Sessie Verpleegkundig leiderschap in de praktijk
In de Tuinzaal van congreslocatie Antropia in Driebergen was het net droog na een frisse bui. Terwijl buiten de vogels weer begonnen te zingen, gingen binnen verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten,verzorgenden en onderzoekers met elkaar in gesprek over een thema dat overal speelt: leiderschap in de dagelijkse praktijk.
Leiderschap gaat over gedrag
Tijdens de netwerkbijeenkomst V&V op 2 juni 2026 namen Marianne Lensink (coach Verplegingswetenschappen UMC Utrecht, coördinator Leaderschip Mentoring in Nursing (LMNR) en bestuurder stichting LOOP) en niet-praktiserend psychiatrisch verpleegkundigen Tanneke van Kooten en Lieneke de Boer-Bos (UMC Utrecht) de deelnemers mee in een herkenbaar en inspirerend verhaal. Hun centrale boodschap: leiderschap gaat niet over functie of positie, maar over gedrag. Juist in spanningsvolle situaties in het dagelijks werk.
We voelde ons geen leiders
De sessie startte met herkenbare bescheidenheid. ‘Als wij aan leiders denken, denken we aan mensen als Michelle Obama, Nelson Mandela of Jacinda Ardern. Niet aan onszelf.’ Toch stonden ze daar. Niet als ‘de leiders’, maar als professionals die ergens in hun werk iets zagen dat beter kon. En daar iets mee deden.
Tanneke en Lieneke werkten jarenlang als psychiatrisch verpleegkundigen en daarna in beleids- en staffuncties. In hun werk kregen ze steeds vaker vragen vanuit andere afdelingen over omgaan met agressie en lastige situaties. ‘We gaven wel eens een kwaliteitskwartiertje of een les, maar echt iets veranderen lukte niet. De vragen bleven terugkomen.’
Het keerpunt: urgentie en momentum
Een ingrijpend geweldsincident in de zorg vormde een belangrijk moment van reflectie en actie. Ze besloten hun zorgen en ideeën actief te delen met het bestuur. ‘We gebruikten dit moment om de stoute schoenen aan te trekken.’ Wat volgde was geen snelle oplossing, maar een proces van geduld, samenwerking en doorzettingsvermogen. Na een periode van wachten kregen ze de ruimte om organisatiebreed onderzoek te doen. Met tientallen gesprekken als basis.
De werkelijkheid op het werk: spanningsvolle situaties
Uit hun interviews kwam een opvallende conclusie naar voren: ‘In 9 van de 10 gevallen gingen gesprekken niet over agressie, maar over spanningsvolle situaties.’ Het gaat om het zogenaamde ‘grote grijze gebied’: situaties waarin spanning oploopt, communicatie stroever wordt en escalatie mogelijk is, maar nog niet heeft plaatsgevonden. Die situaties blijken dagelijks voor te komen, lastig te duiden, en vaak vermeden te worden door professionals. Juist dit gebied heeft grote impact op werkplezier, veiligheid en behoud van medewerkers.
Van reageren naar vroeg signaleren
De presentatie maakte dit inzicht visueel met een spanningsopbouw van groen naar rood:
In veel organisaties ligt de nadruk op handelen ná escalatie (oranje/rood). ‘Veel beleid is ingericht op: als het al mis is gegaan.’ De echte winst zit volgens hen in een andere plek: ‘Het grote gele gebied – het vroeg signaleren van spanning.’
Dat vraagt om ander gedrag van zorgprofessionals:
- Spanning herkennen.
- Benoemen.
- Bespreekbaar maken.
En precies daar raakt hun verhaal aan leiderschap.
Wat werkte: klein beginnen, samen optrekken
Tanneke en Lieneke benoemden zelf een aantal succesfactoren:
- Elkaar aanvullen en versterken.
- Een gedeelde visie op goede zorg.
- Spanningen benoemen in plaats van vermijden.
- Durf te handelen, ook als het spannend is.
Leiderschap als gedrag: het LPI-model
Na het praktijkverhaal introduceerde Marianne Lensink het Leadership Practices Inventory (LPI) van Kouzes en Posner. Het vertrekpunt: leiderschap is geen eigenschap of positie, maar zichtbaar gedrag dat je kunt ontwikkelen. Deelnemers vulden zelf de vragenlijst in en reflecteerden plenair op hun scores. ‘Het gaat niet om goed of fout. De vraag is: welk gedrag wil je versterken?’
5 vormen van leiderschapsgedrag in de praktijk
De 5 LPI-praktijken werden direct herkenbaar in het verhaal van Tanneke en Lieneke:
- Geef het voorbeeld (Model the way)
Zij benoemden spanningen en leefden voor wat ze anderen leerden. - Creëer een gedeelde visie (Inspire a Shared Vision)
Ze hadden een duidelijke visie op goede en veilige zorg en maakten zichtbaar waarom aandacht voor communicatie daarin essentieel is. - Daag het proces uit (Challenge the Process)
Ze doorbraken de focus op alleen incidenten en richtten zich op preventie. - Maak anderen sterker (Enable Others to Act)
Ze werkten samen met collega’s door het hele ziekenhuis en wisten anderen actief te betrekken en in te zetten om hun doel te bereiken. - Waardeer en verbind (Encourage the Heart)
Ze zetten in op erkenning, humor en verbinding als basis voor verandering.
Blogs over het Agressie project in het UMC Utrecht
Sprekers
Tanneke van Kooten
Stafmedewerker Onderwijs en Veiligheid
Lieneke de Boer-Bos
Beleidsmedewerker en Coördinator Peersupport
Marianne Lensink
Programmacoördinator Leaderschip & Monitoring in Nursing Research (LMNR) en bestuursvoorzitter Stichting LOOP.