Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Veilige geboortezorg

Laatst aangepast:

De innovatieve manier van het Maxima Medisch Centrum om baby en moeder tijdens de zwangerschap te monitoren heeft sterk bijgedragen aan veiliger, effectievere en meer familiegerichte geboortezorg. Ook de inzet van physician assistants op de Obstetric High Care speelt daarbij een belangrijke rol.

Het Maxima Medisch Centrum (MMC) vervult al sinds 1990 een topzorgfunctie in het landelijk netwerk van acute zorg bij bedreigde zwangerschappen. Met het instellen van een obstetrische high care in 2000 zette het MMC een volgende stap in de verbetering van de zorg voor zwangeren en extreem vroeggeboren baby’s’.  'We zagen daarna een spectaculaire daling van het aantal opnames van zwangeren op de intensive care', vertelt Guid Oei, gynaecoloog in het MMC en hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven. 'Maar ook de sterfte van pasgeborenen daalde met 10 procent.' Dankzij deze goede resultaten werd het ‘Veldhovense model’ tot norm verklaard. 

De TZO-subsidie werd ingezet om deze perinatale zorg verder te verbeteren. Aan de ene kant door samen met de TU Eindhoven te zoeken naar technische innovaties, maar ook door het anders inzetten van physician assistants (PA). 'Een van de zwakke punten op dit soort afdelingen is de wisselende kwaliteit van zorg', zegt Oei. 'De zorg vaak wordt overgelaten aan arts-assistenten, maar zij zijn vaak maar kort in een ziekenhuis en stromen dan door naar elders.'

Meerwaarde van PA’s 

Het MMC maakte de keuze om meer physician assistants in te zetten. 'Met de TZO-subsidie hebben we het voor elkaar gekregen dat we elke dag, ook in het weekend en in de avond, een PA konden plaatsen op de afdeling.' In 2021 is met de TZO-subsidie een wetenschappelijk onderzoek van start gegaan om de meerwaarde van PA’s op de OHC gecontroleerd te onderzoeken. Oei: 'De kwaliteit van zorg is verbeterd en is er meer rust en continuïteit in de zorg, wat ook weer de effectiviteit vergroot.' Uit het onderzoek bleek ook dat PA’s door hun grotere beschikbaarheid meer tijd per patiënt besteden dan ANIOS. Dat leidt tot betere monitoring, vroegtijdige herkenning van complicaties en beter geïnformeerde patiënten. 

Gewoonlijk worden PA’s ingezet in laag-complexe en geprotocolleerde zorg. Maar Oei denkt dat PA's ook een sleutelrol kunnen gaan spelen in complexe zorgprocessen, zeker met het oog op de noodzakelijke taakherschikking in de toekomst en het alomtegenwoordige tekort aan personeel.  

Vraag voor de ingenieurs 

Voor de andere TZO-onderzoekslijn zocht Oei de samenwerking met de nabijgelegen TU Eindhoven. 'Ik heb er altijd al over nagedacht hoe wij de patiënt, zowel moeder als kind, beter kunnen bewaken. Die vraag hebben we de ingenieurs voorgelegd. Daar hebben we uiteindelijk samen de zogenaamde elektrofysiologische CTG voor bedacht.' Normaal gesproken worden bij een kraamvrouw met twee banden over de buik de weeënactiviteit en de hartslag van de foetus gemeten. Een weinig nauwkeurige en betrouwbare meting, volgens Oei.  

Slimme pleister 

Na jarenlang onderzoek en testen is de techniek van de eCTG vervolmaakt en is er een monitoringsysteem ontworpen dat met behulp van een slimme pleister zowel de weeën van de moeder als de hartslagactiviteit van de baby kan monitoren. “Dit hebben we de afgelopen 20 jaar in allerlei onderzoeken gevalideerd - er zijn al bijna twintig mensen op gepromoveerd - en inmiddels is er een spin-off bedrijf van het ziekenhuis en de TU Eindhoven.” Het Birthscreen-project heeft geleid tot een reeks artikelen, zowel in meer technische tijdschriften als in klinische vakbladen.  

Minder onnodige keizerssneden 

Met de TZO-subsidie zijn verschillende onderzoekslijnen opgezet om aan te tonen dat de meerwaarde van dit monitoringssysteem daadwerkelijk evidence based is. 'Nu krijgen alle patiënten op de verloskamer zo’n pleister, maar ook alle patiënten op de obstetrische high care. Het grote voordeel is dat je met zo'n pleister continu kunt bewaken. Met een echo kan dat niet langer dan een half uur per dag. De onderzoeken lopen nog, maar we verwachten dat hierdoor minder onnodige keizerssneden worden gedaan en dat uiteindelijk ook minder kinderen in een slechte conditie op de wereld zullen komen.' 

Bevallen voorspellen 

De continumeting levert nog veel meer data op. Een derde onderzoekslijn kijkt daarom of het mogelijk is op basis van die data beter het moment van bevallen te voorspellen. 'Dat is voer voor de ingenieurs.' De elektropulsen geven ook een indicatie of een kindje voldoende beweegt in de baarmoeder. Dat is belangrijke informatie over de conditie van een kind. 

Het is in principe mogelijk deze data op afstand uit te lezen en te interpreteren. Dat is een volgende fase van het onderzoek, vertelt Oei. 'Daar zijn we mee bezig. De data die we nu al hebben, gebruiken we om een opzet te maken hoe we dat in een thuissituatie kunnen gaan doen. Maar we moeten eerst bewijzen dat het in het ziekenhuis helemaal veilig is.'

Gouden kans 

Bij zo’n volgende stap en die eventuele thuismonitoring spelen de PA’s weer een grote rol, verwacht Oei. 'We zijn heel blij dat we de TZO-subsidie hebben gekregen om dit allemaal uit te kunnen voeren. Het was voor ons een gouden kans om versnelling aan te brengen. Zonder subsidie was dat nooit gelukt. Onze zorg is wel hoe we de PA’s kunnen blijven betalen als de TZO-subsidie ophoudt aan het eind van het jaar.'

Nu heeft het MMC het voordeel dat het deel uitmaakt van de Brainportregio, wat een gunstig klimaat vormt voor samenwerking tussen universiteit, bedrijfsleven en ziekenhuizen. Zo is er het Medtech Innovation Center, waarin het MMC, het Catharinaziekenhuis, Kempenhaeghe, TU Eindhoven en Philips samenwerken. 'Dat gaat meer om fundamenteel onderzoek om te kijken waar we nog kunnen verbeteren. De TZO-subsidie is meer toegepast onderzoek. Ook daar hebben we behoefte aan.'

Topspecialistische Zorg en Onderzoek

Dit project is gefinancierd vanuit het programma Topspecialistische Zorg en Onderzoek (TZO). Het programma TZO heeft als doel om, binnen de bestaande kaders van het zorgstelsel, topspecialistische zorg gecombineerd met toegepast klinisch wetenschappelijk onderzoek en onderwijs te continueren en te verbeteren en qua bekostiging tot een duurzame oplossing te komen. Vanuit dit programma ontvangen 10 topspecialistische functies in algemene ziekenhuizen of categorale instellingen die topspecialistische zorg leveren in combinatie met wetenschappelijk onderzoek en Onderwijs &Opleiding op zeer hoog niveau subsidie.  

Tot eind 2024 loopt een externe evaluatie van het programma TZO; het project TOpzorg VERzilveren (TOVER). Binnen dit evaluatieonderzoek, uitgevoerd door IQ healthcare (Radboud UMC) in samenwerking met ESHPM (Erasmus universiteit), worden mogelijkheden voor structurele bekostiging voor topspecialistische funties onderzocht. Daarnaast worden de langetermijn effecten van de maatschappelijke meerwaarde van deze financiële investering in kaart gebracht. Het programma TZO loopt eind 2024 af. 

Tekst: Jasper Enklaar