Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Voorproefje van het congres Goed Gebruik Geneesmiddelen 2026: Ontmoet de sprekers!

Datum: 26 maart 2026 | Locatie: 1931 congrescentrum 's-Hertogenbosch
Laatst aangepast:

Tijdens het congres Goed Gebruik Geneesmiddelen 2026: 'De Groene Horizon voor Geneesmiddelen' komen ruim 80 sprekers, sessievoorzitters en panelleden aan het woord. Op deze pagina stellen we er graag een aantal aan u voor.

Deze pagina wordt regelmatig aangevuld met nieuwe interviews.

Longkanker: onderzoek maakt bredere inzet bestaande geneesmiddelen mogelijk

Voor de behandeling van kanker komen steeds meer nieuwe geneesmiddelen op de markt. Die zijn vaak veelbelovend, maar kosten ook veel geld. Als ziekenhuisapotheker is Rob ter Heine in het Radboudumc betrokken bij longkankerbehandelingen. Zijn missie: medicatie optimaal afstemmen op de individuele patiënt, voor meer effectiviteit met minder bijwerkingen. ‘Op het GGG Congres 2026 presenteer ik onze studie rond pemetrexed, een chemotherapie uit de jaren 90. Nadat in de toelatingstrials iemand met een slechte nierfunctie overleed, is de ontwikkeling van een veilige en effectieve dosering voor deze groep gestaakt. De fabrikant raadde de behandeling voor hen af. Wij dachten: als je zorgvuldig doseert kan het misschien tóch. Ons onderzoek bevestigt dit.’

Afbeelding
Pemetrexed is uit patent en kost daardoor relatief weinig. Wij wilden weten hoe ook patiënten met een slechte nierfunctie er baat bij kunnen hebben
Rob ter Heine
Ziekenhuisapotheker Radboudumc

Volgens Ter Heine is het belangrijk om juist in deze tijd – én met het oog op de toekomst – te onderzoeken hoe we bestaande geneesmiddelen beter kunnen gebruiken. ‘Maatschappelijk gezien is er veel te winnen bij investeringen in dergelijk onderzoek. Pemetrexed is uit patent en kost daardoor relatief weinig. Wij wilden weten hoe ook patiënten met een slechte nierfunctie er baat bij kunnen hebben. De fabrikant wilde zelf niet in dat onderzoek investeren, en dat snap ik op zich wel. Het is commercieel niet interessant. Maar gelukkig is er het ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen, dat juist bij uitstek dit soort studies financiert.’

Het onderzoeksteam ontdekte dat pemetrexed inderdaad toch kan worden ingezet. Mits je de dosering aanpast en folinezuur erbij neemt. Op het juiste moment ingenomen, voorkomt deze vitamine B-variant ernstige bijwerkingen. En de aantasting van witte bloedcellen, dus ook het afweersysteem. Ter Heine: ‘Onze sessie is vooral interessant voor artsen en apothekers, die samen de behandeling vormgeven. En voor farmaceuten, vanwege hun rol in het doorontwikkelen van behandelingen met bestaande geneesmiddelen. Ook hoop ik op veel patiëntvertegenwoordigers. Voor ons was de inbreng vanuit Asbestslachtoffers Vereniging Nederland en Longkanker Nederland onmisbaar. Patiënten zorgen voor nóg scherpere onderzoeksvragen.’ 

Medicatie in de laatste fase: weloverwogen afbouwen helpt de patiënt

Interview met Karin van der Rijt

Patiënten gebruiken in hun allerlaatste levensfase vaak nog letterlijk handenvol medicijnen. Maar hoe zinvol is het om bijvoorbeeld nog bloeddrukverlagers te gebruiken als het einde nabij is? Karin van der Rijt, internist-oncoloog en hoogleraar Palliatieve oncologische zorg in het @Erasmus MC: ‘Er is een zekere angst bij artsen om medicatie af te bouwen of te stoppen. Kan het veilig? En wat denkt een patiënt als de dokter zegt dat medicijnen geen zin meer hebben? Ben ik dan écht opgegeven?’ Op het GGG Congres 2026  vertelt Van der Rijt over een hulpmiddel voor beslisondersteuning. Dat doet ze in de sessie Kwaliteit van leven(seinde): de rol van medicatie in de laatste fase

Afbeelding
Portret Karin van der Rijt
Ik hoop de collega’s bewuster te maken dat patiënten vaak onnodig veel medicijnen gebruiken vlak voor hun sterven
Karin van der Rijt
internist-oncoloog en hoogleraar Palliatieve oncologische zorg in het Erasmus MC

Passend medicatiegebruik is volgens Van der Rijt cruciaal in palliatieve zorg. En het gesprek met de patiënt hierover past heel goed in de proactieve zorgplanning die daarbij hoort. ‘De kwaliteit van leven in de allerlaatste fase kan verbeteren als je niet nodeloos allerlei medicijnen slikt die jou niet meer helpen. Minder bijwerkingen, minder interacties, en uiteindelijk ook gewoon veel minder gedoe. Wij hebben met 7 centra – ziekenhuizen, een hospice, en bijvoorbeeld een huisartsenpraktijk – onderzocht hoe je samen met de patiënt tot een goede afbouwbeslissing kunt komen. Daarbij hebben we ons gericht op de PIM-lijst: potentieel inadequate medicatie in de laatste levensfase.’

Het onderzoek van het Erasmus MC-team laat duidelijk zien dat afbouwen of stoppen veilig kan. Er ontstaan geen belangrijke complicaties, mits je het weloverwogen doet. En in afstemming met de patiënt. Van der Rijt: ‘Met de presentatie richt ik me vooral op collega-artsen, dus de mensen die geneesmiddelen voorschrijven. En die óók een verantwoordelijkheid hebben om weer af te bouwen als rond het levenseinde de behandeldoelen veranderen. Ik hoop de collega’s bewuster te maken dat patiënten vaak onnodig veel medicijnen gebruiken vlak voor hun sterven. Je kunt deze groep in hun laatste fase juist helpen door ze minder te laten slikken.’

Drug Rediscovery: samen grenzen verleggen?

Interview met Marjo van der Knaap

‘Je kunt in je onderzoek netjes binnen alle regels blijven en intussen iets doen wat niet echt wezenlijk is voor de patiënt. Of je gaat uit van wat essentieel goed is – voor je patiënt én een beter gebruik van geneesmiddelen – en zoekt de randen op van wat volgens de regels kan. Wij hebben voor dat laatste gekozen.’ Marjo van der Knaap, kinderneuroloog aan het Amsterdam UMC, is een van de sprekers op het GGG Congres 2026. In een sessie over 10 jaar GGG Drug Rediscovery belicht zij de inzet van guanabenz, een medicijn dat ooit voor hoge bloeddruk werd gebruikt, bij kinderen met Vanishing White Matter (VWM). Deze zeldzame progressieve hersenziekte kan met dit bewezen veilige geneesmiddel tot stilstaan worden gebracht, ontdekten Van der Knaap en haar team.

Afbeelding
Samen met Vincent van der Wel van Orfenix laat ik zien: het kán! Als je maar stug doorgaat.
Marjo van der Knaap
Kinderneuroloog, Amsterdam UMC en spreker in subsessie 4: 10 jaar GGG Drug Rediscovery!

‘Als we zo doorgaan als nu loopt de geneeskunde totaal vast. Er komen steeds meer behandelingsmogelijkheden, ook met geneesmiddelen. Maar die zijn vaak heel erg duur.’ Voor Van der Knaap is het een reden om in haar werk met kinderen met VWM te kiezen voor een eerder gebruikt medicijn. Ze vindt dat universiteiten de verantwoordelijkheid hebben met gedegen wetenschappelijk onderzoek – publiek gefinancierd – te zoeken naar kansrijke behandelingen die er anders mogelijk niet komen. ‘Na jaren van studie zijn wij nu zover dat we een BV hebben opgericht. Niet om geld te verdienen, maar om guanabenz met een nieuwe registratie voor VWM tegen een redelijke prijs beschikbaar te krijgen. Voor patiënten in heel Europa en mogelijk ook erbuiten.’ 

Van der Knaap hoopt dat er veel GGG-congresbezoekers naar de Drug Rediscovery-sessie komen. Collega-artsen, onderzoekers, medicijnontwikkelaars én beslissers uit de wereld van registratie en toelating. ‘Samen met Vincent van der Wel van Orfenix laat ik zien: het kán! Als je maar stug doorgaat, want wij zijn hier al sinds 2015 mee bezig. En vooral: door goed onderbouwd aan bijvoorbeeld de EMA te laten zien dat we verder komen als je wetenschappelijk grenzen verlegt.’

Winnaar Drug Repurposing Venture Challenge 2025: Werk vanaf het begin aan registratie

Interview met Maroeska te Loo

Maroeska te Loo is kinderhemato-oncoloog en klinisch farmacoloog in het Radboudumc. In een eerder interview (oktober 2025) vertelt zij over haar project waarin sirolimus, een afweeronderdrukker, het verschil kan maken voor patiënten met de zeldzame aangeboren congenitale vaatmalformaties. Sirolimus blijkt pijnklachten bij 90% van de kinderen en 70% van de volwassenen sterk te reduceren. Met relatief milde bijwerkingen, dankzij de lage dosering. Internationale studies komen tot vergelijkbare resultaten en sirolimus is inmiddels onderdeel van de behandeling, vertelt Te Loo.  

Afbeelding
Sirolimus is voor een grotere populatie inzetbaar, maar dan moeten we het wel expliciet voor deze indicatie zien te registreren
Maroeska te Loo
kinderhemato-oncoloog en klinisch farmacoloog, Radboudumc en spreker in subsessie 4: 10 jaar GGG Drug Rediscovery!

Juist omdat sirolimus zich richt op de mTOR-pathway, is de toepassing veel breder dan de nieuwe geneesmiddelen, die immers aangrijpen op een specifieke mutatie. ‘Sirolimus is dus voor een grotere populatie inzetbaar. Maar dan moeten we het wel expliciet voor deze indicatie zien te registreren.’ 

In de Drug Repurposing Venture Challenge 2025 heeft het team van Maroeska te Loo het winnende ondernemingsplan ontwikkeld om deze registratie te realiseren. Het team gaat de gewonnen cheque van 20.000 euro inzetten voor een zogeheten orphan drug designation-traject, dat de formulering alvast voorlopig erkent als weesgeneesmiddel. Te Loo: ‘Dat geeft het een exclusieve status die ons weer interessant maakt voor farmaceutische bedrijven die willen investeren.

Kennis over rationeel voorschrijven en implementatie blijft onverminderd relevant

Interview met Marloes Dankers

In een eerder interview (september 2024) vertelt Marloes Dankers over haar werk bij het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Het IVM richt zich op het bevorderen van veilig en verantwoord geneesmiddelgebruik en vertaalt beleid en wetenschap naar praktische handvatten voor zorgverleners. 

Sinds 2021 is Dankers binnen het managementteam verantwoordelijk voor de publiek gefinancierde projecten. Een mooi voorbeeld is MedicijnBalans, een door VWS gesubsidieerd project rond objectieve informatie over nieuwe geneesmiddelen. De informatie in dit platform wordt langs zoveel mogelijk wegen gepresenteerd, van podcasts en de veelbekeken IVM-medicijnjournaals tot artikelen in vakbladen. ‘Zo wordt de boodschap – kies weloverwogen wat je voorschrijft – bewust én onbewust steeds meer zichtbaar voor zorgverleners.’

Afbeelding
Je moet bij implementatievraagstukken eerst weten wáár de belemmeringen zitten en daarop ingrijpen
Marloes Dankers
apotheker en manager projecten en overheid bij het IVM, en spreker in subsessie 6. Medicatieveiligheid: van beleid naar praktijk

Dankers moedigt implementatieprogramma’s, zoals ZonMw’s GGG aan aandacht te besteden aan daadwerkelijke belemmeringen in de praktijk. 'In de wetenschappelijke wereld bestaat soms de neiging implementatievraagstukken te willen oplossen door nóg meer kennis op het veld af te vuren. Maar je moet eerst weten wáár de belemmeringen zitten en daarop ingrijpen.' 
Marloes Dankers heeft bijgedragen aan het Nivel rapport 'Samen werken aan medicatieveiligheid: implementatie van adviezen voor betere medicatieveiligheid in de praktijk'. Op het congres zullen in subsessie 6: 'Medicatieveiligheid: van beleid naar praktijk' de aanwezige sprekers vanuit verschillende expertises en invalshoeken de hoofden bij elkaar steken om tot een concreet plan te komen hoe de aanbevelingen uit het rapport verder in de praktijk gebracht kunnen worden. 

Proeftuininterventies verbeteren therapietrouw en verhogen werkplezier in de apotheek

Interview met Liset van Dijk

Liset van Dijk is bijzonder hoogleraar Farmaceutisch zorgonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinator van het kennisconsortium Make-It: Medication Adherence Knowledge, Expertise and Implementation Taskforce. Het consortium speelt een cruciale rol in het bevorderen van medicatieveiligheid door middel van proeftuinen die interventies implementeren die gericht zijn op het verbeteren van therapietrouw. 

Afbeelding
Een implementatieproces draagt bij aan een innovatief klimaat
Liset van Dijk
bijzonder hoogleraar Farmaceutisch zorgonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen, coördinator van het kennisconsortium Make-It en spreker in subsessie 6: ‘Medicatieveiligheid: van beleid naar praktijk’

Liset van Dijk is vanuit Make-It vanaf het begin bij de begeleiding betrokken. De proeftuinen voorzien duidelijk in een behoefte, stelt ze vast, zowel in het veld als bij patiënten. Apotheekteams vinden het leuk – de interventies verhogen duidelijk hun werkplezier – en patiënten zijn tevreden. Bovendien draagt een implementatieproces bij aan een innovatief klimaat. ‘Vergoedingen en personeelstekorten blijven een uitdaging. Daarom zou het goed zijn te kijken of je bepaalde zaken die nu gebeuren – of die van apotheken gevraagd worden – misschien kunt de-implementeren. Of dat je processen verder kunt stroomlijnen. Zodat je ook binnen krappe kaders tóch innovatief kunt blijven.’

Liset van Dijk heeft bijgedragen aan het rapport ‘Samen werken aan medicatieveiligheid: implementatie van adviezen voor betere medicatieveiligheid in de praktijk’. In subsessie 6: ‘Medicatieveiligheid: van beleid naar praktijk’ zullen sprekers vanuit verschillende expertises en invalshoeken de hoofden bij elkaar steken om tot een concreet plan te komen hoe de aanbevelingen uit het rapport verder in de praktijk gebracht kunnen worden.

‘Onderzoek doen inspireert om de zorg steeds te willen verbeteren’

Interview met Catherijne Knibbe

Naast de programmacommissie, die projectaanvragen beoordeelt, kent het GGG-programma de GGG-raad. Deze adviseert hoe GGG kan aansluiten bij vragen en behoeften vanuit de samenleving én van relevante stakeholders. Voorzitter van de GGG-raad Catherijne Knibbe is klinisch farmacoloog en ziekenhuisapotheker in het St. Antoniusziekenhuis.  Nog voordat het GGG-programma bestond werd zij gevraagd mee te denken hoe onderzoek naar geneesmiddelengebruik programmatisch aan te pakken was. In een eerder interview (januari 2025) vertelt zij over haar rol als voorzitter van de GGG-raad, haar motivaties en geeft tips aan onderzoekers: 'Geneesmiddelenonderzoek is cruciaal, maar onderzoek naar gebruik van bestaande geneesmiddelen is minstens zo belangrijk’. 

Afbeelding
Wie als apotheker, specialist, verpleegkundige of huisarts onderzoek doet, gaat als vanzelf betere zorg leveren
Catherijne Knibbe
klinisch farmacoloog en ziekenhuisapotheker, St. Antoniusziekenhuis en sessievoorzitter in subsessie 2: 'Impact maken met een 'ander' studiedesign: kansen en uitdagingen'

De concrete uitkomsten van GGG-onderzoek zijn in zichzelf waardevol. Maar belangrijker is misschien wel dit: wie als apotheker, specialist, verpleegkundige of huisarts onderzoek doet, gaat als vanzelf betere zorg leveren. Het prikkelt namelijk jezelf steeds te blijven afvragen: doen we eigenlijk wel het juiste? Kan het niet beter? Zijn uitkomsten van een studie misschien te vertalen naar andere geneesmiddelen? En gelden ze eigenlijk wel voor de patiënt die ik nu behandel? Het gaat om veel meer dan publiceren en de richtlijnen aanpassen. Het is ook de nieuwsgierige houding van de klinische onderzoeker die inspirerend uitpakt.’

Catherijne Knibbe is sessievoorziter in subsessie 2: Impact maken met een ‘ander’ studiedesign: kansen en uitdagingen. In deze sessie staat de vraag centraal: Wat is ervoor nodig om (GGG)-projecten met een niet-standaard studiedesign impact te laten maken in de klinische praktijk? Onderzoekers, patiënten en sessiedeelnemers gaan hierover in gesprek. 

‘Wetenschappelijk onderzoek verbetert je zorg als huisarts’

Interview met Jip de Jong

GGG-raadslid Jip de Jong is opgeleid als huisarts en epidemioloog en gepromoveerd bij de huisartsopleiding van Amsterdam UMC. Hij combineert dit werk met het maken van richtlijnen bij het NHG. Als lid van de GGG-raad ervaart hij het meepraten over de programmering als een bijzondere ervaring. 

Afbeelding
Er is meer onderzoek nodig naar de behandeling van chronische aandoeningen. En dan niet alleen met geneesmiddelen, maar ook met digitale ondersteuning.
Jip de Jong
clusterhoofd Kwaliteit, Beleid en Implementatie bij het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en sessievoorzitter in subsessie 8: ‘Doen we het juiste onderzoek? Van agendering tot uitvoering bij alledaagse aandoeningen’

Grote uitdagingen ziet Jip in het omgaan met alledaagse aandoeningen, van koortslip tot wagenziekte en van schimmelnagels tot hoofdluis. ‘Het klinkt misschien allemaal klein, maar als huisarts ben je er een substantieel deel van je consulttijd mee bezig. Daarom zetten we vanuit het NHG in op het versterken van zelfzorg door patiënten. Dit doen we onder meer via Thuisarts.nl, een vaak geraadpleegde publiekssite die veel klachten als het ware afvangt en nu ook zelfzorgadviezen geeft voor alledaagse aandoeningen. Daarnaast is er meer onderzoek nodig naar de behandeling van chronische aandoeningen. En dan niet alleen met geneesmiddelen, maar ook met digitale ondersteuning. Je zou het digitale therapeutica kunnen noemen; wat mij betreft zijn die heel kansrijk als onderdeel van het totale zorgpakket,’ aldus de Jong. 

Jip de Jong is sessievoorzitter in subsessie nr. 8: ‘Doen we het juiste onderzoek? Van agendering tot uitvoering bij alledaagse aandoeningen’. Naast presentaties van sprekers Suzanne Schavemaker en Tobias Bonten gaan deelnemers zelf aan de slag met het uitwerken van casussen op het gebied van alledaagse aandoeningen en farmacotherapie.

Colofon
Auteur:
Marc van Bijsterveldt, februari 2026