Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Blog: Zorgen antistoffen tegen het eigen lichaam voor het ontstaan van ME/CVS?

Mogelijk is een ontregeld afweersysteem de oorzaak van ME/CVS. Sommige onderzoekers denken dat antistoffen gericht tegen het eigen lichaam, in plaats van tegen een ziekteverwekker, een rol spelen. Maar welke antistoffen zijn dit, en welke weefsels vallen ze aan? Jeroen den Dunnen, immunoloog bij het Amsterdam UMC, vertelt hier meer over.

In het onderzoeksprogramma ME/CVS wordt biomedisch onderzoek naar de oorzaken, diagnose en behandeling van ME/CVS gefinancierd. De eerste onderzoeken zijn in 2023 van start gegaan. In deze blogreeks vertellen de onderzoekers meer over wat ze doen en wat hun onderzoek naar ME/CVS moet opleveren. Er verschijnt iedere maand een nieuwe blog, dit is de vijfde uit de reeks.

Ontregelde afweer

Iedereen heeft antistoffen gericht tegen het eigen lichaam. De meeste hiervan kunnen geen kwaad. Als deze antistoffen echter weefsels gaan 'aanvallen' ontstaan er problemen. Deze antistoffen zijn dus verkeerd afgesteld, eigenlijk zoals de afweer zou reageren op een ziekmakend virus of een bacterie.

'De aanleiding voor het onderzoek kwam doordat we bij post-COVID patiënten zagen dat zij in hun bloed antistoffen hebben die ziekmakend zijn. Dat ontdekten we nadat we deze antistoffen hadden overgebracht op muizen en de muizen er ook ziek van werden', vertelt Jeroen den Dunnen, immunoloog bij het Amsterdam UMC. 'Dit was belangrijk om te bewijzen dat er iets mis is met de antistoffen bij post-COVID patiënten, en dat die de extreme vermoeidheidsklachten of hogere gevoeligheid voor pijn veroorzaken. Omdat de symptomen van post-COVID deels vergelijkbaar zijn met die van ME/CVS, denken we dat er misschien ook sprake is van ontregelde antistoffen tegen het eigen lichaam bij mensen met ME/CVS. Dat onderzoeken we door het experiment met de muizen te herhalen met antistoffen uit het bloed van mensen met ME/CVS', zegt Den Dunnen. 

Op zoek naar antistoffen

'Eerst moeten we weten welke antistoffen ziekmakend zijn bij mensen met ME/CVS. Daarom starten we met een grote screening van 21.000 antistoffen onder patiënten met ME/CVS. Een kleine groep van 25 tot 35 mensen met ME/CVS  is voldoende om deze antistoffen te kunnen vinden. We nemen van deze patiënten bloed af en onderzoeken dat verder in het laboratorium. De vervolgstap is dat we kijken aan welke weefsels in het lichaam de gevonden antistoffen zich binden. Gaat het om hersenweefsels, hartweefsel of skeletspierweefsel? In het laboratorium kunnen we dit zichtbaar maken door de specifieke antistoffen een kleur te geven. Zodra we weten aan welke weefsels de antistoffen binden, zijn we een stap verder en kunnen we onderzoeken wat de gevolgen zijn van deze ziekmakende antistoffen in de mensen met ME/CVS.'

Afbeelding
Man met bril en kort haar
Bij post-COVID patiënten zagen we dat zij in hun bloed antistoffen hebben die ziekmakend zijn
Jeroen den Dunnen
Immunoloog bij het Amsterdam UMC

Ziekmakende antistoffen testen in subgroepen patiënten

'We verwachten dat de antistoffen van ME/CVS patiënten aan meerdere soorten weefsels kunnen binden. We denken dus dat meerdere weefsels worden "aangevallen", maar welke dat precies zijn kan in elk persoon verschillen. Daarom verklaart dit mogelijk waarom mensen met ME/CVS onderling zo verschillen in hun symptomen. Door subgroepen te maken van mensen met ME/CVS, denken we hier duidelijkheid over te krijgen. Ook kunnen we dan verder onderzoeken hoe de ziekmakende antistoffen precies te werk gaan in deze weefsels. We testen dit verder in muizen, die we de verschillende combinaties van antistoffen gaan toedienen. Net zoals we dus ook de muizen eerder hebben blootgesteld aan de ziekmakende antistoffen van post-COVID patiënten. We verwachten dat muizen ook ziek worden van de gekozen antistoffen van mensen met ME/CVS. Maar deze muizen hebben misschien andere klachten of symptomen dan de muizen die antistoffen kregen toegediend van mensen met post-COVID.’

Geen proefdieren meer

'Op basis van de resultaten met de muizentesten, hopen we uiteindelijk verder te kunnen zonder proefdieren. We gaan namelijk hersencellen of skeletspiercellen in het laboratorium in glazen schaaltjes te kweken. Deze modellen kunnen we in de toekomst ook inzetten voor onderzoek naar de diagnose en behandeling, zodra we meer weten over de ziekmakende antistoffen.'

'Als we weten hoe de ziekmakende antistoffen precies reageren op verschillende weefsels bij ME/CVS, kunnen we verder met een behandeling op maat. Want van elke willekeurige patiënt met ME/CVS willen we straks deze antistoffen uit bloed testen in verschillende gekweekte cellen. Dan weten we welke weefsels aangedaan zijn, en om welk soort antistoffen het gaat bij de betreffende persoon. En dan kunnen we verder met een behandeling op maat.'

Waardevolle input van patiënten

'Elke 2 à 3 maanden zitten we om tafel en overleggen we met de patiëntvertegenwoordigers over het project, actuele onderwerpen en over de ziekte van ME/CVS in het algemeen. De betrokken patiëntvertegenwoordigers geven feedback en denken goed mee. Ik leer veel van de feedback die we ontvangen van de patiëntvertegenwoordigers. Zo kijken zij op een andere manier naar de onderzoeksvragen van het project dan onderzoekers. Dat is heel waardevol. De focus van andere onderzoekers ligt bijvoorbeeld bij Post Exertional Malaise (PEM) met name op de fysieke inspanning. Patiënten geven echter aan dat zij fysieke arbeid vaak wel kunnen vermijden, maar cognitieve inspanning niet. Daar moeten we dus wat mee, eventueel in vervolgprojecten. Doordat de meeste onderzoekers zich vooral richten op een specifiek onderwerp, kunnen onderzoekers soms een soort oogkleppen op krijgen, en mist men mogelijk wat in z’n geheel belangrijk is voor de persoon met ME/CVS.'

Ziekmakende antistoffen van post-COVID patiënt

In eerder onderzoek bracht Den Dunnen de antistoffen uit bloed van post-COVID patiënten over in proefdieren, om te kijken of deze antistoffen ziekmakend zijn. ‘De antistoffen van de patiënten konden we verdelen in drie groepen, op basis van de samenstelling van de verschillende antistoffen in het bloed. Elke groep van antistoffen veroorzaakte een andere reeks van symptomen in de muizen. Antistoffen afkomstig van patiënten met pijnklachten, zorgden er bijvoorbeeld voor dat de muizen veel gevoeliger waren voor pijn. Antistoffen afkomstig van post-COVID patiënten met PEM zorgden ervoor dat muizen minder bewogen en minder snel liepen.’

Over Jeroen den Dunnen

1 / 1

Over Jeroen den Dunnen

Jeroen den Dunnen is immunoloog bij het Amsterdam UMC, waar hij onderzoekt hoe antistoffen het lichaam kunnen beschermen tegen infectie, maar ook ziekte kunnen veroorzaken als ze gericht zijn tegen het lichaam zelf (auto-immuniteit). Hij ontdekte dat deze antistoffen, gericht tegen eigen weefsels, de oorzaak zijn van de ernstige symptomen bij post-COVID patiënten. Den Dunnen ontwikkelt testen met proefdieren om de ziekte beter te begrijpen. Bovendien past hij zijn opgedane kennis van post-COVID toe in andere ziektemodellen, waaronder dus ME/CVS. Dit leidt hopelijk tot meer kennis over de ziekte, een betere diagnose en mogelijkheden voor behandeling. 

De missie van ZonMw rond dierproeven

Als financier van (bio)medisch onderzoek en gezondheidsinnovatie stimuleren wij de ontwikkeling van nieuwe proefdiervrije modellen en de acceptatie en implementatie van bestaande proefdiervrije onderzoeksmethoden. Waar dat (nog) niet mogelijk is, richten we ons op effectiever gebruik van resultaten uit dierproeven.

Meer weten?

Voor meer informatie over het onderzoeksproject en het ZonMw-onderzoeksprogramma ME/CVS verwijzen we u door naar onderstaande pagina's.

Tekst: Ilse Bos, Fotografie: Robert Tjalondo