Burger aan zet: wat en hoe?

3e leernetwerkbijeenkomst Gemeenten Samen Gezond
Of het nu gaat om schoonmaakacties, het aanleggen van een buurtmoestuin of het creëren van ontmoetingsplekken: bewonersinitiatieven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een gezonde leefomgeving. Dit en meer kwam aan bod tijdens de 3e leernetwerkbijeenkomst van Gemeenten Samen Gezond. Het thema was dan ook: Burger aan zet.

Hoe komen we erachter waaraan bewoners behoefte hebben? Hoe werken we met hen samen in plannen en projecten? Hoe faciliteren we bewonersinitiatieven? Hoe komen we tot gelijkwaardige samenwerking in de wijk? En als er een mooi initiatief van de grond komt, hoe houden we dat dan duurzaam overeind? Allemaal relevante vragen die aan bod kwamen tijdens deze leernetwerkbijeenkomst.

De organisatie van de dag was in handen van de projecten Beter benutten van gezondheidspotentieel van burgers en Wij zijn de wijk. Locatie van samenkomst: buurthuis de Oosthof in de Arnhemse wijk Presikhaaf – niet toevallig een van de onderzoekslocaties van ‘Wij zijn de wijk’.

De pakweg 25 deelnemers lieten zich in duo’s, aan gesprekstafels en tijdens een wandeling naar het buurtsportpark uitdagen om het thema ‘Burger aan zet’ van alle kanten te bekijken.

Belangrijke vragen over burgerparticipatie

“Er is een verschuiving gaande van systemen en modellen naar mensen en hun wensen. En van theorie en beleid naar opbouwen vanuit de praktijk – in dit geval de wijk”, zo opent projectleider Dinemarie Anholts (gemeente Eindhoven) de bijeenkomst. De vraag aan alle aanwezigen luidt vervolgens: naar welk antwoord ben je vandaag op zoek als we het hebben over burgerparticipatie?

Afbeelding
burger aan zet, wat en hoe

In een klein kwartiertje scherpt ieder zijn of haar ‘belangrijkste vraag van vandaag’ aan. Zoals:

  • Wat willen bewoners op het gebied van participatie?
  • Hebben zij wel de behoefte om betrokken te zijn?
  • Hoe kom je tot een goede balans tussen de rol van gemeente/professional en die van bewoners?
  • Hoe waak je ervoor jouw agenda leidend te maken? Hoe trek je gelijkwaardig met bewoners op?
  • Hoe kan de gemeente initiatieven op zo’n manier ondersteunen dat bewoners écht regie houden?
  • Hoe bereik je bewoners als je het wil hebben over gevoelige onderwerpen, zoals stoppen met roken?
  • Hoe creëer je een veilige omgeving waarin dergelijke onderwerpen bespreekbaar zijn?

Hieronder een greep uit de rijke gesprekken en vele vragen, dilemma’s en inzichten van deze leernetwerkbijeenkomst.

Lef tonen en loslaten

“Burgerparticipatie wordt nog vaak van bovenaf ingestoken: we bedenken iets en daar zoeken we burgers bij. Maar welke behoefte hebben de bewoners zélf?”, vraagt Dorien Reijnders ‘Gezonde kinderopvang’, GGD Zuid-Limburg) zich af – en met haar deze middag alle anderen. De gemeente moet niet de eigen agenda aan bewoners opleggen, klinkt het al snel eensgezind.
“Willen we burgerparticipatie stimuleren en faciliteren, dan vraagt dat om lef. Het lef om los te laten”, stelt John Dierx, lector Gelijke kansen op gezonde keuzes (Avans Hogeschool) en onderzoeker. “Faciliteren betekent ‘mogelijk maken’ en niet ‘overnemen’”, vervolgt hij. “Dus moeten we bewoners meer regie geven en niet vooraf alles dichttimmeren met voorwaarden.”

 

Afbeelding
Lef tonen en loslaten


Marthe Derkzen geeft een belemmerend praktijkvoorbeeld uit het project ‘PARTIGAN’. Een groep bewoners wilde een vlindertuin aanleggen en in eigen beheer onderhouden. De gemeente stemde daarmee in en legde de bewoners een participatieconctract voor. “Zo formeel, dat schrok hen af. Het gaf hun het idee dat ze onderdeel gemaakt werden van het systeem.” Een contract kan daarentegen wel voorkomen dat een project een vroege dood sterft, denkt Piet van der Smissen (commissie ZonMw).

Vertrouwen

Kom je in de leefwereld van burgers, dan is vertrouwen al gauw een belangrijk thema. Andere sleutelwoorden die in dit kader vallen: oprechte belangstelling en gelijkwaardigheid. Dorien (GGD Zuid-Limburg): “Het zou mooi zijn als professionals meer dan tien minuten de tijd krijgen om écht met bewoners in contact te komen. Vaak schuilt er een ‘vraag achter de vraag’.” Liesbeth van Leeuwe (Doetinchem): “Ik denk dat we daarnaast nog actiever naar bewoners toe kunnen gaan in plaats van af te wachten tot zij zich bij ons melden.” Maud ter Bogt (GGD Gelderland-Zuid): “Een randvoorwaarde vanuit de organisaties is dan dat professionals hiervoor de tijd en de ruimte krijgen.”

Drempel verlagen

Trek het niet in twijfel als bewoners aangeven dat zij iets nodig hebben, brengen anderen in. Professionals moeten zich bewust zijn van hun eigen positie en achtergrond. Je deelt niet alle ervaringen van bewoners. Stuur daarom ook niet op het resultaat dat jij voor ogen hebt, maar op inspanning, op samenwerking en op de duurzame relatie. Marscha Bisschops (Saxion Hogeschool, Elke Tukker Bewust Gezond) onderstreept dat: “Om succesvol en gelijkwaardig op te trekken met bewoners, moeten zij zich gehoord en gezien weten en ervaren dat hun bijdrage minstens zo belangrijk is als die van de professionals.” Yvonne Vendrig (UMC Utrecht): “En laten we ook de drempel verlagen om aanspraak te doen op het wijkbudget.” Want, wordt links en rechts geconstateerd: niet elke bewoner weet de weg.

Van wijk naar buurt

“Is onze wijkgerichte aanpak niet veel te breed?”, vraagt Dinemarie Anholt (gemeente Eindhoven). “De wensen van bewoners voor hun leefomgeving betreffen vaak maar een paar straten, ‘hun buurtje’. Er zijn veel buurten en er gebeurt al ontzettend veel. Moeten we niet veel meer gaan werken vanuit een plek in de buurt waar de bewoners al zijn – en aansluiten bij wat er al is?
 

Afbeelding
GSG van wijk naar buurt

De regie bij de bewoners. De burger aan zet. Of, vrij naar Tim ‘S Jongers: wie zijn wij om te bepalen dat mensen meer broccoli moeten eten? Als mogelijke oplossing wordt in overleg geopperd: de gemeente rust het centrale punt in de buurt uit met experts op bepaalde thema’s. De inzet is dan niet specifiek ‘stoppen met roken’, maar de expertise op dat gebied is wél laagdrempelig voorhanden.

    Inzichten en aanbevelingen

    Bovenstaand verslag is niet uitputtend. De deelnemers hebben ontzettend veel besproken, gedeeld, geopperd en vastgesteld. Hun belangrijkste gezamenlijke inzichten en aanbevelingen:

    1. Durf te vertrouwen op de (ervarings)kennis van inwoners en probeer aan te sluiten bij hun agenda. Niet iedere bewoner is bezig met ‘een gezonde generatie in 2040’; laat topdown burgerparticipatie los. Dus niet: ‘wij bepalen welk probleem we gaan aanpakken’, maar ‘waar hebben burgers behoefte aan?’. Faciliteer!
    2. Stel het doel van de bewonersbetrokkenheid centraal. Kies daar de juiste methode bij om de wensen van bewoners op te halen (er zijn meer opties dan een bijeenkomst).
    3. Ga naar de doelgroep toe en maak ook gebruik van het netwerk en de (ervarings)kennis van sleutelfiguren en gelijkgestemden.
    4. Investeer in tijd en aandacht. Zoek bewoners op, sluit aan bij activiteiten in de wijk: in het buurtcentrum, tijdens een straatfeest. Ga in gesprek en vraag door: hoe gaat het? Hoe vind je het wonen in je buurt? Wat gaat goed, wat kan beter?
    5. Participatie kan allerlei vormen en maten aannemen. Sluit ook daarin aan bij de behoefte van bewoners.
    6. Investeer in leren (van professionals en burgers). Organiseer reflectie en ga uit van het standpunt: falen bestaat niet.
    7. Richt één centrale plek in de buurt in, met één vast aanspreekpunt. Reik uit naar bewoners en wees laagdrempelig zichtbaar en bereikbaar.
    8. Wees open, eerlijk en rolvast: maak duidelijk wat je wel en niet kunt doen en waar je wel en niet van bent.
    9. Bouwen aan vertrouwen en een duurzame relatie kost tijd. Investeer daarin. 

    'Het zijn de mensen die er wonen die de meeste ervaring hebben met hun leefomgeving'

    Mellany van Bommel is onderzoeker gezonde leefomgeving aan de Wageningen Universiteit en hoofdonderzoeker van het project 'Wij zijn de Wijk'. Hoe ervaart zij burgerparticipatie?

    “Er zijn allerlei professionals actief in de wijken, maar het zijn de mensen die er wonen die de meeste ervaring hebben met hun leefomgeving. Dáárom is het belangrijk hen op te zoeken, te betrekken, samen te werken, oprecht te luisteren naar hun ideeën en écht open te staan voor hun initiatieven. Zo voelen zij zich gehoord en kunnen zij eigenaarschap over hun buurt en wijk ervaren".

    Afbeelding
    Mellany van Bommel
    Mellany van Bommel

    Lees verder in onderstaand interview

    Mellany van Bommel is onderzoeker gezonde leefomgeving aan de Wageningen Universiteit en hoofdonderzoeker van Wij zijn de Wijk.

    In de praktijk zien we nog weleens dat gemeentelijk beleid en initiatieven van bewoners voor hun leefomgeving niet op elkaar aansluiten. Hoe kunnen we een brug slaan? Wat zijn kansrijke ingangen voor bewonersinitiatieven voor structurele inbedding in beleid? Dat onderzoeken we in Arnhem, Ede en Wageningen.”

    Korte lijntjes

    Het onderzoek Wij zijn de Wijk loopt nog tot september 2025, maar een aantal leerpunten zijn de afgelopen anderhalf jaar al duidelijk geworden. “Zo heeft elke wijk in Arnhem een team van wijkmanagers. Zij spreken veel met bewoners en de organisaties die er actief zijn en weten wat daar speelt. Bovendien weten bewoners die een goed idee hebben voor hun buurt of wijk hen ook te vinden. De wijkmanagers zijn bekende gezichten en fungeren als direct lijntje naar de gemeente en samenwerkende organisaties. Dat is super waardevol; het geeft burgers ook vertrouwen.”

    Heldere communicatie

    De tweede handreiking van Mellany: “Zorg voor goede opvolging en terugkoppeling. Vragen bewoners bijvoorbeeld een subsidie aan voor een wijkinitiatief, dan is het belangrijk om hen op de hoogte te houden en te blijven betrekken in het proces. Misschien duurt het een tijd? Wees daar duidelijk en transparant over, zodat bewoners weten dat eraan gewerkt wordt en wat zij kunnen verwachten. Heldere communicatie is cruciaal in de samenwerking met burgers. Hoe dat precies te doen kan nog weleens een zoektocht zijn.”

    Samen optrekken

    En een derde tip voor succesvolle participatie in de wijk: “Stimuleer en faciliteer dat verschillende wijkprofessionals elkaar ontmoeten: de buurtsportcoach, de sociaal werker, de wijkagent, …. Als burger en als professional hebben zij ieder hun eigen kennis, ervaringen en kijk, bijvoorbeeld op wat zij belangrijk vinden voor een gezonde leefomgeving. De een focust meer op bewegen, de ander meer op groen, weer een ander op sociale ontwikkeling. Bovendien staan zij ieder vanuit hun vakgebied met bewoners in contact; ook die variatie in ervaringen kunnen zij aan elkaar overbrengen. Door onderling meer met elkaar te delen, leer je de wijk sneller en beter kennen.”

    De wijk in

    Een punt van aandacht is en blijft het betrekken van bewoners in de kwetsbaarste positie, weet Mellany: “Wacht niet tot zij zich bij jou melden, maar ga vooral naar de bewoners toe. Zo pakken wij dat ook aan in ons project. Wij gaan binnenkort de deuren langs, bellen aan en proberen ter plekke een gesprekje aan te knopen. Hoe bevalt het wonen u hier? Wat vindt u mooi aan uw wijk en wat mist u misschien nog? Een andere ingang is het bijwonen van activiteiten in de wijk: een bingoavond, een rommelmarkt, een inloopkoffiemoment. Daar kun je heel laagdrempelig in contact komen met de bewoners en hun netwerken. En luister dan oprecht naar wat zíj belangrijk vinden. Laat niet jóuw maar hún agenda leidend zijn.”

    Mooi voorbeeld

    “In een van de wijken waar wij onderzoek doen is een sociaal werker actief met Asset Based Community Development: een benadering waarbij je kijkt naar wat er al aanwezig is. Aan kennis, vaardigheden en talenten onder bewoners, maar ook aan plekken voor bijvoorbeeld ontmoeten, bewegen, spelen en groen. Heb je daar inzicht in, dan kan je gaan onderzoeken hoe je die bronnen samen kunt versterken en benutten – met en door bewoners en met de gemeente en andere partners als ondersteuners. Het behalen van organisatiedoelen staat niet centraal in deze benadering, maar  de relaties in de wijk. Om daar als professional actief op in te kunnen zetten, is het belangrijk dat je daarvoor ook de ruimte hebt en voelt binnen je organisatie.”

    Mellany en haar collega’s hanteren een soortgelijke benadering in het projectteam: “We stemmen de stappen die wij in het onderzoek zetten zoveel mogelijk af met de betrokkenen in de wijken. We vertalen hun ervaringen naar passende onderzoeksvragen en vervolgstappen. Het gaat immers om een leefomgeving waarvan zij vaak veel beter weten dan wij als onderzoekers wat er speelt en nodig is.”

    De wijk ben je samen

    Op de vraag of Mellany zelf actief is in haar wijk, reageert ze enthousiast. “Ik woon nu nog op de campus in Wageningen, maar ga binnenkort verhuizen. In de nieuwsbrief van mijn nieuwe wijk zag ik berichten voorbijkomen van een actief buurtcomité met verschillende werkgroepen. Het lijkt me heel leuk om straks bijvoorbeeld bij de groengroep aan te sluiten. Omdat ik groen in de wijk prettig en belangrijk vind, maar ook omdat ik mijn buurtgenoten wil leren kennen. Daar verheug ik me op.”

    'Wat vinden júllie belangrijk, wat willen júllie?'

    Karlien van den Hout is beleidsmedewerker Gezondheid en preventie bij de gemeente Eindhoven en aanvrager van het project 'Beter benutten gezondheidspotentieel van burgers'. Hoe ervaart zij burgerparticipatie?

    “In Eindhoven hebben we het doel gesteld: drie levensjaren erbij in goed ervaren gezondheid voor iedere Eindhovenaar in 2030. Zo’n doelstelling bereiken we alleen door actief samen te werken met inwoners. En dat begint bij de vraag: ‘Wat vinden júllie belangrijk, wat willen júllie?’"

    Afbeelding
    Karlien vd Hout
    Karlien van den Hout

    Lees verder in onderstaand interview

    Groene, gezonde buurt

    Het project Beter nutten van gezondheidspotentieel van burgers bestaat in Eindhoven uit drie deelprojecten: 1) een gezonde, groene buurt in Vlokhoven, 2) burgerparticipatie in de Gildebuurt, een sloop- en nieuwbouwwijk in ontwikkeling, en 3) Pact Woensel Zuid, een twintigjarig programma om de leefbaarheid in Woensel Zuid op alle fronten te verbeteren. De projecten in de Gildebuurt en Pact Woensel Zuid zijn pas net gestart en lopen nog enkele of vele jaren. Over de ontwikkeling van een groene, gezonde buurt in Vlokhoven kan Karlien wel al enkele aanbevelingen delen.

    Ideeën verzamelen

    Gezonde buurten is een concept van Jantje Beton, IVN Natuureducatie en JOGG waarin bewoners samen met de gemeente en professionals in de wijk een groene leefomgeving ontwerpen en ontwikkelen. In Eindhoven hebben we de bewoners van Vlokhoven hiertoe uitgenodigd, een wijk met weinig sociale cohesie waar relatief veel mensen in armoede leven en met gezondheidsproblemen kampen. Hoe ziet hun ideale leefomgeving eruit?”
    De stappen van een Gezonde buurt-traject staan min of meer vast, vertelt Karlien. “De vorm die je eraan geeft, kun je zelf bepalen. Wij besloten om een Lentefeest
    te organiseren voor de bewoners van Vlokhoven; een gezellige, laagdrempelige gelegenheid om elkaar te ontmoeten en ideeën te verzamelen.”

    Lentefeest

    Tijdens het feest is bewoners gevraagd om mee te denken over een groene, gezonde buurt. Een aantal van hun eerste suggesties: bankjes, meer bloemen, meer speelplaatsen, een watertappunt en aandacht voor veiligheid. Professionals in de wijk hebben bewoners ook op andere momenten gevraagd of zij willen meedenken, en er zijn flyers verspreid.
    “Een paar weken na het feest hebben wij een bijeenkomst georganiseerd waar bewoners heel concreet hebben kunnen laten zien hoe zij zich hun groene, gezonde leefomgeving voorstellen. Op een grote plattegrond van de wijk konden zij ‘spelen’ met 3D-elementen, zoals bomen, een waterpartij, bankjes en een sportveld. Al doende – bouwen, schuiven, overleggen – hebben zij een eerste ontwerp gemaakt. En doordat zij inzicht kregen in het budget en de kosten van de losse elementen, weten zij globaal wat er financieel wel en niet mogelijk is.” Van een inwoner hoorde Karlien: ‘Door het bouwen wordt het zichtbaar en kun je echt zeggen dat je eraan hebt meegewerkt.’ “En de avond zelf zorgde voor verbinding; er kwamen verschillende ‘doelgroepen’ bijeen die normaal niet met elkaar in contact komen. De deelnemers vonden het leuk en nuttig, en voelden zich gehoord.”

    Waarmaken

    De eerste tip van Karlien voor bewonersparticipatie: wees transparant over wat wel en niet haalbaar is en maak waar wat je belooft. “Er zijn een aantal randvoorwaarden waar wij als gemeente in dit project niet omheen kunnen, zoals de oppervlakte en ondergrond van het gebied, het beschikbare budget en benodigde vergunningen. Daarover zijn we duidelijk, dat wekt vertrouwen en voorkomt teleurstelling.”
    Karlien weet dat niet alle bewoners van Vlokhoven vol vertrouwen zijn naar de gemeente. “Zij zijn in het verleden teleurgesteld in het contact, hebben bijvoorbeeld lang moeten wachten op een Wmo-toekenning of een reactie op overlast in de buurt. Haar tweede tip luidt dan ook: luister goed naar hun ervaringen en vraag daarop door. Toon oprechte interesse. Hoe beter je hun behoeften, vragen en twijfels kent, hoe beter de onderlinge communicatie en hoe minder je alleen maar aan het zenden bent.”

    Direct betrekken

    Voor de Gezonde buurt in Vlokhoven trekt de gemeente van meet af aan actief met de bewoners op – een derde belangrijke aanbeveling. “Als je al met een half dichtgetimmerd plan komt, geef je inwoners niet het idee dat zij echt iets in te brengen hebben.” “Het klinkt allemaal zo makkelijk hè”, zegt Karlien daar direct achteraan. “Maar het is echt een kwestie van experimenteren en leren. Want de ene wijk is de andere niet en ook bewoners zijn niet in een mal te drukken. Er zijn jongeren die graag een voetbalveldje willen, ouderen met de wens voor een paar bankjes om samen te komen, ouders met jonge kinderen die het liefst een speeltuin in de buurt hebben. En niet alles kan. Bovendien hebben ook professionals ieder hun eigen specialisatie en doelgroep. Zij kennen niet alle behoeften en wensen die in een buurt leven.” Karliens laatste handreiking is dan ook: “Zorg voor sleutelfiguren in de wijk, bijvoorbeeld de gebieds- of wijkcoördinator die korte lijntjes heeft met professionals en als centraal aanspreekpunt fungeert. Deze kan er ook voor zorgen dat een doelgroep die normaal niet aanwezig is participeert, wat weer zorgt voor verfrissende input en verbinding.”

    Twee buurtbewoners aan het woord

    We vroegen twee buurtbewoners naar hun ervaring met participatie in de wijk. Vic Savelkous en Patrick Lijdsman vertellen erover.

    Buurtbewoner Vic Savelkous: “Een tijd terug belandde ik bij toeval op het Lentefeest in mijn wijk Vlokhoven. Ik was aan het skaten, hoorde muziek en ging een kijkje nemen. Daar hoorde ik van de plannen om de buurt te vergroenen en dat wij als bewoners onze ideeën kunnen inbrengen. Dat maakte me nieuwsgierig, vandaar dat ik ook naar de ‘bouwavond’ gegaan ben.”

    Lees verder in onderstaand interview

    3D-boompjes

    “Ik woon pas een half jaar in Vlokhoven, hiervoor woonde ik in het centrum. Wat je daar wel hebt en hier niet, is een parkje waar mensen samenkomen en bij mooi weer een boekje gaan liggen lezen. Mooi als Vlokhoven ook zo’n groene ontmoetingsruimte krijgt.
    Tijdens de bouwavond verdeelden we ons in groepjes om 3D-geprinte bomen, veldjes, speeltoestellen en dergelijke op een plattegrond te plaatsen. De buurt was volgens mij vrij goed vertegenwoordigd: jongeren, ouderen, mensen die in Vlokhoven geboren zijn en nieuwe bewoners zoals ikzelf. We vormden gemengde groepjes en leerden zo elkaar en elkaars wensen kennen. Dat werkte goed, dat was leuk.”

    Begrip

    “De gemeente heeft een deadline gesteld: over een jaar zouden de groene plannen gerealiseerd moeten zijn. En over een paar weken komen ze bij ons terug met een eerste plan van wat we met elkaar bedacht hebben. Niet alles kan, heeft de gemeente al laten weten. Niet overal is geld voor. Dat betekent enerzijds dat mensen teleurgesteld worden, maar ik denk dat het vooral tot begrip leidt. Iedereen snapt dat het budget niet onbeperkt is.”

    Verbinding

    “Ik kan me voorstellen dat ik, als ik straks door het nieuwe park loop, denk: fijn dat ik hieraan heb kunnen bijdragen. En wat ik nu al een leuke opbrengst vind: mensen uit verschillende ‘groepen’ zijn met elkaar aan de praat geraakt en zelf heb ik ook buurtgenoten ontmoet die ik niet eerder heb gesproken. Mooi dat zo’n bijeenkomst ook bijdraagt aan de verbinding in de wijk, een functie die het parkje straks ook vervult.”

    Buurtbewoner Patrick Lijdsman is vormgever en kunstenaar, ‘maar bovenal buurtbewoner’. Hij voelt zich zeer betrokken bij de omgeving waar hij woont en werkt: de Graafsewijk in Den Bosch. “Ik loop regelmatig de wijk in en uit om te kijken: hoe kan ik de wijk leuker maken?”

    Lees verder in onderstaand interview

    Plein Oost is een voormalig schoolgebouw met in een van de oude lokalen een ontmoetingsruimte voor de wijk. Maar na verloop van tijd was het meer een soort opslagplaats geworden dan een gezellige ruimte, vertelt Patrick. “Met een paar bewoners zijn we toen bij elkaar gaan zitten: wat is er leuk aan deze ruimte, hoe zouden we die willen gebruiken? We hebben de muren geschilderd, wat kasten opgeknapt, tegelwanden gezet. Een paar mensen zeiden vooraf: ‘Ik kan niet tegelen.’ Dan zei ik: ‘Ik ben ook geen tegelzetter, maar met wat uitleg komen we er wel.’

    Kijk wat we kunnen!

    Zo gingen ze aan de slag. Tegelen, stoelen verven, kroonluchters maken van oude lampen van de kringloop. “En nu hoor ik van mensen dat ze thuis ook een plannetje aan het maken zijn om hun keuken op te knappen. Dat is het leuke. Samen met anderen kijken wat we allemaal kunnen.”
    Met elkaar zijn ze ongeveer twintig ochtenden in de weer geweest om de ruimte op te knappen. “Mensen uit alle lagen van de bevolking en ieder op z’n eigen manier: slordig of nauwkeurig, langzaam of snel, dat is niet van belang.”

    Samen de wijk

    Denk niet te veel in cijfers, waarschuwt Patrick. “Daarin zit ‘m denk ik vaak de tegenvaller.” Wat hij bedoelt: als er de ene dag twee mensen naar je project komen, de andere dag drie en de volgende dag vier anderen, komen er dan gemiddeld maar drie mensen op af? Of bereik je negen verschillende buurtbewoners in drie dagen? “Aan het einde van de rit hebben we hier met vijftig man samengewerkt. Die komen elkaar op straat tegen en die ontmoeten elkaar hier. Het gaat erom mensen te betrekken en samen in de wijk bezig te zijn. Dat is gewoon leuk.”

    Buurtsportcoach en sociaal makelaar: hoe ervaren zij bewonersparticipatie?

    We vroegen twee professionals naar hun ervaring met participatie van buurtbewoners. Wouter Sinnema (buurtsportcoach) en Allon Cheng (sociaal makelaar) vertellen erover.

    Buurtsportcoach Wouter Sinnema: “Als buurtsportcoach stimuleer ik sporten, bewegen en gezondheid onder wijkbewoners. Ik focus me daarbij op kinderen tot 12 jaar, jongeren en senioren en werk veel samen met andere organisaties en instellingen in de wijk: het buurtcentrum, scholen, kinderopvang, welzijnsorganisatie Rijnstad, sportverenigingen, en ook met Allon Cheng van Vitanos die onder meer kookworkshops geeft. Vaak combineren we activiteiten, bijvoorbeeld sporten en bewegen met lessen over gezonde leefstijl, muziek of cultuur. Denk aan een kind-ouder-activiteit waarbij de kinderen gaan koken voor hun moeders, die in dat uur samen even wat tijd voor zichzelf en elkaar hebben".

    Afbeelding
    Wouter Sinnema
    Wouter Sinnema

    Lees het interview met Wouter Sinnema

    Aanbellen en vragen

    “We brengen ons aanbod op scholen, in het buurtcentrum, in de supermarkt, noem maar op, en ook mond-tot-mond onder de aandacht. En het helpt dat we ons aanbod in verschillende talen verspreiden, maar het bereiken van álle buurtbewoners is lastig. Daarom bel ik soms bij mensen aan om te vragen of ze mee willen doen. Dat ik inmiddels een vertrouwd gezicht ben in de wijk helpt daar enorm bij. Drie jaar geleden had ik niet langs de deuren kunnen gaan om te vragen: ‘Is het oké als ik je kind meeneem voor een voetbaltoernooitje?’ Nu zeggen ouders: ‘O, het is Wouter, ga maar lekker voetballen.’”

    Afbeelding
    Buurtsportcoach Wouter Sinnema

    Voor de wijk

    “Voor de activiteiten die ik organiseer heb ik een wijkbudget, soms aangevuld met subsidie. Daar ga ik zorgvuldig mee om. Ik vind het natuurlijk leuk als mensen zelf met een idee komen, maar ik ben geen geldschieter. Wat we organiseren, organiseren we laagdrempelig en voor de wijk. De wijk zit in mijn hart. Wat ik lastig vind: de bestlopende activiteiten zijn de activiteiten waarvoor we subsidie krijgen, zoals het programma voor de zomervakantieweken. Stopt de subsidie, dan stopt ook dat programma. Het zou mooi zijn als we niet telkens onze waarde hoefden te bewijzen, maar structurele financiering hadden.”

    Allon Cheng is sociaal makelaar. Hij runde veertien jaar lang een goedlopend Chinees restaurant in Arnhem, waar hij desondanks zijn sociaal hart niet volledig in kwijt kon. In 2010 besloot hij zich aan te sluiten bij Resto Van Harte, een landelijk initiatief om eenzaamheid tegen te gaan. Gezond en betaalbaar eten is het middel, verbinding het doel. “Ik sta daarachter, maar realiseerde me ook: samen eten is niet voldoende, eenzaamheid kent vele facetten. Mijn compagnon en ik wilden de buurtbewoners écht betrekken, mede-eigenaar maken van het geheel.”

    Afbeelding
    Allon Cheng

    Lees het interview met Allon Cheng

    Allon Cheng runde veertien jaar lang een goedlopend Chinees restaurant in Arnhem, waar hij desondanks zijn sociaal hart niet volledig in kwijt kon. In 2010 besloot hij zich aan te sluiten bij Resto Van Harte, een landelijk initiatief om eenzaamheid tegen te gaan. Gezond en betaalbaar eten is het middel, verbinding het doel. “Ik sta daarachter, maar realiseerde me ook: samen eten is niet voldoende, eenzaamheid kent vele facetten. Mijn compagnon en ik wilden de buurtbewoners écht betrekken, mede-eigenaar maken van het geheel.”

    Afbeelding
    Allon Cheng
    Allon Cheng

    Samen met …

    Welk verschil willen wij maken? Welke rol kunnen we spelen in de wijk?, vroeg Allon zich af. En wat kunnen wij, in samenwerking met anderen, toevoegen aan de wijk? Die vragen leiden tot de oprichting van Vitanos, vrij vertaald: samen leven. Onder die noemer bieden Allon, zijn collega Noortje, een actief meewerkend bestuur, plus 35 vaste vrijwilligers en jaarlijks meer dan 150 incidentele vrijwilligers, onder wie bewoners van azc’s, hun expertise aan. “En dan niet in de zin van: u roept, wij draaien. Nee, wij werken altijd ‘samen met …’.”

    Rijkdom in de wijk

    Op de plaats van de puntjes kan het sportbedrijf staan dat na een beweegactiviteit gezond wil koken met de deelnemende kinderen. Of een groep bewoners die een feest wil organiseren inclusief catering. Of de praktijkschool waar Vitanos elke maandagavond met leerlingen een maaltijd verzorgd voor mensen van de daklozenopvang. “We ondersteunen allerlei initiatieven in een aantal Arnhemse wijken en organiseren samen met bijvoorbeeld een zorginstelling of woningcorporatie wijkdiners en kookworkshops, voor speciale groepen of juist voor iedereen.”
    Door samen te koken en eten wil Allon bijdragen aan de sociale cohesie in de wijk. “Soms weten buren alleen van elkaar dat de ander Turks of Chinees is.” Allon wil buurtgenoten laten zien en proeven hoeveel culturele en culinaire rijkdom er in een wijk aanwezig is.

    Blijf jezelf

    Bewoners weten Vitanos steeds beter te vinden. “Maar ons doel is niet om groter te worden”, voegt Allon daar snel aan toe. “Een vast gezicht in de wijk is belangrijk, daar investeren we veel tijd en energie in. Wij kennen de buurten, zij kennen ons, dat is het idee. We willen bij onze kern en missie blijven: samen maken we gezond.”
    Dat is ook de tip die Allon aan organisaties en professionals in de wijk wil meegeven: blijf jezelf. Blijf doen waar je het beste in bent en waar je in gelooft.” Een tip voor de gemeente tot slot: “Laat ook ruimte voor kleine initiatieven. Besteed de middelen die je hebt niet alleen aan de grotere projecten, ook al is dat overzichtelijker. Kijk bewust ook naar de rijkdom van alle kleine pareltjes. In de wijken, samen met buurtbewoners, kan zó veel moois tot bloei komen.”

    Aan de wandel: naar sportpark Het Lange Water

    Tijdens de leernetwerkbijeenkomst maakten de deelnemers aan het eind van de middag een wandeling naar sportpark Het Lange Water.

    Buurtsportcoach Wouter: “Op de plek van de bloemen en het kunstgras lag tot voor kort een groot voetbalveld. Toen de ontwikkelplannen voor dit terrein bekend werden, was er best wel wat weerstand uit de buurt – het nieuwe kunstgrasveld is de helft kleiner om ruimte te maken voor een buurtpark. Maar gelukkig hoor ik inmiddels vooral tevreden geluiden.”

    Afbeelding
    sportveld Wouter Sinnema

    Vanaf het veld klinken de opgewonden kreten van een groepje jongens die een balletje trappen op de nieuwe kunstgrasmat. “Mensen weten Het Lange Water goed te vinden; niet alleen jongeren, ook ouders met kleine kinderen, ouderen die op zoek zijn naar wat reuring, scholen en de bso. Zelf organiseer ik hier ook veel activiteiten voor de buurt.”

    En het beheer en onderhoud? “We streven naar zoveel mogelijk eigen regie voor de wijkbewoners. De gemeente neemt het langetermijnonderhoud op zich, de gebruikers delen de verantwoordelijkheid dat ze de plek bij het weggaan netjes achterlaten. Of dat te optimistisch gedacht is? Vooralsnog niet. Ik heb er ook vertrouwen in dat mensen respectvol met het terrein omgaan en elkaar er eventueel op wijzen dat ze geen rommel moeten achterlaten. Voor vandalisme ben ik ook niet heel bang. Het sportpark is van de wijk, van de bewoners.”

    Over Gemeenten Samen Gezond

    Gemeenten spelen een belangrijke rol in een betere gezondheid van hun inwoners en in het verkleinen van gezondheidsverschillen tussen wijken. Gemeenten Samen Gezond richt zich op het versterken van veelbelovende lopende aanpakken in gemeentelijke praktijk. Daarbij staan zes thema’s centraal: infrastructuur, financiering, burgerparticipatie, monitoring & evaluatie, professioneel handelen en stoppen met roken.

    In elk implementatieproject van Gemeenten Samen Gezond is ruimte voor ‘samen leren’, en participatief actieonderzoek of bestuurskundig onderzoek. Zo dragen de projecten al doende bij aan de versterking en verduurzaming van (al ontwikkelde) veelbelovende aanpakken, zowel in beleid als in de uitvoering. Gemeenten, kennispartners, GGD-en en bewoners(organisaties) werken nauw samen om voortgang te maken en om impact in de lokale context expliciet te maken.