Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Kansen en grenzen van substitutie van zorg

Laatst aangepast:

Door plotselinge zorgschaarste tijdens de COVID-19-pandemie moesten ziekenhuizen noodgedwongen planbare en niet-acute zorg uitstellen of op alternatieve manieren organiseren. Deze periode bood een unieke kans om te onderzoeken hoe zorg anders, doelmatiger en patiëntgerichter kan worden ingericht. 4 onderzoekers vertellen hun inzichten.

Substitutie van zorg – verplaatsing van de zorg naar andere vormen of domeinen – kreeg door de COVID-19-pandemie nieuwe urgentie. Binnen het ZonMw-programma ‘Uitkomstgerichte zorg: kennisagenda non-COVID-19’ zijn 4 onderzoeken gedaan naar substitutie, elk gericht op een ander zorggebied: benigne gynaecologie, follow-up zorg na gynaecologische kanker, reumatologische zorg en zorg voor kinderen met functionele buikpijn. Op de slotbijeenkomst van het programma op 2 oktober 2025 presenteerden de onderzoekers de resultaten.

Blijvende verschuiving naar hybride zorg

Conclusie na de presentaties is dat tijdens de COVID-19-pandemie in sommige domeinen verdamping van zorg heeft plaatsgevonden en dat nog moet blijken wat voor gevolgen dat heeft. Wat de onderzoeken daarnaast laten zien, is een verschuiving van fysieke naar digitale en hybride zorg, waarvan een deel blijvend is. Gerichte aandacht voor mensen die digitaal minder vaardig zijn, is daarbij van groot belang. Ook de samenwerking tussen ziekenhuizen en eerste lijn verdient aandacht. Het zorgsysteem moet flexibel én inclusief zijn. ‘We moeten nu investeren in een infrastructuur die deze flexibiliteit ondersteunt’, aldus één van de onderzoekers. ‘Nog vóórdat er opnieuw schaarste ontstaat.’

Verdamping van zorg bij benigne gynaecologie

Tijdens de COVID-19-pandemie kwam veel niet levensbedreigende, planbare gynaecologische zorg stil te liggen, zoals operaties bij vleesbomen en hevig menstrueel bloedverlies. Deze aandoeningen kunnen behalve met een operatie ook behandeld worden met bijvoorbeeld medicatie of poliklinische behandeling. Arts-onderzoeker Eva Velthuijs (Amsterdam UMC) vertelt: ‘De COVID-19-pandemie bood een kans om te onderzoeken hoe we meer doelmatige en minder invasieve zorg kunnen bieden, juist in tijden van schaarste.’

Afbeelding
Eva Velthuijs

Doel van het onderzoek was om te kijken naar effectiviteit en acceptatie van niet-operatieve behandelingen bij goedaardige gynaecologische aandoeningen en naar structurele mogelijkheden om substitutie van zorg te benutten om de zorg betaalbaar en werkbaar te houden. In 6 zorgpaden heeft de onderzoeksgroep verschuivingen in operatieve en niet-operatieve behandelingen onderzocht. ‘Het opvallende was dat tijdens de COVID-19-pandemie niet alleen de operatieve maar ook niet-operatieve zorg sterk afnam’, aldus Velthuijs. 'Na de COVID-19-pandemie was het niet zo dat er een inhaalslag was, de zorg was verdampt. De vraag is dan ook of sommige behandelingen wel nodig zijn in de mate waarin ze nu worden uitgevoerd.'

Communicatie en samenwerking cruciaal

Wat de onderzoekers verder zagen, was dat het aantal telefonische consulten tijdens de COVID-19-pandemie explosief toenam en erna hoog bleef. Verder is in focusgroepen onderzocht wat de ervaring van de zorg was tijdens COVID-19 periode. ‘Uit de focusgroepen met patiënten bleek dat mensen zich vaak onzeker of eenzaam voelden’, aldus Velthuijs. ‘We hebben dan ook geleerd hoe belangrijk goede communicatie is, vooral als zorg tijdelijk niet vanzelfsprekend beschikbaar is. Patiënten willen weten waar ze aan toe zijn. En artsen gaven aan dat samenwerking tussen ziekenhuizen, zelfstandig behandelcentra en de eerste lijn cruciaal is om in tijden van schaarste de zorg goed te kunnen organiseren. De uitdaging is nu om deze lessen te benutten.’ 

Lees meer over het project

Follow-up zorg na gynaecologische kanker kan anders

Gezondheidswetenschapper Esther Vermaas (Amsterdam UMC) vertelt in haar presentatie over follow-up zorg na gynaecologische kanker. Na behandeling volgen patiënten vaak een strak schema van fysieke controles. Nog voor de COVID-19-pandemie stelde de onderzoeksgroep zich de vraag of die frequentie wel past bij de wensen van de patiënt en bij de werkelijke zorgbehoefte.

Afbeelding
Esther Vermaas

‘Twee hypothesen stonden daarbij centraal’, vertelt Vermaas. ‘De eerste is dat de richtlijnen te weinig ruimte bieden voor maatwerk en de tweede dat frequente follow-up niet automatisch leidt tot betere uitkomsten.’ En toen kwam COVID-19. ‘de COVID-19-pandemie bood ons een kans, het zorgproces veranderde drastisch. Een vergelijking van pre-COVID-19 en COVID-19-cohorten liet zien dat de aard van de zorg verschoof van fysieke controles naar telefonische afspraken. Deze telefonische consulten leidden niet tot slechtere overlevingscijfers of meer recidieven. Bovendien waren de telefonische consulten fijner voor de patiënt, duurzamer en goedkoper.’

Belangrijke thema's

En hoe hebben de patiënten de veranderde zorg tijdens de COVID-19-pandemie verder ervaren? In focusgroepen met patiënten kwamen 3 belangrijke thema’s naar voren: 

  • Het gemis van naasten bij ziekenhuisbezoeken die wel doorgingen.
  • De behoefte aan een vast aanspreekpunt in het ziekenhuis.
  • De wens tot zelfmanagement als het gaat om de keuze voor fysieke of telefonische consulten. 

'We kunnen concluderen dat hybride zorg veilig én kostenbesparend kan zijn, maar dat we daarbij wel het menselijke contact en de betrokkenheid van naasten moeten behouden.’

Lees meer over het project

De kansen van hybride zorg bij reumatologie

Reumapatiënten worden vaak levenslang en frequent gecontroleerd. De pandemie verstoorde deze routine ingrijpend – er was minder fysieke zorg. Epidemioloog Deirisa Lopes Barreto (Maasstad Ziekenhuis) en haar team onderzochten wat de effecten waren op uitkomsten, medicatiegebruik en kosten. ‘De data van 6.500 patiënten tonen aan dat het aantal consulten nagenoeg gelijk bleef, maar dat de vorm veranderde’, aldus Lopes Barreto. ‘Fysieke controles daalden sterk, terwijl telefonische consulten toenamen. Het zorgde voor verlaging van de kosten per patiënt.’

Wat verder opviel in het onderzoek, is dat in de COVID-19-periode PROMs-metingen (Patient Reporterd Outcome Measures) vaker werden gebruikt en dat die een belangrijke rol kunnen spelen bij het monitoren van gezondheid op afstand. ‘Wat daarbij duidelijk werd, is dat patiënten met een lagere sociaaleconomische status minder goed bereikbaar waren’, vertelt Lopes Barreto. ‘Hybride zorg biedt kansen, maar alleen als we zorgen dat digitale middelen inclusief zijn en niemand buitensluiten.’

Afbeelding
Deirisa Lopes Barreto

Belang van goede digitale infrastructuren

Al met al zijn er lessen te trekken uit het onderzoek. ‘De toekomst van reumatologische zorg ligt in een structurele integratie van PROMs in zorgpaden en in richtlijnen die veilige besluitvorming op afstand ondersteunen. Hybride zorg kan de continuïteit waarborgen, wanneer beslissingen over de zorg gebaseerd zijn op actuele klinische data. Verder is een goede digitale infrastructuur met aandacht voor kwetsbare groepen essentieel. Zowel zorgverleners als patiënten moeten hierin worden getraind.’

Lees meer over het project

Videoconsulten bij kinderen met functionele buikpijn

Als vierde neemt Anna de Geus (Emma Kinderziekenhuis/Amsterdam UMC) het woord. Zij is PhD student bij de afdeling Kinderarts MDL en leidt samen met Merit Tabbers, kinderarts MDL, de VICO-studie over VIdeoCOnsulten in de follow-up van kinderen met functionele buikpijn. ‘Functionele buikpijn komt veel voor bij kinderen en leidt tot een hoge zorglast’, vertelt De Geus. ‘Lichamelijk onderzoek bij vervolgconsulten voegt meestal weinig toe. Uit een rapport van de kinderombudsvrouw komt naar voren dat kinderen willen dat de zorg beter in hun leven moet passen. Videoconsulten kunnen daarbij helpen doordat afspraken beter kunnen worden gecombineerd met school en doordat ouders minder hoeven te reizen. Daarom hebben we onderzocht of videoconsulten een goed alternatief kunnen zijn voor fysieke afspraken.'

Afbeelding
Anna de Geus

Digitale kindzorg in opkomst

In 8 ziekenhuizen werden kinderen, ouders en artsen betrokken bij het onderzoek. Momenteel loopt dit onderzoek nog. 'De verwachting is dat videoconsulten even effectief en kwalitatief gelijkwaardig zijn aan fysieke afspraken' aldus De Geus. Omdat videoconsulten momenteel nog weinig worden toegepast, willen de onderzoekers met deze studie ook de huidige belemmeringen ervan in kaart brengen. Door deze te verhelpen, kan de toepassing van videoconsulten worden verbeterd. Het uiteindelijke doel van de studie is namelijk dat deze vorm van zorg duurzaam wordt geïntegreerd, zodat het een gelijkwaardige optie wordt binnen reguliere zorgpaden in de kindergeneeskunde in Nederland en ook in tijden van zorgschaarste optimaal kan worden toegepast.

‘Uit toekomstig onderzoek moet blijken of in bepaalde gevallen videoconsulten ook geschikt zijn voor eerste afspraken of voor multidisciplinaire gesprekken tussen huisarts en kinderarts. Zo kan zorg meer op de juiste plek plaatsvinden, met de patiënt centraal.’

Lees meer over het project

Colofon
Auteur:
Astrid van den Berg
Fotografie:
Bij de redactie bekend
Redacteur:
ZonMw

Onderzoek naar gevolgen voor non-COVID-19-patiënten

Met uitkomstinformatie kunnen zorgprofessionals beter samen beslissen met de patiënt, en leren en verbeteren voor de toekomst. Daarom financieren we onderzoek naar kennishiaten rondom de gevolgen van COVID-19 voor patiënten die geen COVID-19 hebben (non-COVID-19-patiënten). Dit project is daar één van. Bekijk de andere projecten.