Verpleegkundige expertise is essentieel bij somatische eHealth in de ggz
De lichamelijke gezondheid van cliënten met een ernstige psychische aandoening is vaak slechter dan die van de algemene bevolking. Bewegingswetenschapper Meike Hoogervorst onderzocht de effecten van eHealth-interventie Gezond in Lichaam en Leefstijl (GILL) binnen de ggz en de rol van verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten daarbij.
Meike Hoogervorst, onderzoeker en promovendus bij het Amsterdam UMC, heeft al lang interesse in de geestelijke gezondheidszorg. Naast haar opleiding tot bewegingswetenschapper had ze een bijbaan in de psychiatrie en deed ze een minor psychomotorische therapie. Daarna rolde ze het onderzoek in. ‘Toen zag ik een vacature voor een studie naar de werking van eHealth-interventie GILL voor mensen in de psychiatrie’, vertelt ze. ‘Mijn opleiding en interesse in de doelgroep kwamen hierin samen. Ik heb gesolliciteerd en met subsidie van ZonMw kon ik een promotieonderzoek starten.’
Gezond in Lichaam en Leefstijl
GILL staat voor Gezond In Lichaam en Leefstijl. Het is een eHealth-module voor mensen met een ernstige psychische aandoening. De interventie bestaat uit 2 onderdelen: OurGILL voor somatische screening en MyGILL voor leefstijl. De somatische screening bestaat uit digitale screeningslijsten en biologische metingen (gewicht, buikomvang, bloeddruk, bloedwaarden). Bij de leefstijlscreening worden onder meer voeding, slaap, bewegen, middelengebruik en sociale contacten digitaal uitgevraagd. Deelnemers hebben vervolgens de vrijheid om te kiezen met welk leefstijldomein ze aan de slag gaan. Aansluitende modules gericht op leefstijl zijn via de website en via een app van Minddistrict beschikbaar, om deelnemers extra te ondersteunen met het daadwerkelijk invoeren van leefstijlveranderingen.
Ondersteuning van verpleegkundigen
Doel van de studie van Hoogervorst is onderzoeken of GILL effectief is in het verbeteren van lichamelijke gezondheid van mensen met een ernstige psychische aandoening. ‘Maar het is ook een studie naar de ervaringen van verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten met deze interventie’, vertelt ze. ‘Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de somatische zorg en leefstijlbegeleiding. GILL is ontwikkeld om hen te ondersteunen hierin. Mijn vraag is of zij dat ook op die manier ervaren.’
In de studie zijn FACT-teams, beschermde woonvoorzieningen, klinische afdelingen voor langdurige zorg en de bijbehorende deelnemers door loting ingedeeld in een interventiegroep of een controlegroep. ‘In beide groepen worden 3 metingen gedaan, bij het begin, na 6 maanden en na 1 jaar. Wij nemen daarbij de vragenlijsten af bij de deelnemers om de verpleegkundigen daarin te ontlasten. De somatische screening en biologische metingen doen de verpleegkundigen.’
FACT
Flexible Assertive Community Treatment, kortweg FACT, is een methode waarbij wijkteams intensieve, ‘outreachende’ behandeling en begeleiding bieden aan mensen met ernstige psychische aandoeningen en complexe problemen, in hun eigen omgeving, gericht op herstel en maatschappelijke participatie.
Gezamenlijke inzet voor betere kwaliteit van zorg
‘In totaal doen 20 teams met meer dan 40 verpleegkundigen mee met de studie en er zijn 91 deelnemende cliënten’, vervolgt Hoogervorst. ‘De verpleegkundigen komen van Parnassia Groep, GGzE, GGZ Westelijk Noord-Brabant, Yulius, IrisZorg en Rivierduinen. De zorg van verpleegkundigen onderscheidt zich van die van de andere FACT-professionals op het somatische deel. Verpleegkundigen zien dat zelf ook als hun taak – zij willen aandacht besteden aan de psychische én lichamelijke gezondheid van de cliënt. Daarom is het goed dat zij de somatische screening doen en vervolgens het leefstijlgesprek voeren. Daarin hebben we ze getraind.’
Ruimte en tijd zijn nodig
De deelnemende verpleegkundigen waren nieuwsgierig naar de eHealth-interventie. Volgens Hoogervorst hadden ze behoefte aan een hulpmiddel dat meer continuïteit van zorg kan bieden. ‘Cliënten kunnen er ook thuis mee aan de slag en niet alleen tijdens contactmomenten. Daarnaast kan de interventie helpen om behandelingen uit te breiden en leefstijl structureel mee te nemen.’
De teams hadden dan ook de intentie om er actief mee te gaan werken. Toch bleek het in de praktijk lastig om GILL binnen een jaar volledig te implementeren. ‘Binnen FACT-teams en de klinische langdurige zorg is eHealth nog relatief onbekend. Voor veel betrokken verpleegkundigen was deze manier van werken dan ook nieuw. Daarnaast is GILL geen digitale variant van de zorg die zij al gaven. De leefstijlbegeleiding betekent voor veel verpleegkundigen een extra interventie. Het vervangt niet een bestaande behandeling, maar is aanvullend op de bestaande zorg.’
Intensieve begeleiding
Leefstijlbegeleiding vraagt bovendien om intensieve begeleiding. ‘Sommigen dachten: het is eHealth, dus cliënten kunnen er zelf mee werken. Maar in de praktijk vraagt leefstijlbegeleiding juist een coachende rol van de verpleegkundige. Cliënten hebben behoefte aan persoonlijk contact bij leefstijlveranderingen. Voor een goede uitvoering van GILL hebben verpleegkundigen dan ook tijd en ruimte nodig.’
Voor cliënten was eHealth ook vaak nieuw. Hun digitale vaardigheden verschillen bovendien sterk. ‘Ook hierin is goede ondersteuning belangrijk. Hulpverleners moeten worden getraind in hoe zij cliënten kunnen begeleiden bij het gebruik van eHealth. Tegelijkertijd moet je accepteren dat zo’n digitale tool misschien niet voor iedereen passend is.’
Samen kijken naar oplossingen
De ervaringen van de verpleegkundigen toonden voor Hoogervorst aan hoe belangrijk het is om als onderzoeker nauw samen te werken met de praktijk. ‘Mijn les is dat niet alles altijd vlekkeloos verloopt. Dat is geen probleem, zolang je maar samen goed kijkt naar oplossingen, zodat je je onderzoek goed kunt uitvoeren. Het is belangrijk om contact houden met de praktijk, zodat je kunt overleggen zodra er iets stroef loopt. Toen het lastig bleek om cliënten te bereiken voor de leefstijlbegeleiding, hebben we verpleegkundigen geadviseerd vaste afspraken te maken, zodat het voor cliënten duidelijk is wat van hen wordt verwacht. En we hebben gezegd: Je mag het ook laagdrempelig maken voor jezelf, cliëntcontact kan ook telefonisch.’
Een stap verder
Resultaten uit het onderzoek zijn nog niet bekend, tot juni zijn deelnemers nog actief. Wel kan Hoogervorst al vertellen wat zij hoort van verpleegkundigen en cliënten. ‘Ik vind het belangrijk bij zo’n nieuwe interventie niet alleen naar de harde uitkomsten te kijken, maar ook kwalitatief onderzoek te doen. We interviewen zowel cliënten als verpleegkundigen over het gebruik van GILL en hun ervaringen. Verpleegkundigen hebben verschillende reacties op het werken met GILL. Een deel van hen vond het een grote investering en lastig om goed in te bedden in de praktijk. Een ander deel vond het gebruik van eHealth in de behandeling juist erg prettig en ondersteunend. Van cliënten horen we vaak dat ze er voor hun gevoel te weinig mee hebben gedaan. Ze vinden het niet altijd makkelijk om in de thuissituatie met de interventie aan de slag te gaan. Tegelijk vinden ze het wel prettig dat er aandacht is voor lichamelijke gezondheid en leefstijl.’
Het liefst wil Hoogervorst bewijzen dat de interventie effectief is. ‘Maar ook heel belangrijk is dat we laten zien hoe het er nu voorstaat met eHealth voor lichamelijke gezondheid in de langdurige ggz en wat er nodig is om het in de praktijk uit te voeren. We willen laten zien hoe het voor cliënten is om met de interventie te werken, zodat we een stap verder komen in het aanbieden van leefstijlondersteuning en somatische screening in de praktijk.’
Positionering van de verpleegkundige professionals
Al met al hoopt Hoogervorst dat haar studie inzichten en handvatten biedt om GILL op grotere schaal te implementeren. ‘Verder zou het mooi zijn als mijn onderzoek laat zien welke rol verpleegkundigen hierin kunnen spelen. Belangrijk is dat ze ruimte krijgen, met name voor de somatische screening. Leefstijlondersteuning is veel werk, daar kunnen ook anderen een rol in spelen, maar somatische screening is in de teams voorbehouden aan verpleegkundigen. Dit onderzoek is dan ook van belang voor de verdere positionering van verpleegkundig professionals.'
Verplegingswetenschappelijk onderzoek in het algemeen kan aantonen hoe verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten bijdragen aan toekomstbestendige zorg. ‘Zulke onderzoeken laten zien dat deze groep professionals heel goed dergelijke interventies kan oppakken en zo de kwaliteit van zorg verbeteren. Dat is ook de meerwaarde van mijn promotieonderzoek voor mij persoonlijk: ik heb veel geleerd over verandering realiseren in een praktische setting. Daar zou ik graag mee verder willen.’
GILL en het ZonMw-programma Verpleging en Verzorging
De GILL-studie is een samenwerkingsproject van Amsterdam UMC, de Vrije Universiteit en Hogeschool Inholland en onderdeel van het ZonMw-programma Verpleging en Verzorging. In 2020 is vanuit dit programma een subsidieronde ingericht met als doel verpleegkundig en verzorgend handelen op het thema essentiële zorg te onderbouwen en bij te dragen aan de verduurzaming van de onderzoeks- en kennisinfrastructuur. Gehonoreerde onderzoeken, waaronder de GILL-studie, leveren toepasbare kennis voor de praktijk die bijdraagt aan een betere kwaliteit van zorg.