Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Goed georganiseerde optometrie essentieel voor interprofessionele samenwerking

Interview met Joram Knepper, Annemarie Hagemeijer en Fokke Postema
Laatst aangepast:

Als optometristen samenwerken, heeft dat allerlei voordelen, zo leert de praktijk in de regio Noordwest-Veluwe. Wat zijn de uitdagingen en succesfactoren om tot zo’n samenwerking te komen? Een optometrist, een oogarts en een bestuurslid van Optometristen Vereniging Nederland (OVN) delen hun ervaringen.

Laagcomplexe oogklachten: daarin zijn optometristen gespecialiseerd. Laat dat nou precies de klachten zijn van nogal wat patiënten die op de wachtlijst staan bij de oogarts. Een logische oplossing, zou je zeggen: zorg dat deze groep patiënten bij de optometrist terecht komt. Dan wordt de oogarts ontlast, wordt de expertise van de optometrist optimaal benut, en krijgt de patiënt passende oogzorg op de juiste plek. 

Betaalbaar, toegankelijk, beschikbaar

In deze taakherschikking nemen optometristen taken over van oogartsen, zodat de zorg betaalbaar, toegankelijk en beschikbaar blijft. De optometrist kan onderzoeken of hij/zij een patiënt zelf kan helpen of dat verwijzing naar een oogarts nodig is. Annemarie Hagemeijer, directeur-bestuurder van Optometristen Vereniging Nederland (OVN), noemt dat ‘een vorm van zorgsubstitutie om patiënten de zorg te kunnen verlenen waar zij recht op hebben.’ 

En er is nog meer. De ervaring leert dat als eerstelijnszorgprofessionals samenwerken ze niet alleen aanspreekbaar zijn voor andere zorgdisciplines, maar dat ze ook hun professionele stem versterken én dat ze effectiever kunnen bijdragen aan regionale besluitvorming en zorginhoudelijke afspraken. 

Er is wel een belangrijke voorwaarde voor zo’n succesvolle samenwerking van optometristen met oogartsen en andere eerstelijnsprofessionals: dat je als optometristen regionaal goed georganiseerd bent. Volgens Hagemeijer blijven optometristen echter achter bij andere paramedische beroepsgroepen als het gaat om regionaal verenigen. ‘ Ik roep hen op om het gezamenlijke belang voorop te stellen.’

Drie meerwaarden

In de regio Noordwest-Veluwe is dat gelukt. Hier wist zelfstandig optometrist Joram Knepper, met praktijken in Kampen en Nunspeet, collega-optometristen enthousiast te maken voor regionale samenwerking. Inmiddels zijn 15 optometriepraktijken aangesloten bij de stichting die daaruit ontstond.

Knepper ziet 3 belangrijke meerwaarden van die goede onderlinge samenwerking. De eerste is slagkracht: 

  1. ‘Eén optometriepraktijk krijgt minder gemakkelijk gehoor bij huisartsen of oogartsen dan een groep van 14 of 15 praktijken.’ 
  2. De tweede meerwaarde is praktisch: optometristen kennen elkaar, bespreken casussen en kunnen patiënten van elkaar overnemen bij vakantie of afwezigheid. ‘Het is ook gewoon heel erg fijn om met al die optometristen goed contact te hebben.’ 
  3. De derde meerwaarde is dat de regio een goede oogzorgvergoeding heeft kunnen realiseren.

Zwolle

Dat het opzetten van regionale samenwerking tijd en vertrouwen vraagt, laat ook het voorbeeld van Zwolle zien. Oogarts Fokke Postema probeerde daar jaren geleden samen met collega’s een optometristencollectief op te zetten. ‘Destijds kwam die samenwerking nog niet van de grond’, herinnert hij zich. ‘Uiteenlopende belangen en zorgen over onderlinge concurrentie speelden daarbij een rol.’

Joram Knepper herkent Postema’s observatie. Om de samenwerking op de Noordwest-Veluwe van de grond te krijgen, moesten ook hier eerst de zorgen over onderlinge concurrentie worden weggenomen. Want veel optometristen werken in of bij optiekzaken, waar ook commerciële belangen spelen. ‘Hoewel het in het begin best spannend kan zijn om je te realiseren dat een collega-optometrist een paar straten verder vanuit hetzelfde idee werkt als jij, zijn we er wel beter van geworden’, stelt Knepper. ‘Onze goede contacten met de huisartsen, de verwijzingen die we nu binnen krijgen en de betaalde oogzorg: dat hadden we nooit kunnen realiseren als we het gezamenlijke belang niet boven de onderlinge concurrentie hadden gesteld.’

Afbeelding
Onze goede contacten met de huisartsen, de verwijzingen die we nu binnen krijgen en de betaalde oogzorg: dat hadden we nooit kunnen realiseren zonder regionaal goed georganiseerde optometrie
Joram Knepper

Gemengde gevoelens

Fokke Postema kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn ervaringen in Zwolle: hoewel het destijds niet lukte om de samenwerking van de grond te krijgen, benadrukt hij dat regionale samenwerking tussen optometristen ‘ontzettend belangrijk’ is. Samenwerking kan namelijk helpen om nog een ander knelpunt te overwinnen dat hij tegenkomt in de praktijk: dat zorgprofessionals buiten de oogketen vaak niet goed weten wat een optometrist doet. Volgens Postema is ook bij veel huisartsen nog onvoldoende bekend wat een optometrist precies doet. ‘Ze kennen de opticien vaak wel, maar zijn minder bekend met optometrie. Juist daarom is het belangrijk dat optometristen zich zichtbaar maken in de regio.’

Huisartsen kennen de opticien vaak wel, maar zijn minder bekend met optometrie. Juist daarom is het belangrijk dat optometristen zich zichtbaar maken in de regio.
Fokke Postema

Belangrijk verschil

Joram Knepper ziet in de regio Zwolle nog een uitdaging: optometrie is één van de onderdelen van het aanbod binnen een optiekwinkel. ‘De optometrist kan enthousiast zijn over regionale samenwerking, maar binnen de organisatie kunnen andere prioriteiten spelen.’ Daar zit een belangrijk verschil met andere paramedische beroepsgroepen, benadrukt Annemarie Hagemeijer: ‘Een fysiotherapiepraktijk draait volledig om fysiotherapie en bij diëtisten staat de diëtetiek centraal. Bij optometrie binnen optiekpraktijken komen zorgverlening en commercie vaker samen. Juist die combinatie kan een spanningsveld opleveren en vraagt om een duidelijke scheiding tussen zorginhoudelijke en commerciële belangen.’ 

Kartrekker

Naast uitdagingen en knelpunten op weg naar samenwerking tussen optometristen zijn er ook succesfactoren. Joram Knepper kent de belangrijkste in Noordwest-Veluwe: dat iemand het voortouw neemt. ‘Er moet een kartrekker zijn die enthousiast is om optometristen te verenigen. In Noordwest-Veluwe nam ik zelf die rol op me. Een volgende stap kan zijn om ook in de regio Zwolle het initiatief te nemen.’ Ook steun van oogartsen of huisartsen helpt enorm, zo heeft hij ervaren: ‘Als er iemand in het ziekenhuis of bij de huisartsengroep een arts is die het belang ziet, wordt samenwerking veel gemakkelijker.’

Annemarie Hagemeijer benadrukt op haar beurt dat niet alles meteen formeel hoeft. ‘Noordwest-Veluwe heeft een stichting opgericht, maar dat is geen noodzakelijke eerste stap. Begin klein en maak het dan steeds groter. Begin met elkaar leren kennen. Zoek elkaar op. Bel elkaar. Organiseer een eerste bijeenkomst. Maak afspraken over samenwerking. Het belangrijkste is dat je elkaar weet te vinden en de meerwaarde ervaart.’ Knepper: ‘Samenwerking kost energie, maar levert meer op dan alleen een overlegstructuur.’

Afbeelding
Begin klein en maak het dan steeds groter. Het belangrijkste is dat je elkaar weet te vinden en de meerwaarde ervaart.
Annemarie Hagemeijer

Subsidievouchers

Om de regionale versterking te stimuleren, stelt ZonMw sinds 2024 subsidievouchers beschikbaar voor diverse eerstelijnsdisciplines, waaronder optometristen. De aanvraagperiode loopt nog tot 1 oktober aanstaande. Annemarie Hagemeijer roept optometristen op om contact op te nemen met de OVN. ‘Als OVN helpen we optometristen bij het opstellen en indienen van een aanvraag. Ook gedurende de opstart- en ontwikkelfase ondersteunen we met bijvoorbeeld een toolkit en voorbeelden voor agenda's en presentaties.’ Volgens Hagemeijer waren er tot nu toe nog weinig aanvragen van optometristen, ‘maar we zien dat het besef binnen de achterban begint te groeien’. Ze schrijft het mede toe aan het voorbeeld van Noordwest-Veluwe. ‘Dat spreekt tot de verbeelding en laat vooral zien dat samenwerking weliswaar energie kost en dat je hobbels moet overwinnen, maar ook dat het resultaat al die moeite dubbel en dwars waard is.’

IZA en de rol van ZonMw

Samenwerking tussen eerstelijnsprofessionals met elkaar én onderling past naadloos in het landelijke Integraal Zorgakkoord (IZA). Daarin zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de versterking van de organisatie van de eerstelijnszorg, zodat deze blijvend toegankelijk is voor iedereen. Op basis daarvan is de Visie eerstelijnszorg 2030 ontwikkeld en ondertekend door de landelijke beroepsverenigingen en koepelorganisaties. Het doel van het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ is het ondersteunen van regio’s bij het implementeren van de Visie eerstelijnszorg 2030.

ZonMw ondersteunt de versterking van de organisatiegraad van 11 eerstelijnszorgdisciplines (zoals de optometristen) met zogenoemde vouchers, die zij kunnen inzetten voor het opzetten, inrichten, uitbreiden en/of versterken van de monodisciplinaire organisatiegraad. 

Colofon
Auteur:
Stan Verhaag
Fotografie:
OVN | Merlijn Janssen Steenberg
Redacteur:
ZonMw