Waarom ergotherapeuten onmisbaar zijn in regionale samenwerkingsverbanden
Regionale samenwerking is essentieel om de zorg toegankelijk, goed en betaalbaar te houden. Ergotherapeuten spelen daar een belangrijke rol in; zij helpen mensen om zo lang mogelijk actief zelfstandig thuis te blijven wonen. Om beleidsmatig meer invloed uit te kunnen oefenen, is het essentieel dat ergotherapeuten zich in de regio goed organiseren.
Door zich krachtig te positioneren in regionale mono- of multidisciplinaire samenwerkingsverbanden vergroten ergotherapeuten hun zichtbaarheid, versterken zij hun professionele stem en kunnen zij effectiever bijdragen aan regionale besluitvorming en de ontwikkeling van zorgbeleid. Multidisciplinaire samenwerking is belangrijk om met zorgverleners uit verschillende disciplines af te stemmen wie welke zorg biedt. Maar om multidisciplinair goed samen te kunnen werken, moet je ook monodisciplinair goed georganiseerd zijn, zodat de beroepsgroep sterk staat als belangen op het spel staan. Bijvoorbeeld bij onderhandelingen over de organisatie van zorg en financiële kwesties. ZonMw ondersteunt de versterking van de organisatiegraad van ergotherapeuten en andere eerstelijnszorgprofessionals met subsidievouchers.
In the picture
Marijke Verbeek is directeur-bestuurder van beroepsvereniging Ergotherapie Nederland: ‘De roep om een monodisciplinaire of multidisciplinaire organisatiegraad komt voort uit de Visie eerstelijnszorg 2030 van VWS, dat zijn oorsprong heeft in het Integraal Zorgakkoord (IZA) uit 2022. Daarin staat nadrukkelijk dat samenwerking nodig is om de zorg toegankelijk te houden, nu en in de toekomst. Goede samenwerking kan daarnaast (duurdere) tweedelijnszorg voorkomen. Maar dan is het wel belangrijk dat je als beroepsgroep goed voor jezelf opkomt en daarvoor is de organisatiegraad enorm belangrijk.. In Nederland zijn meer dan 75.000 paramedici werkzaam (en zo’n 14.000 huisartsen). Als je als ergotherapie en paramedisch sterk staat, kun je bij beleidsmakers een vuist maken. Laten zien waarvoor je staat en wat je waard bent.’ En dat is hard nodig, want als er niets verandert, neemt het aantal ergotherapeuten af terwijl het aantal zorgvragen toeneemt. 'Ergotherapeuten doen hun werk met hart en ziel', zegt Verbeek. ‘Maar tegelijkertijd ervaren zij veel regeldruk, zijn de tarieven in de eerste lijn laag en zijn er geen declarabele uren om extra taken te doen, zoals werken aan een organisatiestructuur’.
Meer bekendheid
Het wordt volgens Verbeek tijd dat ergotherapeuten zichzelf in the picture plaatsen. Verbeek: ‘Ergotherapeuten zijn van oudsher juist in de tweede lijn te vinden, maar kunnen in de eerste lijn veel betekenen. Sinds COVID hebben wij een inhaalslag gemaakt in bekendheid. Uit cijfers van C-Support – in samenwerking met Erasmus MC (2022) – is gebleken dat patiënten met post-COVID de meeste meerwaarde hebben ontleend aan de zorg van ergotherapeuten. Huisartsen zien deze meerwaarde ook. Niet alleen bij post-COVID, maar ook bij andere vragen rondom belasting en belastbaarheid, zoals bijvoorbeeld na behandeling van kanker.’
Zelfstandig thuis blijven wonen
Ergotherapeuten ondersteunen een breed scala aan patiënten en cliënten die tijdelijk of langdurig opnieuw moeten leren hoe ze, ondanks hun aandoening, thuis kunnen blijven wonen. Het zijn bijvoorbeeld ouderen met Parkinson of dementie, mensen met een chronisch ziekte of beperking, mensen die herstellen van een grote operatie of na bijvoorbeeld hersenletsel. Ergotherapeuten ondersteunen hen om zelfredzaam te zijn én om weer deel te nemen aan de maatschappij. Denk aan zelfstandig douchen, koken, werken of deelnemen aan sociale activiteiten. Door praktische oplossingen, advies en training helpen ergotherapeuten cliënten om hun dag zo betekenisvol en actief in te richten zoals ze dat zelf wensen. Ze ondersteunen daarin óók de mantelzorger; die speelt een belangrijke rol. Daarmee dragen zij niet alleen bij aan kwaliteit van leven, maar ook aan het voorkomen of uitstellen van zwaardere en duurdere zorg.
Voorbeeld: wel of niet verhuizen naar een verpleeghuis
Een vrouw met dementie verveelde zich erg en legde daarmee veel beslag op haar partner, waardoor het voor haar partner te zwaar werd. Hij loste alles op. De vraag was daarom of zij moest verhuizen naar een verpleeghuis. De ergotherapeut bood uitsluitsel door meer een beroep te doen op het oplossend vermogen van de vrouw met dementie. Samen bedachten ze een dagprogramma om zelfstandig dingen te kunnen doen.
Zoals hulpmiddelen om toch zelf te kunnen strijken en de gestreken was weer op de juiste plek in de kast terug te kunnen leggen. En een hulpmiddel om steunkousen zelf aan en uit te doen; dat bevordert niet alleen haar zelfstandigheid, maar is ook nog eens kostenbesparend, doordat de wijkverpleging daar niet meer 2x per dag voor langs hoeft te komen (zie ook De-implementatie van steunkousenzorg in de wijk). Daarnaast keken ze met elkaar naar oplossingen voor potentieel gevaarlijke situaties. Zo werd er bijvoorbeeld een traplift geplaatst en een trippelstoel ingezet.
Mevrouw heeft nu een meer betekenisvolle invulling van de dag. Haar partner kreeg daardoor letterlijk en figuurlijk weer ruimte. Van opname in een verpleeghuis is voorlopig geen sprake meer. Kortom, de ergotherapeut helpt met vaardigheden op een andere manier aanleren, zoekt daar waar nodig hulpmiddelen erbij die dat ondersteunen, biedt hulp bij het aanbrengen van dagstructuur én heeft daarbij ook aandacht voor de naaste(n).
Keuzes die passen bij de ontwikkelingen in de regio
Sinds september 2024 zijn er door ZonMw vouchers verstrekt aan ergotherapeuten in 43 regio’s met elk een waarde van € 20.000,- en dat aantal loopt nog op. ‘Een mooi steuntje in de rug’, zegt Verbeek. ‘Wij leggen ergotherapeuten geen blauwdruk op over hoe ze het geld moeten besteden. Elk samenwerkingsverband maakt keuzes die passen bij de ontwikkelingen in hun regio. Ze gaan in gesprek met gezondheidsorganisaties, gemeenten en het sociaal domein, gebruiken het geld voor het organiseren van mandaat in de regioof voor de bouw van een website. Ze profileren zich en nemen het voortouw bij initiatieven voor innovaties in de patiëntenzorg. Daarvoor kiezen ze zelf de organisatievorm die het best bij hen past. Dat kan bijvoorbeeld een stichting zijn, een vereniging of coöperatie.’
Vouchers
ZonMw ondersteunt de versterking van de organisatiegraad van 11 eerstelijnszorgdisciplines met vouchers die zij kunnen inzetten voor het opzetten, inrichten, uitbreiden en/of versterken van de monodisciplinaire organisatiegraad om aan te sluiten bij de landelijke Visie eerstelijnszorg 2030. Inmiddels heeft ZonMw bijna 400 subsidieaanvragen ontvangen én goedgekeurd. Bekijk op de 11 landkaarten per discipline voor welke regio's er een voucher is aangevraagd en goedgekeurd. Is er in uw regio nog geen voucher aangevraagd voor uw discipline? Goed nieuws, het is nog tot 1 oktober 2026, 14.00 uur mogelijk om een voucher aan te vragen.
Aansluiting bij bestaande organisatie
Rob Koppers is ergotherapeut en praktijkhouder van Ergotherapiepraktijk Doen in Amsterdam, Utrecht en Alkmaar. Hij heeft in 2025 een voucher aangevraagd voor twee regio’s en ingezet om ergotherapeuten te integreren en te positioneren bij een al bestaande entiteit: BNW beweegt de zorg, een coöperatie van oorspronkelijk fysiotherapeuten in de regio Noord-Kennemerland en de Kop van Noord-Holland. Met de toetreding van ergotherapeuten aan BNW snijdt het mes aan twee kanten. Koppers: ‘Wij kunnen meeprofiteren van hun bestaande invloed in de regio. Tegelijkertijd profiteren zij van onze expertise om mensen langer thuis te laten wonen.’ Behalve de ergotherapeuten, zijn bij BNW inmiddels ook diëtisten en logopedisten aangesloten.
Meebeslissen aan de RESV-tafels
Eerstelijns fysiotherapeuten zijn volgens Koppers doorgaans goede ondernemers en hebben ervaring in strategisch en bestuurlijk denken. ‘Deze eigenschappen zijn essentieel als je wilt meedenken op beleidsniveau en invloed wil uitoefenen. BNW heeft al jarenlang bestaande samenwerkingsafspraken met gemeenten en ziekenhuizen. Daar haken wij nu bij aan.’ BNW is volgens Koppers bovendien één van de weinige paramedische organisaties die vanaf het begin deelnemen aan de tafels van regionale eerstelijns samenwerkingsverbanden (RESV-tafels): de regionale tafel waar samenwerkingsafspraken worden gemaakt voor de eerstelijn, door in ieder geval huisartsen- en thuiszorgorganisaties. Koppers: ‘Wij beslissen mee in de coalitie Noord-Holland Noord Gezond. Dat heeft BNW dus voor elkaar gekregen.’
Training Regionaal Besturen
Bestuurlijk en beleidsmatig denken moet je leren. Om paramedici daarin te ondersteunen biedt Ergotherapie Nederland een training aan: Regionaal besturen. Verbeek: ‘Het is een training van de Ergo Academie in samenwerking met de VvAA, een collectief van 130.000 zorgprofessionals. Je leert er bestuurlijke vaardigheden en onderhandelen en je doet kennis op over ale veranderingen.’ Rob Koppers heeft de training inmiddels afgerond. ‘De voucher geeft ons de mogelijkheid om een aantal uur per maand te investeren in eigen ontwikkeling op dat gebied.’
Als je invloed wilt hebben op beleidsniveau, dan zul je de taal van bestuurders moeten leren spreken. En dat is écht een heel andere taal.
Koppers geeft aan dat naar aanleiding van de training een appgroep is opgezet. Bijna alle regionale ergotherapie-bestuurders zitten daarin. Daarnaast vindt er veel uitwisseling plaats via de regionale ergotherapie netwerken (REN’en).
Fear of missing out
Binnen de regio’s Noord-Kennemerland en de kop van Noord-Holland heeft het grootste deel van de ergotherapeuten zich aangesloten bij BNW. Koppers: ‘Wij laten via nieuwsbrieven en tijdens netwerkbijeenkomsten zien wat we hebben bereikt dankzij de toetreding tot BNW. Zo creëren wij the fear of missing out en hopen wij ook de laatste ergotherapeuten over de streep te trekken. Hoe sterker wij staan, hoe meer invloed wij hebben.’ Hij is ervan overtuigd dat ergotherapeuten in de toekomst nóg meer kunnen betekenen voor de zorg.
Bij alles wat ik lees over toekomstbestendige zorg denk ik: dat is de rol van de ergotherapeuten. Wij zijn onmisbaar, en dat moeten wij over het voetlicht brengen.
Vraag de voucher aan!
Ergotherapeuten kunnen nog tot oktober 2026 een voucher aanvragen. Verbeek adviseert degenen die nog niet regionaal zijn georganiseerd om dat te doen. ‘Ook al is zo’n voucheraanvraag een ingewikkeld proces’, zegt ze. ‘Met die voucher probeer je een samenwerking of entiteit op te zetten, maar je moet een entiteit zijn om een voucher aan te vragen. Het kip-en-ei-verhaal.’
Er zijn volgens Verbeek verschillende routes om aan die eis te voldoen. Koppers en zijn collega’s hebben zich aangesloten bij een bestaande entiteit. Ergotherapie Nederland heeft ook voor een tientalregio’s een voucher aangevraagd. Na het oprichten van de entiteit draagt Ergotherapie Nederland het weer over. Soms loopt het ook via een individuele ergotherapiepraktijk of via een regionale ondersteuningsstructuur (ROS).
‘ZonMw heeft hierin constructief meegedacht’, licht Verbeek toe. ‘Ze zijn goed bereikbaar voor vragen en het persoonlijke contact is erg prettig’. Koppers is naast ergotherapeut ook voor een aantal uren docent bij de opleiding ergotherapie. Hij heeft de recente ervaringen met het aanvragen van subsidie gebruikt als onderdeel van een module voor het onderwijs, zodat ook daar meer aandacht voor komt.
Niet zonder ons
Verbeek adviseert om tot die tijd niet stil te blijven zitten. ‘Met of zonder voucher, meld je aan bij de RESV-tafels! Dáár worden nú de belangrijke beslissingen genomen voor de toekomst van de zorg en de plannen voor 2027 en verder gemaakt. Laat je stem horen. Laat zien wat we als beroepsgroep waard zijn. De kracht van ergotherapie ligt in de huidige ontwikkelingen, waarin de zorg verschuift van ziekte naar de mens achter de ziekte, eigen regie, reablement, preventie en zo lang mogelijk (zelfstandig) thuis blijven wonen. Dat zijn allemaal kansen voor ergotherapeuten die we met beide handen willen aangrijpen. Wij hebben dé expertise om mensen langer actief thuis te laten wonen. Toekomstbestendige zorg kan niet zonder ons.’
Meld je aan bij de RESV-tafels! Dáár worden nú de belangrijke beslissingen genomen voor de toekomst van de zorg en de plannen voor 2027 en verder gemaakt.