Samen bouwen aan de wijkverpleging van overmorgen

Interview met Nienke Bleijenberg en Denise Temmink

Zorg verleend door de wijkverpleging wordt steeds belangrijker. Tegelijkertijd ontbreekt er nog kennis over hoe dit het beste kan. De Academische Werkplaatsen Wijkverpleging ontwikkelen deze kennis, en brengen praktijk, onderwijs, onderzoek en beleid samen. Volgens Nienke Bleijenberg en Denise Temmink is dat geen luxe, maar absolute noodzaak.

Door de dubbele vergrijzing, het toenemende aantal zorgvragen en een kortere ligduur in het ziekenhuis ontvangen steeds meer mensen zorg en ondersteuning in hun eigen omgeving. Tegelijkertijd zijn er juist minder zorgprofessionals en neemt de complexiteit van de zorg toe. Zorgprofessionals in de wijkverpleging nemen iedere dag belangrijke beslissingen, maar de wetenschappelijke kennis die hen daarbij kan helpen is niet altijd beschikbaar of vindbaar. Dit probleem kent Nienke Bleijenberg maar al te goed. ‘Er gebeurt veel moois in de praktijk, maar tegelijkertijd zagen we dat het bij losse initiatieven bleef. De kennisontwikkeling was versnipperd en ongeorganiseerd, en grootschalige implementatie bleef uit. Ook was er geen kennisinfrastructuur voor de wijkverpleging. We zagen bij andere academische werkplaatsen, zoals die voor de ouderenzorg, wat er kan ontstaan wanneer je praktijk, onderwijs, onderzoek en beleid samenbrengt. Dat moest er ook voor de wijkverpleging komen vonden wij.’ Dat werd de Utrechtse Academische Werkplaats Verpleegkunde in de Wijk – een netwerk waarin kennis ontwikkeld, gedeeld en gebruikt wordt door zowel de praktijk, het onderwijs en onderzoek én beleid.

Een wijk-overstijgend vraagstuk

Al snel werd het Nienke duidelijk dat dit vraagstuk verder reikte dan de wijkverpleging in Utrecht, waar zij in 2018 de werkplaats oprichtte. ‘Het zijn grote vraagstukken die speelden. Hoe versterken we de verplegingswetenschap om goede zorg te leveren aan mensen thuis? En hoe gaan we daarvoor nieuwe kennis ontwikkelen, verspreiden en toepassen in de praktijk? Het gaat eigenlijk over het academiseren van ons vakgebied.’ Daarvoor is samenwerking nodig. Niet alleen tussen onderzoekers, maar juist ook met zorgprofessionals, docenten, studenten, cliënten, naasten en beleidsmakers.
Ook Denise Temmink, senior programmamanager Verpleging en Verzorging bij ZonMw, zag de noodzaak van een blijvende samenwerking voor de wijkverpleging. ‘Je ziet een landelijke verschuiving van de ziekenhuiszorg naar de wijk. Niet iedereen kan meer naar een zorginstelling en de patiëntenstroom veranderd. Maar de kennisinfrastructuur om deze verschuiving te ondersteunen bleef achter. Het was duidelijk dat we daar op een gestructureerde manier moesten inspringen, en niet met losstaande projecten.’ 

De puzzel voor de verpleging en verzorging leggen we samen. Om de de praktijk en het onderwijs de juiste handvatten te kunnen bieden, is het nodig dat we hand en hand professionaliseren.
Denise Temmink
Senior programmamanager V&V (ZonMw)

5 werkplaatsen, 1 landelijk aanspreekpunt

Om te werken aan deze infrastructuur hebben 5 academische werkplaatsen wijkverpleging eind 2024 subsidie gekregen vanuit ZonMw, in de regio’s Limburg, Nijmegen, Noord, Noord-Holland en Utrecht. ‘Er zijn accentverschillen per regio,’ zegt Nienke. ‘En dat is maar goed ook. We zijn regionaal verankerd, en daar stemmen we af op de behoefte van de praktijkpartners. Maar op landelijk niveau stemmen we af wie wat doet, hoe we samenwerken en hoe we kennis kunnen delen. Hierdoor is het geheel meer dan de som der delen. Onze impact is echt groter.’ ‘Het is een overkoepelende paraplu,’ legt Denise uit. ‘Hier kunnen de werkplaatsen vragen stellen zoals: welke onderwerpen of knelpunten spelen er in jouw regio? Op welke thema’s trekken we gezamenlijk op? Je voorkomt dat dingen dubbel worden gedaan.’ 
Niet alleen stimuleert dit de samenwerking onderling, maar ook de verbinding met beleidspartijen is volgens Nienke makkelijker te maken. ‘Er zit een behoefte vanuit het beleid en de wetenschap om nog slimmer met elkaar uitwisselen. We werken eigenlijk aan dezelfde vraagstukken. Het is zonde als we elkaar niet benutten.’ ‘Ook is het een duidelijk aanspreekpunt voor vragen uit onderzoek, onderwijs, praktijk en beleid,’ valt Denise bij. ‘Dat was er voorheen niet. Je wist als partij niet precies waar je terecht kon met vragen, of om eens te brainstormen. En dat punt is er nu, met de landelijke infrastructuur wijkverpleging, wel. Dat maakt het werken aan de uitdagingen in de zorg een stuk makkelijker.’

slide 1 van 2

Nienke Bleijenberg

Als lector Proactieve Zorg voor Thuiswonende Ouderen aan de Hogeschool Utrecht en Associate Professor bij het UMC Utrecht, richt Nienke Bleijenberg zich met passie op data-gedreven verpleegkundige zorg en het verbeteren van de zorg voor ouderen. Naast haar jarenlange ervaring in het academisch onderwijs en onderzoek, heeft ze eveneens meerdere complexe interventies ontwikkeld voor de praktijk in de eerstelijns zorg.
 

slide 2 van 2

Denise Temmink

Senior Programmamanager Denise Temmink beschrijft zichzelf als niet-praktiserend verpleegkundige, al heeft ze jaren ervaring met verpleegkundige hulp in ontwikkelingssamenwerking. Ze richt zich sinds 2018 op de invulling en uitvoering van het programma Verpleging en Verzorging bij ZonMw. Daarnaast heeft ze voor haar promotie aan de Universiteit van Maastricht onderzoek gedaan naar transmurale verpleegkundige spreekuren, kwaliteit van zorg en palliatieve zorg.

Kennisontwikkeling begint in de praktijk

Het ontwikkelen van nieuwe kennis begint in de academische werkplaats bij vragen uit de dagelijkse praktijk, legt Nienke uit. ‘Uit de praktijk komt de vraag: we krijgen een steeds complexere patiënt die eerder naar huis komt uit het ziekenhuis. Hoe gaan we daar goede zorg en ondersteuning aan leveren? Onderzoekers uit de werkplaats gaan vervolgens met de praktijkprofessionals én met de mensen om wie het gaat (cliënten en naasten) kijken naar nieuwe oplossingen en interventies.’ Zo sluit onderzoek beter aan bij wat wijkverpleegkundigen, verzorgenden, verpleegkundig specialisten én cliënten werkelijk nodig hebben.
‘De werkplaatsen faciliteren niet alleen de samenwerking tussen het onderzoek en de praktijk, maar ook met het onderwijs,’ vult Denise aan. ‘Het sneller laten landen van kennis in het mbo, hbo en wo is ook een van de opdrachten.’ ‘De commitment vanuit onderwijspartners om mee te doen [LP1.1]volgde al heel snel,’ valt Nienke haar bij. ‘Studenten en docenten worden echt betrokken bij implementatie- en onderzoeksprojecten. Studenten kunnen een afstudeeropdracht doen waar echt iets mee gedaan wordt, en docenten zien met welke praktijkvraagstukken hun studenten werken.’

Bruggenbouwers als motor

De bruggenbouwers of linking pins spelen een centrale rol in deze samenwerking. Dit zijn wetenschappelijk opgeleide verpleegkundigen die gekoppeld aan een zorgorganisatie onderzoek doen. ‘Ze zijn verbinders,’ stelt Nienke. ‘Ze werken samen met docenten, onderzoekers, praktijkprofessionals en patiëntvertegenwoordigers. Enerzijds helpen ze nieuwe kennis te ontwikkelen, maar zij hebben ook zicht op hoe deze kennis in een organisatie geïmplementeerd kan worden. Zij zijn de motor van de werkplaats.’
Denise knikt bevestigend. ‘Er komt een kennisstroom op gang als mensen met het ene been in het ene veld staan en met het andere been in het ander. Dan krijg je een stevige infrastructuur. En dat is de sleutel tot het maken van grotere stappen in het ontwikkelen en implementeren van kennis.’ 

Academische Werkplaatsen Wijkverpleging

Logo Academische Werkplaatsen Wijkverpleging Nederland

De wijkverpleging staat voor grote uitdagingen door een groeiende en complexere zorgvraag. Dit vraagt om slimme, innovatieve oplossingen en nieuwe kennis. Daarom hebben 5 Academische Werkplaatsen Wijkverpleging eind 2024 subsidie gekregen om hiervoor een goede kennisinfrastructuur op te zetten. Zij ontwikkelen kennis over thema’s als langer zelfstandig thuis wonen en preventie, onderzoeken de inzet van zorgtechnologie, en delen kennis over de professionalisering van zorgprofessionals, acute wijkverpleging en passende zorg in de verpleging en verzorging. 

De werkplaatsen komen samen in een landelijke kennisinfrastructuur, en vertegenwoordigen 34 grote verzorgingshuizen en thuiszorgorganisaties (VVT), 8 mbo-instellingen, 6 hbo-instellingen en 5 universiteiten. Ook ouderen(vertegenwoordigers), cliënten en naasten, beroepsverenigingen en beleidsmakers zijn actief betrokken, zowel op regionaal als landelijk niveau.

Lees meer over de Academische Werkplaatsen Wijkverpleging

Gedeelde kennis voor gedeeld succes

Door samen op te trekken blijft nieuwe kennis niet beperkt tot de regio, maar kan het doorsijpelen naar het gehele vakgebied. Volgens Nienke is dit het doel achter de werkplaatsen, en is deze gedeelde ambitie een van de succesfactoren. ‘We zijn echt overtuigd: dit kunnen we alleen maar samen oppakken. Als we dit niet samen doen, dan gaat het niet werken. Deze vraagstukken zijn zo groot en zo urgent, dit vraagt om een strategie. Dat is echt de kracht geweest, om zo met elkaar te starten.’ Deze samenwerking maakt het ook mogelijk om kennis sneller te verspreiden. ‘Een mooi voorbeeld is het project Data Nurse, een landelijk leernetwerk rondom samen beslissen waar vanuit 3 regio’s aan gewerkt is. Het kon vanuit de werkplaats meteen verspreid en gedeeld worden.’ Een goed idee uit 1 regio kan zo waarde krijgen voor de wijkverpleging en cliënten in heel Nederland. ‘Doordat er meer gedeelde kennis is, kan praktijkvariatie verminderd worden,’ zegt Denise. ‘Het zou in principe niet uit moeten maken of je in Groningen of Maastricht woont. Je kunt ongeveer vergelijkbare zorg krijgen, van vergelijkbaar niveau.’

Samenwerking vraagt ook werk

De betrokkenheid bij de werkplaatsen is groot, maar een sterke kennisinfrastructuur ontstaat niet vanzelf. ‘Het vraagt tijd om de relaties op te bouwen’, zegt Nienke. ‘Je moet je samenwerkingspartners leren kennen. Wat is voor wie belangrijk? Welke thema’s zijn voor zorgorganisaties van belang? Hoe borgen we deze nieuwe kennis in het onderwijs?’

Foto van Nienke Bleijenberg
Een sterke kennisinfrastructuur voor de wijkverpleging draagt bij aan de zorg van morgen en overmorgen. Dat vraagt om een investering van alle partijen.
Nienke Bleijenberg
Lector Proactieve Zorg voor Thuiswonende Ouderen (HU), Associate professor (UMC Utrecht)

Ook Denise erkent dat er nog veel te ontwikkelen is voor het veld. ‘Het is belangrijk dat deze nieuwe kennis terecht komt in aanbevelingen in richtlijnen. Als je de zorg gericht toekomstbestendig wilt maken, dan helpt een goede kennisagenda.’ Het landelijk consortium werkt daarom aan een update van de kennisagenda wijkverpleging. ‘Het is belangrijk dat de kennisvragen uit de agenda echt bijdragen aan het toekomstbestendig maken van de zorg’, stelt Denise. Dat houdt in dat de wijkverpleging toegankelijk blijft, dat er voldoende professionals zijn en dat zij zorg van goede kwaliteit kunnen bieden. De kennisagenda helpt om daarin keuzes te maken.

Kennisagenda overhandigd tijdens netwerkdag

Overhandiging kennisagenda wijkverpleging tijdens eerste netwerkdag Academische Werkplaatsen Wijkverpleging

Meer dan 200 zorgprofessionals, cliënten en naasten, onderzoekers, docenten, studenten, bestuurders en beleidsmakers kwamen op 26 oktober samen voor de eerste landelijke netwerkdag van de Academische Werkplaatsen Wijkverpleging. Naast een dag vol inspiratie en connectie, is ook de Kennisagenda Wijkverpleging uitgereikt. Hierin staan de belangrijkste kennisvragen voor de toekomst van de wijkverpleging, en wordt er richting gegeven aan welk onderzoek benodigd is voor goede en passende zorg.

Bekijk de Kennisagenda Wijkverpleging

Ruimte om te groeien in je vak

Voor wijkverpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten bieden de werkplaatsen iets wat in de drukke praktijk vaak ontbreekt: ruimte om uit te zoomen. Zij worden uitgedaagd om op een andere manier na te denken over hun werk over hun werk. Ze kunnen nieuwe kennis opdoen en meewerken aan verbeteringen. ‘Ze werken met elkaar aan concrete oplossingen voor de praktijk, in een netwerk waarin ze samen leren en verbeteren’, vertelt Nienke. ‘Dat draagt echt bij aan hun werkplezier. Het biedt carrièremogelijkheden en perspectieven.’ Dat is belangrijk in een sector waar het vinden en behouden van professionals een grote uitdaging is.
Ook studenten krijgen via de werkplaatsen ruimte om zich te verdiepen. ‘We komen uit een periode dat studenten de opleiding Verpleegkunde niet altijd afmaakte, of meestal niet voor de wijkverpleging kozen als stageplek’, blikt Denise terug. ‘Maar we zien dat studenten nu vaker voor de wijkverpleging kiezen, hun stage én opleiding goed afronden, en daarna kiezen voor het werken in de wijkverpleging. Dat is natuurlijk een zeer positieve trend.’

De zorg van overmorgen vraagt om lef

Vanuit het veld is de interesse in de academische werkplaatsen wijkverpleging duidelijk voelbaar. ‘We krijgen regelmatig de vraag van wijkverpleegkundigen of hun zorgorganisatie ook kan aansluiten bij de werkplaatsen’, begint Nienke. ‘We krijgen op alle niveaus te horen hoe interessant dit is. Het leeft echt.’ Maar het is belangrijk om de kwetsbaarheid van de werkplaatsen niet uit het oog te verliezen. Om deze kennisinfrastructuur goed neer te zetten en te behouden is een investering nodig. Denise valt bij: ‘We hebben in de eerste jaren kunnen laten zien wat de meerwaarde is, maar de structurele en financiële commitment van partijen blijft van belang.’ Alleen met die gezamenlijke investering kan de kennisontwikkeling in de wijkverpleging blijven groeien, en klaarstaan voor de mensen die in de toekomst zorg nodig hebben.

‘Het vraagt om lef, om ruimte te maken voor innovatie en verandering’, sluit Nienke af. ‘Het gaat om behoud, om werkplezier en anders leren werken. En dat kan je in je eigen silo proberen op te lossen, maar uit onderzoek blijkt dat je het met elkaar moet doen.’ De werkplaatsen zijn geen extra activiteit, maar een noodzakelijke basis voor de wijkverpleging. Een basis die ervoor zorgt dat professionals kunnen blijven leren, studenten hun plaats in het vak ontdekken en cliënten kunnen blijven vertrouwen op passende zorg.

Colofon
Auteur:
Lisanne Pool
Fotografie:
Thomas Duiker | Works of Wonder
Redacteur:
ZonMw

Gerelateerde projecten

Gerelateerde programma’s

Academische Werkplaatsen Wijkverpleging

Voor een toekomstbestendige wijkverpleging is een goede kennisinfrastructuur essentieel. Daarom investeert ZonMw in het inrichten van de infrastructuur voor academische werkplaatsen wijkverpleging. In nauwe samenwerking tussen onderwijs, praktijk en onderzoek werken zij aan kennisontwikkeling, innovatie en de toepassing daarvan in de praktijk en onderwijs.