Stigma rondom verslaving doorbreken
Verslaafden voelen zich vaak onbegrepen maar ook de omgeving begrijpt hen doorgaans niet. De stichting Forzsa heeft een brochure gemaakt en een werkdocument ontwikkeld om de onderlinge communicatie te verbeteren en het stigma rondom verslaving te verminderen.
Op verslaving rust een hardnekkig stigma, weet Ton de Bie uit eigen ervaring. Hij is algemeen directeur van Forzsa, een stichting die hij in 2014 oprichtte om ambulante verslavingszorg vanuit ervaringsdeskundigheid aan te bieden. Verslaving tekent zijn familiegeschiedenis. Drie broers en een zus verloor hij aan alcoholverslaving. Ook aan de kant van zijn moeder overleden familieleden aan alcohol. Zelf kampte hij eveneens met alcoholproblemen. Een jaar lang volgde hij dagbehandeling en via een zelfhulpgroep bleef hij achttien jaar nuchter. In 2008 kende hij een korte terugval, maar inmiddels is hij alweer jaren van de drank af. Hoewel hij uit een warm gezin komt waarin werd gestudeerd en zijn ouders niet verslaafd waren, ziet hij duidelijk een genetische component. `Dat herkennen we ook bij het merendeel van onze cliënten. Verslaving staat zelden op zichzelf. Vaak spelen erfelijkheid en kwetsbaarheid een rol.’
Crisisdienst
Forzsa krijgt de meeste cliënten via de crisisdienst of via samenwerkingen met Zorg- en Veiligheidskamers van gemeenten. Het gaat regelmatig om mensen met onbegrepen gedrag die overlast veroorzaken en bij wie verslaving meespeelt. Juist daar kan ervaringsdeskundigheid verschil maken, benadrukt De Bie. `Ik vertel een deel van mijn eigen verhaal. Omdat ik in een vergelijkbare situatie heb gezeten, ontstaat er vertrouwen. Daarna gaat het om het verhaal van de cliënt. Ik luister zonder oordeel.’ Volgens hem werkt het averechts om iemand te vertellen wat hij moet doen. Motiveren en naast iemand staan is effectiever. Wanneer opname nodig is, probeert Forzsa cliënten in beweging te krijgen en begeleidt hen desgewenst zelfs naar de intake.
Zelfstigma
Verslaving aan alcohol, drugs, seks of gokken gaat vaak gepaard met onbegrip. De omgeving ziet het gedrag als een zwakte of gebrek aan wilskracht. Tegelijkertijd begrijpen mensen met een verslaving hun omgeving ook niet altijd. Dat wederzijdse onbegrip voedt het stigma. De Bie: `Daar komt zelfstigma bij. Veel cliënten kampen met een laag zelfbeeld en schamen zich. Ze voelen zich niet goed genoeg en vinden het moeilijk om over gevoelens te praten. In plaats daarvan verwachten ze dat anderen wel aanvoelen hoe het met hen gaat. In die stilte ontstaan misverstanden die relaties verder onder druk zetten.’
Stel je kwetsbaar op, zodat de cliënt zich vertrouwd voelt en bereid is zich eveneens kwetsbaar op te stellen
Miscommunicatie aanpakken
Het aanpakken van die miscommunicatie werd een belangrijk speerpunt voor Forzsa. Met subsidie vanuit het actieprogramma Grip op Onbegrip van ZonMw startte de stichting een verbeterproject. Het bouwt voort op de bestaande een-op-een-benadering door ervaringsdeskundigen, met als doel dat cliënten blijvend aan hun herstel werken. Projectleider is Francisca de Bie, manager binnen Forzsa, dochter van Ton en zelf gelukkig niet verslavingsgevoelig, zegt ze. `We hebben onze cliënten vragenlijsten voorgelegd en een aantal van hen geïnterviewd. We wilden meer weten over dat onbegrip en wat volgens hen zou helpen om dat stigma te verminderen. Er kwam naar voren wat we al hadden verwacht, namelijk dat er veel onbegrip is en kennis ontbreekt bij naasten en professionals. Onze cliënten hebben behoefte aan meer uitleg en voorlichting naar die buitenwereld toe en aan meer inzet van ervaringsdeskundigen die luisteren zonder oordeel, zoals we dat als Forzsa al doen.’
Eigen inzet
Op basis van deze inzichten ontwikkelde Forzsa een brochure voor cliënten en hun naasten. Hierin wordt uitgelegd waar onbegrepen gedrag vandaan kan komen en worden anonieme ervaringen gedeeld. Het doel is naasten actief te betrekken bij het herstelproces. Francisca de Bie: `Dat is niet eenvoudig, want juist het stigma maakt het lastig om hen erbij te betrekken. Schaamte en wantrouwen vormen hoge drempels. Daarnaast hebben we een werkdocument ontwikkeld dat begeleider en cliënt samen kunnen gebruiken. Daarmee kan de cliënt concreet maken wanneer en waarom hij of zij zich onbegrepen voelde. Ook helpt het om te verkennen wat nodig is om naasten meer inzicht te geven. Eigen inzet is daarbij cruciaal. Meerdere ervaringsdeskundigen hebben als begeleider het werkdocument getest. We gaan het nu aanpassen en opnieuw toetsen.’
Kwetsbaar opstellen
Forzsa wil bovendien herstelgroepen voor naasten organiseren. Daar kunnen zij ervaringen uitwisselen en leren hoe zij steunend aanwezig kunnen zijn zonder het herstel over te nemen. Verder zijn er plannen om de eigen website uit te breiden met artikelen en korte informatieve video’s om het stigma te doorbreken. Deze zullen zowel gericht zijn op cliënten als op naasten, waarmee ze samen kunnen werken aan de verbetering van hun onderlinge communicatie. De algemeen-directeur wil ook andere ervaringsdeskundigen op de hoogte brengen van de projectresultaten. Dat doet hij onder andere via de hogeschool Windesheim in Almere en Zwolle, waar de stichting samenwerkt met de kenniswerkplaats Onbegrepen Gedrag. `Windesheim onderzoekt hoe ervaringsdeskundigen moeten worden ingezet. Wij vinden het belangrijk dat zij in categorieën worden ingedeeld. Een ervaringsdeskundige op het gebied van adhd is bijvoorbeeld niet geschikt in die rol bij verslaafden. Bovendien is het belangrijk dat een ervaringsdeskundige dermate in herstel is, dat herstelverhalen van anderen niet meer onderdeel uitmaken van zijn of haar eigen herstel. De processen begrijpen en gepaste afstand zijn een voorwaarde voor goede begeleiding. En stel je kwetsbaar op, zodat de cliënt zich vertrouwd voelt en bereid is zich eveneens kwetsbaar op te stellen.’