Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Specialist ouderengeneeskunde: echte aandacht voor kwetsbare ouderen

Interview met specialist ouderengeneeskunde en Verenso-voorzitter Jacqueline de Groot

Nog voor het een politieke opdracht werd, zette specialist ouderengeneeskunde Jacqueline de Groot de stap van intramurale naar extramurale zorg. Daarnaast richtte ze een eerstelijnssamenwerkingsverband op. Haar daadkracht typeert het specialisme: oog hebben voor wat nodig is om kwetsbare ouderen goede zorg te bieden.

Samen kijken wat belangrijk is

Jacqueline de Groot ging tijdens haar coschappen ‘bij toeval’ in een verpleeghuis werken. Het was een mooi toeval. ‘Toen ik in het verpleeghuis kwam, voelde ik meteen: dit past bij me’, vertelt ze. ‘Het is niet alleen de doelgroep die me ligt, het is ook de samenwerking in een team met verschillende disciplines. Samen kijken we: wat is belangrijk in het leven van deze oudere? Je loopt het laatste stuk met ze mee en dat kan van zo veel betekenis zijn. Ik ben de opleiding ouderengeneeskunde gaan doen en daarna in De Bilt beland. Daar heb ik 17 jaar in verpleeghuizen gewerkt.’ 

Jacqueline de Groot

Jacqueline de Groot werkt vanaf eind jaren ‘90 als specialist ouderengeneeskunde. Na jaren in reguliere zorginstellingen verlegde zij haar werkveld naar de eerste lijn, sinds 2013 als kaderarts. De Groot heeft vormgegeven aan de kaderopleiding specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn aan het LUMC en bijgedragen aan de ouderenmodule in de huisartsopleiding. Sinds 2017 werkt zij in een samenwerkingsverband met 6 andere specialisten ouderengeneeskunde. Sinds 2020 is zij voorzitter van de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, Verenso.

Lees meer over Verenso

Buiten het verpleeghuis

De Groot spreekt weer van toeval dat ze buiten het verpleeghuis ging werken. ‘Er was een mevrouw opgenomen die zeer slechtziend was en een herseninfarct had gehad. Haar zoon zei: “Kan ik mijn moeder naar huis halen?” Ik zei: “Dat kan, als 24 uur per dag iemand aanwezig is.” “Kom jij dan ook, vroeg hij.” Dat was in 2008. Ik ben 4 jaar lang bij deze mevrouw langs geweest, die qua gezondheid steeds meer inleverde.’ 

Afbeelding
Ik werkte nauw samen met de ergotherapeut, fysiotherapeut, huisarts, praktijkondersteuner en wijkverpleegkundige. In die periode ervaarde ik wat ik kon bijdragen buiten de muren van het verpleeghuis.
Jacqueline de Groot

Samenwerkingsverband van 7 specialisten

Er was in die tijd geen structurele bekostiging van het werk dat De Groot deed buiten het verpleeghuis. ‘De directeur zei op een gegeven moment: ik krijg geen geld voor wat jij doet, dus kom maar weer intramuraal. Maar ja, ik was al vanaf 2008 bezig de samenwerking met de eerste lijn op te zetten. Ik wilde niet stoppen, we waren de zorg juist aan het verbeteren. Toen zei ik: ik ga het zelf proberen.’

Het tij zat mee. Vanaf 2017 kwam er een bekostiging vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), waardoor specialisten ouderengeneeskunde ook betaald werden voor bezoeken bij mensen thuis. ‘Je moest daarvoor een samenwerkingsverband opzetten van tenminste 7 specialisten ouderengeneeskunde. Dat hadden zorgverzekeraars bedacht om de continuïteit in de zorg te waarborgen. Samen met een collega ben ik aan de slag gegaan en we kregen 7 specialisten bij elkaar. Later, in 2020, kwam de vergoeding vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). We hebben toen contracten met de zorgverzekeraars gesloten.’

Niet veel anders

Is het een groot verschil, het werk binnen of buiten het verpleeghuis? ‘In het verpleeghuis is het vanzelfsprekend dat je alle taken hebt, dus ook de geneeskundige taken van de huisarts’, aldus De Groot. ‘Je hebt daarbij te maken met mensen die revalideren, mensen met dementie, met chronische somatiek en mensen met een kortere levensverwachting. Daarvoor werk ik samen met uiteenlopende disciplines. Verder ben ik als specialist ouderengeneeskunde bezig met wat het team nodig heeft om deze mensen te verzorgen.’

Buiten het verpleeghuis werkt de specialist ouderengeneeskunde veel samen met de huisarts. ‘Samen zoeken we naar de juiste weg, ook voor de palliatieve fase’, vervolgt De Groot. ‘Daar zijn meestal ook andere zorgverleners bij betrokken. In die zin is het niet veel anders dan in het verpleeghuis. Zo heb ik bij mensen thuis contact met de casemanager en het sociaal team in de wijk. Dat is in het verpleeghuis de eerstverantwoordelijke verpleegkundige en de activiteitenbegeleider. Het heet anders, maar het is eigenlijk hetzelfde. En waar ik in het verpleeghuis let op wat zorgmedewerkers nodig hebben, let ik bij mensen thuis erop of de zorg voor de mantelzorger nog behapbaar is.’

Voorzitterschap van Verenso

Met haar ervaring in zowel verpleeghuizen als in de eerste lijn was De Groot de aangewezen persoon om in 2020 het voorzitterschap van de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, Verenso, op zich te nemen. ‘Het is een uitdaging voor specialisten ouderengeneeskunde om werken in de eerste lijn zelfstandig te organiseren. Vanuit Verenso zetten we ons onder meer in voor betere bekostiging. Een multidisciplinair overleg met de huisarts wordt bijvoorbeeld nog steeds niet voldoende vergoed. Zorgverzekeraars zijn bang dat het extra geld kost, maar we kunnen als specialisten ouderengeneeskunde juist heel veel kosten voorkomen. Bij de vrouw die ik 4 jaar heb bezocht, hebben we zo veel bespaard aan ziekenhuisbezoeken, taxivervoer en verpleeghuisopname.’ 

Een passende bekostiging is belangrijk, zodat een specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn de regie kan overnemen van de huisarts. 'Verenso heeft daarom met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) een convenant opgesteld voor de medisch-generalistische zorg, waarin duidelijk afspraken zijn gemaakt over welke arts wat doet in de Wet langdurige zorg (Wlz). Ook is er aandacht voor de rol van de specialist ouderengeneeskunde in de Handreiking Kwetsbare ouderen thuis voor de zorg in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Uiteindelijk willen we thuis hetzelfde kunnen doen als we in het verpleeghuis doen voor onze doelgroep. De financiering sluit daar nog niet op aan. Vanuit Verenso voeren we overleg hierover met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).’

Aan de regionale tafels

Het belang van goede werkafspraken is steeds belangrijker geworden – vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is regionale samenwerking steeds meer een vereiste. ‘Het is belangrijk dat wij als beroepsgroep aan de regionale tafels zitten, zeker voor kwetsbare ouderen die thuis verblijven. Verder is er subsidie van ZonMw beschikbaar waarmee we een sterke monodisciplinaire organisatiegraad kunnen neerzetten.’

Dat vraagt om uitleg. ‘Er zijn 54 regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden, RESV’s, in 54 regio’s. Als we onze positie in deze RESV’s goed willen hebben, hebben we 54 contactpersonen nodig. Zo’n contactpersoon zit aan de regionale overlegtafel namens alle specialisten ouderengeneeskunde in die regio. Vanuit ZonMw is er subsidie beschikbaar voor 2026, zodat contactpersonen in elke regio geld kunnen aanvragen om zich te organiseren. Als beroepsvereniging faciliteren we onze leden hierbij.’

ZonMw en versterking organisatie eerstelijnszorg

Het opzetten en versterken van regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) en hechte wijkverbanden in elke regio in Nederland is essentieel om de eerstelijnszorg voor iedereen toegankelijk te houden met behoud van kwaliteit van zorg. Tot en met 2026 stelt het ministerie van VWS daarvoor budget beschikbaar via het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’. 

Eén van de subsidiemogelijkheden is het aanvragen van een Voucher versterking regionale monodisciplinaire organisatiegraad eerstelijnszorg. Elf disciplines, waaronder specialisten ouderengeneeskunde, kunnen per regio maximaal € 20.000 per discipline aanvragen voor het opzetten, inrichten, uitbreiden en/of versterken van hun organisatiegraad, zodat zij met afvaardiging en mandatering deel kunnen nemen aan het RESV en de regiotafels. De deadline is 31 december 2025, 14.00 uur. 

Lees meer over het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’

Academisch meer zichtbaar

De rol en het belang van de specialist ouderengeneeskunde zijn duidelijk, zeker nu er meer aandacht is voor extramurale zorg. ‘Nu hebben we aanwas nodig van jonge specialisten, om te voorkomen dat we straks een groot tekort hebben’, zegt De Groot. ‘Het is alleen nog steeds niet vanzelfsprekend dat alle geneeskundestudenten te maken krijgen met ons vak. Er is niet op iedere faculteit een leerstoel voor ouderengeneeskunde en dan wordt het als vak ook niet in het basiscurriculum gezet. Van de 300 opleidingsplaatsen is net de helft gevuld. Daarom willen we jonge collega’s enthousiasmeren en kijken hoe we hun talenten kunnen inzetten. We moeten meer zichtbaar zijn, ook academisch gezien. Wetenschappelijke onderbouwing van het vak is belangrijk.’

Wat verder nodig is in de ogen van De Groot, is dat zorgverleners over de grenzen van hun discipline kijken. ‘Veel zorgverleners zeggen dat ze vanuit de patiënt redeneren, maar het wordt weinig echt gedaan. Erachter komen wat de patiënt wil, is het kernthema van de specialist ouderengeneeskunde. Daarin zijn we opgeleid en daarin kunnen we anderen meenemen. Ik zou zeggen: maak gebruik van onze expertise. Samenwerken doe je als weet wat je niet weet.’ 

ZonMw en specialisten ouderengeneeskunde

Om specialisten ouderengeneeskunde te ondersteunen in hun dagelijkse werk, investeert ZonMw op verschillende manieren in kennisontwikkeling (zowel zorginhoudelijk als voor organisatie van zorg) en -benutting. Samen met praktijk, onderwijs, onderzoek én zorgvragers werken we aan het oplossen van praktijkkwesties en kennishiaten in de (langdurige) zorg, ondersteuning en welzijn, ter verbetering van de kwaliteit van leven voor ouderen. Denk aan onderzoek, methodiekontwikkeling, (domeinoverstijgende) samenwerking en het gebruik van ICT-oplossingen in de ouderenzorg en ondersteuningspraktijk. 

Een voorbeeld is de financiering van projecten waarin artsen in opleiding tot onderzoeker (aioto's) onderzoek doen naar relevante vraagstukken uit de ouderengeneeskunde. Een ander voorbeeld is investering in goede palliatieve zorg. Daarnaast investeren we ook in talentontwikkeling met subsidies voor onderzoekers en praktijkprofessionals in diverse stadia van hun carrière. 

Lees meer over ouderengeneeskunde

Colofon
Auteur:
Astrid van den Berg
Fotografie:
Jan Vonk
Redacteur:
ZonMw