Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Wat (non-)COVID-19 ons leerde over uitkomstgerichte zorg

Slotbijeenkomst uitkomstgerichte zorg: kennisagenda non-COVID-19
Laatst aangepast:

Wat betekende de uitgestelde zorg tijdens de COVID-19-pandemie voor de zorguitkomsten? Hoe ervaarden patiënten die moesten wachten de uitgestelde zorg? Een groep artsen onderzocht de afgelopen 4 jaar de effecten voor kwetsbare groepen, substitutie van behandelingen en data-analyse als instrument. Nu delen ze hun inzichten.

Kennisagenda non-COVID-19

In 2020 startte het ZonMw-programma ‘Uitkomstgerichte zorg: kennisagenda non-COVID-19’ om de gevolgen van de COVID-19-pandemie op de zorguitkomsten in kaart te brengen voor patiënten die reguliere, non-COVID-zorg nodig hadden. Daarnaast was de vraag: wat kunnen we hiervan leren als het gaat om uitkomstgerichte zorg en oplossingen voor zorgschaarste? En: hoe kunnen de inzichten concreet bijdragen aan en samen beslissen over de passende behandeling?

Onlangs is het programma afgerond. Op donderdag 2 oktober 2025 kwamen de onderzoekers in Utrecht bij elkaar om de resultaten van hun onderzoeken te delen. Voorzitter van de programmacommissie Brenda Mark-van Haarst opent de bijeenkomst. Zij vertelt dat in de afgelopen jaren steeds meer kennis werd vergaard over COVID-19, maar dat er vragen overbleven over de gevolgen van COVID-19-pandemie op de reguliere zorg. ‘Vanaf 2020 zijn door de Federatie van Medisch Specialisten en met input van alle wetenschappelijke verenigingen verschillende kennisagenda’s opgesteld. Voor wat betreft de non-COVID-zorg was de vraag: wat kunnen we leren van de uitkomsten van de zorg tijdens de COVID-19-periode? ZonMw heeft toen samen met FMS gekeken hoe deze vraag in verbinding gebracht kon worden met uitkomstgerichte zorg, een onderwerp waar VWS al middelen voor beschikbaar had gesteld. Deze aanpak is erg gewaardeerd door onderzoekers en FMS.’ 

Sfeerimpressie van de dag

1 / 5
2 / 5
3 / 5
4 / 5
5 / 5

9 onderzoeksgroepen

Die middag presenteren 9 onderzoeksgroepen hun bevindingen in 3 clusters: effecten van uitgestelde zorg voor kwetsbare groepen, substitutie van behandelingen met een duidelijk meetbare ziektelast en data-analyse als instrument van uitkomstgerichte zorg. Hieronder staan per cluster een aantal belangrijke resultaten. Via de links eronder kunt u doorklikken naar de verdiepende verhalen met de geleerde lessen.

Effecten van uitgestelde zorg voor kwetsbare groepen

In 2 onderzoeken werden de effecten van coronamaatregelen op kwetsbare groepen bekeken. COFIT-PSY richtte zich op mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen: hun ervaringen tijdens de COVID-19-pandemie varieerden van negatief (angst, isolatie) tot positief (meer rust, meer verbinding). De impact hing sterk af van de persoonlijke situatie vóór de pandemie. Het tweede onderzoek betrof chronisch zieke kinderen: zij rapporteerden lagere levenskwaliteit tijdens corona, maar veerkracht zorgde bij velen voor herstel.

Lees meer over de resultaten

Substitutie van behandelingen

Substitutie van behandelingen tijdens en na de COVID-19-pandemie werd in 4 projecten onderzocht. In de benigne gynaecologie bleek geen substitutie te hebben plaats gevonden (bijvoorbeeld van operatief naar niet-operatief). Er was vooral sprake van verdamping van de zorg. Wel nam het aantal telefonische consulten toe. Bij gynaecologische kanker liet de analyse zien dat minder fysieke en meer telefonische follow-up even effectief was en bovendien goedkoper. In de reumazorg bleef continuïteit behouden via hybride consulten en digitale PROMs. Daarbij bleek digitale ongelijkheid een belangrijk aandachtspunt. De VICO-studie onderzoekt of videoconsulten in de follow-up van kinderen met functionele buikpijn een goed alternatief zijn voor fysieke consulten zodat videoconsulten in de reguliere zorg geïntegreerd kunnen worden en de zorg daarmee patiëntvriendelijker wordt. 

Lees meer over de resultaten

Data-analyse als instrument van uitkomstgerichte zorg

In 3 projecten werd met diverse databronnen de impact van de COVID-19-pandemie onderzocht op zorg en gezondheid. De uitkomsten waren verrassend. Zo werden binnen het vroeggeboorteonderzoek hielprikdata geanalyseerd en 15-23% minder vroeggeboortes gevonden tijdens de lockdowns, mogelijk door minder stress en infecties. Het Surg III-project koppelde maar liefst 15 kwaliteitsregistraties en vragenlijsten om te begrijpen hoe uitstel van zorg en veranderde behandelkeuzes uitpakten. Data toonden onder meer aan dat mensen die niet-acute zorg nodig hadden het meest waren benadeeld door langere doorlooptijden. Het zorgmijdingsonderzoek ten slotte gebruikte grote populatiestudies en registraties: 1 op de 5 mensen vermeed zorg tijdens de pandemie, met hogere sterfte en meer gevorderde kankerdiagnoses als gevolg.

Lees meer over de resultaten 

Presentaties van 9 projecten

1 / 9

COFIT-PSY project: gevolgen van COvid-19-maatregelen voor gezondheidsuitkomsten, leeFstIjl en hersTel bij mensen met PSYchiatrische aandoeningen

De COVID-19-pandemie heeft grote gevolgen gehad, vooral voor kwetsbare groepen. Dit project onderzocht de impact van coronamaatregelen op mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA). Op basis van de resultaten is Gesprekshulp Leefstijl ontwikkeld die mensen met EPA en hun zorgverleners helpt om samen te praten over kleine stappen richting een gezondere leefstijl. Dit helpt mensen met EPA om tijdens toekomstige lockdowns – en daarbuiten – gezonder te blijven leven.

Lees meer over het project

2 / 9

Kwetsbaarheid en veerkracht van chronisch zieke kinderen in relatie tot de covid pandemie. Samen beslissen over passende zorg voor de meest kwetsbare jongeren.

Dit project onderzocht de impact van de COVID-10-pandemie op de psychosociale gezondheid van kinderen met een chronische aandoening. De ernst van de restricties tijdens de pandemie bleek negatief geassocieerd met verschillende indicatoren van psychosociaal welzijn, waaronder lagere tevredenheid met het leven, meer internaliserende symptomen en meer psychosomatische klachten. Na de pandemie lijkt de impact op het welzijn en de levenstevredenheid zich te hebben hersteld.

Lees meer over het project

3 / 9

Substitutie van zorg binnen de benigne gynaecologie gedurende de COVID-19 pandemie in Nederland

Gedurende de COVID-19-pandemie is er minder geopereerd dan voor (of na) die tijd. Met name electieve zorg rondom goedaardige ziektebeelden is hard getroffen. Dit onderzoek richt zich op welke zorg in plaats van operaties is uitgevoerd en hoe tevreden patiënten en zorgverleners daarmee waren. Met deze kennis wordt een protocol opgesteld over welke zorg op welke wijze aangeboden moet worden bij een nieuwe periode van absolute schaarste.

Lees meer over het project

4 / 9

Follow up zorg na behandeling voor gynaecologische kanker – kan het minder?

Na een kankerbehandeling krijgen patiënten frequent nog controles, ook wel follow-upzorg genoemd. De pandemie leidde tot een verschuiving van fysieke naar meer telefonische consulten. Hoewel het totaal aantal consulten gelijk bleef, daalden de zorgkosten. Patiënten waardeerden de flexibiliteit, maar misten vaste zorgverleners en emotionele steun door bijvoorbeeld het wegvallen van familie bij afspraken. Betrokkenheid bij zorgkeuzes en aandacht voor nazorg blijft daarom cruciaal in een hybride zorgmodel.

Lees meer over het project

5 / 9

Uitkomstgerichte en patiënt-ervaren impact van de COVID-19 pandemie op de zorgtoegankelijkheid en -gebruik van de reumatologische zorg in Nederland

Tijdens de COVID-19 pandemie was er sprake van verminderde toegankelijkheid van de poliklinische zorg voor reumatoïde artritis (RA) patiënten. Het doel van dit onderzoek is om met behulp van uitkomstinformatie te onderbouwen of het verminderen van het aantal fysieke consulten tijdens de COVID-19-pandemie heeft geleid tot een optimale (medicamenteuze) behandeling van RA-patiënten.

Lees meer over het project

6 / 9

Videoconsulten in de follow-up van kinderen met functionele buikpijn: de VICO studie

Videoconsulten zijn een vorm van e-health die tijdens de coronapandemie werden toegepast. Met dit onderzoek wordt onderzocht wat de ervaringen zijn van kinderen, ouders/verzorgers en zorgverleners met het gebruik van videoconsulten in vergelijking met fysieke consulten en of de klinische uitkomsten daarbij gelijk blijven. Op basis van de verkregen resultaten worden aanbevelingen gedaan voor landelijke implementatie van videoconsulten in de kindergeneeskunde.

Lees meer over het project

7 / 9

Impact van COVID-19 op de patiënt die een operatie nodig heeft – Het COVID Surg III project

De COVID-19-pandemie heeft grote impact gehad op de geleverde zorg in ziekenhuizen.Het doel van dit project, is het vaststellen van de gevolgen van de coronapandemie voor patiënten met COVID-19 en voor patiënten zonder COVID-19, die gedurende deze periode een operatie of interventie nodig hadden.  Dit is onderozcht binnen 15 kwaliteitsregistraties. De opgedane kennis kan in de toekomst gebruikt worden tijdens eventuele toekomstige pandemieën of periodes van zorgschaarste.

Lees meer over het project

8 / 9

Zorgmijding en verminderde toegankelijkheid van zorg tijdens de COVID19 pandemie - beloop en lange termijn effecten op incidentie en prognose van hart- en vaatziekten en kanker in Nederland

Tijdens de eerste fase van de pandemie ging 1 op de 5 mensen niet naar de dokter. Dit onderzoek richt zich op of de veranderde toegang tot zorg heeft geleid tot ernstigere vormen van hart- en vaatziekten en kanker. Een hartinfarct werd nog net zo vaak ontdekt als voor corona, maar beroertes en TIA’s werden minder vaak vastgesteld. Mensen die later kanker kregen, gingen wel iets vaker naar de huisarts dan mensen met dezelfde klachten die geen kanker bleken te hebben.

Lees meer over het project

9 / 9

PREgnancy outcomes during a PAndemic REsponse (PREPARE): een pandemie met een gouden randje?

Het PREPARE-consortium onderzocht wat er veranderde in de geboortezorg tijdens de eerste corona lockdown. In Nederland waren er niet alleen 20% minder vroeggeboortes, ook kozen meer zwangeren om thuis te bevallen. Vaak uit angst voor COVID-19, of omdat ze in het ziekenhuis niemand mee mochten nemen. Het onderzoek laat zien dat de Nederlandse geboortezorg flexibel en robuust was tijdens de lockdown.

Lees meer over het project

Sociale en demografische gegevens

Na de presentaties volgt een discussie over de vraag: hoe vind en ondersteun je mensen die echt hulp nodig hebben? Daarbij werd duidelijk dat naast medische data ook sociale en demografische gegevens een belangrijke rol spelen bij het vinden van deze mensen. Voor effectieve zorg op afstand moeten gegevens actueel en betrouwbaar zijn en gedeeld tussen ziekenhuizen, huisartsen en het sociaal domein.

De vraag is hoe je met die data omgaat. ‘Gegevens over de sociaaleconomische status, de SES-gegevens, kunnen stigmatiserend werken’, merkt een deelnemer op. ‘Er is niet altijd verband tussen iemands gezondheid en zijn of haar opleiding, werk en inkomen. Neem de hoogopgeleiden die hun eigen ideeën hebben over vaccinaties en virussen, wat effect kan hebben op hun gezondheid.’ 

Afbeelding
Groepsdiscussie
Afbeelding
Marije Splinter aan het woord

Meer gepersonaliseerde zorg

Met andere woorden: SES-gegevens zijn te beperkt. De Patient Reported Outcome Measures, ofwel PROMs, geven al meer inzicht dan alleen in fysieke aspecten en kunnen helpen een goed beeld te vormen van een patiënt. Daarnaast moet er meer aandacht zijn voor individuele verhalen en context. ‘Zorgverleners moeten meer investeren in het eerste gesprek’, zo zegt één van de deelnemers. ‘We moeten luisteren naar het narratief van de patiënt in plaats van afvinklijstjes te hanteren.’ De discussie gaat verder over tijdsdruk en hybride zorg. ‘We zitten in tijdperk van richtlijnen, terwijl we naar meer gepersonaliseerde zorg toe moeten. Dat kost meer tijd. Hybride zorg is mogelijk een oplossing. Dan kunnen we patiënten die fysieke consulten nodig hebben meer tijd geven, terwijl mensen die zorg op afstand willen dat ook kunnen krijgen. Ook hierin moeten we samen met de patiënt kunnen beslissen.’ 

Geleerde lessen vasthouden

De volgende vraag wordt opgeworpen: Hoe houden we vast wat we hebben geleerd van de COVID-19-pandemie? Het gesprek richt zich op het behouden van positieve innovaties, vooral rondom zorg op afstand. Benadrukt wordt dat digitale consulten volwaardig moeten worden behandeld. Want, zoals een deelnemer zegt: ‘Soms word ik ‘s morgens gestimuleerd om meer telefonische consulten te doen en ‘s middags om meer productie te draaien, ofwel fysieke zorg te leveren.’ Digitale zorg moet dezelfde planning, tijd en financiële waardering krijgen als fysieke zorg. Daarvoor zijn betere technische en organisatorische systemen nodig, zoals bijvoorbeeld virtuele wachtkamers en asynchrone communicatie via apps. 

Fijne samenwerking en inhoudelijke betrokkenheid

Na de discussie spreekt de groep haar waardering uit voor de rol van ZonMw. Door de goede afstemming vooraf en de heldere en ruime kaders, waren de onderzoekers in de gelegenheid het onderzoek in te richten naar hun eigen inzichten en behoeften. Ook de tussentijdse monitoringsgesprekken worden als waardevol ervaren, omdat ze de programmacommissie nog meer ruimte geven zich in de inhoud te verdiepen en op een kritische en opbouwende manier het gesprek aan te gaan met de projectleiders.

Afbeelding
We moeten het zorgsysteem nu al flexibel inrichten, zodat we de juiste keuzes kunnen maken bij een toekomstige pandemie of periode van zorgschaarste.

Belangrijke inzichten voor uitkomstgerichte zorg

Conclusie van de middag is dat de COVID-19-pandemie belangrijke inzichten heeft opgeleverd voor uitkomstgerichte zorg. Daarbij gaat het niet alleen om pandemische paraatheid, maar ook om oplossingen voor zorgschaarste. Basiselementen daarbij zijn: beter gebruik maken en leren van data, aandacht hebben voor het perspectief van de patiënt en zorgen voor een digitale infrastructuur die optimaal betrouwbaar en inclusief is. ‘We moeten het zorgsysteem nu al flexibel inrichten, zodat we de juiste keuzes kunnen maken bij een toekomstige pandemie of periode van zorgschaarste,’ besluit iemand.

ZonMw en uitkomstgerichte zorg

Om de best passende zorg te bieden, is inzicht nodig in uitkomsten van zorg die voor de patiënt relevant zijn. Daarom investeren we in onderzoek naar uitkomstgerichte zorg. Met als doel om samen beslissen en leren en verbeteren op basis van uitkomstinformatie in de dagelijkse praktijk te ondersteunen.

Lees hoe we investeren in uitkomstgerichte zorg

Colofon
Auteur:
Astrid van den Berg
Fotografie:
ZonMw | Vanessa Jonathans
Redacteur:
ZonMw

Onderzoek naar gevolgen voor non-COVID-19-patiënten

Met uitkomstinformatie kunnen zorgprofessionals beter samen beslissen met de patiënt, en leren en verbeteren voor de toekomst. Daarom financieren we onderzoek naar kennishiaten rondom de gevolgen van COVID-19 voor patiënten die geen COVID-19 hebben (non-COVID-19-patiënten). Dit project is daar één van. Bekijk de andere projecten.