Met (de-)implementatie werken aan toekomstbestendige verpleging en verzorging
Hoe dragen verplegingswetenschappers met promotieonderzoek bij aan toekomstbestendige zorg? Denise Spoon en Benjamin Wendt promoveerden in september 2025 op hun onderzoeken naar (de-)implementatiestrategieën. ‘Het gaat om de vraag hoe we onze zorg effectief inzetten.’
Toen we Denise Spoon en Benjamin Wendt spraken, waren ze allebei druk doende met hun ‘lekenpraatje’: de korte presentatie waarin een promovendus in toegankelijke taal vertelt waarover zijn of haar proefschrift gaat. In september 2025 was het voor beiden zover, ze promoveerden ze op hun onderzoeken:
- Wendt deed onderzoek naar effectieve de-implementatiestrategieën. In een lekenpraatje zou je de-implementatie omschrijven als: stoppen met onnodige, ineffectieve of zelfs ongewenste zorg in de praktijk. Een voorbeeld is stoppen met het wassen van cliënten met water en zeep, en overstappen naar wassen-zonder-water-producten, omdat die gelijkwaardig zijn.
- Spoon onderzocht de-implementatie én implementatiestrategieën. Implementatie is het toepassen van bewezen effectieve interventies. Een voorbeeld is: voor het controleren of een maagsonde goed is geplaatst een pH-strip gebruiken, zoals in de richtlijn staat.
Succesvolle strategieën
Anno 2025 circuleren er meerdere lijsten van zorg met of zonder meerwaarde, waaronder de ‘Beter Laten Beter Doen-lijst’ voor de verpleging en verzorging. Maar met die lijsten is natuurlijk niet meteen alle onnodige zorg ge-(de)-ïmplementeerd. Wat je nodig hebt, is een strategie. De vraag is: welke (de)-implementatiestrategieën zijn effectief?
Denise Spoon deed een literatuuronderzoek naar de studies die al gedaan zijn naar de (de-)implementatie van Beter Laten en Beter Doen-handelingen. ‘In vrijwel al die studies werden meerdere strategieën ingezet om succes te behalen,’ zegt Spoon. ‘Er was 1 activiteit die in bijna alle studies naar voren kwam: educatie. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van educatieve bijeenkomsten of het verspreiden van kennis via een poster, infographic of video. Wat opviel? De beschrijving van die (de-implementatiestrategieën was vaak niet compleet. Belangrijke details ontbraken, zoals: wanneer werd een strategie ingezet, door wie, en hoe intensief? Mede daardoor kon ik geen effectieve strategie aanwijzen.’
Benjamin Wendt ontwikkelde en testte in nauwe samenwerking met verzorgenden en (wijk)verpleegkundigen een de-implementatiestrategie. Die bevatte componenten op het gebied van ‘educatie’, ‘overtuigen’, ‘in staat stellen’, ‘stimuleren’ en ‘training’. Ook onderzocht hij wat professionals als de meest waardevolle onderdelen van de de-implementatiestrategie beschouwen. ‘Favoriet zijn praktische implementatietools (zoals een folder of een presentatie), werkplekcoaching en het uitwisselen van ervaringen binnen en tussen teams.’
Ga praten
Wie nu denkt dat beide onderzoekers als vanzelf bij een onderwerp uitkwamen om te onderzoeken en op te promoveren, heeft het mis. Bij Benjamin Wendt duurde het zelfs best lang: ‘Ik dacht: wie zit er nou op mij en mijn promotieonderzoek te wachten? Ik had een beeld van ivoren torens met heel belangrijke mensen die heel belangrijk werk doen. Maar juist met die mensen kon ik heel makkelijk een afspraak maken en in gesprek gaan: “Wat wil je doen? Wat vind je leuk? En waarom?” Zijn advies: ga met anderen praten, zij kunnen je helpen om je doel te vinden en te bereiken.’ Denise Spoon: ‘Ik wist al snel dat ik door wilde met onderzoek. Tijdens de afronding van de masteropleiding Verplegingswetenschap stuurde ik de hoogleraar verplegingswetenschap in het Erasmus MC een berichtje: “Mag ik een keer met jou meelopen?” Zo kwam ik tot gesprekken en tot ideeën.’
Ik had een beeld van ivoren torens met heel belangrijke mensen die heel belangrijk werk doen. Maar juist met die mensen kon ik heel makkelijk een afspraak maken en in gesprek gaan.
Belang van onderzoek
Als je eenmaal je thema nauwkeurig hebt bepaald, kan het onderzoek beginnen. Waarom is het zo belangrijk dat verplegingswetenschappers diepgaand onderzoek doen? Het kost beide onderzoekers geen enkele moeite om argumenten te noemen: ‘Verpleegkundigen staan heel dicht bij de patiënt,’ begint Benjamin Wendt. ‘Dus elk onderzoek dat zij doen, heeft direct effect op de kwaliteit van de zorg voor patiënten.’ Denise Spoon vindt dat er ook nog te weinig onderzoek wordt gedaan naar basale verpleegkundige zorg: ‘Hoe effectief is deze zorg eigenlijk? Hoe zetten we verpleegkundigen, verpleegkundige specialisten en verzorgenden nou zo effectief mogelijk in? Het is toch bizar dat patiënten die na een hartoperatie op de afdeling terugkeren een doorligwond oplopen waar ze nog 2 jaar last van hebben? Hoe kunnen verpleegkundigen zorgen voor voldoende wisselligging terwijl ze het al heel druk hebben? Daarvoor is verpleegkundig onderzoek essentieel.’
Verpleegkundig onderzoekers onmisbaar
Benjamin Wendt wijst ook op de historische context: ‘Vroeger leidden ziekenhuizen verpleegkundigen op voor diploma’s die nauwelijks erkend werden. Tegenwoordig is verpleegkunde een volwaardige academische discipline. Wat we nu dringend nodig hebben, is een volgende generatie verpleegkundig onderzoekers. Want met de vergrijzing gaan zo meteen een heleboel wetenschappers met pensioen, en zonder opvolgers stort de hele boel als een kaartenhuis in elkaar. Vandaar dat aanwas op PhD- ofwel doctoraalniveau zo belangrijk is. Zij leiden nieuwe verpleegkundigen op en geven de masteropleidingen vorm.’
Bovendien verschuift steeds meer zorg van artsen naar verpleegkundigen. Ook verpleegkundige zorg moet bewezen effectief zijn en ook daarvoor is onderzoek nodig.
En tot slot begrijpen academisch verpleegkundigen volgens Spoon als geen ander de verschillen tussen beroepsgroepen: van verzorgenden tot verpleegkundigen tot verpleegkundig specialisten. ‘Die verschillen zijn heel belangrijk als je onderzoek doet, maar vooral als je iets wilt veranderen op de werkvloer. Academisch verpleegkundigen kunnen inspelen op de verschillende niveaus, en op die manier iedereen meenemen en motiveren.’
Compenseren
Ook onontbeerlijk om tot onderzoek te komen: subsidie. Benjamin Wendt: ‘In Nederland hebben we de betrekkelijke luxe dat je als promovendus werknemer bent aan een universiteit. Het salaris dat daartegenover staat, komt deels uit subsidies. Zonder die subsidie zou je minder snel aan een promotietraject beginnen. Bovendien werken promovendi in de verpleegkunde meestal al 10 of 15 jaar in de praktijk. Voor hen betekent onderzoek doen automatisch dat ze salaris inleveren. Subsidies kunnen dat compenseren.’ Denise Spoon is blij met de rol van ZonMw: ‘Zij hebben in hun rol van subsidieverstrekker heel veel kennis in huis om te kunnen bepalen aan welke onderzoeken de meeste behoefte is. Dat voorkomt ook dat we allemaal hetzelfde wiel gaan lopen uitvinden, maar zorgt er ook voor dat je andere onderzoekers kunt vinden om mee samen te werken.’
Subsidietips voor toekomstige onderzoekers
Welke subsidietips hebben ze voor toekomstige onderzoekers? Hoewel ze voor hun eigen promotieonderzoeken geen subsidieaanvraag indienden – dat werd vóór hen gedaan –, verdiepten Denise Spoon en Benjamin Wendt zich met het oog op toekomstige onderzoeken wel al in het aanvraagproces. ‘Het is belangrijk dat je heel goed leest waar een ZonMw-subsidieoproep over gaat,’ adviseert Denise. ‘En hoe sluit jouw onderzoek daarop aan? Wees daarin zo concreet mogelijk.’ Benjamin: ‘Het is ook belangrijk om met je onderzoek te proberen voort te bouwen op onderzoek dat al gedaan is met subsidies van ZonMw.’
Over de communicatie met ZonMw zijn beide onderzoekers zeer te spreken. Benjamin Wendt: ‘Een belangrijk aspect van elk onderzoek is dat je niet op je eigen kamer blijft zitten, maar dat ook de rest van de wereld weet waar mee je bezig bent en wat dat oplevert. ZonMw denkt daarin heel goed mee en heeft communicatiespecialisten in huis.’ Denise Spoon maakt het concreet: ‘Binnen het Tijdschrift voor Verpleging en Verzorging (TVZ) is ruimte voor artikelen over ZonMw-onderzoeken. Zo wist ik zeker dat mijn onderzoek ook bekend zou raken bij verpleegkundigen en verzorgenden op de werkvloer. Met alleen mijn Engelstalige artikelen en proefschrift bereik ik de meesten van hen niet.’ Benjamin: ‘En dankzij de netwerkbijeenkomsten van ZonMw ben ik in contact gekomen met andere onderzoekers, dat is heel nuttig.’
Dóór als onderzoeker
Wie hun enthousiaste verhaal leest, zal het niet verbazen dat beide onderzoekers dóór willen als onderzoeker. ‘Ik mag in dienst blijven bij het Erasmus MC als postdoctoraal onderzoeker,’ zegt Denise Spoon. ‘Recent ben ik gestart als onderzoeker bij het Lead Together-project. Dat wordt ook gefinancierd door ZonMw en gaat overkoepelend kijken naar onderzoeken naar Beter Laten en Beter Doen in de verpleegkundige zorg. Een mooie uitdaging voor de komende jaren waar ik heel veel zin in heb.’ Benjamin Wendt: ‘Ik ben op 1 januari gestart als coördinator van de Academische Werkplaats Wijkverpleging Nijmegen, die ook door ZonMw wordt gefinancierd. Daarin willen we onderwijs, onderzoek en praktijk nog dichter bij elkaar brengen. Dat heeft al goed gewerkt in verpleeghuizen en intramurale settings. We kijken waar de praktijkbehoefte aan heeft, vergaren kennis door onderzoek, delen die en integreren die in de opleidingen.’
ZonMw en verpleging en verzorging
Verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden zijn dé onmisbare schakel in preventie, zorg en ondersteuning. Daarom investeren wij in kennis en samenwerking door en voor deze beroepsgroep, gericht op de verdere versterking van hun professionaliteit. Daarmee werken we aan de kwaliteit van zorg én de aantrekkelijkheid van het beroep.