Training voor vrijwilligers van inspirtatielabs
Een Roger That Inspiratielab is een ontmoetingsplek waar vooral jongeren die soms vastlopen zich via allerlei activiteiten kunnen ontplooien. Voor de vrijwilligers van deze labs is er een trainingsprogramma ontwikkeld om deze doelgroep zo goed mogelijk te kunnen begeleiden.
Op dit moment zijn er 4 Roger That Inspiratielabs, namelijk in Someren, Peel en Maas, Oosterhout en Venray. De eerste begon ruim vijf jaar geleden in Someren op initiatief van Astrid van Vught, van wie de zoon Rogier op jonge leeftijd was overleden door suïcide. Om te voorkomen dat andere jongeren ook zouden vastlopen, besloot ze een Inspiratielab op te richten. Dat lab moest gratis en laagdrempelig zijn en zonder oordeel een luisterend oor bieden aan jongeren van 11 tot 25 jaar. Bovendien moest het een ontmoetingsplek zijn waar ze samen met leeftijdgenoten hun talenten kunnen ontdekken en ontwikkelen. Roger That was de titel van een profielwerkstuk van Rogier, een term uit het leger die aangeeft: `het is oké, ik heb je begrepen.’
Nieuwe contacten
Manon Limmen, specialist in leermiddelenontwikkeling en locatieleider van het Inspiratielab in Someren, vertelt dat veel jongeren die daar komen niet hun draai kunnen vinden in het dagelijkse leven. `Dat kan om uiteenlopende redenen zijn. Het loopt thuis of op school niet lekker, ze kunnen geen aansluiting vinden bij andere jongeren, vervelen zich of weten niet wat ze willen. Hier kunnen ze ontdekken wat ze leuk vinden. Zo zijn er een kook-, kunst-, tech- en fotolab, een muziekstudio en kunnen ze zich hier vermaken met poolen of gezelschapsspellen.Daar ontstaan ook nieuwe contacten. Laatst waren drie jongens aan het schilderen, van wie een liet weten dat hij een stomme klas had en geen vrienden. De andere twee reageerden meteen: `Maar je hebt ons toch?’ Zo mooi dat gelijkgestemden elkaar hier vinden. Dat is preventie.’
Gezien voelen
Om deze jongeren zo goed mogelijk te kunnen begeleiden, ontstond het idee om de vrijwilligers van de Inspiratielabs een gepaste training aan te bieden. Voor het ontwikkelen van zo’n training kregen de labs een subsidie vanuit het actieprogramma Grip op Onbegrip van ZonMw. Projectleider Limmen licht toe dat er niet alleen mensen van buitenaf als vrijwilliger werken maar dat er ook onder de doelgroep zich jongeren bevinden die na verloop van tijd zich als vrijwilliger voor het Inspiratielab willen inzetten. `Zij hebben daar hun draai gevonden en voelen zich er thuis als een soort eigenaar van het lab. Dan geven we ze die verantwoordelijkheid waardoor ze zich ook gezien voelen.’
Zelftest
Ter inspiratie ging Limmen kijken bij een mbo-opleiding ervaringsdeskundigheid. `Ervaringsdeskundigen, zoals mensen die verslaafd zijn geweest of psychosen hebben gehad en daar goed zijn uitgekomen, kunnen vaak heel goed anderen helpen. Zij begrijpen het proces. En zoals iedereen hebben ook vrijwilligers hun eigen ervaringen. Hoe kun je die levenslessen delen met anderen? Het gaat daarbij om zelfkennis en de zoektocht naar wie je bent, waar je staat en waar je grenzen liggen. Dat hebben we in onze training meegenomen.’ Omdat iedere vrijwilliger andere ambities en kwaliteiten heeft, is er een zelftest ontwikkeld die ze tevoren per competentie kunnen invullen. Die competenties zijn onderverdeeld in vier modules, namelijk de basis, het activeren van jongeren, bewaken van de veiligheid zodat jongeren zich respectvol gedragen en tenslotte het connecten met jongeren.
'Sommige deelnemers vertelden dat ze zelfs de geleerde sociale basisvaardigheden ook toepassen in het dagelijks leven.'
Draaiboek voor trainers
Op basis van gesprekken met trainers van de opleiding ervaringsdeskundigheid zijn er materiaal voor de deelnemers en een draaiboek voor trainers van de Inspiratielabs ontwikkeld. Twee bestuursleden en twee vrijwilligers hebben meegelezen. Limmen: `Het draaiboek is zo ontwikkeld dat iedereen met bagage op het sociale vlak die training kan geven. De bedoeling is immers dat straks ook andere organisaties binnen de inloopalliantie, een landelijk netwerk waarvan wij ook deel uitmaken, met gelijksoortige doelstellingen er gebruik van kunnen maken.’ Limmen zegt dat de Roger That Foundation hoopt dat er meer Inspiratielabs in Nederland bijkomen. `Dat lukt alleen als er financiering voor is, de gemeente meewerkt en er een geschikt gebouw is op een centrale locatie. In Someren hebben wij sinds september vorig jaar een mooi onderkomen in een oud Rabobankgebouw dat we helemaal naar onze inzichten hebben ingericht.’
Teambuilding
Volgens Limmen is het belangrijk dat nieuwe initiatieven de training eerst in een pilot toepassen om zo nodig de aanpak bij te stellen. Die noodzaak bleek ook tijdens de pilot in het Roger That Inspiratielab in Oosterhout. Daar deden zo’n twintig vrijwilligers aan mee. Zij gaven na afloop tijdens een evaluatie de nodige adviezen en lieten weten erg enthousiast te zijn over de training. Limmen: `Sommigen vertelden dat ze zelfs de geleerde sociale basisvaardigheden ook toepassen in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld wanneer iemand hen een verhaal vertelt, dat ze eerst vragen wat dat verhaal voor die persoon betekent zonder het zelf in te vullen. Luisteren moet een soort natuur voor je worden. De valkuil is dat je als vrijwilliger jouw verhaal gaat vertellen. Intervisie in kleine groepjes een paar weken na de training is dan ook heel zinvol om ervoor te zorgen dat de geleerde vaardigheden beklijven.’ Een bijzondere ervaring vond de projectleider dat de trainingen niet helemaal volgens het draaiboek konden worden afgerond. `Dat kwam doordat er veel gesprekken loskwamen tussen de vrijwilligers onderling. Daardoor leerden ze elkaar goed kennen. Zo’n training zorgt meteen ook voor teambuilding.’