Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Implementatieonderzoek leefstijl in de zorg

Hoe onderzoek bijdraagt aan de implementatie van leefstijl in de zorg

Leefstijl kan een rol spelen in behandeling en herstel van ziekten en aandoeningen. Maar de implementatie van leefstijlinterventies in de zorg is vaak complex. Met subsidie van ZonMw werken onderzoekers nu aan implementatiestrategieën en effectieve implementatie. Hoe werkt dat precies?

Ivo Smeele (commissievoorzitter van ons subsidieprogramma ‘Leefstijl in de Zorg’) én onderzoekers Rimke Vos en Sven Geelen vertellen in dit interview meer over ons programma, het belang van implementatieonderzoek en het leernetwerk.

Knelpunten en succesfactoren

Er is veel onderzoek gedaan naar gezonde leefstijl  in de zorg en effectieve methoden om dat te bereiken. Die bereiken de zorgpraktijk echter nog onvoldoende, vertelt Ivo Smeele, voorzitter van de beoordelingscommissie van het subsidieprogramma en gepensioneerd huisarts. ‘We hebben ongelooflijk veel kennis, maar die blijft te vaak in een bureaula liggen.’

Implementatieonderzoek richt zich op de vraag waarom bewezen effectieve interventies wel of niet van de grond komen – welke knelpunten en succesfactoren daarbij spelen. Smeele licht toe: ‘Waarom beweegt de een wel en de ander niet? Waarom werkt een programma in de ene zorgsetting (denk aan een ziekenhuis of huisartsenpraktijk) wel en in de andere niet?

Implementatieonderzoekers testen bijvoorbeeld verschillende manieren om doelgroepen te bereiken, zoals professionals in een zorgsetting of patiënten met een chronische ziekte of aandoening). Via specifieke communicatiekanalen of financiële prikkels bijvoorbeeld. ‘Zo kunnen mensen met een lager inkomen meer interesse hebben in gratis fitness dan mensen met een hoger inkomen,’ legt hij uit. ‘Er speelt veel mee: welke wijk je leeft, je opvoeding, overtuigingen over jezelf en je omgeving, enzovoort.’

Afbeelding
Die samenwerking tussen onderzoek en praktijk in de zorgketen geeft het beste resultaat
Ivo Smeele
Voorzitter beoordelingscommissie / gepensioneerd huisarts

De wetenschappers van de 12 projecten uit deze subsidieronde werken samen met zorgverleners. Als voorbeeld noemt Smeele het project ‘Blijvende Kracht’, dat onderzoekt waarom zo weinig kwetsbare 65-plussers in de regio Noord-Veluwe meedoen aan een bepaalde voeding- en beweeginterventie. Die is gericht op het voorkomen van spiermassaverlies (Sarcopenie) door krachttraining via fysiotherapie en eiwitrijke voeding, via een diëtist waardoor ouderen langer fit en gezond blijven. Na literatuuronderzoek kijken de onderzoekers samen met onder andere diëtisten, fysiotherapeuten, huisartsen en gemeenten naar de knelpunten en mogelijke oplossingen. ‘Die samenwerking tussen onderzoek en praktijk in de zorgketen geeft het beste resultaat.’

Over de ronde Implementatie & Impact

Binnen het ZonMw-programma Leefstijl in de Zorg doen 12 projecten nu implementatieonderzoek in de ronde ‘Implementatie & Impact’. Doel is dat zorgverleners leefstijl vaker bespreken en patiënten vaker deelnemen aan interventies. Dit kan gezondheidswinst opleveren bij aandoeningen als obesitas, kanker, depressie en Alzheimer. Ze hebben tot eind 2027 om te komen tot breed toepasbare strategieën om leefstijl effectief en duurzaam te integreren in de zorgpraktijk.

Deze projecten werken ook samen in het leernetwerk Leefstijl in de zorg – implementatie & impact. Dit netwerk heeft als doel de implementatie en het bereik van de resultaten uit de verschillende projecten te versterken en verspreiden. Dit gebeurt zowel binnen het leernetwerk zelf als richting beleid, wetenschap en de bredere zorgpraktijk. Van de eerste bijeenkomst is ook een visuele samenvatting gemaakt. 

Implementeren en opschalen

Omdat veel projecten tegen vergelijkbare implementatievragen aanlopen, bracht ZonMw ze samen in het ‘leernetwerk Leefstijl in de zorg – implementatie & impact’. Het doel hiervan is bestaande kennis beter te benutten, kennis uit te wisselen en samen oplossingen te ontwikkelen. Zo verbetert de implementatie niet alleen binnen projecten, maar is er ook opschaling naar andere regio’s mogelijk. Smeele noemt de leefstijlprogramma’s om mensen meer te laten bewegen die in diverse wijken in Nederland ontwikkeld zijn. ‘Als die in één wijk goed werken, kunnen we kijken of we dit in andere wijken met dezelfde sociaaleconomische kenmerken ook zo kunnen doen.’

Ook bij andere subsidieronden is het nut van een leernetwerk gebleken, heeft Smeele ervaren: ‘De projecten lopen namelijk in de praktijk tegen veel dezelfde vragen en problemen aan.’ Bij dit leernetwerk bijvoorbeeld: hoe betrek je zorgverleners en cliënten en met welke systemen en indicatoren meet je of een project zinvol is, zonder dat dit extra administratieve last geeft? En via welke communicatiekanalen verspreid je de resultaten het beste? ‘Je voorkomt dat onderzoekers het wiel opnieuw uitvinden. Bovendien moet je projecten vaker dan bij effectiviteitsonderzoek bijsturen – in het netwerk bespreek je dat samen.’ 

Samenwerken in het leernetwerk

Dat herkennen onderzoekers Rimke Vos en Sven Geelen direct. Ze zijn contactpersoon van 2 van de projecten en zitten dus ook in het leernetwerk. Vos is universitair hoofddocent implementatieonderzoek in het Leids Universitair Medisch Centrum en werkt aan het project Innovatieve Leefstijlzorg. Hiermee bouwt ze voort op haar eerdere fellowship Implementation Science Practitioner bij ZonMw. Geelen is implementatiespecialist en implementatieonderzoeker bij de Hanze hogeschool en bij de Academische Werkplaats Huisartsenzorg – Noordoost (UMCG). Hij werkt aan het project ODILE: Overgewicht en Depressie.

Over het leernetwerk zegt hij: ‘Ieder van ons werkt in een ander deel van de zorg, met een ander onderwerp, een andere doelgroep en op een ander geografisch gebied.’ In zijn geval is dat de regio Drenthe en bij de Vos de regio Haaglanden. ‘We verzamelen ons rond de thema’s implementeren en leefstijl. We richten ons allemaal op de vraag waarom de implementatie stokt of juist goed gaat. Maar dan net op een andere manier.’ Hij noemt dubbel werk voorkomen als een van de voordelen van het netwerk. Zo kan hij strategieën uit andere projecten gemakkelijk ombouwen voor zijn project.

Afbeelding
We richten ons allemaal op de vraag waarom de implementatie stokt of juist goed gaat.
Sven Geelen
implementatiespecialist en implementatieonderzoeker bij de Hanze hogeschool en Academische Werkplaats Huisartsenzorg – Noordoost (UMCG)

Projectoverstijgend reflecteren

Het is leuk en inspirerend om te horen hoe andere onderzoekers binnen dit netwerk dingen aanpakken, hebben beide onderzoekers gemerkt. ‘Bij veel subsidieronden ken je de andere onderzoekers niet, terwijl er best raakvlakken zijn,’ zegt Vos. Ze vat de samenwerking tot nu toe samen als ‘projectoverstijgend reflecteren om tot betere implementatietips te komen dan op basis van mijn ervaringen tot nu toe.’ Ook zegt ze: ‘Ik vind het heel goed dat ZonMw ons uit onze comfortzone haalt. Misschien werkt een andere manier wel beter dan hoe je het zelf gewend bent te doen.’

Het leernetwerk komt 4 keer fysiek bijeen en spreekt tussendoor eens in de paar weken online om de koers te bepalen. Als eerste maakte het netwerk een gezamenlijk projectplan. Vos: ‘Hier de tijd voor nemen is belangrijk. We maken vaak snel aannames, bijvoorbeeld dat we dezelfde doelen hebben. Maar dat is niet altijd zo.’ Geelen voegt eraan toe: ‘Wij zijn een doelgericht netwerk, dus is het heel belangrijk om onze doelen expliciet te benoemen.’ 

De rode draad vinden

Uiteindelijk willen de onderzoekers een gezamenlijke rode draad uit de projecten halen: welke knelpunten en succesfactoren vaak voorkomen en welke juist meer context specifiek. Maar ook welke strategieën daar passend voor zijn en welke strategieën we van elkaar kunnen benutten/ gebruiken. Daarnaast hopen we meer inzicht te krijgen in welke stap (inzet van een strategie) consequenties heeft voor een ander knelpunt.

‘We hebben elkaar eerst goed leren kennen,’ zegt Vos. ‘Ik denk dat we de komende periode meer gaan oogsten van deze samenwerking.’ Sinds kort ondersteunt een externe communicatieadviseur het netwerk bij gezamenlijke communicatie en het leggen van dwarsverbanden. Dat vergroot het bereik van de resultaten.

Implementatieonderzoek gaat nooit zoals verwacht, vertellen beide onderzoekers verder. Ze verwachten dan ook dat sommige projecten teruggaan naar de tekentafel. Dit komt onder andere omdat ze allemaal met verschillende organisaties samenwerken en er verrassende situaties kunnen ontstaan waar ze op in moeten spelen.

Geelen wijst erop dat een knelpunten- en succesfactorenanalyse niet maar één keer plaatsvindt. ‘Dat wordt wel eens vergeten.’ Als voorbeeld geeft hij een leefstijlinterventie waar eerder geen structureel geld voor was en nu wel. ‘Dan gaan ook alle andere knelpunten- en succesfactoren die daarmee samenhangen veranderen.’ Hij vergelijkt het met het draaien aan een Rubiks kubus: je hebt één vlak perfect opgelost, maar met diezelfde beweging verandert ook de rest van de kubus mee. 

Afbeelding
Kennis is mooi, maar het in de praktijk brengen is echt iets anders.
Rimke Vos
Universitair hoofddocent implementatieonderzoek in het LUMC

Echte transitie

Hoewel implementatieonderzoek in de jaren 90 al in Nederland is geïntroduceerd, is er de laatste 5 tot 7 jaar steeds meer aandacht voor, ook bij ZonMw. Geelen: ‘Het accent is verschoven van het ontwikkelen van nieuwe leefstijlinterventies naar het  organiseren en optimaliseren van hun daadwerkelijke toepassing in de praktijk.’

Vos voegt eraan toe: ‘Je ziet deze ontwikkeling breder in de wetenschap: we doen ons onderzoek niet meer alleen om onze eigen collega’s iets te vertellen of om in de richtlijn te komen. Kennis is mooi, maar het in de praktijk brengen is echt iets anders.’

Wanneer de knelpunten- en succesfactorenanalyse gedaan is en een leefstijlinterventie geïmplementeerd is, betekent dat nog geen blijvende verandering, reageert Geelen. ‘Een echte transitie is de volgende stap.’ Dat blijkt vaak nog wat meer voeten in de aarde te hebben. Dit soort thema’s passen vaak niet binnen een onderzoeksproject, maar kunnen wel goed binnen het leernetwerk besproken worden.

Afbeelding
Als we leefstijlinterventies daadwerkelijk gaan toepassen, kunnen we veel impact maken.
Ivo Smeele
Voorzitter beoordelingscommissie / gepensioneerd huisarts

Het momentum benutten

ZonMw vraagt projecten verder om expliciet na te denken over de borging van de resultaten na afloop van de subsidieperiode. Na de zomer komt dit onderwerp op de agenda van het leernetwerk, ook wat betreft de borging van de contacten in het netwerk zelf. Vos: ‘Hoe zorgen we ervoor dat we elkaar ook na deze subsidie nog weten te vinden? Hoe bouwen we dat in de bestaande structuren?’

Ze kan zich voorstellen dat het NIC, het Nederlands Implementatie Collectief, hier een rol in krijgt. Geelen is commissielid Opleiding & Training binnen deze vereniging, die sinds 2014 actief is en momenteel de stap zet naar een volwaardige vereniging. Hij zegt: ‘Er gebeurt op dit moment een hele hoop rond implementatie. Het valt mooi samen qua momentum.’

Ivo Smeele zegt tot slot: ‘Als we leefstijlinterventies daadwerkelijk gaan toepassen, kunnen we veel impact maken. Dan verbetert onze gezondheid enorm, zowel fysiek als mentaal. Dat is belangrijk voor individuele mensen én voor een zorgsysteem met personeelstekorten en stijgende kosten.’

Tips

Tips implementatieonderzoek en implementatieprojecten:

  • Doe een goede knelpunten- en succesfactorenanalyse vooraf. 
  • Kijk goed naar de doelgroep binnen een leefstijlinterventie. Zo speelt bij mensen die een hartinfarct hebben gehad angst een rol en bij mensen met overgewicht gaat het om het gedrag. Dus daar moet je op een andere manier op inspelen.
  • Denk als onderzoeker die een effectiviteitsstudie naar een leefstijlinterventie doet ook al na of en hoe dit geïmplementeerd kan worden en wat er goed en niet goed ging in het onderzoek. De opgedane kennis over implementatie(problemen) is van groot belang bij latere implementatie. 
  • Maak een goed onderscheid tussen een implementatieonderzoek en een implementatieproject, omdat de kennisvraag en de uitvoering anders is. 

Tips voor het samenwerken in een leernetwerk:

  • Investeer in het begin tijd om elkaar te leren kennen en om goed te kijken wat je wil bereiken. 
  • Maak een gezamenlijk plan met je doelen en welke acties je gaat ondernemen om die te verwezenlijken. 
  • Zorg dat er steeds dezelfde contactpersonen zijn, zodat stappen gezet kunnen worden.
  • Werk vanaf het begin samen met een communicatieadviseur voor een eenduidige communicatie en om dwarsverbanden te leggen tussen de projecten.

Coalitie Leefstijl in de Zorg

Programmeren voor de praktijk vraagt om samenwerken met beleid en praktijk. ZonMw werkt daarom nauw samen met de coalitie Leefstijl in de Zorg. Het doel van de coalitie is het vergroten van de inzet op gezonde leefstijl door zorgprofessionals en patiënten zelf, en de (kennis)versnippering in het veld te verkleinen.  
Veel van de 12 projecten uit deze subsidieronde hebben op dit moment individueel contact met de coalitie. Het leernetwerk verkent nog hoe deze samenwerking verder vorm krijgt.

Bekijk ook deze relevantie producten van de coalitie:

Over leefstijlgeneeskunde

Leefstijlinterventies kunnen bijdragen aan herstel en het verminderen van klachten tijdens ziekte. Ze verdienen dan ook een gelijkwaardige plaats in de curatieve zorg, naast medicatie en medische ingrepen. Met subsidie van ZonMw onderzoeken 40 projecten de (kosten)effectiviteit en implementatie van leefstijlinterventies in de zorg. Met wetenschappelijke onderbouwing willen we de integratie van leefstijl in de zorg versnellen. U leest er alles over op onze webpagina Leefstijlgeneeskunde.

Colofon
Auteur:
Thessa Lageman
Fotografie:
Sven Geele, Rinke Vos, Ivo Smeele, Shutterstock
Redacteur:
ZonMw

Contact

Wilke van Ansem

Programmamanager Leefstijlgeneeskunde
leefstijlgeneeskunde [at] zonmw.nl

Lussi Stoof-Jordanov

Programmamanager Leefstijlgeneeskunde
leefstijlgeneeskunde [at] zonmw.nl