Cees Postema: ‘Doelmatigheidsonderzoek heeft de zorg duidelijk verbeterd’
Al ruim 25 jaar levert Doelmatigheidsonderzoek waardevolle kennis op voor een effectieve, betaalbare en duurzame zorg. Cees Postema was jarenlang betrokken bij het ZonMw-programma DoelmatigheidsOnderzoek, onder meer via de commissie Evaluatie van Effecten en Kosten. Welke lessen deelt hij?
Van origine is Cees Postema KNO-arts. Na zijn opleiding in Nijmegen had hij vier jaar een praktijk in Winterswijk, waarna hij overstapte naar de gezondheidsinspectie. Een paar jaar later ging hij naar de toenmalige Ziekenfondsraad (het huidige Zorginstituut Nederland). ‘In die tijd – we spreken begin jaren 90 – begon mijn bemoeienis met het thema doelmatigheid. Er was destijds een enorme technologische versnelling, bijvoorbeeld nieuwe beeldvormende technieken en de introductie van de kijkoperatie. In 1994 werd ik projectbeoordelaar bij het Fonds Ontwikkelingsgeneeskunde. Het was altijd een feest als de projectaanvragen binnenkwamen. We zaten bovenop de jongste ontwikkelingen in de wetenschap. En je wist: dit is waar we behoefte aan hebben, namelijk aan onderzoek dat laat zien welke echte impact een aanpak of interventie heeft.’
Enorm veel plezier
In 2008 werd Postema secretaris bij de Gezondheidsraad. ‘Ik kende Henk Smid, destijds directeur van ZonMw, al sinds 1988, toen ik vanuit de gezondheidsinspectie betrokken was bij de aidsbestrijding. Hij vroeg me nu voor de commissie VEMI: vroegtijdige evaluatie van medische innovatie. Vanuit mijn eerdere betrokkenheid bij HTA-onderzoek (health technology assessmentI, red.) lag het voor de hand dat ik daarna in de commissie EEK terechtkwam, de beoordelingscommissie van het programma DO.’ Tot voor kort – hij is inmiddels 74 – was Postema de EEK-voorzitter, een rol die hij ‘met enorm veel plezier’ heeft vervuld. ‘Met de overgang van DO naar het kaderprogramma Passende Zorg vond ik het een mooi moment om te stoppen.’
Het programma DO onderzoekt relevante vragen die in de praktijk leven en waarover knopen moeten worden doorgehakt. Het onderzoek heeft de kwaliteit van zorg duidelijk verbeterd. En er zijn enorme besparingen gerealiseerd.
Extra gezonde levensjaren
In de ZonMw-publicatie ’25 jaar DoelmatigheidsOnderzoek’ zegt Mariëlle Snijders (directeur programma’s bij ZonMw en voormalig clusterhoofd Doelmatigheidsonderzoek) dat langjarige programmering van onderzoek – inclusief investeringen in de kennisinfrastructuur – maakt dat je in de spreekkamer op basis van kennis het goede gesprek kunt voeren over behandelkeuzes. Postema kan dat volledig onderschrijven. ‘Het programma DO onderzoekt relevante vragen die in de praktijk leven en waarover knopen moeten worden doorgehakt. Het onderzoek heeft de kwaliteit van zorg duidelijk verbeterd. En er zijn enorme besparingen gerealiseerd.’ De jongste evaluatie laat inderdaad zien dat het in de periode 2018-2023 om maar liefst zo’n 1,9 miljard euro per jaar gaat. En misschien nog wel belangrijker, vindt Postema, zijn de 7.500 extra levensjaren in goede gezondheid (QALY’s) die de projecten hebben opgeleverd.
Geen eenvoudige beslissing
Een mooie ontwikkeling is volgens Postema de groeiende betrokkenheid van patiëntenorganisaties. In het kaderprogramma Passende Zorg, waarin DoelmatigheidsOnderzoek een vervolg krijgt, staat de waarde voor de patiënt nog meer centraal. Maar ook in het programma DO was dit mede door de inbreng van patiënten gaandeweg al steeds meer het geval, benadrukt Postema. Hij vindt het lastig een specifiek project te noemen dat hem vooral is bijgebleven, ook omdat hij geen enkele studie tekort wil doen. Maar hij wil één casus noemen die een grote indruk heeft achtergelaten. ‘Het betrof een voorstel rond de behandeling van een buitengewoon agressieve hersentumor bij kinderen. Dat heeft in de commissie tot ingewikkelde discussies geleid. Het ging om een levensverlengende behandeling die voor een kind en de omgeving natuurlijk van enorme waarde kon zijn. Maar het was ook een erg kostbare interventie. Je kunt je voorstellen dat het dan geen eenvoudige beslissing is er onderzoek naar te financieren.’
Praktijk soms ingehaald
Voor het maken van verantwoorde keuzes om de zorg toegankelijk te houden, moet intussen ook uitgezocht worden welke behandelingen te weinig toevoegen, ook al zijn we misschien al jaren gewend ze in te zetten. Postema vindt doelmatigheidsstudies naar de-implementatie bijzonder interessant, omdat daar veel winst te behalen is. Voor de maatschappij, maar ook voor de patiënt zelf; die heeft immers niets aan zorg zonder toegevoegde waarde. Soms wordt de praktijk overigens ingehaald door een bepaalde technologische ontwikkeling. Uit zijn eigen vak herinnert Postema zich de introductie van de MRI. Die maakte het onnodig om na een operatie om holtes schoon te maken nog eens operatief te kijken hoe het ervoor stond. Postema: ‘Er was net een onderzoek van start te gaan naar de beste operatieve nazorg, maar vanwege de MRI was het niet meer nodig hierop te wachten.’
Organisatie van zorg
Het programma DO mag dan wel worden afgerond, doelmatigheidsonderzoek blijft onverminderd van belang, stelt Postema. Hij onderschrijft wat Frida van den Maagdenberg, voorzitter van de ZonMw-commissie DoelmatigheidsOnderzoek in ‘25 jaar DO’ zegt: ‘Wie wil dat zorg echt waardegedreven is, kan niet zonder onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Alleen zo genereer je kennis over wat de zorg werkelijk oplevert.’ Een grote uitdaging noemt Postema daarbij de verbreding naar alle sectoren, zoals in het kaderprogramma Passende Zorg de bedoeling is. ‘De medisch-specialistische zorg heeft er veel ervaring mee, en ook in de huisartsenzorg is de afgelopen decennia een enorme kwaliteitsslag gemaakt als het gaat om de wetenschappelijke onderbouwing van het werk. Maar andere sectoren hebben er nog minder ervaring mee.’ Het is overigens ook de vraag of er in bijvoorbeeld de thuiszorg een eenduidige weging van effectiviteit en kosten van interventies kan plaatsvinden, vervolgt Postema. ‘Het gaat dan eerder om vraagstukken rond het optimaal organiseren van zorg rondom patiënt of cliënt. Des te beter dat daarvoor in het kaderprogramma Passende Zorg veel ruimte komt.’
Nieuwsgierig blijven
Aan het slot van het gesprek komt Postema weer terug bij de rol van de patiënt. Hij heeft in de vele jaren van betrokkenheid bij doelmatigheidsonderzoek het belang van ervaringskennis steeds groter zien worden. ‘Impliciet hadden we altijd al oog voor het belang van de patiënten, want die betere zorg is er natuurlijk voor hen. Maar het is heel belangrijk dat de participatie vanuit patiëntenorganisaties steeds meer is geprofessionaliseerd. Hun inbreng heeft de relevantie van het onderzoek echt verbeterd. En voor het draagvlak voor je resultaten – dus ook voor de implementatie – helpt het als je weet dat jouw studie een vraag beantwoord die er voor de patiënt echt toe doet.’ Wat zou Postema nog willen meegeven aan de mensen in het veld? ‘Blijf nieuwsgierig en volg de ontwikkelingen in je vak op de voet. En kijk zeker ook verder dan de praktijk van alledag. Je kunt je elke dag weer afvragen: we doen dit nu wel zo, maar kan het nóg beter? Wie nieuwsgierig blijft, komt dan steeds weer op een nieuw idee.’
Het programma DoelmatigheidsOnderzoek draagt bij aan kwalitatief hoogwaardige patiëntenzorg tegen aanvaardbare kosten voor de samenleving. Op basis van een weging van effectiviteit en kosten kan bepaald worden welke zorginterventie het meest doelmatig is en welke interventie beter niet (meer) kan worden toegepast. Het programma DoelmatigheidsOnderzoek loopt eind 2026 af en veel resultaten krijgen de komende tijd hun weerslag. In deze korte serie laten we onderzoekers aan het woord die dat mede mogelijk maken. De aftrap is voor Cees Postema, voormalig voorzitter van de Commissie Evaluatie van Effecten en Kosten (EEK). De commissie EEK is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma, zoals de beoordeling van subsidieaanvragen en monitoring van lopende projecten. De Commissie DoelmatigheidsOnderzoek (CDO) is verantwoordelijk voor de strategie van het programma