‘Drug rediscovery kán, maar je moet wél volhouden’
Is guanabenz, een medicijn dat ooit voor hoge bloeddruk werd gebruikt, ook inzetbaar in de behandeling van kinderen met Vanishing White Matter (VWM)? Deze zeldzame progressieve hersenziekte kan ermee vertraagd of tot stilstand worden gebracht, ontdekten Marjo van der Knaap en haar Amsterdam UMC-team.
‘Als we zo doorgaan loopt de geneeskunde totaal vast. Er komen steeds meer behandelmogelijkheden, ook met geneesmiddelen. Maar die zijn vaak erg duur.’ Voor Marjo van der Knaap, kinderneuroloog in het Amsterdam UMC, is het een reden om in haar werk met kinderen met Vanishing White Matter (VWM) te kiezen voor een eerder gebruikt medicijn. Guanabenz om precies te zijn, een bewezen veilig geneesmiddel dat ooit tegen hoge bloeddruk werd voorgeschreven. VWM is een ongeneeslijke, zeldzame en progressieve hersenziekte die vooral jonge kinderen treft. Het leidt tot neurologische beperkingen en overlijden. Van der Knaap staat pal voor deze kinderen. Ze vindt dat universiteiten de verantwoordelijkheid hebben met gedegen wetenschappelijk onderzoek – publiek gefinancierd – te zoeken naar kansrijke behandelingen die er anders niet komen. En te helpen die betaalbaar te houden.
Randen opzoeken
Drug rediscovery is het onderzoeken van nieuwe toepassingen van een bestaand geneesmiddel voor een andere indicatie. Op het jaarlijkse GGG-congres op 26 maart 2026 sprak Van der Knaap in subsessie 4: 10 jaar GGG Drug Rediscovery!. Ze had een mooi verhaal te vertellen, ook al moesten de getalsmatige details nog wachten op een wetenschappelijke publicatie. Bestuurders van umc’s zeiden soms tegen haar: wij gaan niet voor farmaceut spelen. Maar met die terughoudendheid neemt Van der Knaap geen genoegen. ‘Je kunt in je onderzoek netjes binnen alle regels blijven en intussen iets doen wat niet echt wezenlijk is voor de patiënt. Of je gaat uit van wat essentieel goed is – voor je patiënt én een beter gebruik van geneesmiddelen – en zoekt de randen op van wat volgens de conventies kan. Wij hebben voor dat laatste gekozen.’
Ziektemechanismen ontrafelen
Dat ‘randen opzoeken’ zit onder meer in de manier van bewijs vergaren. Voor registratie en toelating vragen medicijnautoriteiten de hoogste vormen van bewijs: een RCT. Maar Van der Knaap kon heel goed duidelijk maken dat een RCT bij deze patiëntengroep niet kán – ze ging er speciaal voor op bezoek bij de Europese Medicijnautoriteit (EMA). De aantallen zijn te klein, maar vooral: het is ethisch niet te verantwoorden dat loting bepaalt welk kind het medicijn krijgt en welk kind niet. Terwijl guanabenz veilig is én er sterke aanwijzingen waren dat het iets zou doen. Van der Knaap zette al haar overtuigingskracht in om het studieprotocol erdoor te krijgen bij de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Maar ze was dan ook behoorlijk zeker van haar zaak. ‘Ik ben altijd erg geïnteresseerd geweest in de biologie van ziektes. Als onderzoeker moet je op zoek naar de essentie van de processen. In muismodellen hebben we VWM heel precies nagebootst, om zo de biologische ziektemechanismen te ontrafelen.’
Omdat we het op biologisch niveau zo goed hadden uitgezocht – we zijn hier al sinds 2002 mee bezig – durfden we het aan het ook bij onze patiënten te proberen.
Ziekte tot stilstand
VWM wordt veroorzaakt door een genetisch defect in eIF2B. Dit eiwitcomplex zorgt voor een beschermende reactie van het lichaam op fysieke stress, zoals koorts. Door het defect staat de stressreactie altijd aan en dit veroorzaakt hersenschade. Het idee ontstond dat guanabenz kon aangrijpen op de ziektemechanismen, omdat het ook de stressreactie remt. In muizen met VWM bleek het inderdaad te werken, zozeer dat de ziekte tot stilstand kwam. ‘Omdat we het op biologisch niveau zo goed hadden uitgezocht – we zijn hier al sinds 2002 mee bezig – durfden we het aan het ook bij onze patiënten te proberen. Het ging om een groep kinderen met ziektebegin onder de 7 jaar, bij wie de hersenschade nog beperkt was.’ En zonder in details te treden: het werkte ook bij de meeste kinderen. Ze genezen niet, maar het ziekteproces komt bij de meesten daadwerkelijk tot stilstand.
Private partners
Een mooi resultaat, maar dan ben je er nog lang niet, vervolgt Van der Knaap. ‘We hadden op grond van de muismodellen guanabenz al wel voor behandeling van VWM gepatenteerd. Dat was belangrijk om bij kinderen verder te kunnen met dit geneesmiddel. Maar voor het hele vervolgproces op weg naar registratie heb je als academisch onderzoekers wel private partners nodig. Wij hebben met het Amsterdam UMC een bv opgericht. Niet om geld te verdienen, maar om guanabenz met een nieuwe registratie tegen een redelijke prijs beschikbaar te krijgen. Voor VWM-patiënten in heel Europa en mogelijk ook erbuiten.’ Onmisbaar is het partnerschap met Orfenix (op het GGG-congres presenteerde oprichter Vincent van der Wel ook mee), dat guanabenz in zijn arsenaal heeft opgenomen. De BV kent aandeelhouders én donateurs, en er is een zorgverzekeraar aangehaakt.
Passende combinaties
De patiëntengroep waarvoor het Amsterdamse team zich inzet is klein: jaarlijks krijgen in Nederland 1 tot 2 kinderen VWM. Dat is mede reden om ook internationaal te gaan. Maar Van der Knaap ziet daarnaast kansen om ontdekkingen rond ziektemechanismen te vertalen naar andere aandoeningen. Bijvoorbeeld ALS, een heel wat ‘grotere’ ongeneeslijke ziekte waarbij de stressreactie een rol speelt. ‘Ik las in de krant een interview met een hoogleraar in inflammatoire darmziekten. Die stelde dat alle nieuwe geneesmiddelen, hoe goed ontwikkeld ook, in de praktijk gemiddeld maar bij 30% van de patiënten écht effectief zijn. Dat sterkt mij alleen maar in mijn opvatting: we moeten niet alles inzetten op nieuwe medicijnen, maar met elkaar zoeken naar de best passende combinaties van nieuwe én bestaande geneesmiddelen. Alleen zo blijft het betaalbaar én helpen we onze patiënten het best.’