Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Zinvol implementeren, hoe doe je dat?

Interview met lector Zorg & Zingeving aan Hogeschool Viaa, Aliza Damsma en onderzoeker Spiritual Care aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Gertie Blaauwendraad
Laatst aangepast:

Door heel het land vindt lokaal onderzoek plaats naar zorg voor zingeving in de thuissituatie. Natuurlijk willen we dat iedereen van de ontwikkelde kennis en interventies kan profiteren, maar zijn deze wel op brede schaal te implementeren? En zo ja, hoe? Hogeschool Viaa en de Vrije Universiteit onderzochten het.

Duurzame verspreiding

Iedereen geeft op een eigen manier betekenis aan het leven, en heeft daarin andere behoeften en wensen. De één vindt zingeving in religie, de volgende in contact met de kleinkinderen, en voor weer anderen is zingeving een bijdrage leveren aan de maatschappij. Zorg voor zingeving is daarom volledig afhankelijk van de cliënt, diens situatie en diens mogelijkheden en beperkingen. Daarom is het lastig om zorg voor zingeving te onderwerpen aan een standaard. Maar hoe zorg je dan voor duurzame verspreiding van ontwikkelde methodes en materialen? Dat probeerden onderzoekers van Hogeschool Viaa in Zwolle en de Vrije Universiteit Amsterdam te achterhalen. Zij volgden 7 Verspreidings- en Implementatieprojecten (VIMP’s) in hun proces, tijdens het overkoepelende onderzoek ‘Zinvol implementeren’. In deze 7 projecten werden producten of methoden die eerder succesvol waren gebleken, op een andere plek in Nederland in de praktijk gebracht. 

Op zoek naar een andere taal

Aliza Damsma, lector Zorg & Zingeving aan Hogeschool Viaa vertelt: ‘Met ons overkoepelende onderzoek wilden we meer leren over succesvolle implementatie van zorg voor zingeving in de thuissituatie. Daarbij wilden we niet alleen observeren hoe de VIMP’s te werk gingen, maar hen ook ondersteunen en bijdragen aan hun succes.’ En van succes was inderdaad sprake. Want om maar meteen met de deur in huis te vallen: zorg voor zingeving kun je wel degelijk op bredere schaal implementeren. Dat lieten de VIMP’s het afgelopen anderhalf jaar zien. ‘Maar dat gebeurde niet volgens een vaste formule, met vastomlijnde protocollen of gemakkelijk af te vinken checklists’, gaat Aliza verder. ‘Natuurlijk zijn standaardprocedures wel het eerste waar je aan denkt als je het woord “implementeren” hoort. Maar zorg voor zingeving laat zich niet vangen in een stappenplan. Dus toen wij gevraagd werden om die 7 implementatieprocessen in kaart te brengen, moesten we op zoek naar een andere taal.'

Afbeelding
Wij voorzagen dat ‘reguliere’, instrumentele implementatie niet zou werken, maar we wisten ook nog niet wat wel. ZonMw stond open voor onze visie en trok echt als een partner met ons op in de zoektocht.
Aliza Damsma
lector Zorg & Zingeving aan Hogeschool Viaa

Extra uitdaging

Wat het overkoepelende onderzoek extra ingewikkeld maakte: de 7 VIMP’s waren behoorlijk verschillend. Niet alleen de inhoud was amper te vergelijken, maar ook de fase waarin de onderzoeken zich bevonden; sommige projecten waren net begonnen en andere al bijna klaar. Het enige dat overeenkwam, was dat het projecten waren rond zorg voor zingeving in de thuissituatie, gericht op zorgprofessionals. Verder waren er allemaal variabelen die we maar gewoon moesten accepteren. Dat vroeg om een zeer specifieke aanpak.

Expertise van een implementatiedeskundige

‘Een belangrijke voorwaarde die ZonMw had gesteld, was dat we een implementatiedeskundige van het Nederlands Implementatie Collectief (NIC) in ons team opnamen’, vertelt Gertie Blaauwendraad, onderzoeker Spiritual Care aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Zelf zou ik daar niet aan hebben gedacht, maar dat heeft ontzettend goed uitgepakt. De expertise van onze implementatiedeskundige Christiaan Vis bleek van enorme meerwaarde in verschillende fases van het onderzoek. In het begin vooral bij het uitzoeken van de meest geschikte tool: hoe gaan we deze onvergelijkbare VIMPs met elkaar vergelijken? En daar ook nog eens zinvolle lessen uit halen voor wetenschap en praktijk? Met Christiaan hebben we de verschillende opties naast elkaar gelegd en kwamen we gezamenlijk uit op een narratieve methode. Dat viel ook in goede aarde bij de projectleiders van de VIMP’s, omdat daarmee hun vak niet werd ingeperkt tot wetmatigheden.’

Rode draden ontdekken

Een narratieve methode, de naam zegt het al, gaat uit van verhalen. De onderzoekers vroegen de VIMP’s gewoon hun verhaal te vertellen, precies zoals het was. Waar ging het verhaal eigenlijk over? Wie speelden er een rol in? Tegen welke vraagstukken, obstakels en ‘plottwists’ liepen zij aan bij de implementatie? Wat ging wel goed en wat verraste hen? Aliza: ‘Daarmee konden we het moment, ‘het hoofdstuk’, in kaart brengen, zonder het meteen te categoriseren of in een bepaald hokje te stoppen. Dat gaf vrijheid en lucht. En pas na afloop zijn we op zoek gegaan naar rode draden. Een lijn waarmee we, ondanks al die variabelen die niet overeenkwamen, toch generieke thema’s of patronen konden ontdekken om door te geven.'

Implementation mapping

Bij het ontdekken van de rode draden bestond er natuurlijk een kans dat de onderzoekers tóch op wetmatigheden uit de implementatiewetenschap zouden stuiten. Dus om niet allemaal wielen opnieuw uit te vinden, hielden ze de bestaande methode implementation mapping ernaast. Dit is een stappenplan met taken die zinvol zijn gebleken bij implementatie. Aliza: ‘We gebruikten implementiation mapping echt als referentie. De volgordelijkheid van de methode hebben we daarbij losgelaten.’

Briljante mislukkingen

Om ook te voorkomen dat de 7 VIMP’s allemaal hun eigen wiel gingen uitvinden, was kennisdeling al tijdens het onderzoek belangrijk. Tijdens gezamenlijke bijeenkomsten of ‘leerhubs’ leerden de VIMPs van deskundigen en elkaar. Aliza: ‘De eerste leerhub die we organiseerden had als thema “briljante mislukkingen”. Daarin legden experts uit dat het bijna onvermijdelijk is dat er dingen verkeerd gaan in een implementatieproces. Die kennis gaf heel veel rust en herkenning. Een veel voorkomend faalpatroon is bijvoorbeeld dat onderzoekers heel enthousiast aan de slag gaan, maar nog geen medestanders hebben. Ook komt vaak voor dat niet alle relevante partijen betrokken zijn, of dat het voordeel van de één een nadeel is voor de ander. En dan stokt het. De VIMPs leerden dat zo’n misser niet het eindpunt is. Heel mooi om te zien, die verschuiving van: “Het lukt niet, het faalt, ik stop ermee”, naar: “Het lukt niet altijd, dat hoort erbij, hoe ga ik om met die momenten?”’

Implementatie als zingevingsvraagstuk

Met dit nieuwe perspectief was de toon mooi gezet, vertelt Gertie. ‘Het deed iedereen die meewerkte inzien: succesvolle implementatie is eigenlijk ook een zingevingsvraagstuk. Want iedereen in dit vakgebied weet dat het leven niet maakbaar is, dat het gaat om uitproberen, dat je kunt leren van tegenslag en daar de waarde van kunt gaan inzien. Die mindset komt naar voren in de zorg voor cliënten en is dus ook van toepassing op het vak zelf. Je ziet sowieso dat zorg voor zingeving met een enorme professionaliseringsslag bezig is. Deze manier van denken is daarbij cruciaal. Hoogleraar geestelijke verzorging Gaby Jacobs van de Universiteit van Humanistiek is daar ook goed in. Die koppelt bijvoorbeeld het begrip “borgen” aan “geborgenheid”. Dat helpt een gevoel te krijgen bij deze processen, er betekenis - en inderdaad – zin aan te geven.’

Afbeelding
Een implementatieproces is eigenlijk ook gewoon een zingevingsvraagstuk. Dat inzicht geeft een gemeenschappelijke mindset en een gedeelde taal die we allemaal snappen.
Gertie Blaauwendraad
onderzoeker Spiritual Care aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Practise what you preach

Over borgen gesproken: het onderzoek van Aliza, Gertie en hun team is in de afrondende fase. Samen met de VIMP’s hebben ze veel geleerd over implementatie van zorg voor zingeving in de thuissituatie. Dus onvermijdelijk rijst de vraag: en nu? ‘Nu is het een kwestie van practise what you preach,’ lacht Aliza. ‘Als we nu onze bevindingen in de lucht gooien en hopen dat iemand ze opvangt, zijn we nog geen steek opgeschoten. Daarom zijn we nu druk bezig onze resultaten te bestendigen. Op het borgingsfestijn eind maart dragen we het stokje over aan de implementatiedeskundige die binnen Kenniswerkplaats III een vervolg geeft aan Zinvol Implementeren. De narratieven en de kennis die we met elkaar hebben gedeeld in de leerhubs zijn daarbij het uitgangspunt. Die geven toekomstige partijen inspiratie en herkenning, en daarmee handvatten om hun eigen implementatie vorm te geven. Deze lessen zijn beschikbaar in een digitale tool ‘Breng je verhaal in kaart: implementatiegids Zorg voor Zingeving’ die te vinden is op het Kennisplein Zingeving.’

Tool vol inspiratie

Aliza en Gertie hebben in totaal 9 rode draden ontdekt. Namelijk: 

  1. Implementatie is relatie.
  2. Implementatie is dynamisch.
  3. Implementatie vraagt visie en verbeeldingskracht.
  4. Implementatie vraagt een lange adem.
  5. Implementeren is een vak.
  6. Eigenaarschap is een vak apart.
  7. Eigenaarschap vraagt middelen.
  8. Maak implementatie-‘producten’ zo divers toepasbaar als mogelijk.
  9. Een implementatienetwerk is behoefte- en vraaggericht.

Deze rode draden fungeren in de tool als wegwijzers. Heb jij bijvoorbeeld moeite om medestanders te vinden? Dan lees je in het hoofdstuk ‘Implementatie is relatie’ hoe anderen daarmee omgingen. 

Dit is pas het begin

De grote kracht van de online tool is dat deze is gekoppeld aan een actieve community die zich bezighoudt met implementatieprocessen. ‘Daarvoor geldt het netwerk van de 7 VIMP’s als basis’, vertelt Gertie. ‘Het is de bedoeling dat iedereen die gebruik wil maken van de tool toegang heeft tot het netwerk en er onderdeel van wordt. Door met elkaar in dat netwerk actief te zijn, kun je elkaar makkelijk wijzen op de verschillende hulpbronnen. Zo blijven de geleerde lessen levend en kan er actief nieuwe kennis worden toegevoegd. Bovendien houdt het netwerk de contacten warm met de experts die we hebben geraadpleegd tijdens het onderzoek, en natuurlijk bestaat de mogelijkheid nieuwe leergemeenschappen te organiseren’, legt ze uit. ‘Dus ook al zijn wij nu bijna klaar met ons deel, dit is pas het begin.’

Relevantie voor volgende projecten

Er is veel geleerd, ook op het gebied van onderzoek zelf. Aliza besluit: ‘In dit onderzoek zijn we als hogeschool en universiteit actief met elkaar opgetrokken. Dat zie je niet vaak. De universiteit is wat meer gefocust op de wetenschappelijke impact van het onderzoek en wij als hogeschool op de maatschappelijke impact. En als je dan samen onderzoek doet, komt dat mooi in balans. Op die manier heeft dit onderzoek heel diverse nieuwe kennis opgeleverd. Over narratief werken in het algemeen, over implementatieonderzoek in zorg voor zingeving, over de rol van de verschillende professionals in interdisciplinair samenwerken... en dat beïnvloedt ook onze nieuwe projecten. Wat we hier hebben geleerd, nemen we bijvoorbeeld ook weer mee naar het vervolg op de Kenniswerkplaats Zingeving. Daar gaan we weer voorstellen om als hbo en universiteit samen onderzoek te doen.’

Stimulerende combinaties

De combinatie van wetenschappelijke kennisontwikkeling én relevantie voor de praktijk is heel waardevol gebleken. Gertie: ‘Ook gaven de professionals in de VIMP’s aan veel te hebben gehad aan de combinatie van aangereikte kennis, de met elkaar gedeelde kennis en ons specifieke advies voor hun situatie. Dat nemen we zeker mee in volgende onderzoeken.’

ZonMw en zingeving

Veel kwetsbare en zieke mensen blijven langer thuis wonen, en ook zorg en welzijn verplaatst steeds meer naar de thuissituatie. Hoe kan aandacht voor zingeving in de thuissituatie worden ingebed, rekening houdend met mogelijkheden van zorgverleners en behoeften van de zorgvrager? Vanuit het programma Zingeving en Geestelijke verzorging investeren we in kennisontwikkeling en -implementatie om aandacht voor zingeving in de thuissituatie te stimuleren.

Colofon

Tekst: Martine de Wit
Eindredactie: ZonMw-team Palliatieve zorg