Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Toekomstbestendige verpleging en verzorging vraagt om verpleegkundig leiderschap

Interview met Lisette Schoonhoven, Thóra Hafsteinsdóttir, Lisa van Dongen en Marianne Lensink
Laatst aangepast:

In Nederland stond de verplegingswetenschap lange tijd in de schaduw van andere medische disciplines. Mede dankzij het programma Leadership Mentoring in Nursing Research (LMNR) begon dat te veranderen. Het programma groeide in 10 jaar uit tot een belangrijke motor achter de ontwikkeling van de verplegingswetenschap en verpleegkundig leiderschap.

In 2015 was de verplegingswetenschap in Nederland nog een kleine stem in de academische wereld. In landen als het Verenigd Koninkrijk en Zweden waren honderden hoogleraren actief in nursing science, Nederland telde er op dat moment slechts enkelen. Dat gegeven vormde de voedingsbodem voor een programma – Leadership Mentoring in Nursing Research – dat gepromoveerde verpleegkundigen ondersteunt in hun ontwikkeling als academisch en strategisch leider. 

‘In 2015 hadden we 4 hoogleraren Verplegingswetenschap in Nederland’, vertelt hoogleraar Verplegingswetenschap Lisette Schoonhoven van het UMC Utrecht. ‘3 van hen, Marieke Schuurmans, Jan Hamers en Theo van Achterberg, besloten de krachten te bundelen om de verplegingswetenschap verder te brengen. Ze kwamen tot de conclusie dat er een pool van verpleegkundigen nodig was die potentieel tot hoogleraar zouden kunnen worden opgeleid. Daarvoor zou een leiderschapsprogramma opgezet moeten worden. Dat idee is met ZonMw en VWS besproken en kreeg groen licht.’

Verpleegkundigen op strategische posities

De opdracht om het programma vorm te geven kwam terecht bij Thóra Hafsteinsdóttir, verplegingswetenschapper bij het UMC Utrecht en jarenlang programmacoördinator van LMNR. ‘Het programma is ontwikkeld op basis van 3 stappen’, vertelt Hafsteinsdóttir. ‘In eerste instantie hebben wij literatuuronderzoek gedaan waarbij we alle onderzoeken naar leiderschap en mentoring hebben bekeken. Internationale rapporten van onder meer de World Health Organisation en de International Council of Nurses gaven aan: verpleegkundigen zijn niet zichtbaar en zitten niet in beleidsfuncties of op andere strategische posities. De tweede stap was de review van de blueprint van het programma door nationale en internationale experts, postdoctorale verpleegkundigen en promovendi. Als derde stap kozen we een theoretisch kader voor het programma. Zo ontstond LMNR, waarmee we gepromoveerde verpleegkundigen wilden versterken in hun ontwikkeling.’

Individuele mentoring

Lisa van Dongen, assistant-professor bij het UMC Utrecht en onderzoeker van verpleegkundig leiderschap, is recent bij LMNR betrokken. ‘Het LMNR-programma duurt 2 jaar en bestaat uit een aantal vaste elementen. De fellows krijgen een persoonlijk leiderschapsassessment, volgen face-to-face masterclasses en expertsessies, waarin de fellows met internationale experts in discussie gaan over leiderschap. Verder werken ze samen met een mentor, niet alleen aan hun persoonlijke ontwikkeling en carrière, maar ook aan hun bijdrage aan het vak verpleegkunde.’ 

Die individuele mentoring is heel belangrijk. Iedere fellow maakt een persoonlijk leiderschapsplan en op basis daarvan benadert de fellow een mentor. ‘Daarbij stimuleren we deelnemers om uit hun comfortzone te stappen’, aldus van Dongen. ‘Niet meteen iemand kiezen die je al kent of die je leidinggevende is, maar iemand die past bij jouw doelen. Soms is dat doel leiderschap in bredere zin, soms academische ontwikkeling of verdere ontwikkeling van een eigen onderzoeksprogramma. Je ziet dat de fellows steeds bewuster nadenken over hun eigen ambities en identiteit als wetenschapper. Als je weet waar je naar toe wil, kun je stappen gaan zetten om daar te komen. Door dit met anderen te bespreken, hoef je dit pad niet alleen te lopen en kunnen anderen je daarin ondersteunen. De mentor speelt hier een belangrijke rol in.’

Afbeelding
Je ziet dat fellows steeds bewuster nadenken over hun eigen ambities en identiteit als wetenschapper.
Lisa van Dongen

Internationale netwerken versterken

In de 10 jaar dat het LMNR-programma loopt, werden fellows ook steeds meer gestimuleerd om buiten Nederland te kijken bij het kiezen van een mentor: Van Dongen: ‘Soms is het belangrijk dat iemand nationaal of internationaal zichtbaarder wordt, of onderzoek doet dat in een internationale context plaatsvindt. Dan is de kans groot dat een expert niet in Nederland zit.’ ‘De buitenlandstages zijn inmiddels verplicht’, vult Hafsteinsdóttir aan. ‘Daardoor kreeg het LMNR-programma ook bekendheid buiten Nederland en dit resulteerde in verzoeken om presentaties op internationale congressen. Uit de reacties bleek dat LMNR als zeer waardevol werd gezien voor de ontwikkeling van leiderschap en internationale netwerken.’

Afbeelding
Door de buitenlandstages kreeg het LMNR-programma ook bekendheid buiten Nederland. LMNR werd als zeer waardevol gezien voor de ontwikkeling van leiderschap en internationale netwerken.
Thóra Hafsteinsdóttir

Europese dimensie

Intussen was in 2017 het Europese programma Nurse Lead opgezet, gefinancierd met een Erasmus+-subsidie. Hafsteinsdóttir was ook coördinator van dit programma. ‘Deelnemende landen waren IJsland, Nederland, Finland, Duitsland, Portugal en Litouwen. Ongeveer 50 promovendi en postdocs verpleegkunde hebben deelgenomen aan Nurse Lead, waarvan 10 uit Nederland. De fellows volgden anderhalf jaar online expertsessies, ontwikkelden een persoonlijk leiderschapsplan en werkten met een mentor, bij voorkeur internationaal. Het was een succesvol initiatief. Wij hebben de impact van Nurse Lead onderzocht en daaruit bleek dat fellows hun leiderschapsvaardigheden en professionele competenties significant hebben verbeterd. Ze beschrijven hun ervaringen met het programma als zeer waardevol.’ 

‘Zowel binnen Nurse Lead als het LMNR-programma zijn internationale mentoringduo’s ontstaan’, aldus van Dongen. ‘Ze spreken elkaar regelmatig, werken samen en zoeken elkaar op. Dat is zó waardevol. Het opent werelden die anders misschien gesloten zouden blijven.’

Strategische positionering

De resultaten van LMNR tekenen zich steeds duidelijker af. ‘Wat we zien is dat deelnemers veel sterker in hun schoenen komen te staan’, vertelt Hafsteinsdóttir. ‘Ze durven meer naar voren te treden en hun kwaliteiten in te zetten. Bescheidenheid is de meeste verpleegkundigen eigen. Dit programma helpt hen om een podium te pakken. Veel fellows hebben voor het eerst echt scherp gekregen wat hun visie is en hoe zij hun onderzoeksprogramma kunnen ontwikkelen. Ook hebben ze beter zicht op waar zij heen willen met eigen carrière en hoe zij daar komen.’

Het programma richt zich dan ook niet alleen op individuele groei, maar ook op strategische positionering. Schoonhoven: ‘Het gaat erom dat verpleegkundigen leren: hoe beweeg ik me in een universiteit? In een umc? Hoe kom ik op posities waar ik ook echt invloed heb? Dat leer je niet in je basisopleiding. Dat leer je vaak ook niet tijdens een promotie. Maar het is wél essentieel. Het gaat over strategisch meedenken op macroniveau, over weten hoe financieringsstromen werken, over beleidsinvloed. Dat moeten verpleegkundigen ook leren.’

Afbeelding
Het gaat erom dat verpleegkundigen leren: hoe beweeg ik me in een universiteit? In een umc? Hoe kom ik op posities waar ik ook echt invloed heb?
Lisette Schoonhoven

Naar nieuwe edities van LMNR

Marianne Lensink, verplegingswetenschapper en ervaren bestuurder in de zorg, is het helemaal met Schoonhoven eens. Lensink heeft eind 2025 de functie van programmacoördinator van Hafsteinsdóttir overgenomen. Ze is uitgesproken over wat er nog moet gebeuren. ‘Tot 2030 kan met ZonMw-subsidie jaarlijks een nieuwe LMNR-groep starten, steeds met 10 deelnemers’, vertelt Lensink. ‘Dat is heel mooi, maar ik zou willen dat er structureel geld komt voor dit leiderschapsprogramma. We weten dat dit soort programma’s pas op de lange termijn echt vruchten afwerpt. Er zijn meer hoogleraren Verplegingswetenschap nodig. We hebben er nu 20 en eerlijk gezegd vind ik dat een druppel op de gloeiende plaat. Daarnaast moeten er meer verpleegkundigen in strategische gremia komen, zoals in de Gezondheidsraad, bij zorgverzekeraars en in de politiek. Met 1 verpleegkundige in een raad ga je de wereld niet veranderen.’ 

Afbeelding
Er moeten meer verpleegkundigen in strategische gremia komen, zoals in de Gezondheidsraad, bij zorgverzekeraars en in de politiek.
Marianne Lensink

Bestuurders spelen een belangrijke rol bij de verdere uitrol van het programma, vindt Lensink. ‘Als bestuurders de waarde van zulke programma’s niet zien, gaat het niet vliegen. Ze moeten weten wat verpleegkundig onderzoek betekent, wat verpleegkundig leiderschap betekent. Dat is nog lang niet overal zo. Van belang is dat bestuurders een verpleegkundige onderzoekstructuur vormgeven en dat de master Verplegingswetenschap structureel wordt mogelijk gemaakt voor verpleegkundigen in alle velden van de gezondheidszorg. Daarom gaan we bestuurders actief betrekken bij LMNR, onder meer via ontmoetingen met de fellows. Ze moeten zien: deze groep is cruciaal.’ 

LMNR 4.0 tot en met 7.0

Het verpleegkundig leiderschapsprogramma Leadership & Mentoring in Nursing Research (LMNR) helpt (bijna) gepromoveerde verpleegkundigen zich te ontwikkelen zich tot academische leiders die bruggen slaan tussen onderzoek, praktijk, beleid en onderwijs. Het is een doorlopend initiatief van UMC Utrecht, ZonMw, V&VN en het Wetenschappelijk College Verpleegkunde dat bijdraagt aan toekomstbestendige verplegingswetenschap en betere zorg. Na LMNR 4.0 volgen nog 3 edities, zodat verpleegkundig leiderschap structureel wordt versterkt. 

Lees meer over LMNR 4.0-7.0

Innovatie, ontwikkeling en onderzoek

LMNR begon als een antwoord op een tekort – aan leerstoelen, aan verpleegkundig leiders en misschien ook wel aan vertrouwen in de eigen kracht van verpleegkundigen. 10 jaar later staat er een internationale beweging, die verpleegkundigen helpt leiderschap te ontwikkelen. ‘We hebben 3 succesvolle edities gehad’, zegt Lensink. ‘Nu willen we alumni van LMNR blijven betrekken om hun kennis te delen en nieuwe generaties verpleegkundigen te inspireren. En we onderzoeken hoe we deze groep ook na het programma kunnen blijven ondersteunen. Als we van verpleegkundigen verwachten dat ze onderzoek doen, leiderschap tonen en innovaties implementeren, moeten we hen ook de tijd en middelen geven. Voor de toekomst van de zorg.’

Lensink heeft alle vertrouwen in die toekomst. ‘Steeds meer gepromoveerde verpleegkundigen willen meedoen met het programma. Het niveau van de aanmeldingen voor LNMR 4.0 was opvallend hoog. De nieuwe lichting brengt veel talent en energie en dat is hoopgevend. Maar structureel budget blijft nodig. Alleen dan kunnen we de verplegingswetenschap niet alleen strategisch, maar ook als wetenschap en praktijk verder professionaliseren.’

Deelnemers LMNR 4.0

De deelnemers aan LMNR 4.0 zijn:

Ook aan de slag met leiderschap?

Ontdek welk leiderschapsgedrag jij zelf in de dagelijkse praktijk laat zien. Kom naar de sessie Verpleegkundig leiderschap in de praktijk tijdens de ZonMw-netwerkbijeenkomst verpleging en verzorging op dinsdag 2 juni 2026 in Driebergen.

Meld je aan voor de netwerkbijeenkomst V&V op 2 juni 2026

Colofon
Auteur:
Astrid van den Berg | Tekst en advies
Fotografie:
Thomas Duiker | Dyve Media
Redacteur:
ZonMw

Leiderschap en zeggenschap

Met leertrajecten en persoonsgebonden subsidies ondersteunen we talentvolle verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden in de ontwikkeling van hun persoonlijke leiderschapskwaliteiten. Zodat zij hun zeggenschap kunnen vergroten en zelf invloed kunnen uitoefenen op het beleid en de financiering in de zorg.