Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Sluit aan bij wat er is, houd de lol erin

Als medische en sociale professionals samenwerken
Laatst aangepast:

Tegen welke uitdagingen lopen professionals in het medisch en sociaal domein (huisartsen, praktijkondersteuners, sociaal werkers) aan als zij gaan samenwerken? En wat zijn dan oplossingen? ‘Sluit vooral aan bij wat er al is,’ zeggen 2 projectleiders.

Samenwerken

Wat is de overeenkomst tussen de wijkaanpak rookvrij leven in Kennemerland en de gezonde wijk aanpak in Amersfoort en Utrecht? Antwoord: in beide projecten werken professionals uit het medisch en sociaal domein samen. ‘Rookvrij Kennemerland’ richt zich op 3 wijken waar veel mensen wonen met een lage opleiding, ‘want we weten dat stoppen met roken voor hen lastiger is,’ zegt projectleider Lida Samson. BLAUW staat voor ‘Borgen en Leren van de Amersfoortse en Utrechtse gezonde Wijkaanpak’. ‘Wij onderzoeken hoe integraal samenwerken de afgelopen jaren is vormgegeven in de wijken Amersfoort Soesterkwartier en Utrecht Overvecht,’ zegt Celeste Coolen. ‘We richten ons op de knelpunten die wij zien in de medisch-sociale samenwerking.’

Aansluiten bij wat er al is

Maar voordat ze daarop ingaat, wil Celeste iets belangrijks benadrukken: er bestaan al veel samenwerkingsverbanden tussen het sociaal en medisch domein. Vaak weten professionals elkaar te vinden door deel te nemen in een netwerk en overleggen in te plannen. Het besef dat er al veel goed gaat, is cruciaal als je gaat samenwerken. ‘Ten eerste omdat dit besef recht doet aan waar professionals zich met hart en ziel voor inzetten. En ten tweede: als je beseft dat er al heel veel goed gaat, dan is het slim om daar al samenwerkend bij aan te sluiten. Dus ook al is een project of initiatief nieuw, ga vooral niet zelf het wiel uitvinden als er al van alles gebeurt.’
‘Soms kan dat aansluiten fysiek gebeuren,’ vult Lida aan. ‘In Haarlem wilden we met onze campagne heel graag mensen met een Turkse achtergrond bereiken. Soms heb je dan de neiging om een activiteit op te zetten en de doelgroep te vragen of ze naar jouw activiteit komen. Maar wij gingen zelf naar de moskee en het wijkcentrum. De ervaring leert dat dat het beste werkt.’

Alle neuzen dezelfde kant op

Een ander aandachtspunt volgens Celeste: alle neuzen dezelfde kant op krijgen. Want de wil om samen problemen op te lossen, die is er wel. En het besef dat je dat samen móét doen, is er ook. ‘Tegelijkertijd zijn er in Overvecht allerlei nieuwe projecten en initiatieven gestart én er zijn volop uitdagingen. In die veelheid is het soms moeilijk om gezamenlijk keuzes te maken als je er allemaal met je eigen achtergrond in zit. Vandaar dat we samen met de medische en sociale professionals hebben gekeken naar wat ze gezamenlijk belangrijk vinden om aan te werken: wat zijn de doelen van jullie organisaties en waar kunnen jullie elkaar dus vinden? Huisartsen zien bijvoorbeeld veel overgewicht bij kinderen en zeggen dan: “Het komend jaar moeten we inzetten op overgewicht.” Maar een medewerker van het buurtteam ziet vooral veel armoede en wil daarop inzetten.’ Wat is dan een mogelijke oplossing? ‘Ga terug naar de basis. Stel de vraag: wat willen onze organisaties? En waarin kunnen we elkaar dan vinden? Met dat proces van keuzes maken zijn we nu volop bezig.’ Als het glashelder is wat je samen wilt bereiken, dan is het zaak om aan de slag te gaan, zegt Lida: ‘Een valkuil is dat je blijft praten, maar de kunst is om de stap te zetten naar doen. Ga dus iets proberen en zie hoe dat uitpakt.’

Afbeelding
Een valkuil is dat je blijft praten, maar de kunst is om de stap te zetten naar doen. Ga dus iets proberen en zie hoe dat uitpakt.
Lida Samson
Projectleider

Betrek de inwoner

Bij het project BLAUW is het betrekken van inwoners een uitdaging, erkent Celeste. ‘In bepaalde wijken zijn al allerlei projectonderzoeken. En we willen de burger niet als een soort proefkonijn zien. Wij zijn dus zoekende naar: hoe betrekken we de burgers op een gelijkwaardige manier in onze samenwerking? Dat is nog een zoektocht.’
Het project in Kennemerland begon juist vanuit inwoners, vertelt Lida: ‘Het eerste wat we deden, was op zoek gaan naar bewoners die zelf hadden gerookt. Per wijk hebben we 2 mensen opgeleid tot “rookvrij ambassadeur”. Sommigen zijn inmiddels gestopt, maar in elke wijk is er nu nog één. Zij zijn cruciaal om de bewoners te bereiken. Want zij doen daar boodschappen, zitten op Facebook – waar de halve wijk met elkaar bevriend is – en spreken mensen aan. Inwoners zijn de belangrijkste succesfactor in ons project. Bovendien kunnen ze heel goed aangeven waar de hulp tekortschiet. Met die input kun je als professionals je samenwerking verbeteren.’

Ken elkaar

Ook belangrijk: zorg dat de medische en sociale professionals elkaar kennen. Lida: ‘Stel dat je als professional in het sociaal domein in contact komt met iemand die wil stoppen met roken. Dan moet je direct en warm kunnen verwijzen naar een praktijkondersteuner, de rookstoppoli of een rookstopcoach. Het helpt als je elkaar dan al hebt ontmoet. Wij organiseerden bijeenkomsten om die ontmoeting te faciliteren.’ Celeste: ‘In Overvecht zagen we dat nieuwe medewerkers een soort van inwerkprogramma ofwel onboarding misten, dus een traject waarin ze kennismaakten met hun collega-professionals en met de dynamiek van werken in een aandachtswijk. Vervolgens hebben we daarvoor samen met professionals een simulatietraining ontwikkeld waarin medisch en sociaal professionals in de rol van een ander kruipen. Via casuïstieken leven ze zich in hun rol in, waarna ze een multidisciplinair overleg simuleren. Tijdens dit overleg gaat het erom dat er in de samenwerking tussen professionals iets fout is gegaan en hierop gaan ze tijdens de simulatie reflecteren. Na de simulatie reflecteren ze op hoe anderen het in hun rol hebben gedaan. Deze aanpak helpt om meer kennis, inzicht en waardering te krijgen voor de andere professionals.

Afbeelding
Celeste Coolen
Via casuïstieken leven ze zich in hun rol in, waarna ze een multidisciplinair overleg simuleren. Tijdens dit overleg gaat het erom dat er in de samenwerking tussen professionals iets fout is gegaan en hierop gaan ze tijdens de simulatie reflecteren.
Celeste Coolen
Projectleider

Krachtige basiszorg

In Utrecht Overvecht hebben ze de principes van “krachtige basiszorg” omarmd, een programma voor integrale samenwerking tussen het medisch en sociaal domein. Celeste: “Krachtige basiszorg” is een manier van kijken, leren en doen door álle professionals in de wijk. Zij delen kennis en procesinformatie en gaan samen met de inwoners op zoek naar integrale oplossingen. Dat delen doen ze door elkaar te ontmoeten bij informele lunches, maar ook via casuïstiekbesprekingen binnen de teams. 
Lida pleit daarnaast voor het aanwijzen van een kartrekker: ‘Dat kan bijvoorbeeld iemand zijn die namens de gemeente opereert; een verbinder die professionals met elkaar in contact brengt.’ Celeste: ‘Dat kan ook een duo of zelfs trio zijn, want dan ben je minder kwetsbaar als iemand onverhoopt uitvalt of vertrekt.’ 

Maak het leuk

Een allerlaatste tip komt van Lida: maak de samenwerking leuk. ‘Als je zorgt voor een positieve benadering, dan zul je zien dat mensen graag mee willen doen. En dat geldt voor zowel professionals als inwoners. Dus organiseer bijvoorbeeld een lunch of maaltijd. En geef elkaar vooral waardering. Deel complimenten uit. Ook dat vergroot de betrokkenheid van professionals en de bereidheid om samen te werken.’

Tien tips in het kort

  1. Betrek de inwoner
  2. Sluit aan bij bestaande initiatieven
  3. Kies je gezamenlijke doel
  4. Ga van praten naar doen
  5. Zorg dat je elkaar kent
  6. Maak nieuwe medewerkers wegwijs
  7. Gebruik ‘Krachtige basiszorg’ of een andere aanpak
  8. Wijs iemand aan die de kar trekt
  9. Maak het leuk om mee te doen
  10. Zorg dat organisaties de samenwerking steunen
Colofon
Auteur:
Stan Verhaag
Fotografie:
Projectleiders, Shutterstock
Redacteur:
ZonMw