Onderwijsprogramma ondersteunt evidence-based verpleegkundige palliatieve zorg
Studenten en beginnende verpleegkundigen voelen zich vaak onvoldoende voorbereid op palliatieve zorg. Het onderwijsprogramma Education in Fundamentals of Palliative Care (EFPC) brengt daar verandering in. Met theorie, simulatietraining en intervisie leren verpleegkundigen meer regie te nemen in de zorg.
Praten met een patiënt over het levenseinde is niet eenvoudig. Zeker niet als je nog maar net als verpleegkundige werkt. ‘Vanuit de praktijk hoorden we van verpleegkundigen dat zij zich vaak onzeker voelen als het gaat om het verlenen van palliatieve zorg’, vertelt Kim Verhaegh, lector Verpleegkundig Leiderschap aan Hogeschool Leiden en Alrijne en projectleider van EFPC. ‘Dan gaat het over de communicatie over behandelwensen en behandelgrenzen, die nog steeds in de taboesfeer zit, maar ook over symptoommanagement en samenwerking. Als verpleegkundigen zich niet bekwaam voelen, kan dat stress veroorzaken en hen gevoeliger maken voor burn-out en uitval.’
Onderwijsprogramma over palliatieve zorg
Om die reden richtte het EFPC-project zich op studenten en verpleegkundigen die nog maar kortgeleden zijn afgestudeerd. Verhaegh: ‘We zien dat in de eerste 2 jaar na diplomering veel verpleegkundigen stoppen. Je wilt dat voorkomen en mensen behouden voor het vak. Juist omdat palliatieve zorg complex is en voor veel stress kan zorgen, is het programma belangrijk. Met dit project wilden we onderzoeken hoe haalbaar een onderwijsprogramma over palliatieve zorg in het ziekenhuis is en wat de impact is op kennis, zelfvertrouwen en professionele autonomie.’
Verdieping in de zorgverlening
Verpleegkundigen Loes van Asten en Chelsey Hoogewoonink van Alrijne herkennen de behoefte aan kennis over palliatieve zorg. Van Asten nam in het laatste jaar van haar hbo-v-opleiding deel aan EFPC en werkt inmiddels op Interne Geneeskunde/Oncologie. ‘Ik had al interesse in palliatieve zorg, maar vond het nog heel spannend’, vertelt ze. ‘Tijdens mijn opleiding leerden we er weinig over en we oefenden niet met gespreksvoering over wat voor de patiënt van belang is voor kwaliteit van leven, maar ook bijvoorbeeld over laatste wensen en behoeften in de stervensfase. Ik voelde me daardoor erg onvoorbereid, zeker voor een afdeling oncologie.’
Ook Hoogewoonink miste die voorbereiding. ‘Op het mbo was er wel aandacht voor palliatieve zorg, maar niet zozeer voor gespreksvoering of proactieve zorgplanning. En tijdens mijn verkorte hbo-opleiding heb ik er eigenlijk niets over meegekregen. Terwijl het juist dan belangrijk is, omdat je verdieping zoekt in je zorgverlening. Palliatieve zorg blijft een moeilijk onderwerp.’
Op het mbo was er wel aandacht voor palliatieve zorg, maar niet zozeer voor gespreksvoering. Tijdens mijn verkorte hbo-opleiding heb ik er eigenlijk niets over meegekregen.
Oefenen in een veilige omgeving
Het EFPC-programma werd in cocreatie ontwikkeld met verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten palliatieve zorg en praktijkopleiders. ‘Het was een project van 2 jaar en bestond uit 3 fasen’, vertelt Verhaegh. ‘Eerst werd een programma ontwikkeld met theorie, simulatietrainingen en intervisie, mede op basis van ervaringen van verpleegkundigen. Daarna volgde implementatie in het ziekenhuis met 6 groepen van ongeveer 6 deelnemers. De derde fase bestond uit evaluatie van het programma.’
Thema's per training (uit het praktijkhandboek)
- Training 1. Markeren en palliatieve zorgbehoefte in kaart brengen
Casus: Patiënt in vroege palliatieve stadium
Focus: Kennismaking stadia van de palliatieve zorg, het markeren van de palliatieve fase. - Training 2. Transitie van ziektegerichte naar symptoomgerichte palliatieve zorg
Casus: Patiënt die tijdens ziektegerichte behandeling achteruitgaat
Focus: Herkennen van kritische beslismomenten en behandelwensen uitvragen als patiënt achteruitgaat - Training 3. Symptoommanagement
Casus: Patiënt met lichamelijke klachten
Focus: Uitvragen van klachten en prioriteren, waarschijnlijkheidsdiagnose stellen, behandelvoorstellen - Training 4. Zorg in de stervensfase
Casus: Emotionele dochter van stervende patiënt
Focus: Omgaan met emoties en communiceren omtrent gevoelige thema's
In de simulatietrainingen oefenen de deelnemers complexe situaties en gesprekken en worden ze uitgedaagd zelf de regie te nemen. ‘Wij kregen bijvoorbeeld als casus in de training een patiënt die binnen korte tijd meerdere keren werd opgenomen vanwege complicaties van de behandeling’, vertelt Van Asten. ‘Je leert dan het gesprek openen over wat de behandeling brengt ten opzichte van wat het de patiënt kost. De trainer nam de rol van patiënt op zich en dan speelden we het gesprek na tot je vastliep. Als je iets zei wat beter anders kon, of als je iets over het hoofd zag, hoorde je dat direct. Daardoor bleef het goed hangen. Het was een veilige omgeving waarin je gewoon kon zeggen: nu weet ik het even niet meer. Ik heb ook geleerd: je hoeft in een gesprek met een patiënt niet overal antwoord op te hebben. Het gesprek openen is op zichzelf al heel waardevol.’
De trainer nam de rol patiënt op zich en dan speelden we het gesprek na tot je vastliep. Dan kreeg je meteen feedback. Daardoor bleef het goed hangen.
Steviger tegenover artsen
Ook Hoogewoonink heeft meer zelfvertrouwen gekregen in de palliatieve zorg die zij biedt. ‘Ik bleef in de dagelijkse praktijk weg van een gesprek over de palliatieve fase, omdat ik bang was iets verkeerds te zeggen. In de training leerden we dat je het er juist wel over moet hebben. Dan help je de patiënt niet alleen met emotionele steun, maar kun je ook betere zorg verlenen. We leerden in de training dan ook: durf door te vragen. Ik ga nu in gesprekken met patiënten en naasten gemakkelijker de diepte in. Ik durf meer door te vragen naar wat een patiënt bezighoudt, waar iemand behoefte aan heeft en wat belangrijk is voor de kwaliteit van leven. Ik begin nu ook makkelijker over angsten en zorgen, bijvoorbeeld over progressie van de ziekte en overlijden. En ook tegenover artsen sta ik steviger. Ik weet welke punten belangrijk zijn, wanneer ik aan een arts duidelijk wil maken dat een patiënt zich in de palliatieve fase bevindt.’
Meer regie en zeggenschap
Verhaegh luistert met een grote glimlach naar Van Asten en Hoogewoonink. ‘Ik word hier heel blij van. Blij dat ze meer handvatten hebben om het gesprek te openen. Dat is niet alleen belangrijk voor de patiënten, het betekent ook dat je kan groeien als verpleegkundige. Dat zien we ook in de resultaten uit de evaluatie terug: een toename in zelfvertrouwen en zelfeffectiviteit. Het programma heeft een mooie beweging in gang gezet en de kwaliteit van zorg verbeterd.’
Kwantitatieve resultaten EFPC-programma
De deelnemers van het EFPC-programma rapporteerden na het programma hogere scores op alle 3 de dimensies van de Self-Efficacy in Palliative Care Scale.
- Er werd een significante toename gevonden in de zelfeffectiviteit met betrekking tot communicatie. De scores stegen van de voormeting mediaan 45,3 naar de nameting mediaan 67,1.
- De zelfeffectiviteit in patiëntmanagement verbeterde ook significant, van een mediaan van 45,0 naar een mediaan van 67,1.
- Er werd een significante verbetering gevonden in de zelfeffectiviteit ten aanzien van multiprofessionele samenwerking. De scores stegen van een mediaan van 46,6 naar een mediaan van 65,7.
Ook de professionele autonomie verbeterde door het programma. ‘Verpleegkundigen kunnen beter benoemen wat zij bij een patiënt signaleren en wat volgens hen nodig is’, zegt Verhaegh. ‘Ze hebben meer patiëntencontact, waardoor ze vaak eerder dan de arts kunnen signaleren dat iemand in de palliatieve fase zit. Dat vergroot hun zeggenschap en invloed op het behandelplan. Verpleegkundigen krijgen hierdoor een gelijkwaardiger positie in de zorg.’
Van Asten merkt dat tijdens de dagelijkse visites met de artsen. ‘Hoe meer je zelf met dingen komt, hoe meer je kunt meebepalen wat er gebeurt. Door gesprekken te voeren met patiënten en naasten hoor en signaleer je veel. Heeft een patiënt pijn? Welke wensen heeft een patiënt nog? Zijn er behoeften om met een geestelijke verzorger te praten? We hebben geleerd deze kennis over te brengen en te onderbouwen in de overleggen met artsen.’
Verpleegkundigen kunnen nu beter benoemen wat zij bij een patiënt signaleren en wat volgens hen nodig is. Daarmee groeit hun zeggenschap en krijgen ze meer invloed op het behandelplan.
Palliatieve zorg hoort in de opleiding
Intussen werd ook de haalbaarheid van het programma onderzocht. ‘De belangrijkste uitdaging is tijd’, vertelt Verhaegh. ‘Door de hoge werkdruk vinden verpleegkundigen het soms moeilijk om voor een training hun afdeling te verlaten. Steun vanuit de organisatie is dan ook heel belangrijk. Binnen Alrijne is het programma inmiddels opgenomen in de trainingencyclus.’
Verder is het van belang dat er binnen de opleidingen meer aandacht is voor palliatieve zorg. ‘De verpleegkunde-opleiding van Hogeschool Leiden ontwikkelt een nieuw curriculum waarin palliatieve zorg door verschillende vakken heen wordt verweven. Ook mboRijnland wil het programma opnemen in hun scholing. Om opleidingen en ziekenhuizen te ondersteunen, hebben we een praktijkhandboek voor de simulatietrainingen ontwikkeld en een borgingsplan geschreven. Een veilige leeromgeving op de afdeling is daarbij essentieel. Ervaren verpleegkundigen kunnen mentor zijn en laten zien dat er ruimte is om te groeien.’
Het praktijkhandboek en borgingsplan voor het EFPC-programma zijn binnenkort beschikbaar via Palliaweb.
Blijf investeren
De aanbevelingen uit het project zijn dan ook helder: maak palliatieve zorg een vast onderdeel van verpleegkundige opleidingen en blijf ook na diplomering investeren in communicatievaardigheden en scholing. ‘De aanpak is ook relevant voor andere zorgsettings, zoals wijkverpleging en ouderenzorg’, aldus Verhaegh. ‘Palliatieve zorg ziet er daar misschien anders uit, maar ook daar hebben professionals scholing en begeleiding nodig. Het EFPC-programma ondersteunt daarbij.’
De 3 pijlers van essentiële zorg
Het EFPC-project ontving subsidie vanuit het ZonMw-programma Verpleging en Verzorging en sluit direct aan bij de doelstellingen van de subsidieronde ‘Verpleging en verzorging: Toepassen van actuele en wetenschappelijk bewezen kennis’. Het leverde kennis op over het toepassen van evidence-based palliatieve zorg op alle 3 de pijlers van essentiële zorg:
- Fysiek: betere herkenning van de palliatieve fase en symptoommanagement.
- Psychosociaal: betere ondersteuning van patiënten en naasten en meer vertrouwen in gesprekken over het levenseinde.
- Relationeel: sterkere samenwerking met patiënten, familie en andere zorgprofessionals.
Ook heeft het project inzicht gegeven in verpleegkundige zeggenschap. Meer zelfvertrouwen, leiderschap en professionele autonomie zorgen ervoor dat verpleegkundigen evidence-based palliatieve zorg beter kunnen toepassen.
Groepsfoto
Op de groepsfoto bovenaan dit interview staan van links naar rechts: Monica Daniëlse, Kim Verhaegh, Dagmar van Gerven, Miranda Heemskerk en Florine Walburg.