De impact van langdurige armoede: inzichten en oplossingen
Wat is de impact van langdurige armoede? En hoe verbeter je de ondersteuning aan mensen die lange tijd in armoede verkeren? Dat onderzochten Nijmeegse en Wageningse onderzoekers, samen met hun praktijk- en kennispartners. Zelfregie, emoties, ervaringskennis en maatwerk zijn steekwoorden in dit verhaal.
Armoede is meer dan geldgebrek
‘Bij armoede gaat het niet alleen om geldgebrek. Mensen hebben het diepgewortelde gevoel dat ze “er niet toe doen" en dat ze in een uitzichtloze situatie zitten,’ zegt Miranda de Haas, ervaringsdeskundige op een beleidsafdeling van de gemeente Meppel. Ze ziet dat mensen in (langdurige) armoede voortdurend bezig zijn met overleven. ‘Hierdoor komen ze niet toe aan het erkennen en ontwikkelen van hun eigen kwaliteiten en krachten. Zeker niet als zij al vanaf hun jeugd in armoede leven. Ze staan langs de zijlijn van de maatschappij. Vaak hebben ze een groot wantrouwen tegenover de buitenwereld en “het systeem”. En dikwijls krijgen ze niet de hulp die ze nodig hebben.’
Effect op geestelijke en lichamelijke gezondheid
De Haas baseert zich niet alleen op eigen observaties; ook onderzoek bevestigt het beeld. In de eerste fase van het project ‘Minder stress en armoede, meer ervaren gezondheid en participatie’ analyseerden de onderzoekers data en literatuur over armoede en sociale uitsluiting. ‘Hieruit blijkt dat mensen in armoede vaker aan de kant staan: ze zijn minder vaak vrijwilliger of lid van een vereniging, hebben minder sociale contacten, voelen zich eenzamer, ervaren minder zelfvertrouwen’, somt Renée de Vet (wetenschappelijk onderzoeker bij het Radboudumc) op.
Hilje van der Horst, sociaal geograaf en socioloog, universitair docent (Wageningen University & Research), vult aan: ‘Ze gaan vanwege de armoede bovendien gebukt onder schaamte en (zelf)stigma, wat versterkt kan worden door interacties met hulpverleners. Met dit project wilden we graag achterhalen welke gevoelens mensen in armoede misschien nog meer ervaren. En hoe deze gevoelens voorkómen of verminderd kunnen worden. Niet alleen omdat ze ertoe leiden dat mensen de hulpverlening vermijden, maar ook omdat bijvoorbeeld schaamte tot chronische stress leidt. En daarmee een negatief effect heeft op de geestelijke en lichamelijke gezondheid.’
De onderzoekers wilden bovendien graag weten welke vormen van ondersteuning wél werken. ‘Dus welke interventies eraan bijdragen dat stress en armoede verminderen, en de participatie en gezondheid van mensen worden bevorderd’, aldus De Vet.
Mensen in armoede staan vaker aan de kant: ze zijn minder vaak vrijwilliger of lid van een vereniging, hebben
minder sociale contacten, voelen zich eenzamer, ervaren minder zelfvertrouwen.
Biografische interviews: inzicht in levensverhalen
In de eerste fase van het project voerden onderzoekers 43 biografische interviews uit, naast literatuuronderzoek. ‘Deze gaven ons meer inzicht in hoe armoede ontstaat’, vertelt Van der Horst. ‘Bijvoorbeeld in de jeugd, door scheiding of een faillissement.’ Veel deelnemers hadden traumatische ervaringen en vertelden over emoties als angst, frustratie, verdriet en woede. ‘Zij zetten een masker op. Vrouwen laten vooral hun kwetsbare kant zien, terwijl mannen zich vaker stoïcijns tonen. Dat heeft te maken met de ideeën over vrouwelijkheid en mannelijkheid in onze samenleving: mensen laten alleen de emoties zien die als acceptabel beschouwd worden.’ Ook Turkse eerstegeneratie-migranten koppelden hun situatie vooral aan migratie. ‘Hun armoede benoemen ze niet vaak expliciet.’
Naast de biografische interviews spraken onderzoekers met 24 mensen in armoede, ervaringsdeskundigen en ondersteuners over de wensen van mensen die leven in armoede en de obstakels die zij ervaren. Ze onderzochten welke vormen van ondersteuning effectief zijn en bestudeerden integrale armoede-interventies uit binnen- en buitenland. Deze interventies richten zich op meerdere leefgebieden zoals financiën, gezondheid, participatie en sociaal netwerk. De Vet licht toe: ‘Problemen op het ene leefgebied kunnen namelijk in de weg staan van vooruitgang op andere leefgebieden.’
Kansrijke interventies en ervaringsdeskundigheid
De onderzoekers plaatsten de kennis die zij in fase 1 verzameld hadden in een kader. ‘We zetten op een rij: ‘Wat willen we verder uitdiepen?’, zegt De Vet. ‘Vervolgens koos het consortium (zie kader, red.) de 3 interventies met de meeste potentie: Kansrijk Groningen, Krachtwerk en Mobility Mentoring. Omdat in veel kansrijke interventies ervaringsdeskundigheid een rol bleek te spelen, is bovendien besloten om in te zoomen op de rol van ervaringsdeskundigheid in armoede-interventies.’
Van der Horst merkt op dat het inzetten van ervaringsdeskundigheid in het sociaal domein nog niet heel gangbaar is. ‘Terwijl ook uit de interviews bleek dat mensen met vergelijkbare ervaringen veel steun hebben aan elkaar.’
Krachtwerk: positieve impact op mensen in armoede
Krachtwerk als gekozen interventie
In fase 2 kozen werkgroepen in de gemeenten voor nader onderzoek van de interventie Krachtwerk. De Vet: ‘Nijmegen, Nieuwegein en Meppel wilden deze methodiek inzetten.’ Krachtwerk wordt al langer toegepast in de maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingszorg en is gebaseerd op 6 principes:
- Deelnemers hebben het vermogen te herstellen en hun leven te veranderen;
- Focus op krachten, niet op tekortkomingen;
- Deelnemers hebben de regie;
- Een goede werkrelatie met de professional is essentieel;
- Er wordt gewerkt in de natuurlijke omgeving (bijvoorbeeld thuis);
- De samenleving is een belangrijke hulpbron.
De Vet: 'Wij wilden graag weten: wat is de potentiële impact van deze interventie bij mensen in armoede? Dat was niet eerder onderzocht. Wat doet armoede met mensen? Hoe houd je daar rekening mee in de begeleiding?’.
Hoe werkt Krachtwerk in de praktijk?
‘Iedere deelnemer brengt samen met zijn of haar coach in kaart wat de eigen krachten zijn, en de doelen waaraan de deelnemer wil werken. Vervolgens maken ze een actieplan. Na verloop van tijd evalueren ze of de doelen behaald zijn. Daarna start de cyclus opnieuw, met nieuwe doelen, of wordt de begeleiding afgesloten.’
Nieuwegein ging uiteindelijk toch niet aan de slag met de interventie vanwege personele drukte. In Nijmegen werden 35 deelnemers 2 keer ondervraagd over hun ervaringen met Krachtwerk. Daarnaast vonden 27 diepte-interviews plaats. De Vet: ‘Welke impact hebben zij ervaren? Hoe tevreden waren ze met de begeleiding?’ Ook coaches en teamleiders werden geïnterviewd.
Positieve resultaten
In fase 3 evalueerden de onderzoekers de impact van Krachtwerk en ervaringsdeskundigheid. De Vet: ‘Het blijkt dat mensen in armoede echt positieve effecten ervaren van Krachtwerk. Die zijn grotendeels toe te schrijven aan de kenmerkende elementen van deze interventie, zoals de goede relatie met de professional. En de focus op de sterke kanten van deelnemers.’
Ook De Haas ziet resultaat. In opdracht van de gemeente Meppel begeleidt zij, samen met een reguliere coach/trainer, de vrouwensupportgroep. ‘Deelnemers komen regelmatig bij elkaar en krijgen daarnaast individuele begeleiding, met de Krachtwerk-methodiek. Die is heel effectief: de vrouwen leren richting geven aan hun eigen leven. Ze gaan grenzen stellen, komen voor zichzelf op en ervaren meer betekenis in de dingen die ze doen. Hun zelfvertrouwen groeit. Hierdoor gaan ze meer participeren in de samenleving. Ze zijn niet meer puur bezig met overleven, maar richten zich ook op hun groei en ontwikkeling. Ze gaan bijvoorbeeld een opleiding volgen, vrijwilligerswerk doen, starten een bedrijf of vinden na 30 jaar alsnog een baan. Dat is magisch!’
De Vet: ‘Verschillende Krachtwerk-deelnemers gaven aan dat de coaching hun lichamelijke en geestelijke welzijn had verbeterd. Ze waren actiever, gelukkiger, hadden minder stress en soms ook meer inkomsten. Ook kregen ze via de participatiecoaches toegang tot andere zorg en ondersteuning.’
Ervaringsdeskundigheid versterkt ondersteuning
De onderzoekers ontdekten dat mensen in armoede de ondersteuning door ervaringsdeskundigen overwegend als heel positief ervaren. Van der Horst: ‘Wij wilden weten hoe dat komt. Aan welke behoeften in de interactie wordt voldaan, waardoor mensen er zo’n positief gevoel aan overhouden?’
De sleutel ligt in herkenning en het gevoel gehoord en gezien te worden. ‘Mensen in armoede zeggen: “Deze persoon weet waar ik het over heb.” Ook vinden zij het prettig dat ervaringsdeskundigen concrete tips geven, bijvoorbeeld over waar je goedkoop eten haalt. Ze hebben het gevoel dat ze echt iets opschieten met de gesprekken met ervaringsdeskundigen en zij ervaarden minder stress.’
Volgens Van der Horst leidt dit tot langdurig contact: ‘Hierdoor ontstaat er een “keten-van-interacties”. Die vergroot de kans op goede ondersteuning, ook door professionals’, aldus Van der Horst.
Samenwerking tussen professionals en ervaringsdeskundigen
Hoewel mensen in armoede negatieve ervaringen kunnen hebben met professionele hulpverlening, betekent dit niet dat reguliere hulpverlening geen waarde heeft. Van der Horst: ‘Professionals en ervaringsdeskundigen vullen elkaar juist mooi aan. Professionals hebben veel kennis van wet- en regelgeving en methodieken. Ervaringsdeskundigen kunnen vertrouwen winnen. Zij hebben beter zicht op de leefwereld van mensen in armoede en wat daar speelt aan emoties.’
De Haas vult aan: ‘Bovendien zijn ze vaak meer actie- en oplossingsgericht. En ze kunnen bijvoorbeeld beleidsmakers bewust maken van hun eigen blinde vlekken en denkbeelden door deze te bevragen.’
‘Het kan dus goed zijn als
ervaringsdeskundigen en reguliere ondersteuners samen optrekken bij de begeleiding van mensen in armoede.’
Voorwaarden voor succesvolle implementatie
De onderzoekers onderzochten wat nodig is om een methodiek als Krachtwerk succesvol te implementeren en te borgen. ‘Cruciaal blijkt dat professionals regelmatig en blijvend coaching krijgen in het werken met de methodiek’, zegt De Vet. ‘En dat de aanpak goed wordt ingebed in de organisatie. Dus dat bijvoorbeeld werkprocessen worden aangepast. Zo verlopen teambesprekingen bij Krachtwerk altijd volgens een bepaald stappenplan.’
Naar een beter passende dienstverlening
Welke oplossingsrichtingen vloeien voort uit de opgedane inzichten? Hoe kunnen gemeenten en maatschappelijke dienstverleners deze benutten?
We adviseren gemeenten meer in te zetten op ervaringsdeskundigheid. Hiermee tonen ze aan dat ze mensen in armoede serieus nemen.
Daarnaast is het van belang dat ondersteuning meerdere leefgebieden tegelijk bestrijkt. Professionals moeten oog hebben voor de ervaringen en emoties van mensen in armoede, die hulpverlening soms in de weg staan. ‘Belangrijke steekwoorden zijn verder: gelijkwaardigheid, vertrouwen en zelfregie’, benadrukt De Vet. ‘Ook is het goed als ondersteuners maatwerk kunnen bieden. Elke hulpvraag is immers anders.’
5 tips voor professionals in armoedebestrijding
- Erken de emotionele impact van hulpverlening
Ondersteuning kan negatieve emoties oproepen door trauma’s of stigmatisering. Deze emoties blijven vaak onzichtbaar en kunnen verbinding in de weg staan. - Zie en waardeer veerkracht
Mensen in armoede beschikken over kwaliteiten zoals solidariteit en overlevingskracht. Benoem en versterk deze. - Denk buiten bestaande kaders
Regels kunnen ontwikkeling belemmeren. Zoek actief naar nieuwe mogelijkheden en wees creatief in je aanpak. - Zorg voor continuïteit in methodiekgebruik
Het opleiden van medewerkers heeft pas zin als kennis behouden blijft. Voorkom dat expertise verdwijnt bij personeelsverloop. - Maak gebruik van ervaringsdeskundigheid
Ervaringsdeskundigen zijn waardevol in het contact met mensen in armoede én dragen bij aan effectiever armoedebeleid.
3 tips voor onderzoekers
- Houd rekening met druk en dynamiek in het sociaal domein
Wees je bewust van de druk op het sociaal domein en de snelle veranderingen in beleid en praktijk. Pas je onderzoek zo nodig aan. - Combineer biografische interviews met vragenlijsten
Door naast semigestructureerde vragenlijsten ook biografische interviews te gebruiken, krijgen mensen ruimte om hun eigen verhaal te vertellen. - Investeer in relatieopbouw met mensen in armoede
‘Deze tip is cruciaal voor het doen van goed onderzoek, maar óók voor goede begeleiding in de praktijk!’, aldus Van der Horst.
Terugblik en oproep tot verdiepend onderzoek
De Haas kijkt tevreden terug op het project: ‘De methodiek Krachtwerk heeft concrete handvatten gegeven om de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken.’ Zij waardeert de samenwerking met de onderzoekers: ‘Ze waren oprecht nieuwsgierig, integer, zorgvuldig, betrokken.’ Ook is enthousiast over de contacten met andere gemeenten: ‘We leerden van elkaar, omdat we ervaringsdeskundigheid op verschillende manieren inzetten.’
Wel gaf ze de onderzoekers nog mee dat er dieper gegraven mocht worden: ‘Ik denk dat er al best wat bekend is over armoede. Maar niet over hoe trauma’s een rol spelen in het leven van mensen in armoede. En hoe ze hiermee kunnen omgaan. Dat mag beter uitgezocht.’ Van der Horst vult aan: ‘Ook zou het goed zijn om nader te onderzoeken hoe de rol van ervaringsdeskundige het beste kan worden ingevuld.’
Tot slot pleiten De Haas, De Vet en Van der Horst voor meer onderzoek naar structurele oplossingen: ‘Ons project laat zien dat een methodiek als Krachtwerk en de inzet van ervaringsdeskundigheid de ondersteuning van mensen in armoede verbetert. Maar dit lost de armoede niet op’, zegt De Vet. ‘Daar zijn structurele veranderingen voor nodig.’
Over het onderzoek en het consortium
Het project Minder stress en armoede, meer ervaren gezondheid was 1 van de 3 projecten van het programma Schulden en armoede, dat ZonMw uitvoerde in samenwerking met NWO, binnen de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). De subsidieoproep werd geïnitieerd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).
Het onderzoek werd van 2020-2025 uitgevoerd door een breed consortium, bestaande uit:
- Onderzoeksinstellingen: Radboudumc en Wageningen University
- Publieke en maatschappelijke organisaties: GGD Gelderland-Zuid, Valente, Stichting Lezen en Schrijven, Movisie en Vereniging van Nederlandse Voedselbanken
- Gemeenten: Meppel, Midden-Groningen, Nieuwegein, Nijmegen, Oss en (in de beginfase) en Groningen.