Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

‘Met bestaande datasets kun je het voor toekomstige patiënten nog beter maken’

Interview met Shiral Gangadin

De Onderzoek met Bestaande Data Ronde 3 is bedoeld voor geneesmiddelenonderzoek met klinische real world data, verzameld vanuit bestaande registers. Dergelijke studies hebben veel potentie voor sneller, betaalbaar en uniek onderzoek. Projectleiders uit eerdere rondes vertellen over hun onderzoek en geven waardevolle tips.

Hoe start je een subsidieaanvraag voor een studie met bestaande data op? 

‘Bij klinisch onderzoek begint het met een vraag en ga je daarvoor de data verzamelen. Bij onderzoek met bestaande data is het andersom: de data zijn er al en je bekijkt welke vragen je ermee kunt beantwoorden. Wij wilden met gecombineerde data uit 2 registers onderzoeken hoe de menopauze de bloedspiegels van psychofarmaca beïnvloedt. Levert dat kennis op om vrouwen tijdens en na de overgang beter passende doseringen voor te schrijven? Al tijdens de aanvraag ben je vooral bezig mensen bij elkaar te brengen: uit de apotheek, van de afdeling psychiatrie, dataspecialisten, patiëntvertegenwoordigers. En ook al degenen die verderop in de studie de kosteneffectiviteitsanalyse gaan doen. Je moet vooral veel wensen en ideeën verzamelen en goed met elkaar bespreken wat er mogelijk is. Kun je met de beschikbare data inderdaad de onderzoeksvraag beantwoorden? Daar is de beoordelingscommissie heel kritisch op.’

Wat kun je meegeven aan aanvragers die data willen koppelen?

‘We hebben 2 databronnen aan elkaar gekoppeld. Aanvankelijk hadden we er zelfs 3 op het oog, maar dat bleek al snel te ambitieus. Iris Sommer, hoogleraar Psychiatrie aan het UMCG, pleit al langer voor onderzoek naar de invloed van de overgang. Zij was bezig met psychofarmacavraagstukken. In samenwerking wilden we niet alleen data over bloedwaarden gebruiken, maar bijvoorbeeld ook over doseringen. Daarvoor koppelden we het MindLines-register, met gegevens over medicatiegebruik, ziekte-ernst en bijwerkingen, aan labdata over bloedspiegels. Op papier leek het goed haalbaar, maar de praktijk is weerbarstig. Je ontdekt bijvoorbeeld pas tijdens het koppelen wat precies de overlap is tussen beide sets. Stel: je hebt 1000 mensen in dataset A en 1000 in dataset B, dan weet je van tevoren niet hoeveel daarvan overeenkomen. Misschien is maar een deel goed te koppelen in beide sets. Heb je dan nog wel voldoende personen om je vragen te beantwoorden?’ 

Afbeelding
Je moet hoe dan ook kunnen improviseren. Meer data maken kan niet, dus je moet het doen met wat er is.
Shiral Gangadin
Neurowetenschapper UMCG

Wat zijn belangrijke aandachtspunten in het proces van de studie?

‘Je moet hoe dan ook kunnen improviseren. Meer data maken kan niet, dus je moet het doen met wat er is. We hadden de tijd ruim ingepland, maar we kregen pech omdat degene die de koppeling tussen labwaarden en dosering zou verzorgen langdurig uitviel. Ook moesten we op zoek naar een nieuwe partij voor onze beoogde replicatie-analyses. ZonMw heeft de einddatum van ons project opgeschoven, zodat we deze belemmeringen konden omzeilen.’ 

Nog andere tips?

‘Wie dit leest denkt misschien dat het allemaal erg ingewikkeld is. Maar ik kan iedereen verzekeren: het is vooral erg leuk om te doen. Met een project in deze ronde krijg je alle ruimte om juist al die uitdagingen aan te gaan. En te zorgen dat bestaande datasets ook voor toekomstig gebruik zijn in te zetten. Als je met elkaar de problemen tackelt, kun je het voor toekomstige patiënten nog beter maken, in ons geval vrouwen met psychiatrische problemen. Lees trouwens vooral de subsidieoproep heel goed. Ik dacht eerst: al die bijlagen bekijk ik later wel. Maar juist daarin staat veel zinvolle informatie die je helpt bij de opzet van je project.’

Colofon
Auteur:
Marc van Bijsterveldt, mei 2027
Fotografie:
Robert Tjalondo, Rockin' Pictures (GGG-congres 2025)
Illustratie:
Redacteur:
ZonMw