Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Aandachtsvelder decubitus: van kennisdrager naar verpleegkundig leider

Interview met Monique van Dijk, Lara Bos en Laura Schafthuizen
Laatst aangepast:

Verpleegkundigen weten al jaren welke maatregelen effectief zijn om decubitus of doorligwonden te voorkomen. Waarom lukt dat dan niet altijd in de dagelijkse praktijk? De CHAMPION-studie zocht het antwoord in kennis, richtlijnen én bij verpleegkundigen die hun collega's stimuleren om deze kennis toe te passen.

De aandachtsvelder – in het Engels nurse champion – is een bekend fenomeen in ziekenhuizen. Het gaat om een verpleegkundige met extra kennis en een speciale rol rond een bepaald zorgthema. In de CHAMPION-studie van het Erasmus MC en UMC Utrecht stond de aandachtsvelder decubitus centraal. ‘Decubitus, of doorliggen, komt ondanks alle beschikbare kennis nog steeds veel voor in het ziekenhuis’, vertelt verplegingswetenschapper Lara Bos van UMC Utrecht. ‘Het is een van de bekendste risico’s, die goed voorkomen kan worden met voorlichting, wisselligging, vroegtijdig mobiliseren en voldoende eiwitrijke voeding en vocht. Kennisoverdracht naar andere verpleegkundigen over deze aspecten is een belangrijk taak van de aandachtsvelders.’

‘De rol van aandachtsvelder wordt in de verpleegkunde veel gebruikt’, vertelt hoofdonderzoeker Monique van Dijk, emeritus-hoogleraar Verplegingswetenschap bij Erasmus MC en aanvrager van de subsidie voor de studie. ‘De vraag was: hoe kunnen we de inzet van aandachtsvelders voor de preventie en behandeling van decubitus optimaliseren? Wat hebben succesvolle aandachtsvelders nodig om hun verpleegkundig leiderschap te versterken?’

Praktijk wacht niet op onderzoek

Verplegingswetenschapper Laura Schafthuizen deed het onderzoek samen met haar collega Denise Spoon in het Erasmus MC. In Utrecht ging Bos aan de slag. ‘We hadden eerst geen goed beeld van het percentage patiënten met decubitus in het ziekenhuis’, vertelt Bos. ‘Daarom begonnen we met prevalentiemetingen. Ook hielden we groepsinterviews met aandachtsvelders en interviewden we verpleegkundigen, leidinggevenden en patiënten. We wilden weten hoe aandachtsvelders functioneerden, hoe verpleegkundigen tegen hen aankeken en in hoeverre patiënten wisten wat decubitus is en wat zij zelf konden doen om het te voorkomen.’

De uitkomsten van de metingen en interviews maakten de urgentie direct zichtbaar. ‘De prevalentiecijfers wisselden per afdeling, maar zowel in Rotterdam als Utrecht was het percentage mensen met decubitus echt te hoog’, vertelt Van Dijk. ‘Daardoor werden al aan het begin van de studie in beide ziekenhuizen meer aandachtsvelders aangesteld en kwam er meer aandacht voor preventie van decubitus tijdens bijvoorbeeld de ochtendstart. Dat is bij verpleegkundig onderzoek wel vaker zo: de praktijk gaat door. We laten patiënten niet wachten op betere zorg. De prevalentiemeting was daarmee een interventie op zich.’

Afbeelding
Na de eerste meting kwam er meteen meer aandacht voor preventie van decubitus. De prevalentiemeting was daarmee een interventie op zich.
Monique van Dijk

Nadruk op versterking aandachtsvelders

Door de aanpassingen op de werkvloer veranderde de focus van het onderzoek. De nadruk kwam te liggen op het versterken van de aandachtsvelders. ‘Een nurse champion is volgens de rolbeschrijving iemand die collega's weet te inspireren en in beweging krijgt’, aldus Schafthuizen. ‘Maar uit de interviews bleek dat verpleegkundigen vaak niet wisten wie de aandachtsvelder decubitus op hun afdeling was. Voor ons een mooie kans om te onderzoeken of we de rol van de aandachtsvelders met een coachingsprogramma konden versterken en hun zichtbaarheid konden vergroten. Iedere aandachtsvelder kreeg 3x een uur individuele coaching met als onderwerpen: het vergroten van de eigen zichtbaarheid, omgaan met werk- en tijdsdruk en het meekrijgen van collega’s. Daarnaast kregen aandachtsvelders extra scholing van wondverpleegkundigen en training om decubitus betrouwbaar te signaleren en meten.

Eigenaar van decubituspreventie

Na de coaching werden de interviews en prevalentiemetingen herhaald. Schafthuizen: ‘In beide ziekenhuizen was er sprake van een halvering van de decubitus prevalentiecijfers. Daarnaast kwam uit de interviews naar voren dat aandachtsvelders zich meer eigenaar voelden van decubituspreventie op hun afdeling. Zij keken vaker naar welke maatregelen nodig en passend waren, zorgden dat de juiste materialen beschikbaar kwamen en informeerden collega's actiever over preventie’.

‘De randvoorwaarden verschilden wel sterk’, vervolgt Bos. ‘Sommige aandachtsvelders kregen vaste uren voor hun taak, anderen moesten het werk binnen hun reguliere diensten uitvoeren. Daar raakt de taak van aandachtsvelder aan verpleegkundig leiderschap: durf je bij een leidinggevende duidelijk te maken wat nodig is om deze rol goed uit te voeren?

Afbeelding
De taak van aandachtsvelder raakt aan verpleegkundig leiderschap: durf je bij een leidinggevende duidelijk te maken wat nodig is om deze rol goed uit te voeren?
Lara Bos

Verschil tussen ambitie en praktijk

Zeggenschap, leiderschap en autonomie waren belangrijke begrippen binnen het onderzoek. De onderzoekers vonden deze lastig te meten. ‘Voor zeggenschap in de praktijk van alledag – controle over het eigen werk – waren geen gevalideerde vragenlijsten voor handen’, zegt Schafthuizen. ‘Zeggenschap, leiderschap en autonomie zijn ook nog eens concepten die met elkaar worden verward en waar overlap in zit. Je merkt dat het abstract is: wat wordt er precies mee bedoeld? Verpleegkundigen hebben bij deze termen behoefte aan concrete voorbeelden.’

Van Dijk ziet bovendien een verschil tussen de ambitie om verpleegkundig leiderschap te versterken en de dagelijkse praktijk. ‘Het heeft nog tijd nodig. Pas in de laatste jaren heeft verpleegkundig leiderschap een plek gekregen in de opleidingen. Daarnaast is er nog veel hiërarchie in het ziekenhuis. In een ziekenhuissetting is het een hele stap om te zeggen: Hé, waarom doen we het zo en niet anders? Met 3x coaching kun je het leiderschap niet voldoende ontwikkelen. Toch hielp de coaching. Aandachtsvelders kregen meer zicht op hun eigen rol en konden beter benoemen welke voorwaarden nodig zijn om die rol uit te voeren.’

Patiënten betrekken bij preventie

Een ander inzicht uit het onderzoek gaat over de rol van patiënten. Hoewel zelfmanagement in de zorg veel aandacht krijgt, worden patiënten niet altijd bij decubituspreventie betrokken. Decubituspreventie vraagt om voortdurende bewustwording, voorlichting is geen eenmalige gebeurtenis’, aldus Bos. ‘Daarnaast zijn concrete adviezen belangrijk. De patiënt moet zelf ook bewegen en wisselen van houding. Patiënten hebben gedurende hun opname herhaaldelijk begeleiding en aansporing nodig om zelf actief bij te dragen aan preventie.’

Goed informeren is dan ook niet altijd eenvoudig. Schafthuizen: ‘Bij patiënten die ernstig ziek zijn, staat voorlichting over decubitus niet altijd bovenaan de prioriteitenlijst. Verpleegkundigen maken daarin bewuste keuzes, afgestemd op wat een patiënt op dat moment nodig heeft. De vraag hoe je die afweging maakt, is ook een belangrijk onderwerp voor aandachtsvelders.’

Afbeelding
Bij patiënten die ernstig ziek zijn, staat voorlichting over decubitus niet altijd bovenaan de prioriteitenlijst. Welke afweging maak je dan als verpleegkundige? Dat is ook een belangrijk onderwerp voor de aandachtsvelder.
Laura Schafthuizen

Uitgenodigd om zeggenschap te tonen

Al met al laat de CHAMPION-studie zien dat het structureel toepassen van evidence-based preventie daadwerkelijk tot betere uitkomsten kan leiden. De prevalentiecijfers namen gedurende het praktijkonderzoek af. Tegelijkertijd werd duidelijk wat aandachtsvelders nodig hebben: tijd, een heldere rolbeschrijving, scholing, steun van leidinggevenden en contact met andere aandachtsvelders. ‘En er mag meer erkenning en waardering komen voor de rol’, zegt Van Dijk. ‘Als manager moet je er aandacht voor hebben en regelmatig checken hoe het gaat. Het is wel iets extra’s wat deze verpleegkundigen doen.’

Dat vraagt ook om structurele borging. Verloop onder aandachtsvelders maakt het moeilijk om kennis en aandacht vast te houden. ‘UMC Utrecht werkt daarom verder aan een duidelijke rolbeschrijving en aan randvoorwaarden die de functie minder afhankelijk maken van individuele personen’, aldus Bos. ‘Niet alleen de individuele verpleegkundige moet veranderen, ook de omgeving moet ruimte bieden. Hoe krijg je een andere afdelingscultuur, zodat verpleegkundigen zich uitgenodigd voelen om zeggenschap te tonen? Aandachtsvelders zijn niet vanzelf effectief. Hun impact ontstaat wanneer organisaties investeren in scholing, persoonlijke aandacht en formele ondersteuning.’

Colofon
Auteur:
Astrid van den Berg
Redacteur:
ZonMw