Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Verpleegkundige passende zorg bij pijn en slaap in het ziekenhuis

Interview met Wilmieke Bahlman-van Ooijen en Getty Huisman-de Waal
Laatst aangepast:

Slaap en pijn hebben veel invloed op het herstel van patiënten na een operatie. In de CONTROL-studie werd onderzocht hoe niet-farmacologische interventies voor pijn en slaap kunnen worden ingezet en wat verpleegkundigen nodig hebben om daarin regie en verantwoordelijkheid te nemen.

Het klinkt zo logisch: goede slaap en zo min mogelijk pijn zijn belangrijk voor het herstel van patiënten na een operatie. Toch krijgen deze aspecten van essentiële zorg niet altijd voldoende aandacht. In de CONTROL-studie – COme aNd Take the pROfessional Lead – werd onderzocht hoe niet-farmacologische interventies, interventies zonder medicatie, beter kunnen worden ingezet. De onderzoekers waren Getty Huisman-de Waal, hoogleraar passende chirurgische zorg, en Wilmieke Bahlman-van Ooijen, verpleegkundig wetenschapper op de afdeling chirurgische oncologie van het Radboudumc. De studie ging daarbij ook over verpleegkundig leiderschap: welke ruimte hebben verpleegkundigen om zelf passende zorg toe te passen en wat hebben zij nodig om daarin verder te ontwikkelen?

Essentiële zorg krijgt niet altijd prioriteit

De aanleiding voor het onderzoek kwam rechtstreeks uit de verpleegkundige praktijk. ‘Slaap is een ondergeschoven kindje’, vertelt Bahlman-van Ooijen. ‘We maken patiënten vaak al om 6 uur wakker, terwijl we uit de literatuur weten dat, afhankelijk van de populatie en context, 47% tot 67% van de patiënten in het ziekenhuis slecht slaapt. Voor de ervaring van pijn geldt dat ongeveer 80% van de geopereerde patiënten matige, ernstige of extreme pijn aangeeft in de postoperatieve fase. Bovendien beïnvloeden pijn en slaap elkaar.’

Huisman vult aan: ‘Pijn en slaap behoren tot de essentiële zorg: de dagelijkse verpleegkundige zorg die van grote invloed kan zijn op onder andere kwaliteit van leven, welbevinden en herstel. Toch wordt die zorg nog regelmatig ondergewaardeerd. Vaak wordt voorrang gegeven aan medische behandeling: geen medicatieronde wordt overgeslagen, maar mondzorg bijvoorbeeld wel.’

Even voorstellen

1 / 2

Getty Huisman-de Waal

Hoogleraar passende chirurgische zorg (Radboudumc). 

Volg Getty Huisman-de Waal op LinkedIn
2 / 2

Wilmieke Bahlman-van Ooijen

Verpleegkundig wetenschapper op de afdeling chirurgische oncologie van het Radboudumc.

Volg Wilmieke Bahlman-van Ooijen op LinkedIn

Van muziek tot slaapmasker

In het CONTROL-project kwamen 2 lijnen samen: de aanbevelingen uit Beter Doen & Beter Laten (de lijst van verpleegkundige handelingen waarvan is aangetoond dat je ze juist wel of juist niet moet doen) en literatuur over niet-farmacologische interventies. ‘Voor het onderzoek hebben we samen met verpleegkundigen interventies voor pijn en voor slaap geselecteerd’, aldus Bahlman-van Ooijen. ‘Bij pijn ging het om een VR-bril die afleiding biedt, luisteren naar muziek en positieve communicatie. Voor slaap werden slaapmaskers en oordopjes ingezet en werd gewerkt aan ‘de basis op orde’. Dat wil zeggen: het toepassen van bestaande kennis over slaaphygiëne, het verminderen van geluid en het bundelen van zorg in de nacht.’

Aan het onderzoek ging een uitgebreide voormeting vooraf. ‘We hebben eerst bij patiënten gemeten hoe zij pijn ervaren en hoe zij slapen’, vertelt Bahlman-van Ooijen. ‘Daarnaast hebben we met vragenlijsten gekeken hoe verpleegkundigen leiderschap ervaren en gevraagd hoe zij evidence based werken in de zorg integreren. Vervolgens hebben we 6 maanden gewerkt aan de implementatie van de interventies. In totaal deden 3 afdelingen mee: chirurgische oncologie, urologie/gynaecologie en hoofd-, hals- en plastische chirurgie. Zij voerden ieder 2 interventies voor pijn en 2 interventies voor slaap in. We hebben de interventies vervolgens getest, waar nodig aangepast en strategieën ontwikkeld om ze in de praktijk te laten landen. Ten slotte hebben we opnieuw gemeten.’

Werkwijzen van verpleegkundigen veranderen 

De eerste resultaten laten zien dat de inzet van niet-farmacologische interventies voor pijn met ongeveer 15% toenam. De effecten op pijn en slaap verschilden per afdeling. ‘Op 1 afdeling steeg de waardering van de slaap bijvoorbeeld van 4,9 naar 6,2, terwijl die gemiddeld over de afdelingen van een 5,4 naar een 5,7 ging’, vertelt Bahlman-van Ooijen. ‘Een harde vergelijking is wel lastig, omdat bij de voor- en nameting verschillende patiënten werden bevraagd.’

‘De opbrengst zit niet alleen in meetbare patiëntuitkomsten’, vindt Huisman-de Waal. ‘Minstens zo belangrijk is dat werkwijzen van verpleegkundigen daadwerkelijk veranderden. Slaapmaskers en oordopjes zijn nu standaard beschikbaar. Op een afdeling lopen verpleegkundigen ’s nachts niet meer automatisch bij iedere patiënt naar binnen. Ook muziek wordt inmiddels aangeboden voor pijnbestrijding. Dat klinkt eenvoudig, maar geen enkele interventie is makkelijk te implementeren. Een VR-bril bijvoorbeeld moet worden opgeladen en schoongemaakt en verpleegkundigen moeten ermee kunnen werken en het gebruik uitleggen aan patiënten. Positieve communicatie vraagt training en reflectie in een team. Ook eenvoudige interventies als slaapmaskers en oordopjes moeten onderdeel worden van de dagelijkse routine.’

Zelf beslissen wat patiënt nodig heeft

De niet-farmacologische interventies vervangen medicatie overigens niet, maar geven verpleegkundigen extra mogelijkheden om zorg af te stemmen op de individuele patiënt. ‘Daar raakt het onderzoek aan verpleegkundig leiderschap’, aldus Bahlman-van Ooijen. ‘De manier waarop een verpleegkundige een interventie aanbiedt, maakt daarbij verschil. De eigen overtuiging en het vertrouwen van de verpleegkundige in de interventie spelen mee bij de acceptatie door de patiënt.’

Afbeelding
De eigen overtuiging en het vertrouwen van de verpleegkundige in de interventie spelen mee bij de acceptatie door de patiënt. Daar raakt het onderzoek aan verpleegkundig leiderschap.
Wilmieke Bahlman-van Ooijen

‘Het gaat om eigen regie in bepalen wat je kunt inzetten’, zegt Huisman-de Waal. ‘Je kunt zelf beslissen welke patiënt welke interventie nodig heeft en daarin verantwoordelijkheid nemen. Die professionele ruimte beïnvloedt ook de relatie met de patiënt. Je kunt de relatie verbeteren met jouw verpleegkundig handelen.’

Formele rol helpt leiderschap versterken

Een belangrijke bevinding is verder dat vooral de kartrekkers en coördinatoren van de CONTROL-studie, die voor de duur van het project waren aangesteld om te motiveren, enthousiasmeren en evalueren, meer verpleegkundig leiderschap lieten zien. ‘Zij scoorden significant hoger op de leiderschapsvragenlijst, bijvoorbeeld op het uitdagen van bestaande processen en het aanmoedigen van collega’s’, aldus Bahlman-van Ooijen. ‘Ook namen zij initiatief om nieuwe ideeën te ontwikkelen, experts uit te nodigen en interprofessionele samenwerking te zoeken. We zien: als je een formele rol hebt, leidt dat tot meer leiderschap. We hoopten zo’n ontwikkeling bij het hele team te zien, maar we zagen die vooral bij de kartrekkers en coördinatoren. Tegelijkertijd zagen we ook dat verpleegkundigen al relatief hoog scoorden op leiderschap bij de nulmeting.’

Volgens Huisman hoeft niet iedere verpleegkundige kartrekker te zijn. ‘In ieder team moet je zoeken naar balans: hoe kunnen we het gezamenlijk doen? Niet iedereen kan kartrekker zijn, een goede teamsamenstelling is van belang. Verpleegkundig leiderschap ontstaat daarbij niet vanzelf. Op teamniveau helpt het wanneer een teamleider ruimte geeft, stimuleert en samen met verpleegkundigen reflecteert. Op organisatieniveau moeten verpleegkundigen daadwerkelijk kunnen meepraten op plekken waar besluiten worden genomen. Ook hebben zij tijd nodig buiten de directe patiëntenzorg om te reflecteren, kennis te verzamelen en verbeteringen uit te werken.’

Afbeelding
Verpleegkundigen hebben tijd nodig buiten de directe patiëntenzorg om te reflecteren, kennis te verzamelen en verbeteringen uit te werken.
Getty Huisman-de Waal

Professionalisering en zichtbaarheid 

Projectsubsidies kunnen die ruimte creëren. Zo kregen kartrekkers en coördinatoren binnen CONTROL een dag per maand om aan het project te werken. Volgens Bahlman-van Ooijen is dat essentieel: ‘Dat is mooi aan zo’n subsidie: je geeft verpleegkundigen ruimte om mee te denken en -beslissen.’

Voor Huisman-de Waal gaat de opbrengst daarmee verder dan de afzonderlijke interventies voor pijn en slaap. Projecten als CONTROL dragen volgens haar bij aan de professionalisering van het verpleegkundig vak. ‘Het helpt verpleegkundigen zich ontwikkelen in zeggenschap en het helpt in de carrièrekansen. Het helpt ook om verpleegkundigen zichtbaarder te maken, omdat we mede door dit soort projecten kansen krijgen om aan tafel te zitten op plekken die ertoe doen. Wanneer verpleegkundigen meer zeggenschap hebben, komt dat de patiëntenzorg en de uitdagingen in de gezondheidszorg ten goede.’

Colofon
Auteur:
Astrid van den Berg
Fotografie:
Arnold Reyneveld | Studio Reyneveld
Redacteur:
ZonMw

Groepsfoto: verpleegkundige coördinatoren, kartrekkers en verpleegkundigen uit het team.