Patiëntwaarde staat voorop
Met de TZO-subsidie zette het Catharina Ziekenhuis 3 projecten op, die zich richten op de veelvoorkomende cardiologische ziektebeelden: vernauwing van de aortaklep, complexe kransslagaderaandoeningen en atriumfibrilleren. ‘De resultaten zijn spectaculair’
Bij alle 3 de onderzoekslijnen die het hartcentrum van het Catharina Ziekenhuis met de TZO-subsidie opzette, staat het begrip ‘patiëntwaarde’ voorop, benadrukt Lukas Dekker, cardioloog in het Catharina Ziekenhuis. 'Dat is paraplu waar de projecten die we hebben uitgerold, onder vallen. Het begrip patiëntwaarde beschrijft de uitkomsten in relatie tot de zorgkosten. We streven bij alle onderzoeken naar het verbeteren van uitkomsten of het reduceren van kosten met het oog op het toegankelijk houden van de zorg in de toekomst.' Dat kan gebeuren door zorgpaden te verbeteren of door technologische innovaties. 'Maar', zegt Dekker: 'We beginnen er pas aan als er echt een duidelijke link is met die patiëntwaarde.'
Nieuwe manier
Bij vernauwde aortakleppen is het vaak de vraag op welk moment je een klep moet gaan vervangen. Dat kan sinds een aantal jaren minimaal invasief via de lies. 'Je moet dat niet te vroeg doen' zegt Dekker, 'maar ook weer niet te laat, want dan heeft iemand al veel risico gelopen, veel zorg gebruikt en misschien ook een trager herstel.' Met de Technische Universiteit ontwikkelde interventie-cardioloog Pim Tonino van het Catharina Ziekenhuis een nieuwe manier om de indicatie vast te stellen voor het vervangen van zo’n hartklep: de SAVI of stress aortic valve index.
Ook hier staat de patiëntwaarde voorop, zegt Dekker: 'Als je mensen precies op tijd kunt behandelen, voorkom je veel zorgconsumptie en risicovolle ingrepen in een later stadium.'
Soepel verwijsproces
In een internationale multicenter trial is deze methode getest, een artikel ligt nu ter review bij een toonaangevend vakblad. Opvallend detail: de methode vertoont veel gelijkenissen met de FFR-meting van de bloeddruk in de kransslagader, een methode die ook in Eindhoven is ontwikkeld, een jaar of 20 geleden, en die inmiddels onderdeel is van de internationale richtlijnen.
Niet alleen de methode is nieuw, ook het zorgpad is aangepakt. 'In samenwerking met geriaters en verpleegkundig specialisten kunnen we patiënten beter indelen naar risico. De keten met de verwijzers is geoptimaliseerd, waardoor het verwijsproces veel soepeler verloopt en mensen beter voorbereid bij ons komen.'
Implementatie in de regio
De tweede TZO-onderzoekslijn, over kransslagaderlijden, heeft inmiddels geleid tot implementatie in de regio Eindhoven van een andere aanpak van een acuut coronair syndroom. Het Catharina Ziekenhuis heeft in de TRIAGE-ACS-studie een score ontwikkeld die door de ambulanciers kan worden afgenomen. Zij kunnen dan eerder vaststellen of iemand naar een interventiecentrum gebracht moet worden voor een dotterbehandeling of dat iemand met een laag risico naar een ziekenhuis gebracht kan worden waar niet gedotterd wordt. 'Dat hebben we onderzocht met een trial uitgevoerd samen met de andere ziekenhuizen in onze regio, Elkerliek, St Anna en Maxima Medisch Centrum. De resultaten zijn gepubliceerd. Het is veilig en het werkt. Hierdoor kun je dubbele zorg vermijden en de opnameduur verkorten. Het scheelt ambulanceritten en het scheelt veel geld, dat is een mooi succes.'
Pijnbehandeling
Binnen dit thema doet het Catharina Ziekenhuis ook onderzoek naar pijnbehandeling bij patiënten met symptomatisch kransslagaderlijden die niet meer in aanmerking komen voor een hartoperatie of dotterbehandeling. Voor deze behandeling is het Catharina Ziekenhuis een nationaal verwijscentrum. 'We hebben goede ervaringen met pijnbehandeling via ruggenmergstimulatie', vertelt Dekker. Er is een RCT opgezet, maar deze studie loopt nog en resultaten daarvan kunnen nog niet gedeeld worden. 'Een mooie uitkomst is al wel dat we een goede samenwerking hebben gevonden met fysiotherapeuten, anesthesisten en pijnverpleegkundigen voor deze complexe patiënten.'
Spectaculaire uitkomsten
Dekker zelf was de trekker van de derde TZO-onderzoekslijn over boezemfibrilleren. Daar worden veel interventies voor uitgevoerd, in het Catharina ongeveer duizend per jaar. De uitkomsten van die ablaties zijn nog voor verbetering vatbaar, vertelt Dekker. Daarvoor is gekeken naar het beïnvloeden van leefstijlfactoren als overgewicht, hoge bloeddruk en alcoholgebruik. Ook bewegen en slaapapneu zijn belangrijke factoren. Met verpleegkundig specialisten en diëtisten werkten patiënten in 6 maanden aan verbetering van leefstijlfacetten. 'Dat hebben we op zo’n manier gedaan dat het gepersonaliseerd en haalbaar is. We maken niet allemaal Sven Kramers van iedereen.'
'De voorlopige uitkomsten zijn echt spectaculair', zegt Dekker. 'Zowel voor de uitkomsten als voor de kosten. We hebben zeer gunstige resultaten voor mensen die eerst een lifestyle regime hebben gehad en daarna geableerd worden.' Deze aanpak leidt tot minder tweede ingrepen, minder eerste hulpbezoeken en de kwaliteit van leven bij deze mensen is veel beter.
Koploper blijven
De verschillende TZO-projecten hebben aanzienlijk bijgedragen aan ‘patiëntwaarde’, die Dekker als eerste noemde. Hoe gaat dat dan verder als de TZO-subsidies aflopen? 'Onze research gaat door, maar via andere subsidiebronnen', verzekert Dekker. 'En wat de zorg betreft: het ziekenhuis heeft het commitment om de zorg die we ontwikkelen en die positieve resultaten heeft, te implementeren. Daar wordt nog steeds aan gewerkt. Maar we hebben inmiddels een traditie om verbeteringen die we hebben ontwikkeld te implementeren. Daar willen we in ons ziekenhuis gewoon koploper in blijven, dus dat gaat geregeld worden.'
Topspecialistische Zorg en Onderzoek
Dit project is gefinancierd vanuit het programma Topspecialistische Zorg en Onderzoek (TZO). Het programma TZO heeft als doel om, binnen de bestaande kaders van het zorgstelsel, topspecialistische zorg gecombineerd met toegepast klinisch wetenschappelijk onderzoek en onderwijs te continueren en te verbeteren en qua bekostiging tot een duurzame oplossing te komen. Vanuit dit programma ontvangen 10 topspecialistische functies in algemene ziekenhuizen of categorale instellingen die topspecialistische zorg leveren in combinatie met wetenschappelijk onderzoek en Onderwijs & Opleiding op zeer hoog niveau subsidie.
Tot eind 2024 loopt een externe evaluatie van het programma TZO; het project TOpzorg VERzilveren (TOVER). Binnen dit evaluatieonderzoek, uitgevoerd door IQ healthcare (Radboud UMC) in samenwerking met ESHPM (Erasmus universiteit), worden mogelijkheden voor structurele bekostiging voor topspecialistische funties onderzocht. Daarnaast worden de lange termijn effecten van de maatschappelijke meerwaarde van deze financiële investering in kaart gebracht. Het programma TZO loopt eind 2024 af.
Tekst: Jasper Enklaar