WCV verankert verpleegkundig perspectief in beleid, onderzoek en innovatie
Verpleegkundigen en verzorgenden vormen de grootste beroepsgroep in de zorg en spelen een sleutelrol in de zorgtransitie. Hun brede blik op gezondheid kan beleidsvorming, innovatie en onderzoek versterken. Daarom is hun perspectief beter van belang in landelijke besluitvorming, vindt het Wetenschappelijk College Verpleegkunde.
De verplegingswetenschap heeft de afgelopen jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Lange tijd nam verpleegkundig onderzoek een bescheiden positie in binnen de academische wereld. Nu groeit het aantal verpleegkundigen dat zorg combineert met onderzoek, onderwijs of beleid. Dat is mede dankzij de inspanning van het Wetenschappelijke College Verpleegkunde (WCV). De 4 leden van het Dagelijks Bestuur van het WCV – Anne Marie Weggelaar, Lisette Schoonhoven, Nynke Boonstra en Hester Vermeulen – vertellen.
Wat is het WCV?
Het Wetenschappelijk College Verpleegkunde (WCV) is een samenwerkingsverband van 22 hoogleraren met een verpleegkundige achtergrond. Het college is verbonden aan beroepsvereniging V&VN en heeft als doel om wetenschappelijke kennis sterker te verbinden met beleid, praktijk en onderwijs. Het WCV neemt samen met lectoren en practoren zitting in de wetenschappelijke adviesraad die het kennisinstituut van de V&VN adviseert over onderzoeks- en ontwikkelagenda’s. Verder brengt het WCV kennishiaten in kaart en zet het zich in voor een sterkere positie van verpleegkundigen in landelijke besluitvorming.
Van bescheiden academische stem naar landelijke impact
‘Zo’n 10 tot 15 jaar geleden lieten verpleegkundigen die de wetenschap in gingen hun verpleegkundige identiteit vaak achter zich’, vertelt Anne Marie Weggelaar, bijzonder hoogleraar Innovatie en Transformatie in de Zorg aan Tilburg University. ‘Inmiddels heeft verplegingswetenschap zich ontwikkeld tot een volwaardig academisch domein met een eigen perspectief op gezondheid, functioneren en kwaliteit van leven. We hebben nu 22 hoogleraren met een verpleegkundige achtergrond in Nederland. Maar als je bedenkt dat er geschat zo’n 1.800 medische hoogleraren zijn, terwijl verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden de grootste beroepsgroep in de zorg vormen, dan is het nog steeds een druppel op een gloeiende plaat.’
We zien steeds vaker professionals die zorg combineren met onderzoek, onderwijs of beleid. Daardoor komt de praktijk dichter bij het onderzoek en andersom.
Lisette Schoonhoven, hoogleraar Verplegingswetenschap aan het UMC Utrecht, ziet desondanks dat de verschuiving langzaam tot stand komt. ‘Er zijn steeds meer verpleegkundigen die een masteropleiding volgen. Niet alleen verplegingswetenschap, maar ook gezondheidswetenschappen of evidence based practice. Daarnaast zien we steeds vaker professionals die zorg combineren met onderzoek, onderwijs of beleid. Daardoor komt de praktijk dichter bij het onderzoek en andersom.’
Praktijk en onderzoek dichter bij elkaar
Praktijk en onderzoek dichter bij elkaar brengen is waar het WCV zich al jaren voor inzet. ‘Dat is niet alleen in het belang van de patiëntenzorg, het maakt het vak ook aantrekkelijker voor verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden die zich verder willen ontwikkelen’, aldus Hester Vermeulen, hoogleraar Verplegingswetenschap aan het Radboudumc. ‘Het WCV wil laten zien dat je niet hoeft te kiezen tussen patiëntenzorg, onderwijs, onderzoek of beleid. Juist de combinatie maakt ons vak sterker.’
Het WCV wil laten zien dat je niet hoeft te kiezen tussen patiëntenzorg, onderwijs, onderzoek of beleid. Juist de combinatie maakt ons vak sterker.
Nynke Boonstra, hoogleraar Verplegingswetenschap in de geestelijke gezondheidszorg aan het UMC Utrecht, ervaart dagelijks de meerwaarde van die combinatie. ‘Veel mensen hebben tegen mij gezegd dat ik moest stoppen met patiëntenzorg toen ik hoogleraar werd. Maar ik merk dat ik niet zonder kan. Als ik bezig ben met onderzoeksaanvragen over bijvoorbeeld de inzet van AI door verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden, dan helpt het enorm dat ik nog steeds zelf in de praktijk werk. Ik zie waar zij tegenaan lopen, hoe werkprocessen verlopen en waarom sommige innovaties wel of niet landen.’
Samenwerken in plaats van concurreren
Het Wetenschappelijk College Verpleegkundigen ontstond in 2018 vanuit de wens om de krachten van de verschillende leerstoelen te bundelen. ‘Toen waren we met 10 tot 12 hoogleraren’, vertelt Vermeulen. ‘We vonden dat we beter konden samenwerken dan concurreren. Daarnaast wilden we de wetenschap een stevig podium geven binnen onze beroepsvereniging V&VN. Niet alleen om onderzoek te doen, maar ook om vanuit de wetenschap mee te denken over de koers en de inhoud van het verpleegkundig en verzorgend vak.’
Betere afwegingen
Volgens Weggelaar gaat het WCV nadrukkelijk verder dan het uitvoeren van onderzoek alleen. ‘Bij maatschappelijke vraagstukken rond toegankelijkheid, kwaliteit en houdbaarheid van de zorg is het verpleegkundig perspectief onmisbaar. Daarom levert het WCV actief bijdragen aan beleidsontwikkeling, kennisagenda's en landelijke adviesorganen, zoals de Gezondheidsraad en Zorginstituut Nederland, en aan staatscommissies die gaan over de langetermijnontwikkeling van de zorg. Door medische, verpleegkundige en andere perspectieven te combineren ontstaan betere afwegingen voor patiënten, professionals en maatschappij.’
Belang van interdisciplinaire samenwerking
Boonstra benadrukt daarbij het belang van interdisciplinaire samenwerking. ‘Binnen het WCV proberen we zichtbaar te maken wat er op verschillende plekken gebeurt. We werken nauw samen met lectoren, practoren en het kennisinstituut van V&VN. Daardoor brengen we kennis uit allerlei zorgsettings bij elkaar. Die diversiteit maakt de verplegingswetenschap sterker. De uitdagingen in de GGZ zijn anders dan in de wijkverpleging of het ziekenhuis, maar uiteindelijk kunnen we veel van elkaar leren.’
We werken nauw samen met lectoren, practoren en het kennisinstituut van V&VN. Daardoor brengen we kennis uit allerlei zorgsettings bij elkaar.
Grootste kansen voor maatschappelijke impact
Volgens de hoogleraren sluit de huidige onderzoeksfinanciering soms onvoldoende aan bij de uitdagingen waar de zorg voor staat. ‘De grootste kansen voor maatschappelijke impact liggen momenteel bij vraagstukken rondom passende zorg, preventie, zelfredzaamheid en arbeidsbesparende innovaties’, zegt Vermeulen. ‘We staan voor de opgave om met minder mensen meer zorg te leveren. Toch gaat veel onderzoeksgeld nog naar kleinere, afgebakende onderwerpen vanuit de wens om evidence based practice aan te tonen. Waardevol onderzoek, maar daarmee beantwoorden we niet automatisch de grote vragen van deze tijd. Hoe organiseren we zorg in de wijk? Hoe versterken we mantelzorg? Hoe zetten we personeel slimmer in? Daar is volgens mij de grootste maatschappelijke winst te behalen.’
Vermeulen ziet tegelijkertijd dat de maatschappelijke opgaven steeds beter aansluiten bij de kern van het verpleegkundig vak. ‘Als je kijkt naar preventie, leefstijl, passende zorg en samen beslissen, dan zijn dat typisch verpleegkundige thema’s. Het gaat steeds minder alleen over de vraag welke behandeling werkt, maar steeds vaker over hoe we zorg organiseren, implementeren en samen verbeteren. Dat vraagt om andere vormen van onderzoek, zoals kwalitatief onderzoek en actieonderzoek, waarbij je direct samenwerkt met de praktijk.’
‘De transformatie van de zorg ontstaat doordat we erin slagen de zorgvraag te verminderen, mensen langer zelfstandig thuis te laten wonen en technologie verstandig in te zetten’, aldus Weggelaar. ‘Dat zijn vraagstukken waar verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden dagelijks mee bezig zouden moeten zijn. Verpleegkunde is een zelfstandig vakgebied met een eigen perspectief. Waar de medische wetenschap zich vooral richt op ziekte, kijkt verpleegkunde naar gezondheid, functioneren en kwaliteit van leven.’
Waar de medische wetenschap zich vooral richt op ziekte, kijkt verpleegkunde naar gezondheid, functioneren en kwaliteit van leven.
Duobanen stimuleren
Verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden moeten daarbij wel voldoende ruimte krijgen om bij te dragen aan innovatie en verbetering. ‘Van de hbo-verpleegkundigen verlaat ongeveer 60% binnen enkele jaren het vak’, zegt Schoonhoven. ‘Niet omdat ze de zorg niet leuk vinden, maar omdat ze de zorg niet kunnen leveren waarvoor ze zijn opgeleid. Veel verpleegkundigen ervaren dat ze geen invloed hebben op verbeteringen. Ze krijgen geen tijd voor praktijkonderzoek of innovatie. Daardoor ontstaat het gevoel dat ze niet kunnen bijdragen aan verandering, terwijl juist daar ook hun kracht kan liggen. Verpleegkundigen beschikken over een schat aan praktijkkennis, die direct kan bijdragen aan innovatie, kwaliteitsverbetering en onderzoek.’
Vermeulen ziet mogelijkheden om dat te doorbreken. ‘Vanuit het WCV stimuleren we duobanen. Op steeds meer plekken combineren verpleegkundigen hun werk in de praktijk met onderzoek of onderwijs. In umc’s gebeurt dat steeds vaker en ook topklinische ziekenhuizen zetten daarop in. Wij onderzoeken hoe je zulke functies goed kunt organiseren. En dan bij voorkeur niet alleen in de ziekenhuizen, maar ook in de wijk. Dan kunnen we veel beter de hele patiëntreis volgen en ontstaat er meer begrip voor elkaars werk.’
Toekomst van de verplegingswetenschap
Al met al zijn er volop plannen en wensen voor de toekomst. ‘Verplegingswetenschap is nog een jonge discipline, we staan nog maar aan het begin’, zegt Boonstra. ‘Ik verwacht dat verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden zich de komende jaren steeds verder ontwikkelen in zowel onderzoek als praktijk. Nu er meer hoogleraren komen, kunnen we ook veel gerichter kennis opbouwen over specifieke patiëntengroepen en zorgvraagstukken.’
Vermeulen sluit zich daarbij aan. ‘De waarde van verpleegkundig onderzoek wordt steeds meer gezien. Ik ga uit van een verdubbeling van het aantal hoogleraren in 4 jaar tijd. Dan kan iedere hoogleraar zich verder specialiseren. Ik heb me soms een duizenddingendoekje gevoeld. Dan dacht ik de ene dag mee over kraamzorg en de volgende dag over geriatrie. Dan blijft je aandacht te generiek. Met meer hoogleraren kunnen we veel meer inhoudelijke expertise ontwikkelen. Belangrijk daarbij is het internationale LMNR-programma, Leaderschip & Mentoring in Nursing Research, waarin verpleegkundigen worden begeleid in hun ontwikkeling als onderzoeker en leider. De eerste 2 lichtingen van het programma hebben al hoogleraren voortgebracht.’
Meer hoogleraren verplegingswetenschap is daarbij geen doel op zich, maar een noodzakelijke voorwaarde voor de toekomst van de zorg. ‘De uitdagingen waar we voor staan zijn te groot om zonder verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden op te lossen’, aldus Schoonhoven. En Weggelaar vult aan: ‘Als we willen dat de zorg toegankelijk, betaalbaar en mensgericht blijft, dan moet de verpleegkundige stem niet alleen gehoord worden in de patiëntenzorg, maar ook aan de tafels waar de toekomst van de zorg wordt vormgegeven.’
Belangrijkste kennishiaten volgens het WCV
- Complexe zorgvragen bij mensen met multimorbiditeit en lage sociaaleconomische status
- Gezondheidsverschillen
- Preventie en gezondheidsbevordering
- Zorgtechnologie en implementatie
- Toekomst van verpleging en verzorging
- Onderzoek dat direct relevant is voor patiënten en zorgprofessionals in de praktijk