Vertelkamer analyseert verhalen rondom onbegrepen gedrag
De Kenniswerkplaats Onbegrepen Gedrag in Drenthe ontwikkelt een digitale Vertelkamer waar mensen hun ervaringen rondom onbegrepen gedrag kunnen vertellen. Door patronen in die verhalen te ontdekken, hopen de initiatiefnemers meer inzicht te krijgen in dergelijk gedrag.
Bij wetenschappelijk onderzoek gaat het meestal om het beantwoorden van een vastomlijnde vraagstelling, wat uiteindelijk moet leiden tot nieuwe inzichten. De Kenniswerkplaats Onbegrepen Gedrag in Drenthe kiest voor een andere en minder klassieke invalshoek, vertelt Ewout Kattouw. `Wij zijn geïnteresseerd in het thema onbegrepen gedrag en willen weten wat er in onze regio binnen dit thema speelt. Wij gaan de burgers uitnodigen om te vertellen wat zij zelf van belang vinden. Iedereen kan meedoen. Die verhalen kunnen mensen dan kwijt in onze digitale Vertelkamer. We stellen geen gerichte vragen en zeggen ook niet wat we willen weten. Via analyses proberen we signalen, patronen en relevante verbanden bloot te leggen. Zo kunnen we hypothesen vormen die wellicht leiden tot handelingsalternatieven. Dat bijvoorbeeld een politieagent anders kan reageren op iemand die vanuit angst bedreigend is of een gemeente meer activiteiten tegen eenzaamheid gaat organiseren.’
Vertelkamer Psychofarmaca
Maar zover is het nog niet. De Vertelkamer is volop in ontwikkeling, wat mede mogelijk wordt gemaakt door subsidie van ZonMw vanuit het actieprogramma Grip op Onbegrip. Projectleider Kattouw, die via het collectief voor ervaringskennis InBegrepen hiervoor is ingezet, kwam zelf met het idee van de Vertelkamer. Samen met een compagnon heeft hij al een Vertelkamer Psychofarmaca in het leven geroepen. Op dat gebied heeft hij veel expertise als ervaringsdeskundige, waarover hij in 2022 ook het boek Wie is nou eigenlijk gek? schreef. `Vanwege somberheid en angstklachten door identiteitsproblemen heb ik in de loop der jaren wel veertig verschillende soorten psychiatrische medicijnen geslikt. Ik heb op gesloten afdelingen en in isoleercellen gezeten en deed diverse suïcidepogingen. In feite ben ik 23 jaar vergiftigd, wat zowel geestelijke als lichamelijke consequenties heeft gehad. Via de Vertelkamer Psychofarmaca, waarin nu zo’n 180 verhalen staan, proberen we meer inzicht te krijgen in de daadwerkelijke effecten van psychofarmaca op mensenlevens.’
Teksten, audio en video
Kattouw opperde binnen de Kenniswerkplaats het idee om ook zo’n vertelkamer voor onbegrepen gedrag te ontwikkelen, maar dan veel uitgebreider. Ook hierbij staat centraal om ervaringen en ervaringskennis uit de praktijk te delen. Studenten van de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen helpen de vertelkamer vorm te geven. Zij krijgen daartoe telkens opdrachten. Kattouw zegt dat de eerste stappen zijn gezet. `Zo hebben studenten onderzocht welke manieren er zijn om zo’n platform te ontwikkelen en dan vooral toegespitst vanuit ons pakket van eisen. Vervolgens hebben ze gekeken hoe je die verhalen moet ophalen. Daaruit blijkt dat het niet alleen teksten hoeven te zijn maar dat mensen hun verhalen ook via audio- of videofragmenten of andere creatieve manieren kunnen indienen. Studenten hebben hiervoor een handleiding gemaakt en aangegeven wat er zoal op de website moet komen te staan.’
Koude en warme data
Andere studenten hebben gekeken naar het zichtbaar krijgen van data uit de vele verhalen die mensen ooit zullen indienen. Kattouw spreekt van koude en warme data die de vertellers zelf aanleveren via verdiepend onderzoek naar hun eigen verhaal. Koude data zegt bijvoorbeeld iets over waar en wanneer iets heeft plaatsgevonden en wie daarbij waren betrokken. De warme data gaat onder meer over de impact die gebeurtenissen op iemands leven hebben gehad en de emoties die daarbij ontstonden. Het idee is om die koude en warme data zichtbaar te maken in grafieken en tabellen om daarin te kunnen grasduinen. Kattouw benadrukt dat onbekend is waar die zoektocht naartoe leidt. `Je gaat op zoek naar opvallende gegevens, patronen en verbanden. Die analyses willen we samen met ervaringsdeskundigen doen. Stel dat er in Assen bij een bepaalde organisatie iets bijzonders opvalt, wat negatief of positief kan zijn, dan gaan we met stakeholders in de regio die daarbij betrokken zijn – bijvoorbeeld de ggd, ggz, politie of gemeente – daarover een betekenis-sessie organiseren. Samen kijken we wat er achter die verhalen zit. De vraag is of we iets kunnen ontdekken om te bepalen of er bijvoorbeeld interventies, nader onderzoek of beleidsaanpassingen nodig zijn om het begrip in onbegrepen situaties te vergroten. Meer begrip zal leiden tot de-escalatie van die situaties.’
Je moet open en nieuwsgierig zijn en het hokjesdenken loslaten.
Implementeren
De volgende opdracht waarvoor studenten nu staan, is te kijken op welke manier potentiële verhalenvertellers het beste zijn te vinden en te benaderen. Ook moeten ze uitzoeken welke stakeholders er in de regio van belang zijn en hoe je hun betrokkenheid kunt stimuleren. Die stappen zijn volgens Kattouw noodzakelijk om het project te kunnen borgen. `We willen weten welke partijen bereid zijn te participeren en mogelijk ook de kar gaan trekken. Verder is het uiteraard belangrijk dat we het project kunnen voortzetten. We hebben nu subsidie voor een jaar. Straks is er een concept dat je in de praktijk wilt implementeren. Wie gaat dat organiseren en wie is dan de eigenaar? We hebben nog legio vragen te beantwoorden. Het zou mooi zijn als er een vervolgsubsidie komt om dit mogelijk te maken. En als het in Drenthe kan, kan het overal. Laten we eerst hier in de provincie een pilot starten.’
Bijvangst
Intussen merkt Kattouw dat een vertelkamer tijdens kleinschalige proeven onverwachte bijvangst kan opleveren. Hij zegt dat op microniveau het al heel helpend is voor mensen om hun verhaal zelf te kunnen vertellen. `Ze kregen meer zicht in hun eigen verhaal. Dat is toch bijzonder. Ze zien soms een samenhang in dingen die ze voorheen niet zagen.’ Ook een pilot in de Kenniswerkplaats waarin studenten samen met stakeholders en ervaringsdeskundigen een betekenis-sessie hielden, liet volgens de projectleider verfrissende resultaten zien. `Je bekijkt op deze manier de verhalen en de daaruit gedestilleerde data vanuit verschillende perspectieven. Het blijkt dat je veel van elkaar kunt leren, tot nieuwe inzichten komt en samen in staat bent gerichte acties te bedenken. Je versterkt elkaar. Je moet open en nieuwsgierig zijn en het hokjesdenken loslaten. Dan word je creatiever in het bedenken van oplossingen.’