Stolling en antistolling beter begrijpen
Als je bloedstollingsproblemen beter kunt beheersen, kun je complexe ingrepen in hart en vaten veiliger uitvoeren. Het Hartcentrum van het St. Antonius Ziekenhuis onderzocht dit proces met het TZO-project.
Het Antonius is 1 van de grootste hartcentra van Nederland en al decennialang een topreferent centrum voor behandeling van hartaandoeningen. Met het TZO-programma startte het St. Antonius Ziekenhuis een aantal jaar geleden verschillende onderzoeken, allemaal met bloedstolling als gemeenschappelijke noemer.
Onlangs presenteerde cardioloog prof. dr. Jurriën ten Berg mooie resultaten van de TZO-onderzoekslijnen. Dat deed hij op het jaarcongres van de European Society of Cardiology. De resultaten werden tegelijkertijd gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift New England Journal of Medicine.
Ten Berg en zijn team deden onderzoek naar de optimale antistollingstherapie bij patiënten met boezemfibrilleren die een kathetergestuurde vervanging van een hartklep nodig hebben. Uitkomst van het gerandomiseerde POPular PUASE TAVI onderzoek is dat continueren van de orale antistolling niet leidt tot minder herseninfarcten, maar wel tot meer bloedingen bij de insteekopening in de lies. 'Dit zijn de eerste gerandomiseerde data', laat Ten Berg weten. 'Dit zal ongetwijfeld in de richtlijnen worden opgenomen.'
Genetische informatie
Een andere onderzoekslijn kijkt of je op basis van genetische informatie beter kunt voorspellen hoe patiënten op bepaalde medicatie reageren. Dat zou kunnen leiden tot een meer gepersonaliseerde aanpak ter voorkoming van een hartinfarct. De basis van deze aanpak is een grote database met de genetische informatie van alle patiënten die opgenomen zijn geweest met een infarct. De eerste resultaten zijn recent gepubliceerd. 'Dankzij deze genetische informatie kunnen we kijken of patiënten goed reageren op een minder sterk antitrombotisch middel dan het middel dat we tot nu toe gebruikten. Dat leidt tot minder bloedingen en bijwerkingen. Daarnaast is het ook nog eens vele malen goedkoper.'
Pionieren
Deze TZO-onderzoeken hebben mooie resultaten opgeleverd. Andere onderzoekslijnen hebben nog niet tot dergelijke concrete, klinische toepassingen geleid. Dat is niet zo verwonderlijk, volgens cardioloog en penvoerder prof. dr. Lucas Boersma. 'De TZO-onderzoekslijnen omvatten verschillende soorten onderzoek met een verschillende potentiële impact, wel allemaal gericht op het onderwerp stolling en antistolling rondom de bijzondere ingrepen die we doen. Een deel van die onderzoeken die we gedaan hebben zijn exploratief. Daar moesten nieuwe diagnostische technieken voor worden ontwikkeld. Het is een beetje pionieren. Daar komen niet altijd meteen kant-en-klaar bruikbare antwoorden uit.'
Zo werkt het Antonius samen met het MUMC in Maastricht aan de analyse van bloedsamples van een groot aantal patiënten met boezemfibrilleren die een linkerhartoorsluiting krijgen voor de preventie van beroerte. 'Dat kan ons iets leren over de stolling rondom deze ingrepen en de kans op het ontwikkelen van een stolsel op het sluitingsdevice zelf. We hopen dat dit praktische handvatten gaat bieden hoe we patiënten na de ingreep het beste kunnen behandelen met antistolling.'
Borging en verdieping
Met de TZO-subsidie heeft het Antonius de topklinische hartzorg verder kunnen verstevigen. Hoe het nu verder gaat met structurele borging en verdieping van deze topklinische functie is echter onzeker. De TZO-subsidies stoppen in 2024. 'De structuur om een aantal erkende ziekenhuizen een structurele onderzoekscomponent te geven lijkt losgelaten', zegt Boersma. 'Nu kunnen in principe alle niet-academische ziekenhuizen een aanvraag doen voor onderzoek. Maar de pot met geld is relatief klein. Als je dat straks met een groot aantal ziekenhuizen moet gaan verdelen, blijft er aanzienlijk minder over dan het in het verleden. Als je het zo gaat versnipperen, zal dat veel impact hebben op de onderzoeksstructuur. Als je vindt dat topklinische ziekenhuizen een bepaalde expertise hebben die je wil faciliteren omdat het de patiëntenzorg ten goede komt, dan moet je structureel meer investeren in deze ziekenhuizen.'
Gesprek met de patiënt
Het Antonius zal desondanks een aantal onderzoekslijnen voortzetten. Zo bouwt het ziekenhuis aan een ‘value framework’ om de uitkomsten van de zorg breder te kunnen bepalen. 'Wat is de waarde van een ingreep voor de patiënt geweest. Is hij daar beter van geworden in de dagelijkse praktijk? Kon hij weer gaan werken? Hoefde hij daardoor niet iedere week naar het ziekenhuis te komen? Die uitkomsten van zorg willen we terugvertalen naar de spreekkamer en meenemen in het gesprek met de patiënt.'
Overgewicht
Als voorbeeld noemt Boersma de relatie tussen de succeskans van ablatie bij boezemfibrilleren en overgewicht. De uitkomst van die ingreep is slechter bij mensen met overgewicht ten opzichte van de mensen zonder overgewicht. 'Die kennis kun je meenemen in je shared decision making, door te bespreken of dit wel de juiste behandeling is. We zijn bezig om dat voor elkaar te krijgen: een soort dashboard om patiënten beter te adviseren over de waarde van bepaalde behandelingen en ingrepen in hun specifieke situatie.'
Maar ook hier spelen financiën een rol, want eigenlijk zou het St. Antonius Ziekenhuis deze aanpak voor veel meer ziektebeelden willen doorvoeren. 'Maar dat is veel werk” erkent Boersma. “En een budget voor 1 promovendus is wel heel smal om hier structureel mee verder te gaan.'
Topspecialistische Zorg en Onderzoek
Dit project is gefinancierd vanuit het programma Topspecialistische Zorg en Onderzoek (TZO). Het programma TZO heeft als doel om, binnen de bestaande kaders van het zorgstelsel, topspecialistische zorg gecombineerd met toegepast klinisch wetenschappelijk onderzoek en onderwijs te continueren en te verbeteren en qua bekostiging tot een duurzame oplossing te komen. Vanuit dit programma ontvangen 10 topspecialistische functies in algemene ziekenhuizen of categorale instellingen die topspecialistische zorg leveren in combinatie met wetenschappelijk onderzoek en Onderwijs & Opleiding op zeer hoog niveau subsidie.
Tot eind 2024 loopt een externe evaluatie van het programma TZO; het project TOpzorg VERzilveren (TOVER). Binnen dit evaluatieonderzoek, uitgevoerd door IQ healthcare (Radboud UMC) in samenwerking met ESHPM (Erasmus universiteit), worden mogelijkheden voor structurele bekostiging voor topspecialistische funties onderzocht. Daarnaast worden de langetermijn effecten van de maatschappelijke meerwaarde van deze financiële investering in kaart gebracht. Het programma TZO loopt eind 2024 af.
Tekst: Jasper Enklaar