PRECISe-studie: eiwitrijke voeding helpt IC-patiënten niet bij hun herstel
Een week op de IC kost een patiënt al gauw 10 tot 15% aan spiermassa. Het idee bestond dat voeding met een zeer hoog eiwitgehalte kan helpen om dit te voorkomen, maar echt bewijs hiervoor ontbrak. Uit de PRECISe-studie blijkt nu zelfs een averechts effect. Het team kreeg op 10 april 2025 een ZonMw Parel voor de studie.
Een verblijf op een IC is zwaar voor een patiënt, zeker als er sprake is van beademing. Mensen verliezen veel spiermassa, deels door het lang stil liggen, deels vanwege veranderingen in de stofwisseling. Hun (dagelijks) functioneren na de opname lijdt daar stevig onder en ze herstellen vaak ook maar moeizaam. Het is dus zinvol dit probleem te voorkomen. In de internationale richtlijnen stond sinds jaar en dag dat IC-patiënten daarom dagelijks 1,3 tot zelfs 2,0 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht moeten krijgen toegediend (via een sonde of een infuus). Dat is ruim meer dan de dagelijkse 0,8 gram per kilogram die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aanbeveelt voor gezonde volwassenen. De extra eiwitten zouden het verlies van spiermassa voorkomen, maar voor deze hypothese was geen goed bewijs.
Opvallend snelle inclusie
Marcel van de Poll, chirurg/intensivist in het Maastricht UMC+ bedacht samen met collega Dieter Mesotten, anesthesioloog/intensivist in het Belgische Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk, een studie naar de effectiviteit van eiwitrijke voeding bij IC-patiënten. Dat gebeurde binnen BeNeFIT, een Belgisch-Nederlands samenwerkingsprogramma voor klinisch onderzoek naar bestaande interventies. ‘Er deden in elk land 5 ziekenhuizen mee, die in 2 jaar tijd 935 patiënten hebben geïncludeerd. Het ging om mensen die gemiddeld 10 dagen op de IC lagen en hun voeding via een maagsonde kregen. De studiegroep kreeg 2,0 gram per kilogram eiwit per dag, de controlegroep 1,3 gram.’
Patiënten in de stuurgroep
Waar de meeste IC-studies vooral ‘klinische’ uitkomsten zoals overleving als eindmaat gebruiken, ging het in de PRECISe-studie in eerste instantie om kwaliteit van leven en functioneel herstel. Van de Poll: ‘Deze uitkomstmaten zijn het meest relevant voor de patiënt en ze komen ook bij hen vandaan. We hebben al aan het begin voormalige IC-patiënten en vertegenwoordigers vanuit patiëntenorganisatie IC Connect gevraagd te reflecteren op het studieontwerp. En op de keuze van het eindpunt. We wilden zeker weten of wat we wilden uitzoeken daadwerkelijk relevant voor ze was. Omdat de patiënten erachter stonden was het makkelijker de collega’s in het veld te overtuigen van het belang van deze eindpunten. De patiënten zijn in het hele proces meegenomen. Ze zaten in onze stuurgroep en twee van hen zijn coauteur van onze Lancet-publicatie.’
Verrassende uitkomst
De studiedeelnemers hebben na hun IC-opname regelmatig gestandaardiseerde vragenlijsten ingevuld over mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn/discomfort en angst. De resultaten waren opmerkelijk: het gevoel zegt ‘hoe meer eiwit, hoe beter’, maar uit de studie bleek juist een averechts effect. Ernstig zieke IC-patiënten uit de experimentele groep hadden een vertraagd ontslag en lagere kwaliteit van leven na de IC-opname. Van de Poll: ’Er waren al wel aanwijzingen in de literatuur dat hoog eiwit mogelijk geen voordeel zou geven. Maar dat het zelfs duidelijk nadelig uitpakt, is toch wel een verrassing. Omdat eiwit veel stikstof bevat denken we dat het mogelijk te maken heeft met een soort stikstofophoping in het lichaam. Of het kan zijn dat bepaalde afweermechanismen door te veel eiwit geremd worden.’
Terug naar de tekentafel
Van de Poll is blij dat de resultaten duidelijkheid geven. Het is nu bewezen dat extra eiwitrijke voeding – boven de minimale norm uit de richtlijnen – geen goed idee is. De negatieve effecten roepen volgens hem zelfs de vraag op of deze minimale aanbeveling van 1,3 gram per kilogram niet al te hoog is voor IC-patiënten. Van de Poll: ‘De allerbelangrijkste implicatie is wat mij betreft een bewustwording in het veld, dat de richtlijnen gebaseerd waren op matig wetenschappelijk bewijs. De kwaliteit van de literatuur is gewoon niet goed genoeg. Wij hebben vastgesteld dat die 2,0 gram ten opzichte van de aanbevolen 1,3 gram echt te veel is. En misschien is dus ook die 1,3 gram – anderhalve keer de normale eiwitinname – te veel. We moeten terug naar de tekentafel en de voedingsrichtlijnen voor IC-patiënten opnieuw definiëren op basis van gedegen onderzoek.’
Onze studie is een wake-up-call voor de IC-wereld.
Meer dan alleen eiwit
Die herziening moet breder zijn dan alleen het eiwitadvies, vervolgt Van de Poll. ‘De aanbevelingen in de richtlijnen over de energiebehoefte van IC-patiënten zijn bijvoorbeeld ook gebaseerd op zwak bewijs. We willen met het partnerschap Maastricht-Genk graag verder met studies om voedingsvoorschriften op de IC te kunnen baseren op hoogwaardig wetenschappelijk bewijs. Bij het KCE – de Belgische evenknie van ZonMw – hebben we een voorstel ingediend om te onderzoeken of het daadwerkelijk nuttig is om IC-patiënten meer eiwit te geven dan gezonde mensen. Misschien moet het zelfs minder zijn. En met ons BeNeFit-consortium hebben we een voorstel ingediend om onderzoek te doen naar een mogelijk betere meetmethode van de energiebehoefte. Helaas is het niet vanzelfsprekend dat we deze voorstellen ook daadwerkelijk gefinancierd krijgen.’
Enthousiaste ziekenhuizen
Van de Poll is trots op het project. En op de ZonMw Parel die het team ervoor heeft gekregen. Hij herinnert zich nog de eerste gesprekken aan de keukentafel van Dieter Mesotten. ‘We waren ambitieus en wilden dat echt alle details zouden kloppen. Het is gelukt om een mooie grensoverschrijdende samenwerking te realiseren tussen 10 ziekenhuizen, die al die tijd ook allemaal enthousiast zijn gebleven over de studie. We hadden een relevante vraag te pakken en juist het gegeven dat een ‘negatief’ resultaat deze impact heeft gehad, onderstreept hoe belangrijk deze studie is geweest. We zullen er nu samen de schouders onder moeten zetten om uit vinden wat wél bijdraagt aan een goed functioneel herstel van onze IC-patiënten.’
‘De uitdaging is nu uit te zoeken wat wél werkt voor IC-patiënten’
‘Het is prachtig dat we met de PRECISe-studie een significant en relevant resultaat hebben gevonden. Maar het voelt ook een beetje dubbel, want we weten nu vooral wat we op de IC níét moeten doen. De uitdaging is dus om verder te gaan: wat werkt dan wél goed op het herstel van ernstig zieke IC-patiënten? Ik denk dat er zeker een rol kan zijn voor hoog eiwit, maar dan verderop in het proces. Dus als mensen niet meer zo ziek zijn en al aan het herstellen zijn. En dan mogelijk in combinatie met een andere stimulus, zoals lichamelijke inspanning.
Ik ben heel trots op wat we als team hebben bereikt. Deze studie kwam op mijn pad en ik heb er heel veel van geleerd. Ik hoop er in de tweede helft van 2025 op te mogen promoveren. Ik zou het overigens zó weer doen, zeker gezien de inspirerende samenwerking in een internationaal team. Maar mijn toekomst ligt toch in een ander vakgebied: de urologie.
Dat we nu de ZonMw Parel hebben gekregen is een grote verrassing, maar voor mij is het ook een beetje bitter sweet. PRECISe was jarenlang mijn kindje, en dat ga ik dus verlaten. Maar ik neem de enorme rijkdom mee van de samenwerking die we binnen BeNeFIT hebben kunnen opzetten voor de studie. Ik hoop echt dat het Marcel en Dieter lukt hun vervolgonderzoek gefinancierd te krijgen. Zodat we te weten komen hoe je de kwaliteit van leven van ernstig zieke IC-patiënten kunt verbeteren.’
Julia Bels, arts-onderzoeker in het MUMC+
‘Als kleine landen kun je met grote studies samen deftige conclusies trekken’
‘Ik ben trots en blij verrast over de ZonMw Parel. Het onderstreept dat we relevant onderzoek hebben gedaan. Er wordt veel over gepraat in het veld. Dat 2.0 gram te veel is, is voor iedereen wel duidelijk. Een Canadese studie heeft dat inmiddels bevestigd, en in juni komt een studie uit Australië en Nieuw-Zeeland die dat hoogstwaarschijnlijk ook doet. Wel is er controverse of het dan 1,3 gram moet zijn, of juist nog minder. Nader onderzoek hiernaar hopen we in aansluiting op PRECISe te kunnen doen.
De Belgisch-Nederlandse samenwerking binnen BeNeFIT is cruciaal. Als kleine landen kun je samen pas echt potten gaan breken. Met in totaal 30 miljoen inwoners worden grote studies mogelijk waarin je deftige conclusies kunt trekken, die opwegen tegen de grote consortia elders. Ook leer je veel van elkaar. Nederlanders zijn heel direct, dus problemen liggen gewoon meteen open op tafel. Wij Belgen zijn weer wat zachter. En we durven eerder dingen te doen die nog niet tot in detail zijn uitgedacht. Die combinatie heeft in ons project heel mooi gemarcheerd.
De uitdaging is nu te gaan uitzoeken hoe we het herstel na een IC-opname kunnen bevorderen. En welke rol eiwit daarbij heeft. We hebben geen vrienden gemaakt bij de producenten van sondevoeding. Hun hele portfolio is ingericht op eiwitrijke IC-producten en zo’n productielijn gooi je niet zomaar even om. Maar als je hele aanpak gebaseerd was op wankel wetenschappelijk bewijs, kun je er niet aan vasthouden. Uiteindelijk gaat het uiteraard om de patiënten, niet om de aandeelhouders.’
Dieter Mesotten, anesthesioloog/intensivist, Ziekenhuis Oost-Limburg, Genk (B)
Het projectteam van de PRECISe-studie ontving op 10 april 2025 uit handen van ZonMw-directeur Véronique Timmerhuis een ZonMw Parel voor hun werk. Dat gebeurde tijdens het 12e GGG-congres ‘Kennis is kracht’, gehouden in Congrescentrum 1931 in Den Bosch. Volgens ZonMw is het onderzoek een mooi voorbeeld van een geslaagde multicenterstudie die een relevante vraag heeft beantwoord. Patiënten zijn nauw betrokken geweest bij de vraagstelling, het ontwerp en de uitvoering van het onderzoek. De onderzoeksresultaten zijn in The Lancet gepubliceerd en deze publicatie heeft in Nederland en België veel (media)aandacht gekregen.
Meer informatie
Colofon
Tekst: Marc van Bijsterveldt
Beeld: Robert Tjalondo
Video: Martijn Gouman, BrightHouseMedia
Eindredactie: ZonMw