Bewegingsgerichte ziekenhuiszorg als onderdeel van het verpleegkundig vak
Function Focused Care is een bewezen effectieve interventie waarbij verpleegkundigen patiënten stimuleren te bewegen en fysiek actief te blijven. Hoe kunnen verpleegkundigen hierin meer regie nemen en interprofessionele samenwerking verbeteren? De naam van het onderzoek hiernaar was niet voor niets: Nurses in the Lead.
Bewegen tijdens een ziekenhuisopname lijkt vanzelfsprekend, maar patiënten brengen nog altijd veel tijd zittend of liggend door. Function Focused Care (FFC) of bewegingsgerichte zorg probeert daar verandering in te brengen door bewegen te verweven in de dagelijkse verpleegkundige zorg. In het project Nurses in the Lead is onderzocht wat verpleegkundigen en verzorgenden nodig hebben om daarin de regie te nemen. Het project werd geleid door Janneke de Man-van Ginkel, hoogleraar verplegingswetenschap bij het LUMC, en Erwin Ista, universitair hoofddocent verplegingswetenschap en implementatie bij het Erasmus MC.
Uitzonderlijk duidelijke effectiviteit
‘In ons veld is effectiviteit best ingewikkeld aan te tonen’, zegt De Man, ‘Uit ons eerdere onderzoek bij UMC Utrecht bleek dat patiënten die de FFC-interventie kregen, gemiddeld 3,3 dag korter in het ziekenhuis lagen. Het feit dat we hier een interventie hebben die zo’n duidelijke effectiviteit laat zien, is vrij uniek in het verpleegkundig domein. Toen ik van het UMC Utrecht naar het LUMC overstapte, wilde ik daarom graag verder met het onderwerp, en onderzoeken hoe FFC duurzaam onderdeel kan worden van de verpleegkundige praktijk.’
Wat is Function Focused Care?
Function Focused Care benut dagelijkse zorgmomenten om patiënten aan te moedigen daarin zoveel mogelijk fysiek actief te zijn. Doel is hun mobiliteit en zelfstandigheid tijdens de ziekenhuisopname te behouden of herstellen. De Amerikaanse interventie is door UMC Utrecht aangepast aan de Nederlandse ziekenhuispraktijk. FFC bestaat uit 4 onderdelen:
- Omgeving en beleid beoordelen: stimuleren die bewegen en zelfstandigheid?
- Verpleegkundigen scholen: bewegen integreren in de dagelijkse zorg.
- Samen met patiënt doelen stellen: haalbare doelen afspreken voor functioneren en mobiliteit.
- Motiveren en coachen: patiënten stimuleren actief te blijven en hun doelen na te streven.
Gelijkwaardige stem in interprofessionele samenwerking
Samen met onder anderen Erwin Ista, universitair hoofddocent verplegingswetenschap en implementatie bij het Erasmus MC, startte De Man het project Nurses in the Lead. Centraal stond de vraag wat verpleegkundigen en verzorgenden nodig hebben om FFC toe te passen en daarbij professionele autonomie en leiderschap te tonen. ‘Verpleegkundigen zien fysiek functioneren wel als onderdeel van hun vak, maar associëren bewegen tegelijkertijd sterk met fysiotherapie en ergotherapie’, zegt Ista. ‘Ze mogen zich realiseren dat ze juist in bewegingsgerichte zorg de regie kunnen nemen en verschil kunnen maken voor de patiënt. In de interprofessionele samenwerking met arts, fysio- en ergotherapeut hebben verpleegkundigen een gelijkwaardige stem.’
In de interprofessionele samenwerking met arts, fysio- en ergotherapeut hebben verpleegkundigen een gelijkwaardige stem.
Nurse champions als motor van verandering
Voor Ista was het project een klassiek implementatievraagstuk. ‘Weten dat iets werkt, betekent nog niet dat het onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk’, zegt hij. ‘Daarom onderzochten we wat verpleegkundigen nodig hadden om FFC daadwerkelijk toe te passen. Het project vond plaats op 4 afdelingen: interne geneeskunde en chirurgie in het LUMC en longgeneeskunde en nier-vaatchirurgie in het Erasmus MC. We hebben gesproken met medewerkers van verschillende disciplines en met patiënten. Vervolgens werd per afdeling gekeken wat nodig was om FFC in de dagelijkse zorg toe te passen. Daarbij bleek dat verpleegkundigen behoefte hadden aan kennis en praktische handvatten. Nurse champions kregen hierin een belangrijke rol. Zij konden collega’s uitleg geven, het team meenemen en de samenwerking met andere disciplines stimuleren.’
‘Het mooie was dat we ontdekten dat voor de rol van nurse champion niet per se de hoogstopgeleide verpleegkundigen nodig zijn’, vertelt De Man. ‘Op 1 van de afdelingen vervulde een helpende plus een centrale rol als champion. Zorg voor ADL – Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen – valt ook in het domein van de helpende plus en FFC dus ook. Om verandering aan te jagen is intrinsieke motivatie belangrijker dan opleidingsniveau.’
Om verandering aan te jagen is intrinsieke motivatie belangrijker dan opleidingsniveau.
Breder handelingsrepertoire
Die intrinsieke motivatie is de sleutel voor implementatie van FFC. ‘Het gaat om de mindset’, vervolgt De Man. ‘In een eerder project verwoordde een verpleegkundige het heel mooi: “ADL-zorg is niet iets wat nu eenmaal moet gebeuren, maar een professionele uitdaging.” Het vraagt om maatwerk: wat wil iemand na de ziekenhuisopname weer kunnen? Dat doel vormt het vertrekpunt voor de dagelijkse zorg. Iets dat van oudsher bij het verpleegkundig vak hoort, breng je terug in het repertoire van de verpleegkundige.’
De verpleegkundige krijgt door de interventie meer mogelijkheden. ‘De keuze is niet langer: doe ik het voor de patiënt of doet de patiënt het zelf? Als een patiënt heel moe is, kun je als verpleegkundige het gesprek voeren. Samen met de patiënt kies je welke handeling je overneemt, welke je samen doet en welke de patiënt zelf doet. In die tussenwereld hebben verpleegkundigen meer mogelijkheden en een breder handelingsrepertoire.’
Zeggenschap begint bij professionele identiteit
Dat bredere handelingsrepertoire raakt aan de kern van professioneel zeggenschap. Wie weet wat zijn eigen vak toevoegt, kan daar ook gemakkelijker verantwoordelijkheid voor nemen en er in een interdisciplinair team voor gaan staan. ‘Zeggenschap heeft te maken met hoe jij jezelf ziet en wat in jouw ogen tot jouw professionele domein hoort’, zegt De Man. ‘Iedereen belijdt dat zeggenschap essentieel is, maar wat het precies is en dat klip-en-klaar uitdragen, is nog wat anders. Het is van belang woorden te geven aan wat uniek is aan het vak van de verpleegkunde ten opzichte van andere disciplines. Dan krijg je ook een ander gesprek over zeggenschap.’
‘Meer zeggenschap vraagt dat verpleegkundigen en verzorgenden nadrukkelijk nadenken over hun eigen bijdrage’, vindt ook Ista. ‘Wat is mijn relatie met de patiënt? Wat kan de patiënt en wat heeft hij nodig als hij naar huis gaat? Wat geeft inhoud aan mijn vak? Daar kunnen verpleegkundigen en verzorgenden proactiever in zijn en dat teruggeven in het team.’
Weerstand is waardevol
De implementatie van FFC op de 4 afdelingen stuitte overigens soms ook op weerstand. ‘Die weerstand is geen teken van mislukking, maar juist waardevol’, zegt De Man. ‘Weerstand laat zien welke overtuigingen en waarden onder het dagelijks handelen liggen. Zo vroeg een verpleegkundige zich af waarom het team hard zou moeten werken aan sneller herstel, wanneer patiënten vervolgens toch niet naar een revalidatieplek kunnen en in het ziekenhuis moeten blijven. De weerstand richtte zich op FFC, maar daaronder bleek een ander probleem te liggen. Als je er niet op doorvraagt, weet je niet wat de diepere laag is. En duurzame gedragsverandering ontstaat pas, wanneer een nieuwe werkwijze aansluit bij diepere professionele waarden en overtuigingen.’
Fiere, zelfbewuste grondhouding
Uit vragenlijsten kon niet overtuigend worden aangetoond dat de professionele zeggenschap door het project was toegenomen, daarvoor was de respons te beperkt. Maar in gesprekken zagen de onderzoekers wel veranderingen. Verpleegkundigen bepaalden samen met patiënten wat belangrijk is, namen meer leiderschap en gingen anders het gesprek aan met andere disciplines. ‘Daarmee laat Nurses in the Lead zien dat zeggenschap niet alleen iets is van formele structuren, adviesraden of beleid’, zegt De Man. ‘Uiteindelijk begint het bij de professional zelf. Een fiere, zelfbewuste grondhouding bij verpleegkundigen, dat is eerst nodig. Zeggenschap moet niet gegeven worden. Je moet het naar jezelf toehalen en zorgen dat je het krijgt.’
Nader onderzoek naar interventies voor versterking professionele autonomie is nodig
Uit de verschillende projecten binnen de subsidieronde ‘Verpleging en verzorging: Toepassen van actuele en wetenschappelijk bewezen kennis’ blijkt dat begrippen als zeggenschap en leiderschap complex zijn en moeilijk te meten. Het LUMC, Radboudumc, Alrijne en Erasmus MC hebben de krachten gebundeld in een poging de begrippen helder te krijgen.
Janneke de Man-van Ginkel, hoogleraar Verplegingswetenschap bij het LUMC, nam samen met Erwin Ista, Associate professor Verplegingswetenschap in het Erasmus MC, het initiatief tot een literatuurstudie. ‘Er is heel weinig expliciete kennis over wat bijdraagt aan zeggenschap en wat zeggenschap hindert. Daarom hebben we met 4 ziekenhuizen een literatuurstudie gedaan om meer inzicht te krijgen hierin. We vonden slechts 2 interventies die de zeggenschap van verpleegkundigen versterken: de inzet van zelfsturende teams en zorgprogramma’s voor specifieke patiëntengroepen. Over de járen van onderzoek die wij hebben doorgenomen, zijn dit tot nu toe de enige 2 interventies waarvoor we iets van bewijs konden vinden.’
Omdat er zoveel wordt gesproken over professionele autonomie, was de verwachting dat er meer op te halen zou zijn. ‘Het feit dat we met elkaar zo weinig interventies vonden, laat zien hoe complex het is om professionele autonomie en zeggenschap te versterken’, zegt Wilmieke Bahlman, verpleegkundig onderzoeker bij het Radboudumc. ‘Het is nodig om deze begrippen concreet te maken in acties en termen die verpleegkundigen zelf gebruiken.’
De projectleiders in de 4 ziekenhuizen hebben de inzet van de interventies zelf nog niet nader kunnen onderzoeken. ‘Onze studie ging over meerdere patiëntengroepen’, aldus Getty Huisman-de Waal, hoogleraar passende chirurgische zorg bij het Radboudumc. ‘We hadden niet te maken met een zorgprogramma voor 1 bepaalde patiëntengroep. En zelfsturende teams hebben we hier ook niet. We hebben dus nog geen brug kunnen slaan tussen wat we weten uit de literatuur en hoe het in de praktijk eruitziet. Dat zouden we wel graag doen.’
Meer weten?
ZonMw en verpleging en verzorging
Verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden zijn dé onmisbare schakel in preventie, zorg en ondersteuning. Daarom investeren wij in kennis en samenwerking door en voor deze beroepsgroep, gericht op de verdere versterking van hun professionaliteit. Daarmee werken we aan de kwaliteit van zorg én de aantrekkelijkheid van het beroep.