Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Veelgestelde vragen - Effectiviteit in de kortdurende herstelgerichte zorg

Een subsidieaanvraag indienen kan veel vragen oproepen. Hieronder vindt u antwoorden op veelgestelde vragen over de subsidieoproep 'Effectiviteit van zorg- en organisatietrajecten in de kortdurende herstelgerichte zorg' en over algemene onderwerpen zoals het indienen van een subsidieaanvraag, de begroting en staatssteun.

Staat uw vraag er niet bij? Dan kunt u uw vraag stellen via beterthuis@zonmw.nl of telefonisch via 070 349 54 72. Neem bij technische vragen over MijnZonMw contact op met onze servicedesk via servicedesk@zonmw.nl of telefonisch via 070 349 51 76. Telefonisch zijn wij bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.

Let op: deze webpagina geeft algemene informatie en richtlijnen. De informatie is bedoeld om richting te geven en is niet bindend. De tekst uit de subsidieoproep is leidend.

Subsidieaanvraag indienen

  • U kunt het aanvraagformulier direct online invullen in MijnZonMw. Het aanvraagformulier vindt u in het overzicht van openstaande oproepen, onder de naam ‘Effectiviteit van zorg- en organisatietrajecten in de kortdurende herstelgerichte zorg’. 

    U kunt het aanvraagformulier ook via deze link downloaden. Met het gedownloade aanvraagformulier kunt u de tekst voor uw subsidieaanvraag voorbereiden. De tekst van dit formulier kunt u kopiëren naar het digitale formulier in MijnZonMw. Houd daarbij rekening met het maximaal toegestane aantal tekens in MijnZonMw.

  • De beoordelingscriteria voor subsidievragen vindt u in hoofdstuk 4 van de subsidieoproep. Wij adviseren u om de subsidieoproep zorgvuldig en volledig door te lezen voordat u uw aanvraag indient. Hierin staat duidelijk beschreven op welke criteria uw aanvraag wordt beoordeeld, welke voorwaarden er zijn en welke onderdelen verplicht ingediend moeten worden.

    Gebruik de subsidieoproep actief als leidraad bij het opstellen van uw aanvraag. Controleer of u op alle genoemde criteria ingaat en of u de gevraagde informatie volledig en concreet onderbouwt.

  • Via de website van UMC Utrecht kunt u de verplichte bijlage participatiemix met bijbehorende handleiding en voorbeelden opvragen. U dient daarvoor een aanvraagformulier in te vullen. Vraag de participatiematrix daarom tijdig aan en voeg deze volledig ingevuld als bijlage toe aan uw subsidieaanvraag. 

  • De ‘Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag’ kunt u hier downloaden. De verklaring moet ondertekend worden door de betrokken bestuurlijk verantwoordelijke en de hoofdaanvrager. De ondertekende verklaring kan toegevoegd worden aan de aanvraag in MijnZonMw of per mail worden verstuurd naar ZonMw via: beterthuis@zonmw.nl. 

    Let op: de verklaring moet uiterlijk 1 week na indiening van de subsidieaanvraag binnen zijn. 

  • U mag met uw project pas starten nadat u een positief subsidiebesluit heeft ontvangen. ZonMw maakt de subsidiebesluiten in april 2027 bekend. Bij een groot aantal subsidieaanvragen kan deze planning wijzigen. Uw project moet uiterlijk op 1 juli 2027 starten. De startdatum van uw project ligt dus tussen april – juli 2027.

  • Nee, er wordt 1 aanvraag per project ingediend. De samenwerkende partners dienen 1 gezamenlijke aanvraag in. De hoofdaanvrager dient de aanvraag in.

  • Nee, zolang de hoofdaanvrager maar in Nederland gevestigde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon is. Er is verder geen eis dat de hoofdaanvrager afkomstig moet zijn van een kennisinstelling of zorgaanbieder. Dat is dus aan de projectgroep zelf om te bepalen. Let wel op dat er maar 1 partij hoofdaanvrager kan zijn en dat de hoofdaanvrager en de bestuurlijk verantwoordelijke moeten werkzaam zijn bij dezelfde organisatie.

    Wel moet de projectgroep als geheel voldoen aan de samenwerkingsvoorwaarden. Zo moet er sprake zijn van samenwerking tussen ten minste één kennisinstelling en één organisatie die ten minste kortdurende herstelgerichte zorg biedt vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw).

    De keuze voor de organisatie van de hoofdaanvrager kan wel gevolgen hebben voor de wijze waarop staatssteun wordt beoordeeld en voor de maximale subsidie die de organisatie van de hoofdaanvrager kan ontvangen. Voor onderzoeksorganisaties, hbo-instellingen en ondernemingen gelden verschillende staatssteunkaders en financieringsvoorwaarden. 

Vragen over deze specifieke oproep

  • Onder ‘zorg- en organisatietrajecten’ verstaan we zowel vormen van zorgverlening als manieren waarop zorg wordt georganiseerd. Het gaat om trajecten die al in de praktijk worden toegepast, of die tijdens de looptijd van het project aantoonbaar worden geïmplementeerd, getest in een pilot of getoetst in de praktijk.

    Het zorg- of organisatietraject dat u onderzoekt, moet primair gericht zijn op kortdurende herstelgerichte zorg die wordt vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Daarbij is het van belang dat de zorg gedurende een afgebakende periode wordt ingezet en gericht is op herstel, functionele verbetering, stabilisatie en/of het voorkomen van achteruitgang. Het kan gaan over trajecten binnen de geriatrische revalidatiezorg (GRZ), het eerstelijnsverblijf (ELV), de geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (GZSP) en andere aansluitende vormen van ouderenzorg en gehandicaptenzorg. Ook is er ruimte om onderzoek te doen naar trajecten die de verbinding leggen tussen de verschillende zorgvormen, de overgang tussen de zorgvormen of tussen andere wettelijke domeinen. 

  • In de subsidieoproep staat centraal in hoeverre zorg- of organisatietrajecten bijdragen aan uitkomsten die voor cliënten belangrijk zijn. Kies daarom uitkomstmaten die passen bij het zorg- of organisatietraject, het onderzoek en de cliëntgroep(en) waarop het traject zich richt. 

    Denk bijvoorbeeld aan kwaliteit van leven, welbevinden, acceptatie, participatie, zelfredzaamheid, ervaren kwaliteit van zorg, eigen regie, doelrealisatie, persoonlijke ontwikkeling en herstel of behoud van functioneren.

    Voor inspiratie kunt u gebruik maken van bestaande handreikingen en overzichten van cliëntervaringsinstrumenten, zoals de ‘Handreiking kwetsbare ouderen thuis’ en de ‘VGN waaier cliëntervaringsinstrumenten’.

  • U richt voor de gehele looptijd van het project een klankbordgroep in. Deze groep adviseert en reflecteert bijvoorbeeld op de relevantie en uitvoerbaarheid van het onderzoek, de interpretatie van de resultaten en verspreiding en toepassing van de opgedane kennis. De klankbordgroep helpt ervoor te zorgen dat het onderzoek aansluit bij de behoeften en ervaringen van betrokken partijen en bij de praktijk waarin het onderzoek wordt uitgevoerd.

    De klankbordgroep bestaat ten minste uit:

    • (Vertegenwoordigers van) cliënten en/of naasten;
    • Relevante zorgprofessionals;
    • 1 of meerdere zorgverzekeraars;
    • Lid van directie/bestuur van 1 of meerdere aanbieders van zorg en/of ondersteuning.

    Afhankelijk van het onderwerp kunnen daarnaast relevante systeempartijen, zoals de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), en beroeps- of brancheverenigingen worden betrokken. Zij kunnen bijdragen aan de duiding en toepassing van de onderzoeksresultaten vanuit stelsel-, organisatie- en beroepsperspectief.

Begroting

  • Bij deze oproep wordt een specifiek daarvoor ontwikkeld AGVV-begrotingsformat gehanteerd. Dit format is verplicht en vindt u hier. Het begrotingsformat geldt voor alle subsidieaanvragen, ook als enkel de de-minimisverordening wordt ingezet. 

    Let op: de standaard begrotingsformats die te downloaden zijn op de ZonMw-webpagina Wat dien ik in? | ZonMw zijn niet van toepassing. 

  • U dient de begroting in als PDF-bestand in MijnZonMw als bijlage van uw subsidieaanvraag. Het is belangrijk dat alle ingevulde tabbladen leesbaar en volledig zijn opgenomen in dit PDF-bestand. Het gaat om de tabbladen ‘Basisgegevens’, ‘Overzicht begroting’ (inclusief de ondertekening door de hoofdaanvrager), ‘Overzicht staatssteun’ en alle ingevulde deelnemerstabbladen. Om ervoor te zorgen dat uw begroting bij indienen goed leesbaar is, moet u deze in Excel als PDF opslaan. Verwijder eerst ongebruikte tabs (zoals de toelichting of lege tabbladen bij de deelnemers), ga vervolgens naar Bestand > Afdrukken, kies hele werkmap afdrukken, selecteer blad passend maken op één pagina, en kies bij printer voor Microsoft Print to PDF. Klik op afdrukken om het document als PDF op te slaan.

  • Controleer of het tabblad ‘Basisgegevens’ volledig is ingevuld. Het format gebruikt deze gegevens om de steunintensiteit automatisch te berekenen. Wij vragen u om voor elke deelnemer de kolommen ‘Type organisatie’, ‘Omvang van organisatie’ en ‘Type steun’ (eventueel inclusief het benodigde AGVV artikel) in te vullen.

  • De vergoeding voor deelnemers aan de klankbordgroep kunnen worden opgevoerd onder ‘overige kosten’ op het tabblad van de uitbetalende organisatie.

  • In de begroting kunnen accountantskosten tot een maximum van € 5.000,- opgenomen worden in de begroting. Universiteiten en universitaire medische centra mogen accountantskosten niet opnemen in de begroting en realisatie. Met deze instellingen zijn aparte afspraken gemaakt over de vereiste accountantsverklaring. Neem hiervoor contact op met uw financiële afdeling.

  • In de begroting kan maximaal € 5.000,- worden gereserveerd voor Open Access-publicaties. Open Access heeft als doel om publiek gefinancierd onderzoek voor iedereen toegankelijk te maken. Dit geldt voor zowel inzage als hergebruik, zonder verdere financiële en/of juridische drempels. Zo kunnen resultaten beter circuleren en bijdragen aan nieuwe kennis en praktische impact in bijvoorbeeld de beroepspraktijk, zorg, gemeenten, ondernemingen en het onderwijs. Meer informatie en instructies zijn te vinden op de ZonMw-pagina’s Open Access: achtergrond en Open Access: beleid.

    Let op: het opnemen van kosten voor Open Access publiceren is niet toegestaan voor subsidie uitgezet onder de AGVV.

  • Binnen Beter Thuis 2 worden gedurende de looptijd van het programma voor projectleiders van gehonoreerde projecten bijeenkomsten en activiteiten georganiseerd die onderdeel zijn van de programmabrede kennisinfrastructuur. Deze bijeenkomsten bieden ruimte voor het delen van ervaringen, het bespreken van voortgang en resultaten, het uitwisselen van kennis en het gezamenlijk agenderen van vraagstukken en knelpunten. 

    Deelname aan deze bijeenkomsten en activiteiten die bijdragen aan de programmabrede kennisontwikkeling en een overkoepelende kennissynthese is verplicht. Het is toegestaan om hiervoor middelen te reserveren in de begroting. Denk hierbij aan ongeveer 2 bijeenkomsten per jaar, waarbij minimaal de projectleider aanwezig moet zijn.

  • Een post met onvoorziene kosten is toegestaan tot maximaal 5% van het aan te vragen subsidiebedrag.

  • ZonMw wil zeker weten dat de mede-aanvragers (andere woorden zijn ook wel ‘projectpartijen/-leden’, ‘samenwerkende partijen’) en/of sponsors van een project zich juridisch hebben verplicht tot de toegezegde bijdrage voor de cofinanciering. Deze bijdrage kan zowel een bijdrage in natura zijn (denk aan de uitvoering van bepaalde projectactiviteiten) of een bijdrage in geld. In beide gevallen vraagt ZonMw bij indiening van de subsidieaanvraag een Letter of Commitment (LoC) van elk van de mede-aanvragers en/of sponsor. Met deze LoC verplichten partijen zich tot de toegezegde bijdrage aan het project indien deze wordt toegekend.

    Een LoC is vereist in de volgende situaties:

    • Voor partijen die een vrijwillige 'in kind'-bijdrage en/of een 'in-cash'-bijdrage leveren aan het project. 
    • Voor partijen die aanspraak maken op (een deel van) de subsidie onder de AGVV en daarom een verplicht percentage aan cofinanciering moeten leveren. 
    • Let op: bedragen die op de LoC worden benoemd, zullen ook moeten worden opgenomen in de begroting. 

    Een LoC is niet nodig in de volgende gevallen:

    • Wanneer de inzet van een partij volledig wordt gedekt door de subsidie en er geen sprake is van een 'in kind'-bijdrage en/of een 'in-cash'-bijdrage. 
    • Voor een eigen bijdrage vanuit de organisatie van de hoofdaanvrager.

    Er gelden een aantal voorwaarden voor een LoC:

    • De brief moet een omschrijving van de bijdrage in geld of natura (waaronder de werkzaamheden) en de hoedanigheid (samenwerkende partij of sponsoring) bevatten. De LoC mag maar één opschortende voorwaarde bevatten, namelijk dat de toezegging alléén geldt als ZonMw de subsidieaanvraag honoreert.
    • Elke samenwerkende en sponsorende organisatie moet een exemplaar aanleveren, behalve de organisatie waaraan de hoofdaanvrager is verbonden.
    • Het briefhoofd van de betreffende deelnemende organisatie moet gebruikt worden.
    • De LoC moet geadresseerd zijn aan de organisatie waaraan hoofdaanvrager is verbonden.
    • De LoC moet ondertekend worden door de persoon die daartoe gerechtigd is. Dit is iets wat de organisatie zelf bij zijn juridische afdeling zal moeten navragen.

    ZonMw heeft een template/model van een LoC: deze kunnen partijen overnemen en invullen. Deze template en meer informatie is te vinden op de ZonMw-website. Indien er meerdere LoC’s worden ingediend dan moeten deze als 1 PDF worden aangeleverd bij uw subsidieaanvraag.

Staatssteun

  • Op de pagina Staatssteun | ZonMw vindt u meer informatie over staatssteun, de relevante Europese regels en wat deze betekenen voor uw subsidieaanvraag.

  • Staatssteun is financiële steun die door de overheid (of andere publieke instellingen) wordt gegeven aan bedrijven of organisaties, wat een verstoring van de concurrentie op de interne markt kan veroorzaken. Kort gezegd: krijgt de ene onderneming staatssteun (denk aan een subsidie) en de andere onderneming niet, dan kan dit leiden tot oneerlijke concurrentie. Staatssteun is geregeld in het Europese recht. Artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) zeggen dat staatssteun in principe verboden is.

    Subsidies die ZonMw verstrekt, worden bekostigd met overheidsmiddelen en kwalificeren daarom in bepaalde gevallen als staatssteun. Hoewel staatssteun in principe verboden is, biedt het staatssteunrecht diverse uitzonderingsmogelijkheden op basis waarvan staatssteun kan worden gerechtvaardigd.  

    De activiteiten binnen deze subsidieronde vallen in de categorie onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, onder industrieel onderzoek. Voor industrieel onderzoek zijn er voor verschillende type aanvragers (onderzoeksorganisaties, hbo-instellingen vanuit wettelijke taak en overige aanvragers) verschillende aandachtspunten met betrekking tot staatssteun. 

    Om rechtmatig staatssteun te kunnen verlenen aan ondernemingen wordt in deze subsidieoproep de de-minimisverordening en de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) toegepast. Indien u vragen heeft over de toepassing van de de-minimisverordening of AGVV raden wij u aan om advies in te winnen bij juristen binnen uw organisatie. Meer informatie over de vrijstellingsinstrumenten is op de volgende website te vinden: Vrijstellingsinstrumenten staatssteun| ZonMw. 

  • Onderzoeksorganisaties in de zin van het O&O&I-kader  zijn vrijgesteld van staatssteun. ZonMw beschouwt UMC’s en universiteiten als onderzoeksorganisaties. UMC’s dienen hun status nog wel te bevestigen met een verklaring. Andere organisaties kunnen mogelijk eveneens als onderzoeksorganisatie worden aangemerkt. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet de juridische status van uw organisatie vooraf worden vastgesteld. Meer informatie vindt u op de pagina Procedure kwalificatie onderzoeksorganisatie en in Bijlage 1 – Kwalificatie als onderzoeksorganisatie van de subsidieoproep. Daar leest u ook welke documenten u moet aanleveren. Is uw organisatie in de afgelopen 12 maanden al eens door ZonMw aangemerkt als onderzoeksorganisatie? Dan dient u een ingevulde verklaring als bijlage toe aan de subsidieaanvraag. 

    Let op: de deadline voor het indienen van de documenten voor de kwalificatietoets is 19 oktober 2026, 14.00 uur.

  • Dat hangt af van de activiteiten waarvoor u subsidie aanvraagt. Vraagt u subsidie aan voor onderzoek dat wordt uitgevoerd in het kader van de wettelijke taak van de hbo-instelling (artikel 1.3 WHW), dan is sprake van een niet-economische activiteit en is er geen sprake van staatssteun. Verricht uw organisatie binnen het project ook economische activiteiten, dan kunnen daarop de staatssteunregels van toepassing zijn. Deze activiteiten moeten duidelijke van elkaar gescheiden worden in de begroting. Voor meer informatie verwijzen wij u naar Staatssteun | ZonMw.

  • Wanneer de onderzoeksactiviteiten worden uitgevoerd door een onderneming, is er sprake van staatssteun. De definitie van onderneming is ruim en reikt verder dan commerciële bedrijven gericht op winst. Het gaat om ‘elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd’. Het aanbieden van goederen of diensten tegen betaling is een economische activiteit. Het maakt niet uit of een onderneming een winstoogmerk heeft of niet. Zo vallen ziekenhuizen, verpleeginstellingen, NGO’s ook onder de definitie van een onderneming. Als een activiteit niet-economisch van aard is, is geen sprake van staatssteun.

  • Als uw of een van de deelnemende organisaties binnen uw project aangemerkt als een onderneming in de zin van het Europese staatssteunrecht, is er sprake van staatssteun. Ook bijvoorbeeld mbo-instellingen worden aangemerkt als onderneming. 

    Subsidie wordt in beginsel verleend op grond van de de-minimisverordening. Indien toepassing van de de-minimisverordening niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat het de-minimisplafond zou worden overschreden, kan subsidie worden verleend op grond van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV). In dat geval zijn de voorwaarden van de AGVV van toepassing. Voor meer informatie verwijzen wij u naar Staatssteun | ZonMw.

  • Een stichting kan een onderneming zijn in de zin van de staatssteunregels. De kern is of de stichting (of andere entiteit) een economische activiteit uitvoert. Als het een economische activiteit uitvoert, is de stichting (of andere entiteit: de status van de entiteit is namelijk niet bepalend) een onderneming.

    Het niet hebben van een winstoogmerk, is niet doorslaggevend voor het zijn van een onderneming. Concurrentie op de markt volstaat. Het zou zo kunnen zijn dat een entiteit die zowel economische als niet-economische activiteiten verricht alleen voor die economische activiteiten een onderneming is.

  • Een kleine onderneming is een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijks balanstotaal 10 miljoen euro niet overschrijdt. Een middelgrote onderneming is een onderneming waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro en/of het jaarlijks balanstotaal 43 miljoen euro niet overschrijdt. Een grote onderneming is een onderneming waar 250 of meer personen werkzaam zijn en/of waarvan de jaaromzet meer dan 50 miljoen euro bedraagt en/of het jaarlijks balanstotaal meer dan 43 miljoen euro bedraagt.

  • Alleen ondernemingen die (a) aanspraak maken op een deel van de subsidie (b) onder de AGVV en (c) zich classificeren als een kleine of middelgrote ondernemingen moeten een uitdraai van de EU Self Assessment wizard aanleveren. 

    Omdat kleine en middelgrote ondernemingen een hoger steunpercentage krijgen dan grote ondernemingen, dient aangetoond te worden dat het om een kleine of middelgrote onderneming gaat. Dit kunt u doen door de EU SME Self Assessment Wizard in te vullen (zie hiervoor de desbetreffende sectie in de subsidieaanvraag) en vervolgens het formulier (of screenshot) bij indiening van de subsidieaanvraag aan te leveren als verplichte bijlage (bijlage 3 verklaringen per projectpartner). Het formulier mag maximaal 14 dagen vóór indiening van de aanvraag zijn gegenereerd. 

    De volgende partijen hoeven dus geen uitdraai van de EU Self Assessment Wizard aan te leveren:

    • Universiteiten en UMC’s.
    • Onderzoeksorganisaties in de zin van het O&O&I-kader (door ZonMw vastgesteld). 
    • Ondernemingen die géén aanspraak maken op (een deel van) de subsidie .
    • Ondernemingen die aanspraak maken op (een deel van) de subsidie op basis van de de-minimisverordening.
    • Ondernemingen die zich classificeren als een grote onderneming.
  • Op grond van de de-minimisverordening kan een onderneming van verschillende overheidsinstellingen maximaal € 300.000,- aan subsidie onder de de-minimisverordening ontvangen over een periode van 3 jaar. Naast de de-minimisverordening, kunt u gebruik maken van het vrijstellingsinstrument AGVV. 

    De voorwaarden die gelden voor de vrijstellingsinstrumenten de-minimis en/of AGVV kunt u vinden op de webpagina Vrijstellingsinstrumenten staatssteun en in de subsidieoproep.

  • De de-minimisverordening heeft alleen betrekking op subsidies waarbij ook de de-minimisverordening van toepassing was. Op grond van de de-minimisverordening kan een onderneming van verschillende overheidsinstellingen – niet alleen ZonMw – maximaal € 300.000,- aan subsidie ontvangen over een periode van 3 jaar zonder dat dit ongeoorloofde staatssteun oplevert. Bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag dient u een Verklaring de-minimissteun in waarin u alle de-minimissteun opgeeft die u over de 3 voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar heeft ontvangen.

  • Het aanbieden van goederen en/of diensten op een markt zijn economische activiteiten.

    Voorbeelden van economische activiteiten:

    • Verlenen van zorg (Nederlandse zorgstelsel).
    • Advisering (consultancy).
    • Aanbieden van trainingen, cursussen en opleidingen.
    • Ontwikkelen van lesmateriaal.

    Voorbeelden van niet-economische activiteiten:

    • Taken van de overheid (overheidsprerogatief): bijv. inspectiediensten, openbaar onderwijs, een aan ondernemingen opgelegde meldingsplicht door de overheid (over bepaalde gegevens) enz.
    • Behartigen van belangen.
    • Activiteiten uitsluitend bedoeld voor eigen leden.
    • Opstellen van kwaliteitsstandaarden.
  • Nee, cofinanciering is niet in alle gevallen verplicht. Of cofinanciering vereist is, hangt af van de aard van de activiteiten en het toepasselijke staatssteunkader.

    Onderzoeksorganisaties: Nederlandse onderzoeksorganisaties in de zin van het EU-staatssteunrecht kunnen voor hun niet-economische onderzoeksactiviteiten in aanmerking komen voor vergoeding van 100% van de subsidiabele kosten. In dat geval is geen cofinanciering vereist.

    Hbo-instellingen: hbo-instellingen hoeven géén cofinanciering te leveren wanneer zij activiteiten uitvoeren binnen hun wettelijke taak (dat wil zeggen niet-economische activiteiten). Indien een hbo-instellingen economische activiteiten verricht, wordt de aanvraag beoordeeld volgens de staatssteunkaders die voor ondernemingen gelden. In dat geval kan cofinanciering wel verplicht zijn.

    Ondernemingen: Ondernemingen komen in aanmerking voor een steunintensiteit die afhankelijk is van het toepasselijke vrijstellingsinstrument. Of een eigen bijdrage of cofinanciering vereist is, hangt af van de voorwaarden van dat instrument.

    1. Subsidie onder de de-minimisverordening
      Wanneer subsidie wordt verleend onder de de-minimisverordening (maximaal € 300.000,- over 3 belastingjaren), is geen verplichte cofinanciering vereist, mits de onderneming voldoende de-minimisruimte heeft.
    2. Subsidie onder de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV)
      Indien de de-minimisverordening niet kan worden toegepast, wordt subsidie verleend onder de AGVV. In dat geval geldt een maximaal steunpercentage en is cofinanciering verplicht. Hoe hoog de steunintensiteit is kunt u vinden in de subsidieoproep.
  • Als er sprake is van een onderneming en de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) van toepassing is, geldt er voor deze oproep een basis steunintensiteit van 50%. Dit percentage kan onder voorwaarden verhoogd worden. Dit hangt af van:

    • De grootte van de onderneming (klein/middelgroot/groot);
    • Of er sprake is van het beschikbaar stellen van licenties met IE-rechten of ruime verspreiding van projectresultaten. Onder ruime verspreiding wordt verstaan: 1) open, vrije en niet-discriminerende toegang tot de onderzoeksresultaten, en 2) brede beschikbaarheid voor de samenleving.

    Zie hieronder een tabel met een overzicht van de mogelijke steunintensiteit en verplichte cofinanciering.

    Kleine ondernemingMiddelgrote ondernemingGrote onderneming
    Basis steunintensiteit50%50%50%
    Verhoging steunintensiteit type onderneming20%10%Geen

    i. Licenties met IE-rechten worden tegen een marktprijs beschikbaar gesteld; 

    of

    ii. Ruime verspreiding van projectresultaten

    10%15%15%
    Maximale steunintensiteit80%75%65%
    Cofinanciering20%25%35%

    Om vast te stellen of uw organisatie klein of middelgroot is, moet u het EU SME Self Assessment Wizard invullen en bij ZonMw aanleveren bij indiening van de subsidieaanvraag. Dit formulier maximaal 14 dagen voor indienen gemaakt zijn.

  • Cofinanciering (zoals bij AGVV) of eigen bijdrage mag in-cash, in-kind of een combinatie van beiden zijn.

    • In cash: een financiële bijdrage uit eigen middelen aan het project 
    • In kind: Inbreng van middelen of diensten, zoals bijvoorbeeld personele inzet en/of materiële bijdragen aan het project. Hierbij kunt u ook denken aan het beschikbaar stellen van ruimtes.
  • Alleen partijen die mogelijk staatssteun ontvangen moeten een staatssteunverklaring indienen. Dit betreft ondernemingen die (een deel van) de subsidie ontvangen en daarmee begunstigden kunnen zijn.

    Onderzoeksorganisaties die door ZonMw als onderzoeksorganisatie zijn gekwalificeerd en binnen het project uitsluitend niet-economische activiteiten uitvoeren, hoeven geen staatssteunverklaring in te dienen. Voeren zij (deels) economische activiteiten uit, dan worden zij voor dat deel als onderneming beschouwd en moeten zij wel een staatssteunverklaring indienen.

    Cofinanciering wordt alleen gevraagd van ondernemingen die directe ontvangers van de subsidie zijn: dit zijn alleen de (mede)aanvragers. Partijen die enkel producten of diensten leveren op basis van een aanbesteding (inkoop/opdracht), hoeven dus geen cofinanciering te leveren en staatssteunverklaringen in te vullen.

    Voor hbo-instellingen geldt het volgende: wanneer zij activiteiten uitvoeren binnen hun wettelijke taak (niet-economische activiteiten), hoeven zij geen staatssteunverklaring in te vullen. Ontvangen zij echter (ook) subsidie voor economische activiteiten, dan worden zij in dit kader als onderneming beschouwd en moeten zij wél een staatssteunverklaring indienen.

  • Indien een partij alleen een ‘in kind’- of een ‘in cash’-bijdrage levert, zijn er geen staatssteunverklaringen nodig, enkel een Letter of Commitment. De partij van de hoofdaanvrager hoeft geen Letter of Commitment aan te leveren. 

Kenmerken

Openingsdatum:
5 oktober 2026
Budget subsidieronde:
2 miljoen euro
Budget per aanvraag:
€ 500.000
Gerelateerde programma's:

Veelgestelde vragen

Bekijk hier de veelgestelde vragen over de subsidie 'Effectiviteit van zorg- en organisatietrajecten in de kortdurende herstelgerichte zorg'.

Online informatiebijeenkomst

Op donderdag 8 oktober 2026 van 12.00 tot 13.00 uur organiseert het ZonMw-programma Beter Thuis 2 een online informatiebijeenkomst over deze subsidieoproep. Tijdens deze online informatiebijeenkomst vertellen we meer over het doel van de oproep, de criteria en het aanvraagproces. Meld u hier aan

Contact

Vicky de Boer

senior programmamanager
beterthuis [at] zonmw.nl

Daniek Korver

programmamanager
beterthuis [at] zonmw.nl

Inez de Groot

programmasecretaris
beterthuis [at] zonmw.nl

Servicedesk

Neem bij technische vragen over het online indiensysteem van ZonMw contact op met Servicedesk Mijn ZonMw. Deze is van maandag t/m vrijdag tussen 8.00 tot 17.00 uur bereikbaar.
servicedesk [at] zonmw.nl