepen zijn echter relatief klein, alle jongeren hebben aandacht nodig. Psychosociale problemen kunnen ten dele voorkomen worden door kinderen met risicofactoren zo vroeg mogelijk te herkennen. En waar mogelijk te interveniëren en ouders extra ondersteuning te bieden. De JGZ speelt bij deze vroegsignalering een belangrijke rol vanwege het hoge bereik van kinderen en ouders, juist in de eerste levensjaren. Lees ook het interview uit deze reeks met hoogleraar Sociale geneeskunde Menno Reijneveld over 'Psychosociale problemen werken lang door, dus vroege aanpak is essentieel'.

Interviews

Kunnen we toe met minder vragenlijsten in de JGZ?

vragenlijsten

Zijn ze eigenlijk wel allemaal echt nodig, de vragenlijsten die de jeugdgezondheidszorg gebruikt voor het signaleren van psychosociale problemen? Amy van Grieken van het Erasmus MC onderzocht met haar team binnen het project ‘Mag het ietsje minder zijn?’ of de JGZ toekan met minder vragenlijsten. Haar aanbeveling? Nee, houd het voorlopig bij dit aantal. In dit interview lees je waarom. 

Lees het interview

Projecten op het thema Psychosociale gezondheid

JGZ-richtlijn Psychosociale problemen: in gezamenlijkheid zoeken naar de juiste aanpak

In Nederland heeft 6-8% van de 0-15 jarigen psychosociale problemen op basis van problemen gerapporteerd door ouders. De Jeugdgezondheidszorg bereikt bijna alle kinderen en is daarmee een belangrijke voorziening voor de vroegsignalering van psychosociale problemen bij kinderen. De richtlijn helpt JGZ-professionals bij het signaleren, bespreekbaar maken, registreren, handelen en samenwerken met betrekking tot psychosociale problemen bij het kind. Enkele aanbevelingen; deel de zorgen met de ouders en jongeren zelf, spreek met ouders en jongeren vanuit gelijkwaardige positie en neem beslissingen altijd in gezamenlijkheid. De richtlijn is bedoeld voor artsen, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen in de JGZ.

bekijk dit project


JGZ-richtlijn Depressie helpt jeugdigen en hun ouders bij depressieve klachten

Depressieve klachten komen frequent voor bij jeugdigen. Op de leeftijd van 19 jaar heeft al bijna een kwart een depressieve periode doorgemaakt. Uit onderzoek is bekend dat tijdig signaleren en interveniëren aantoonbaar een depressie kunnen voorkomen. De JGZ-richtlijn Depressie is een leidraad voor JGZ-professionals om samen met de individuele jeugdige met depressieve klachten (en de ouders) de juiste afwegingen te maken. De richtlijn ondersteunt het handelen van de JGZ-professional bij voorlichting, preventie, signalering, ondersteuning en monitoring. En indien nodig bij het toeleiden naar verdere diagnostiek bij depressieve klachten. De richtlijn is bedoeld voor artsen, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen in de JGZ.

bekijk dit project


JGZ-richtlijn Angst helpt angststoornissen onderscheiden van normale angst

 

Angst is een basis-emotie en hoeft geen psychisch probleem te zijn. Een angststoornis daarentegen is een veel voorkomend psychisch probleem onder jeugdigen. 2,5% van de jonge kinderen (2-3 jaar) tot 12% bij jeugdigen van 18 tot 24 jaar heeft er last van. De JGZ-richtlijn Angst is een leidraad voor JGZ-professionals om samen met de individuele jeugdige met angststoornissen (en de ouders) de juiste afwegingen te maken. De richtlijn ondersteunt  het handelen van de JGZ-professional bij de signalering, normalisering en ondersteuning. En indien nodig bij de toeleiding naar andere zorg. De richtlijn is bedoeld voor artsen , verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen in de JGZ.

bekijk dit project


Herziene JGZ-richtlijn Kindermishandeling: aanknopingspunten voor signaleren en handelen

In Nederland zijn jaarlijks naar schatting 119.000 kinderen in de leeftijd van 0-17 jaar slachtoffer van kindermishandeling en verwaarlozing. De gevolgen voor een kind of jongere zijn ingrijpend en divers. JGZ-professionals spelen een belangrijke rol bij de signalering van kindermishandeling en de herziene richtlijn verschaft voor hen een overzicht van de belangrijkste signalen en risico- en beschermende factoren. De richtlijn beveelt professionals aan om altijd – bij alles wat ze als afwijkend, opvallend of zorgelijk opmerken bij jeugdigen en hun ouders – zichzelf de vraag te stellen: kán hier sprake zijn van kindermishandeling? De Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling vormt in deze richtlijn de kapstok voor het handelen bij (vermoedens van) kindermishandeling.

bekijk dit project
 

Een extra contactmoment voor adolescenten voor een betere gezondheid

Voorheen was in de tweede klas van het voortgezet onderwijs het laatste reguliere contactmoment met de JGZ. Om ook de gezondheid en het gezonde gedrag van de oudere jeugd te bevorderen, heeft de landelijke overheid vanaf 2013 geïnvesteerd in een extra contactmoment voor adolescenten. Dit project evalueert de effecten. Tijdens groepsgesprekken met jongeren uit de derde of vierde klas komt een casus van een leeftijdgenoot met bijvoorbeeld psychosociale problemen aan de orde. Waar zouden jongeren naartoe gaan als zij zelf dergelijke problemen zouden ervaren? Het onderzoek kan de JGZ aanknopingspunten bieden om jongeren beter te ondersteunen bij psychosociale problematiek.

bekijk dit project


PreSPARK: hulpmiddel voor het gesprek met aanstaande ouders

In de verloskundige zorg ligt het accent op medische en obstetrische risicofactoren. Er is echter steeds meer kennis beschikbaar dat ook sociale, psychische, zorg- en leefstijlgerelateerde risicofactoren kunnen leiden tot ongunstige zwangerschapsuitkomsten. Een prenataal huisbezoek van een jeugdverpleegkundige kan in zulke gevallen een geschikte doorverwijsmogelijkheid bieden. Ongunstige omstandigheden voor het kind om op te groeien, waaronder psychosociale problemen bij de aanstaande ouders, komen bij een aantal onderwerpen terug in het gestructureerde preSPARK-gesprek. Informatie uit de prenatale huisbezoeken met de preSPARK draagt in dit project bij aan het beantwoorden van de onderzoeksvraag hoe vaak en voor welke zorgvragen een prenataal JGZ-contact met preSPARK wordt ingezet.

bekijk dit project


Zorgen regionale adviesteams voor een betere verwijzing naar jeugd-ggz?

Naar schatting 1 op de 6 kinderen heeft psychische problemen. De gemeente is verantwoordelijk voor de signalering en behandeling. Het Consultatie en Adviesteam Jeugd GGZ Gooi en Vechtstreek, opgezet vanuit de JGZ, helpt professionals, jeugdigen en ouders bij vragen en verwijzingen. Het team van twee jeugdartsen en een GZ-psycholoog ondersteunt huisartsen met consultatie en advies bij hun vragen rond psychische en psychosociale problemen van jeugdigen. Aan jeugdconsulenten van gemeenten bieden ze vraagverheldering en aan ouders en jeugdigen kortdurende behandeling of begeleiding. Een vergelijking tussen huisartsenpraktijken met controlehuisartsenpraktijken moet inzicht bieden in de toegevoegde waarde van het team bij de hulp aan kinderen met psychosociale problemen.

bekijk dit project


M@ZL PO: systematische aanpak van psychosociale problemen

Ziekteverzuim van basisschoolleerlingen is soms een signaal van achterliggende somatische en psychosociale problemen. Andersom kunnen psychosociale problemen weer het gevolg zijn van ziekteverzuim, bijvoorbeeld door uitsluiting als een kind er vaak niet is. Over deze problemen zijn focusgroepgesprekken gevoerd met scholen, ouders, leerplichtambtenaren en jeugdartsen. Niet een wettelijke verplichting, maar het opsporen en kunnen oplossen van psychosociale problemen blijkt de belangrijkste reden om te werken aan een meer systematische aanpak van ziekteverzuim van leerlingen op basisscholen. Een nieuwe werkwijze hiervoor, de M@ZL PO, wordt in dit project nader onderzocht. Het instrument kan gaan bijdragen aan de verbindende rol van de JGZ tussen medische zorg, jeugdzorg en passend onderwijs.

  • ZonMw-project: 736200010, M@ZL voor het PO. De werkwijze M@ZL (Medische Advisering Ziekgemelde Leerling) op het primair onderwijs: een schoolvoorbeeld van positionering van JGZ in het sociale domein en in haar verbindende rol tussen medische zorg, jeugdzorg en passend onderwijs
  • Onderdeel van programma: Versterking Uitvoeringspraktijk Jeugdgezondheidszorg

bekijk dit project


Verbetert een specialistisch ondersteuner jeugd de verbinding tussen professionals?

Om druk op de tweede lijn te verlichten en huisartsen te ondersteunen in hun poortwachtersrol, kiezen steeds meer gemeenten voor het aanstellen van specialisten op het gebied van jeugd en jeugd-ggz. In dit project staat de specialistisch ondersteuner jeugd (SOJ) in de JGZ centraal, een veelbelovende werkwijze die de verbinding tussen professionals kan versterken en de signalering en verwijzing van psychosociale problemen door de JGZ kan verbeteren. Het project onderzoekt welke jeugdigen worden verwezen en of ouders, jeugdigen en professionals tevreden zijn. Ook formuleert het project aandachtspunten voor verdere implementatie. Doel is het doorontwikkelen, beschrijven en evalueren van de werkwijze.

bekijk dit project


Doorontwikkeling van de SPARK voor het contactmoment op 60 maanden 

SPARK is een gestructureerd vraaggesprek dat de ervaringen van de ouders combineert met de expertise van de jeugdverpleegkundige. In dit project is de SPARK60 ontwikkeld, met vragen naar ervaren zorgen en problemen en zorgbehoeften. De domeinen zijn onder meer gezondheid, emotionele ontwikkeling, gedrag van het kind, omgang met anderen en gezinszaken. Informatie op dit thema biedt antwoorden op de onderzoeksvraag naar de zorgbehoeften van ouders van 5-jarige kinderen. Ook kijkt het project naar de balans tussen draagkracht en draaglast van ouders, met een nieuwe korte vragenlijst van acht vragen. De onderzoekers gaan na in hoeverre de SPARK60 en de daaropvolgende zorg bijdraagt aan die balans.

  • ZonMw-project: 729300101, Bepalen van draagkracht en draaglast bij ouders van jonge kinderen met de SPARK
  • Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

bekijk dit project


LSVG: screening van verstoord gehechtheidsgedrag

Veilige gehechtheid is noodzakelijk voor de ontwikkeling van het jonge kind. Kenmerkend is het vertrouwen van het kind in zichzelf en in de ouder. Ongeveer 38% van de jeugdigen ontwikkelt een onveilige relatie, zo’n 15% heeft professionele hulp nodig. Voor praktijkprofessionals waren lang geen eenvoudige instrumenten voorhanden om gehechtheidsproblemen te signaleren. De richtlijn Problematische gehechtheid beveelt de Lijst Signalen Verstoord Gehechtheidsgedrag (LSVG) aan, een korte checklist die een professional samen met de ouders kan invullen. Dit onderzoek is bedoeld om de validiteit van de LSVG vast te stellen en de bruikbaarheid ervan te onderzoeken in verschillende sectoren: de JGZ, de jeugdhulpverlening en de jeugd-ggz.

  • ZonMw-project: 729300102, Screening van Verstoord Gehechtheidsgedrag: validiteit en bruikbaarheid van de LSVG in de JGZ, Jeugdhulp en Jeugd-GGZ
  • Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

bekijk dit project


SDQ: ook een goed instrument jeugdigen boven de 14?

De Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) is vanwege de goede psychometrische eigenschappen een standaard instrument in de JGZ om psychosociale problemen te signaleren. In Nederland is de SDQ echter nog niet goed gevalideerd voor de groep ouder dan 14 jaar, terwijl de zelfrapportageversie wel gebruikt wordt voor het contactmoment met 15-16 jarigen. Ook is niet bekend of laaggeletterde jongeren de vragenlijst goed begrijpen. Dit project werkt aan het valideren van de SDQ voor de leeftijdsgroep van 12-17 jaar en onderzoekt  hoe laaggeletterde jongeren de vragen van de SDQ interpreteren. Met de uitkomsten kan de JGZ de signalering van psychosociale problemen verder verbeteren.

  • ZonMw-project: 729300105, De validiteit van de SDQ voor signalering van psychosociale problemen onder 12-17 jarigen in de JGZ
  • Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

bekijk dit project


Minder vragenlijstdruk bij het signaleren van psychosociale problemen

Hoeveel kinderen lopen volgens hun score op een JGZ-vragenlijst risico op psychosociale problematiek? Uit dit onderzoek blijkt dat op elk moment dat de vragenlijst wordt ingezet, de JGZ ‘nieuwe’ risicokinderen opspoort, maar ook dat kinderen intussen ‘herstelden’. Met name op het voortgezet onderwijs blijken relatief veel ‘nieuwe’ kinderen te worden gesignaleerd. Afgaand op de gegevens uit verschillende opeenvolgende meetmomenten, is er geen aanleiding een bepaald meetmoment eruit te laten om psychosociale problematiek te signaleren. Belangrijk is dat er wordt gekeken naar de vervolgstappen nadat signalering heeft plaatsgevonden.

  • ZonMw-project: 729301001, Mag het ietsje minder zijn? Het terugdringen van de vragenlijstdruk bij het signaleren van psychosociale problemen in de JGZ
  • Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

bekijk dit project


Consultatiebureau van de toekomst: ‘blended care’ in de JGZ

‘Blended care’ is een vorm van zorg die on- en offline behandelingen en contact combineert. Digitale toepassingen vervangen binnen ‘blended care’ dus een deel van het reguliere ‘offline’ contact. Deze nieuwe vorm van zorg wordt in de JGZ nog nauwelijks gebruikt, terwijl het in bijvoorbeeld de (jeugd-)ggz een steeds prominentere rol krijgt. In dit project worden bestaande evidence- en practiced based werkwijzen van de JGZ doorontwikkeld naar een ‘blended’ variant. Dat gebeurt op het gebied van excessief huilen bij baby’s en pesten bij kinderen in de basisschoolleeftijd. Een haalbaarheidsstudie brengt de kansen en belemmeringen voor ‘blended care’ in de JGZ in kaart.

  • ZonMw-project: 729410009, Consultatiebureau van de toekomst: de ontwikkeling en evaluatie van ‘blended care’ in de jeugdgezondheidszorg
  • Onderdeel van programma: Effectief werken in de jeugdsector

bekijk dit project


M@zl op het MBO: de rol van de JGZ bij terugdringen van schoolverzuim

Vooral op het mbo is veel sprake van schoolverzuim. De achterliggende problematiek bij de jongeren die verzuimen is vaak complex. Risicofactoren variëren van psychiatrische problemen en gedragsproblemen tot een moeilijke thuissituatie, contact met de politie of schulden. In ‘M@zl op het MBO’ heeft de JGZ een belangrijke rol. In dit evaluatieproject bleek dat een groot aantal jongeren in het onderzoek last had van depressieve symptomen. De helft van de jongeren had een lage score op zelfredzaamheid op het gebied van mentale gezondheid. De gegevens over hun problemen bieden aanknopingspunten voor de JGZ om te kijken hoe zij jongeren op het mbo het beste kan ondersteunen. 

  • ZonMw-project: 531005011, Evaluatie van de rol van de jeugdarts bij "M@ZL op het MBO", een interventie voor een integrale aanpak van ziekteverzuim op het MBO
  • Onderdeel van programma: Preventieprogramma 5

bekijk dit project




 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website